Meerjarenplan ILT 2019 - 2023 September

Meerjarenplan ILT 2019 - 2023 September

Deze printvriendelijke versie bevat niet de volledige inhoud van het online magazine, maar alleen de teksten en een beperkte selectie foto´s. Het hele online magazine met alle foto´s, video´s en multimedia kan worden bekeken op:
https://magazines.ilent.nl/meerjarenplan/2018/01/index

Nog een tip voor het geval u het magazine wil printen: Heeft u een Windows-computer en bekijkt u het magazine met het programma Chrome? Dan adviseren we u voor het afdrukken alleen gebruik te maken van het zogenoemde dialoogvenster (Ctrl+P).

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

Voorwoord

Dit Meerjarenplan 2019-2023 laat zien dat er sinds het begin van de koersverandering in 2016 al veel is gebeurd bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Wij werken inmiddels in multidisciplinaire teams en in toezichtprogramma’s die gericht zijn op de grootste maatschappelijke risico’s. Wij passen een doordachte methodiek toe om die grootste risico’s te bepalen. En wij zijn druk bezig onze vergunning- en dienstverlening te verbeteren.

Ja, er ís al veel gebeurd, al heb ik soms het gevoel van een bergwandelaar die tevreden omkijkt naar de afgelegde weg vanuit het dal maar dan omhoogkijkt naar de top en beseft dat het nog ver is... Het is nu eenmaal ingewikkeld voor een organisatie om haar werkwijze aan te passen aan de eisen van de tijd en om de schaarse middelen zo in te zetten dat haar werk effect heeft.

Modernisering doet vaak ook pijn. Het is tenslotte mensenwerk. Maar in alle opzichten is het de moeite waard. Wij hebben een mooie en veelomvattende maatschappelijke taak: wij zetten ons in voor veiligheid, zekerheid en vertrouwen op het gebied van transport, infrastructuur, milieu en wonen.

Voor de uitvoering van die taak is kennis cruciaal, informatiebronnen en data. De komende jaren gaan wij daarom verder met het professionaliseren van informatieverzameling en –analyse. Wij streven naar een evenwichtige combinatie van behoud en vernieuwing. Een beproefde aanpak en gedegen ervaring worden gekoesterd, terwijl wij tegelijk nieuwe inzichten en vaardigheden binnenhalen. Zo werven wij voor functies die bij de ILT nog niet bestonden, zoals die van datawetenschapper.

Volgend jaar gaan we door met de zeven toezichtprogramma’s die zijn gestart. Maar ook beginnen we met nieuwe programma’s: voor risicovolle bedrijven, legionella, taxi’s en spoor. Wij verschuiven inzet op onderwerpen met een klein risico naar onderwerpen met grote risico’s. Dit wordt uiteraard nauwkeurig bezien in samenhang met internationale afspraken en wetten en regels die verplichten tot vastgestelde aantallen inspecties.

En 2019 wordt ook het jaar van de lancering van het webportaal ‘Mijn ILT’. Dit heeft tot doel bedrijven in staat te stellen gemakkelijker vergunningen aan te vragen. Het feit dat bedrijven voor bepaalde vergunningen alleen bij ons terecht kunnen, legt bij ons extra druk om de vergunningverleningsprocessen eenvoudiger en gebruiksvriendelijk te maken. Het is plezierig om te merken dat branches bereid zijn om daarover mee te denken.

Jan van den Bos
De inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

Inhoud

1. De ILT is op koers
Sinds 2016 werkt de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) aan een koersverandering. Dit hoofdstuk laat de vorderingen zien en de vervolgstappen die de ILT in 2019 zet.

2. Keuzes in toezicht
De middelen zijn schaars, dus waar zet de ILT op in? Dit hoofdstuk laat zien welke keuzes de ILT maakt.

3. De programmatische werkwijze van de ILT
In 2018 is de ILT gestart met programmatisch werken. In dit hoofdstuk ziet u wat de belangrijkste programma’s inhouden en hoe het programmatisch werken wordt uitgebreid.

4. De dienstverlening en vergunningverlening
De ILT is bezig om de dienstverlening en vergunningverlening te optimaliseren. Wat dat betekent voor de klant leest u in dit hoofdstuk.

5. De Autoriteit woningcorporaties
Ook het toezicht van de Autoriteit woningcorporaties verandert en verbetert. Governance is het sleutelwoord. In dit hoofdstuk staat hoe dat werkt.

6. Het vakmanschap van de ILT
Deskundige en gemotiveerde medewerkers zijn essentieel voor het functioneren van de ILT. Risicogestuurd werken, omgevingsbewustzijn, flexibiliteit, programmatisch werken: het zijn zaken die hoge eisen stellen aan ILT-medewerkers.

Bijlagen
Bijlage A: Cijfers uit de begroting
Bijlage B: Overzichtstabel IBRA

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

1. De ILT is op koers

Sinds 2016 werkt de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) aan een koersverandering. Dit hoofdstuk laat de vorderingen zien en de vervolgstap die ILT in 2019 zet.

1.1 Opdracht van de ILT

De ILT werkt aan veiligheid, zekerheid en vertrouwen in transport, infrastructuur, milieu en wonen. De ILT houdt toezicht op meer dan 160 verschillende onderwerpen, variërend van luchtvaart, scheepvaart en rail tot woningcorporaties, vervoer van gevaarlijke stoffen, afval, genetisch gemodificeerde organismen, energielabels van woningen en veilige producten. De toezichtgebieden zijn divers en vaak complex. Dat betekent dat de ILT haar capaciteit en middelen daar inzet waar de meeste risico’s zijn en waar zij de meeste invloed kan uitoefenen.

1.2 Aanpak van de ILT

Informatie is de sleutel
Informatie is voor de ILT essentieel om het werk gericht en goed te kunnen doen. Het ontwikkelen van een gedegen informatiepositie is een opgave die de hele organisatie omvat: ICT-infrastructuur, slimme analisten, nieuwsgierige inspecteurs, gedreven vergunningverleners en adviseurs met een open blik. Om haar informatiepositie te versterken, is de ILT in 2017 gestart met het versterken van de informatieketen. Zo is in 2017 het Innovatie- en Datalab (ID-lab) opgericht. Analisten, geografische informatie-experts en datawetenschappers werken aan risico’s en complexe maatschappelijke vraagstukken om het werk van de ILT effectief en efficiënter te maken. Experimenteren, innoveren en permanent zoeken naar nieuwe, betere analysetechnieken en databronnen is essentieel om de gewenste informatiepositie verder vorm te geven. Werkbare concepten worden geïmplementeerd binnen de organisatie.

De ILT-brede risicoanalyse
De ILT zet haar schaarse capaciteit selectief in op de terreinen waar de maatschappelijke risico’s het grootst zijn en waar het handelen van de ILT het meeste effect kan sorteren. Een belangrijke pijler voor deze afweging is de ILT-brede risicoanalyse (IBRA) omdat ze de basis vormt voor het kiezen van de onderwerpen waarop de inzet van de ILT wordt vergroot of verkleind. Deze methode helpt de ILT om ordelijk te kiezen op basis van maatschappelijke schade.

Programmatische aanpak
Risico’s worden door de ILT programmatisch aangepakt. De ILT gaat steeds meer in programma’s werken, met telkens de meest kansrijke combinatie van disciplines, specialisten en instrumenten. Daarbij worden diverse instrumenten ingezet, van gerichte nalevingscommunicatie tot opsporing. De ILT is gestart met zeven programma’s. In 2019 maakt de ILT programma’s van de IBRA top 10. Daarnaast kijkt de ILT ook waar minder inzet nodig is. Denk aan onderwerpen waar het berekende risico laag is en er weinig verplichtingen zijn, zoals het toezicht op kabelbanen en het toezicht op de uitvoering van milieutaken door provincies.

In verbinding met de buitenwereld
De koers die de ILT vanaf 2016 vaart, houdt ook in dat de ILT zichtbaar en herkenbaar is en in verbinding staat met burgers, bedrijven, partners, politiek en beleid. Het maatschappelijk belang van het werk staat voorop. De ILT is een sterke toezichthouder die actief inspeelt op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, risico’s, verschuivende beleidsdoelen en veranderingen in het vak van toezicht. De ILT betrekt beleidsmakers, de wetenschap, branches, sectoren en bedrijven (stakeholders) bij deze ontwikkelingen en bij de vormgeving van het werk. Hier gaat de ILT in 2019 mee door. Zo organiseert de ILT in 2019 activiteiten om met de stakeholders de effectiviteit van het handelen van de ILT te vergroten. In 2019 vindt er een tussenevaluatie plaats van de SWOT-analyse1 die in 2016 is uitgevoerd.

De ILT wordt sterker
De ILT is volop in beweging, zoals onderstaand schema laat zien. De informatiepositie van de ILT wint aan kwaliteit, kracht en effect. De band met de soms turbulente wereld om ons heen wordt sterker. De ILT werkt steeds meer in multidisciplinaire teams aan programma’s met een duidelijk effect. De dienst- en vergunningverlening verzakelijkt en wint aan transparantie en efficiëntie. De interne ondersteuning professionaliseert en wordt steeds vaker gedeeld met het departement of breder. Een interne reorganisatie versterkt deze veranderingen. Overigens vraagt deze reorganisatie ook tijd en aandacht, wat soms ten koste gaat van het primaire werk.

1 SWOT-analyse ILT 2016, Galan Group

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

2. Keuzes in toezicht

De middelen zijn schaars, dus waar zet de ILT op in? Dit hoofdstuk laat zien welke keuzes de ILT maakt.

2.1 Hoe maakt de ILT afwegingen?

De ILT is een selectieve, effectieve en reflectieve organisatie. Een risicogestuurde organisatie die haar schaarse capaciteit inzet daar waar de huidige maatschappelijke risico’s het grootst zijn en waar het handelen van de ILT het meeste effect kan sorteren. Uiteraard houdt de ILT daarbij rekening met de verplichtingen die voortvloeien uit (internationale) wet- en regelgeving. Met het oog op de maatschappelijke context stelt de ILT haar prioriteiten en kan zij verantwoorden waarom onderwerpen worden geëxtensiveerd.

Toezicht op basis van risico’s
Allereerst worden keuzes in toezicht gemaakt op basis van risico’s. De ILT-brede risicoanalyse (IBRA) is voor de ILT een belangrijk instrument. De IBRA geeft inzicht in de omvang van de risico’s waardoor de verschillende taken onderling vergelijkbaar worden. De IBRA is in 2017 ontwikkeld als een ordelijke basis om keuzes te maken in het toezicht op basis van risico’s. De IBRA is een groeimodel: in een uitgebreide presentatieronde is feedback opgehaald die in de versie van 2018 is verwerkt. Er is een plan van aanpak opgesteld voor de verdere ontwikkeling van het instrument. In hoofdstuk 3 wordt beschreven op welke manier dit doorwerkt in de programma’s.

In 2019 is het verzamelen van nieuwe informatie en het maken van risicoberekeningen in de organisatie verankerd. Dat gebeurt in het dagelijks werk van de organisatie, denk aan het meten van zwaveluitstoot door scheepvaart. Het gebeurt ook buiten de organisatie, als er relevant nieuw onderzoek verschijnt.

Wettelijke verplichtingen
Op sommige terreinen heeft de ILT door (internationale) verdragen of door wet- en regelgeving duidelijk omschreven verplichtingen. Een verplichting is een politieke toezegging of aanwijsbare norm of regel waarin staat hoeveel inspecties uitgevoerd moeten worden of waarin een rapportageverplichting is vastgelegd.

Een verplichting heeft gevolgen voor de flexibiliteit van de ILT. De ILT heeft te maken met bijna tachtig Europese verordeningen, ruim 70 nationale wetten, 30 verdragen en een veelvoud aan lagere regelgeving. In 2018 gaat de ILT na welke inspectieverplichtingen zij heeft. De inspectieverplichtingen worden in kaart gebracht, geanalyseerd en bekeken in verhouding tot de ILT-brede risicoanalyse. Deze inventarisatie helpt de ILT om effectief en flexibel om te gaan met haar capaciteit. Het wordt gezien als input voor de onderwerpen die als prioriteit aangemerkt kunnen worden, want:

  • Het is duidelijk waar de ILT geen kwantitatieve toezichtverplichting heeft.
  • Het is duidelijk waar de ILT ruimte heeft in de frequentie van toezicht.
  • Het is duidelijk waar de ILT ruimte heeft om op een andere manier toezicht te houden (kwalitatief).

Laag maatschappelijk risico
Als de capaciteit schaars is en de ILT op risico prioriteert, dan heeft dat gevolgen voor bepaalde onderwerpen waar het door de IBRA berekende risico laag is en er weinig tot geen verplichtingen zijn. Op die onderwerpen kan de capaciteitsinzet verminderen dan wel het toezicht veranderen. Zo kan een verschuiving plaatsvinden van objectinspecties naar het digitaal monitoren van prestaties. Ook meer intensief samenwerken met bijvoorbeeld andere toezichthouders - of het inzetten van andere beleidsinstrumenten - kan gevolgen hebben voor de capaciteitsinzet van de ILT. Wel zal de ILT zorgen voor een goede informatiepositie op deze onderwerpen, zodat zij blijvend kan monitoren of er aanleiding is de prioritering van deze onderwerpen en de aanpak van het toezicht aan te passen.

In 2019 wordt verder onderzocht op welke manier onderwerpen met een laag risico en een beperkte verplichting (in het schema rechts onderin) kunnen worden geëxtensiveerd, zoals:

  • Toezicht op kabelbanen.
  • Interbestuurlijk toezicht op uitvoering van milieutaken door provincies.

NB: deze taak van de ILT kent inhoudelijke raakvlakken met het onderwerp “Onjuiste uitvoering rijksbeleid meest risicovolle bedrijven” (de WABO-adviestaak van de ILT), dat juist hoog scoort in de IBRA en waarop de ILT in 2019 een nieuw programma start (zie paragraaf 3.1). Het extensiveringsonderzoek naar het interbestuurlijk toezicht zal in samenhang worden bezien met het opstellen van genoemd programma.

Bij sommige onderwerpen is sprake van buitengewone gebeurtenissen: zeer onwaarschijnlijke gebeurtenissen die catastrofale gevolgen kunnen hebben als ze optreden. Voorbeelden hiervan zijn overstromingen of terroristische aanslagen. In de huidige methodiek van de IBRA scoren deze onderwerpen laag, omdat ze in het verleden niet of nauwelijks zijn opgetreden. Sommige scoren zelfs zo laag dat ze in aanmerking zouden komen voor extensiveringsonderzoek, waarin onderzocht wordt of de capaciteitsinzet op een onderwerp kan verminderen dan wel het toezicht kan veranderen, zoals ‘overstromingen in Nederland’ en ‘vervuiling van drinkwater’. De ILT zal voor de volgende IBRA verder uitwerken hoe met deze onderwerpen om te gaan.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

2.2 Innoveren met data

De ILT is in 2017 gestart met een Innovatie- en Datalab (ID-lab). Het ID-lab ontwikkelt nieuwe toepassingen van databronnen. Daarnaast is het ID-lab ook continu op zoek naar nieuwe, betere analysetechnieken en nieuwe combinaties van databronnen. Doel: effectiever ILT-handelen.

In 2019 stelt de ILT zich ten doel deze analyses steeds beter uit te voeren en deze capaciteit steeds beter te benutten. Er zijn analyseteams samengesteld die experimenten vertalen naar structurele en terugkerende analyses en deze vervolgens uitvoeren.

In 2019 gaat de ILT intensiever samenwerken op het gebied van informatiedeling. Databronnen worden gedeeld en vervolgens structureel ontsloten voor analyse- en sturingsdoeleinden. Hierdoor kan de ILT gerichter en effectiever optreden en maatschappelijke ontwikkelingen signaleren.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

2.3 Open blik voor nieuwe ontwikkelingen

De ILT kijkt open naar nieuwe ontwikkelingen in het werkveld (maatschappelijke context). De ILT doet dit aan de hand van een aantal methoden die zij zelf heeft ontwikkeld of deelt met andere toezichthouders. Op deze manier brengt de ILT in kaart wat nieuwe risico’s zijn, of er risico’s verdwijnen of dat ontwikkelingen kansen met zich meebrengen om het maatschappelijk effect te bereiken.

De ILT heeft gesprekken gevoerd met kennisinstituten en relevante maatschappelijke organisaties om een scherp beeld te krijgen van de omgeving waarin de ILT actief is. Dit is verwerkt in een omgevingsanalyse.1 Uit deze analyse komt een aantal interessante ontwikkelingen naar voren:

  1. Vraagstukken vragen steeds vaker om een integrale in plaats van een sectorale benadering.
  2. Technologische ontwikkelingen gaan snel en vragen om een passende benadering door de overheid.
  3. In het maatschappelijk verkeer wordt ongelijkheid steeds minder acceptabel.
  4. Door toenemende inzet van technologie ontstaat meer inzicht en kennis. Dit vergroot het gevoel van onveiligheid, terwijl het per saldo veiliger is geworden.

Met deze ontwikkelingen wordt rekening gehouden bij het opstellen van de programma’s voor toezicht en bij het samenstellen van de programmateams. Teams zijn bijvoorbeeld multidisciplinair samengesteld. Daarbij wordt gekeken waar technologie het werk slimmer en beter kan maken en waar het juist ingewikkelder wordt gemaakt. Denk aan risico’s die ontstaan door toenemende internethandel of het gebruik en de betrouwbaarheid van grote hoeveelheden data.

Nieuwe of veranderende taken door nieuwe wetten
Een van de ontwikkelingen waar de ILT continu op monitort, zijn de (inter)nationale ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving. Deze ontwikkelingen kunnen nieuwe taken voor de ILT met zich mee brengen of zorgen dat bestaande taken veranderen. Tijdig signaleren helpt de organisatie mee te bewegen met deze ontwikkelingen. Per ontwikkeling wordt bekeken wat het doel is, wat het risico is (berekening door IBRA) en op welke manier de ILT een bijdrage kan leveren. Vervolgens wordt gekeken wat de gevolgen voor de ILT zijn met betrekking tot personele capaciteit, financiën, informatievoorziening, huisvesting en technologie.

Wat speelt er nu?
Momenteel wordt gewerkt aan het klaarmaken van wetgeving voor slimme voertuigen. Dit gaat gevolgen hebben voor de toezichtstaken van de ILT. Ook bij de aangekondigde exportheffing op afvalstoffen en bij de vrachtwagenheffing zal de ILT als toezichthouder optreden. Op luchtvaartgebied worden de komende jaren diverse ontwikkelingen verwacht met gevolgen voor het werk van de ILT, zoals de ontwikkelingen met betrekking tot Schiphol en Lelystad Airport. De invoering van de Omgevingswet zal gevolgen hebben voor de werkwijze van de ILT in het leefomgevingsdomein, zowel voor de vergunningverlening als voor toezicht en handhaving. In 2019 vindt een periodieke evaluatie plaats van het vergunningverlenings-, toezichts- en handhavingsstelsel onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Die kan eveneens gevolgen hebben voor de ILT op het gebied van de leefomgeving. Ook de verwachte uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie zal gevolgen hebben voor het werk van de ILT.

1Meerjarenplan 2018-2022, De context van de ILT

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

3. De programmatische werkwijze van de ILT

In 2018 is de ILT gestart met programmatisch werken. In dit hoofdstuk ziet u wat de belangrijkste programma’s inhouden en hoe het programmatisch werken wordt uitgebreid.

3.1 Programma's in 2019

De ILT zet haar schaarse middelen in op de taken met de grootste maatschappelijke risico’s, zoals die met behulp van de ILT-brede risicoanalyse (IBRA) zijn berekend. Vraagstukken vereisen steeds vaker een integrale in plaats van sectorale benadering, waarbij ook rekening is gehouden met de technologische ontwikkelingen. De grootste maatschappelijke risico’s worden programmatisch opgepakt. Deze nieuwe aanpak vraagt om samenwerking met collega’s van beleid en van andere inspecties op basis van een gedegen informatiepositie, een efficiënte inzet van multidisciplinaire teams en de juiste middelen, gericht op het grootste maatschappelijke effect.

IBRA top 10 en Schiphol

Op 17 september 2018 is de ILT gestart met programmatisch werken op de zes belangrijkste onderwerpen van de IBRA. Hieronder staan uitgebreid de ambities van die programma’s voor 2019 en verder beschreven. Met de in de programma’s genoemde activiteiten wil de ILT bijdragen aan de realisatie van deze ambitieuze doelstellingen. Het realiseren van deze doelstellingen valt samen met het verder ontwikkelen van het programmatisch werken binnen de ILT. Dit zal met vallen en opstaan gepaard gaan. Om deze ervaringen te delen, organiseert de ILT in 2019 voor elk van de programma’s een bijeenkomst voor in- en externe stakeholders.

De ILT wil op termijn meer werk programmeren, waarbij de werkzaamheden van de ILT beargumenteerd en gestuurd worden op basis van het maatschappelijk doel. In 2019 wordt gestart met vier nieuwe programma’s, die zijn gebaseerd op de uitkomsten van de IBRA 2018:

  • Onjuiste uitvoering rijksbeleid meest risicovolle bedrijven.
  • Legionellabesmetting bij prioritaire instellingen.
  • Verstoring marktwerking taxivervoer.
  • Onveilig spoorvervoer.

Met deze stap wordt de top 10 van grootste risico’s, berekend door de IBRA, programmatisch aangepakt. Het programma ‘Schiphol’ is ingegeven door politiek-bestuurlijk en economisch belang. In 2019 krijgen de nieuwe programma’s mede vorm door overleg met stakeholders.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

Programma 1: Aantasting van bodem, grond- en oppervlaktewater

Outcome

Het voorkomen van schade aan bodem en grond- en oppervlaktewater.

Wat de ILT doet

De ILT heeft vanuit het Besluit bodembescherming de positie gekregen om de handhaving in de keten te organiseren en te faciliteren. Dat doet de ILT in dit programma. Dit programma is erop gericht om verspreiding van oude bodemverontreiniging en het ontstaan van nieuwe bodemverontreiniging tegen te gaan. Doel: schade aan bodem en grond- en oppervlaktewater voorkomen.

Speerpunten

  1. Versterking van de handhavingsketen.
  2. Verkennende thema-onderzoeken op onjuiste toepassing van bouwstoffen en grond.
  3. Vanuit het toezicht bijdragen aan vereenvoudiging van de wet- en regelgeving.

Het eerste speerpunt bestaat uit drie projecten: de samenwerking tussen handhavingspartners versterken, het melden verbeteren en het toezicht op en van de certificerende instellingen verbeteren.

Het tweede speerpunt bestaat uit meerdere projecten: het verbeteren van het toezicht op gronddepots, bodembeschermende voorzieningen, een aantal verkenningen en bodemassen van Afval Energie Centrales (AEC). De verkennende onderzoeken (bijvoorbeeld naar grondimport) moeten uitwijzen hoe groot de betreffende problematiek is. Deze projecten zijn erop gericht om ongewenste bodemhandelingen te voorkomen en daarmee nieuwe bodemverontreiniging en verspreiding van oude verontreinigingen tegen te gaan.

De ILT heeft als toezichthouder goed zicht op de werking van het systeem en ziet ook waar de onduidelijkheden zitten in de regelgeving die de naleving onder druk zetten. Het derde speerpunt betreft daarom het signaleren van mogelijke vereenvoudiging van wet- en regelgeving. De ILT wil met voorbeelden van onduidelijkheden bijdragen aan de vereenvoudiging van het systeem door de wetgever.

2019

De ILT kijkt in 2019 kritisch naar het grenzeloos slepen met verontreinigde grond en secundaire risicovolle bouwstoffen. Daarbij zal de ILT de wijze onderzoeken waarop dergelijke stromen worden opgewerkt door afvalverwerkers en grondbanken tot vrij toepasbaar materiaal. De verplichting van registratie, monitoring en terugneembaarheid vervalt, waardoor ook de grip op dergelijke stromen op termijn volledig wegvalt. Het beoogde effect is dat geïmporteerde grond en secundaire bouwstoffen - die niet voldoen aan de kwaliteitscriteria - van de markt gehaald worden, voordat deze worden toegepast.

Daarnaast zal de ILT focussen op bodemenergie. Dit is een belangrijk thema gezien de doelstelling van het kabinet om alle Nederlandse huishoudens van het gas af te halen. De ILT heeft misstanden gesignaleerd bij installateurs van bodemenergiesystemen. In 2019 gaat de ILT structurele misstanden in de keten aanpakken door handhavend op te treden en afspraken te maken met de branche.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

Programma 2: Onjuiste verwerking van afvalstoffen

Outcome

Het voorkomen van onaanvaardbare mondiale gevolgen voor milieu en gezondheid door onjuiste verwerking van gevaarlijke afvalstromen, onvoldoende hoogwaardige afvalrecycling en door het dumpen van afvalstoffen in landen met een minder ontwikkelde verwerking- en toezichtstructuur.

Wat de ILT doet

De ILT toetst aan de wet- en regelgeving of de afspraken in de transitieagenda’s van ’Nederland circulair in 2050’ worden opgevolgd. Resultaten van het ILT-toezicht staan in de transitieagenda’s. Daarbij richt de ILT zich voornamelijk op:

  • Inzameling van afvalstoffen.
  • Hoogwaardigheid van de recycling van afvalstoffen.
  • Uitfasering van zeer zorgwekkende stoffen.

Drie afvalstromen hebben prioriteit: kunststof, elektronische apparatuur en biomassa. Ook toetst de ILT of wordt voldaan aan de inzamel- en recyclingnormen voor verpakkingen, autobanden, autowrakken, batterijen en accu’s.

Speerpunten afvalstromen en import

De ILT houdt toezicht op afvalstromen die in haar risicoanalyse het hoogst scoren op het risico op maatschappelijke schade. In 2019 geeft de ILT prioriteit aan:

  • Chemische bijproducten die worden gebruikt in brandstoffen.
  • De export van kwik wegens het milieurisico bij toepassing voor goudwinning.
  • De export van sloopschepen.
  • De export van batterijen en accu’s wegens de sterke toename van het aantal accu’s uit elektrische auto’s en fietsen.

Ook zal de ILT toezicht houden op de import van buitenlands brandbaar afval, verontreinigde grond en slib. Deze stromen worden geïmporteerd als gevolg van de Nederlandse overcapaciteit voor de verwerking ervan.

Speerpunten EVOA-toezicht

De ILT houdt zogenoemd EVOA-toezicht in de zeehavens op export van afval naar landen buiten de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Dit doet de ILT om afvaldump in landen met een kwetsbare structuur van toezicht en afvalverwijdering te voorkomen. EVOA staat voor Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen. De ILT werkt op dit punt al lange tijd samen met de douane. In 2019 wil de ILT al het toezicht op afval, producten, vuurwerk en gevaarlijke stoffen bundelen in een integraal toezichtprogramma op de logistieke knooppunten. Daarbij wordt gestreefd naar maximale samenwerking met andere toezichthouders op de douaneterminals.

2019

De ILT wil in 2019 met petrochemische bedrijven afspraken maken over hun ketenverantwoordelijkheid, zodat zij bijvoorbeeld bij pygas eerst het benzeengehalte verminderen, voordat het als brandstofcomponent op de markt wordt gebracht. Verder wil de ILT in 2019 stimuleren dat kunststofafval dat niet meer door China wordt geaccepteerd, een hoogwaardige verwerking binnen Europa krijgt.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

Programma 3: Marktevenwicht in het goederenvervoer over de weg

Outcome

Het voorkomen van fysieke en economische schade voor de maatschappij als gevolg van goederenvervoer over de weg.

Wat de ILT doet

De ILT houdt toezicht op de naleving van Europese verordeningen voor rij- en rusttijden en de toegang tot de markt. Dit doet de ILT niet alleen. Ook andere inspectiediensten, vergunningverlenende instanties en bestuursorganen binnen Nederland en Europa werken aan de veiligheid op de weg. De ILT intensiveert de informatiedeling en andere vormen van samenwerking met deze partijen om een betere informatiepositie te krijgen. Zo krijgt zij meer mogelijkheden om de hele transportketen te beïnvloeden.

Het programma richt zich op de transportbedrijven en andere schakels in de transportketen, zoals opdrachtgevers, afnemers en toeleveranciers. Om de toenemende manipulatie van de tachograaf aan te kunnen pakken, spoort de ILT illegale apparatuur en inbouwstations op. De ILT werkt op dit punt intensief samen met de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ISZW) via gecombineerde projecten.

Speerpunten

  • Werkgevers met een hoger risicoprofiel worden, samen met andere handhavende diensten, in het bijzonder met de ISZW, geïnspecteerd en aangepakt.
  • De illegale inbouwstations zijn in beeld en worden aangepakt.
  • Belangrijke schakels in de transportketen worden aangesproken op de rol die zij mogelijk spelen in een oneerlijke concurrentiestrijd.
  • Het doorbrengen van langdurige rust in de vrachtwagencabine wordt aangepakt.
  • Handhavingspartners delen data en informatie, waarmee een integraal beeld gevormd kan worden van de transportsector.

2019

In 2019 gaat de ILT in gesprek met grote opdrachtgevers over eerlijke concurrentie in het goederenvervoer over de weg. Minimaal drie opdrachtgevers besluiten tot het herzien van de contracten met hun vervoerders. Daarnaast geeft de ILT inzicht in de vervoersbedrijven die het slechtst presteren.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

Programma 4: Productenlabels en ecodesign

Outcome

Producten die op de markt worden gebracht leiden tot minder milieu- en economische schade, doordat ze voldoen aan de wettelijke eisen met betrekking tot energie-efficiëntie en beperking van gevaarlijke stoffen.

Wat de ILT doet

Een CE-markering op elektronische apparaten laat zien of zij voldoen aan de eisen voor energieverbruik en gevaarlijke stoffen. De ILT gaat na of de CE-markering terecht is aangebracht. Zij controleert of het product daadwerkelijk voldoet aan de minimale producteisen in de regelgeving en of de aangegeven parameters op de productspecificatie juist zijn. Zo niet, dan zijn er bestuurlijke of strafrechtelijke maatregelen mogelijk.

De ILT brengt samen met externe partijen de grootste risico’s van verschillende productsoorten in beeld. In 2018 wordt inzicht verkregen in de risicorangorde in productsoorten en in de doelgroepen van de verschillende productsoorten. Het betrekken van externe stakeholders leidt tot een beter gedefinieerde probleemherkenning en een effectief projectplan.

Speerpunten

In 2019 bouwt de ILT verder op het fundament dat in 2018 is gelegd voor dit programma. Op basis van interne informatie en gegevens van anderen stelt de inspectie voor zes tot acht prioritaire productsoorten een uitvoeringsplan op dat vervolgens wordt uitgevoerd. Projectplannen die eind 2018 en in 2019 zijn opgesteld, komen in 2019 en 2020 tot uitvoering.

De ILT zal in 2019 verschillende typen warmtepompen en houtkachels laten testen, mede als gevolg van een veranderende gasmarkt in Nederland. De ILT wil samen met andere partijen de problematiek van (internet)import van producten van buiten de EU in kaart brengen. Daarnaast neemt de ILT deel aan het Europese samenwerkingsproject Ecopliant 3. Daarin toetsen de Europese lidstaten enkele productgroepen gezamenlijk en verbeteren zij het toezicht op energiegerelateerde producten.

Per projectplan kan de aard van de inzet van de ILT verschillen. Dit varieert van objectinspecties tot systeeminspecties. Andere in te zetten toezichtinstrumenten zijn: informatieverstrekking, nudging en handhavingscommunicatie.

2019

De ILT wil dat in 2019 de bij een brancheorganisatie aangesloten installateurs alleen nog warmtepompen verkopen die aan de minimale eisen voldoen.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

Programma 5: Vrijkomen van ozonlaagafbrekende en klimaatschadelijke stoffen

Outcome

Zorgen dat de ozonlaagafbrekende stoffen, gefluoreerde broeikasgassen, zo min mogelijk vrijkomen in de atmosfeer.

Wat de ILT doet

De ILT spant zich ervoor in dat gefluoreerde broeikasgassen zo min mogelijk vrijkomen in de atmosfeer. Zij ziet toe op naleving van de handelsbeperkingen voor deze gassen en op het voorkomen van uitstoot. De handel is gereguleerd door de grote impact van deze gassen op de gezondheid en het milieu. Het is van belang dat de handelsbeperkingen worden nageleefd om de beleidsdoelstellingen te halen. De gassen die in omloop zijn en (voorlopig) blijven, moeten met de grootst mogelijke zorg worden gebruikt en uitstoot moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Ook hiervoor is regelgeving opgesteld om dit doel te bereiken.

Speerpunten

De ILT focust op hogere naleving en bewustwording bij de ondertoezichtstaanden. Het belangrijkste gevolg hiervan is dat er niet alsnog verboden gassen of gassen boven de toegestane hoeveelheid op de markt worden gebracht. Een ander resultaat is dat uitstoot wordt voorkomen door bijvoorbeeld beter onderhoud en aanpassing of vervanging van installaties. De partijen in dit veld zijn divers: de producenten, de handelaren, de gebruikers (denk bijvoorbeeld aan koelhuizen), de installatie- en onderhoudsbedrijven en de private controlerende instanties.

De ILT evalueert periodiek of haar inspanningen effect hebben. Mochten er nieuwe risicogroepen of nieuwe inzichten ontstaan door praktijkervaringen, dan zal de ILT daar in haar werk op in spelen.

2019

In 2019 hebben toonaangevende gebruikers van koudemiddelen verouderde koelinstallaties met grote lekverliezen vervangen door moderne installaties.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

Programma 6: Uitstoot en/of lozing van gevaarlijke stoffen door scheepvaart

Outcome

Verlagen van de zwaveluitstoot door de zeescheepvaart.

Wat de ILT doet

De ILT spant zich ervoor in dat schepen die nog niet aan de zwavelnormen voldoen, dat wel gaan doen. Zo kan de zwaveluitstoot door de scheepvaart als geheel worden verminderd. Dit programma omvat de volgende activiteiten:

  • Het beter identificeren van verdachte schepen door de inzet van risico- en informatiegebaseerde technieken.
  • Het inspecteren en bemonsteren van schepen en brandstoffen.
  • Een hardere aanpak van overtreders en het afromen van financieel voordeel.
  • Samenwerking met Europese handhavers en havenbedrijven: informatie-uitwisseling en gezamenlijke handhavingsstrategieën.
  • Meer aandacht voor de kwaliteit van de geleverde scheepsbrandstoffen.
  • Experimenten met verladers die maatschappelijk verantwoord ondernemen.
  • Voorlichting en communicatie over alternatieve prikkels voor naleving.
  • Beïnvloeding van de internationale regelgeving.

Speerpunten

  • Uitvoering van de 800 door Europa voorgeschreven objectcontroles. Elk jaar is een groter aandeel hiervan gebaseerd op de uitkomsten van risicoanalyses of remote sensing.
  • Proces-verbaal voor overtreders met het oog op het afromen van hun economisch voordeel.
  • Controle van brandstofleveranties door het nemen van monsters. Meerdere data worden geanalyseerd, zodat een goed beeld ontstaat van de brandstofkwaliteit.
  • Reders zijn op de hoogte van alternatieven en maken hier meer gebruik van.
  • Samenwerkingsafspraken met Nederlandse en internationale handhavingspartners, zodat zij elkaar zodanig informeren dat verdachte schepen gemakkelijker kunnen worden aangepakt.
  • Experimenten in de keten waarmee een effectievere aanpak kan worden ontdekt.

2019

In 2019 heeft de ILT gezorgd voor brede communicatie over de vervolging door het OM van bewust zwavelemitterende schepen (reders).

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

Programma 7: Schiphol

Outcome

Het bevorderen van veiligheid en duurzaamheid op en rond Schiphol in vier jaar tijd.

Wat de ILT doet

De ILT heeft in 2018 een integraal programma Schiphol ontwikkeld. Schiphol is een transportknooppunt waar veiligheid, duurzaamheid en leefomgeving samenhangen. De groei van Schiphol heeft geleid tot vragen over de borging van deze belangen. De ILT heeft daarin een verantwoordelijkheid. Zij rapporteert onafhankelijk over haar bevindingen. Dit vraagt een vernieuwende aanpak van het toezicht op Schiphol.

Onderdeel van dit programma is de verdere ontwikkeling van een ‘staat van de veiligheid’ voor Schiphol. Deze brengt zowel de vliegveiligheid als de leefomgeving aan de hand van indicatoren in beeld. Een ander onderdeel betreft de vormgeving en uitvoering van het toezicht op het gezamenlijke veiligheidsmanagementsysteem van de belangrijkste samenwerkende partijen op Schiphol. Daarnaast worden andere lopende activiteiten op Schiphol in het programma geïntegreerd.

Speerpunten

Tussen 2019 en 2023 zal het toezicht op het transportknooppunt Schiphol worden omgevormd van afzonderlijk toezicht op gecertificeerde organisaties tot integraal toezicht op veiligheid en duurzaamheid.

2019

Als product zal er in 2019 een doorontwikkelde staat van veiligheid en leefomgeving Schiphol opgeleverd worden.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

3.2 Verkenning vertrouwen in instituties

Outcome

Toenemend vertrouwen in instituties waardoor veiligheid, zekerheid en vertrouwen in transport, infrastructuur, milieu en wonen verbetert.

Wat de ILT doet

De ILT wil kunnen vertrouwen op instituties waarmee zij te maken heeft. Het gaat om:

  1. De instituties waar de ILT toezicht op houdt (denk aan provincies, woningcorporaties, ministerie van Defensie, Nederlandse Spoorwegen).
  2. De instituties waar de ILT afhankelijk van is of gebruik van maakt voor haar toezicht en vergunningverlening (denk aan klassebureaus of KIWA).

Vertrouwen in instituties is van belang voor de samenleving, maar ook voor het werk van de ILT. Als zij daarop voldoende en aantoonbaar kan vertrouwen, kan zij meer aandacht geven aan andere taken.

De ILT hanteert als definitie van een institutie: een gevestigde organisatie met een maatschappelijk en/of politiek doel. De kenmerken van een institutie zijn:

  • Organisatie met voornaamste kennis op een vakgebied.
  • Organisatie met een (lange) geschiedenis in de samenleving.
  • Erkend door de samenleving als instelling.
  • Monopolist of oligopolist.
  • Organisatie met onwrikbaar, stevig fundament, verankerd in de samenleving.
  • ‘Too big to fail’.

Bij dit type organisaties wil de ILT nagaan of het systeem waarin de institutie georganiseerd is, voldoende borging biedt voor vertrouwen in een goede uitvoering. Doel: bepalen hoe het met het vertrouwen in een institutie gesteld is. Daarna kan de ILT haar positie ten aanzien van die organisatie bepalen.

Speerpunten

De verkenning levert de volgende producten op:

  1. Een overzicht van de instituties waar de ILT zich toe verhoudt, gelet op de eerder genoemde criteria.
  2. Een beschrijving van het maatschappelijk vertrouwen in twee instituties waar de ILT zich toe verhoudt, gelet op de twee soorten relaties die te onderscheiden zijn.1
  3. Inzicht in de mogelijkheden die de ILT heeft om het vertrouwen te vergroten.

    Met deze kennis kan de ILT de volgende actie uitvoeren:
  4. Een algemene werkwijze waaraan de ILT haar relaties met instituties kan toetsen.2

1Voor een selectie van de instituties wordt gekeken naar de prioriteiten uit de IBRA.
2Per institutie zal het handelingsperspectief enigszins verschillen. Er kan een denkmodel ontstaan voor alle instituties hoe er naar het vertrouwen gekeken kan worden.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

3.3 Het niet-programmatisch werken van de ILT

Toezicht en opsporing
Toezicht en opsporing zijn in 2019 voor een groot deel (nog) niet ondergebracht in de programma’s. Het gaat om taken zoals milieuveiligheid van stoffen en producten, transport via lucht, water, weg en spoor, gevaarlijke stoffen en risicovolle bedrijven en het toezicht op certificerende instellingen en andere overheden. Dit werk continueert en verandert ook.

De ILT werkt ook op tactisch niveau aan het versterken van selectiviteit, effectiviteit en reflectiviteit van het toezicht. Daarvoor wordt informatiegestuurd, programmatisch, projectmatig en multidisciplinair gewerkt. Hierbij worden de ontwikkeling en het gebruik van nieuwe toezichtmethoden benut en worden zwaardere toezichtmethoden zoals opsporing, naar het hele toezichtsveld verbreed. Dat leidt tot meer en op maat toegesneden interventiemogelijkheden.

Een integrale aanpak met slimmere en betere toezichttechnieken en –methodieken is noodzakelijk. Dit als gevolg van de steeds toenemende onderlinge vervlechting van sectoren en snelle technologische ontwikkelingen, zoals de groeiende stroom gevaarlijke en niet-duurzame stoffen in de kleine pakketpost en de komst van zelfrijdende transportmiddelen.

De focus op marktordening en de vernieuwing van de werkwijze geldt ook voor het toezicht op producten zoals vuurwerk, asbest, E-labels, bouwproducten en elektronica.

Voor het toezicht op gevaarlijke stoffen en organismen worden nieuwe inspectiemethoden ontwikkeld, aanvullend (en op termijn vervangend) voor de traditionele inspecties. Het betreft hierbij de integrale ketengerichte aanpak van het transport van gevaarlijke stoffen via lucht, water, weg en spoor, biologische en chemische risico’s en het toezicht op risicobedrijven.

Het toezicht op veilige mobiliteit in rail, lucht- en scheepvaart is gericht op het voorkomen van slachtoffers en schade als gevolg van mobiliteit. In dat kader doet de inspectie onderzoek naar incidenten met slachtoffers en/of andere vormen van schade. De inspectie ontwikkelt hierbij een gerichte aanpak voor het toezicht op grote en complexe bedrijven, zoals NS en KLM. Verder ligt een focus op de Europese taken bij rail, scheepvaart en luchtvaart vanuit de rol van national safety authority.

Voor wat betreft het toezicht op publieke instellingen (onder meer BES-eilanden, Rijkswaterstaat en waterschappen, drinkwaterbedrijven, Defensie) concentreert de ILT zich op het bevorderen van het zelfcontrolerend vermogen van organisaties.

Opsporing en toezicht worden sterker verbonden en er worden informatiepleinen en overlegtafels gerealiseerd, waarin kennis en informatie wordt uitgewisseld. Teams van toezicht en opsporing zullen, daar waar nodig, samen optrekken. Zo wordt opsporing een onderdeel van de totale handhavingstoolbox. Ook wordt strafrecht breder ingezet binnen heel de ILT. Informatie uit toezicht en opsporing wordt teruggegeven aan de rest van de organisatie.

ILT-medewerkers zijn de ogen en oren van de inspectie. Ze geven signalen af over ontwikkelingen en reflecteren continu op de effectiviteit van het optreden van de ILT als geheel. Het contact met de buitenwereld is ook op dit niveau heel belangrijk.


Certificerende instellingen
De ILT onderhoudt een relatie met ruim 600 certificerende instellingen. Een deel van deze certificerende instellingen verstrekt, in mandaat van de overheid (de ILT), certificaten. Dergelijke stelsels, waarbij marktpartijen in mandaat de publieke taak van vergunningverlening uitvoeren, komen voor in verschillende maatschappelijke domeinen en in verschillende vormen. Dit vergt specifieke aandacht van de ILT. Dat bleek onder meer uit het rapport ‘Mastbreuk Harlingen, mast in zicht maar niet in beeld’ (2017) dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) uitbracht naar aanleiding van de mastbreuk van de Amicitia, met slachtoffers tot gevolg.

Behalve dat de ILT in 2019 doorgaat met de professionalisering van haar optreden binnen deze (wettelijke) stelsels, zal zij ook in 2019, mogelijk samen met andere toezichthouders, een nadere analyse maken van mogelijke risico’s voor de publieke belangen die aan dergelijke stelsels kunnen kleven. De ILT komt met een voorstel met effectieve verbeterpunten om mogelijke risico’s zo laag mogelijk te houden. Daarbij zal de mate van veiligheidsbewustzijn en taakvolwassenheid van een sector worden betrokken. Dat geldt ook voor de mogelijkheden voor bundeling van kennis en het voorkomen van ‘blinde vlekken’ in maatschappelijke risico’s door taakversnippering en de mogelijkheden die een toezichthouder al of niet heeft om op te treden.


Bedrijfsvoering
In aansluiting op het algemene rijksbeleid om voorzieningen te delen, bereidt de ILT zich voor op outsourcing van taken. De ILT heeft zelf ook ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen. Doel is om de CO2-uitstoot te verminderen door het aantal vliegbewegingen te verminderen, door gebruik te maken van moderne technologie zoals videoconference, en door het wagenpark elektrisch te maken. In samenwerking met Rijkswaterstaat maakt de ILT in 2018 een analyse van het wagenpark om keuzes te maken voor 2019 en verder.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

3.4 Onderzoek en handhaving

Nederland is veiliger, maar het voelt niet zo. Dat is een van de uitkomsten uit de ILT-omgevingsanalyse (zie 2.3). Incidenten, bijzondere gebeurtenissen en niet te voorspellen ontwikkelingen leiden tot een heftige reactie in de samenleving. De ILT onderzoekt incidenten als handhaver en kan handelend optreden. Dit kan resulteren in bijvoorbeeld stillegging. Daarnaast trekt de ILT lering uit dergelijke gebeurtenissen. Voorbeelden van incidenten zijn het onderzoek naar asbesthoudend straalgrit in 2017 en het onderzoek naar asbesthoudende kindermake-up in 2018.

In 2017 registreerde het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 796 incidenten waar het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een rol bij speelde.1 De ILT heeft veel expertise in huis, die gevraagd wordt bij een onderzoek na een incident. Ondanks het vaak dwingende karakter van deze capaciteitsvraag, moet per incident een keuze worden gemaakt of er capaciteit wordt ingezet en zo ja hoeveel. Hiervoor ontwikkelt de ILT in 2019 een afwegingskader.

De ILT merkt dat het beroep op deze inzet in de loop der jaren groter wordt. Dat vergt flexibiliteit van de organisatie en kan tot verandering leiden gedurende het jaar.
 

1 DCC-IenW Jaaroverzicht 2017 crises en rampen.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

4. De dienstverlening en vergunningverlening

De ILT is bezig om de dienstverlening en vergunningverlening te optimaliseren. Wat dat betekent voor de klant leest u in dit hoofdstuk.

4.1 Klantgerichte dienstverlening

De ILT werkt aan kostenefficiency door het optimaliseren en verzakelijken van de dienstverlening en de vergunningverlening. Dienstverlening vergt duurvermogen, het is een continu proces, iedere dag en altijd. Het vraagt om klantgericht gedrag van medewerkers. Optimale dienstverlening houdt in dat de klant of stakeholder in de contacten met de ILT duidelijkheid ervaart en inzicht en overzicht heeft.

De ILT is altijd bereikbaar via haar Meld- en Informatiecentrum. Via de informatievoorziening op de website, de webcare, mediavoorlichting, afstemming met sectoren en branches en door middel van direct contact met het klantcontactcentrum. Het Meld- en Informatiecentrum van de ILT herkent en vangt signalen op uit de omgeving, bundelt die signalen en zet deze door in de organisatie. Via klanttevredenheidsonderzoeken meet de ILT de tevredenheid van klanten.

4.2 Optimale vergunningverlening

De ILT ontwikkelt zich op het gebied van vergunningverlening verder tot een organisatie die de aanvrager duidelijkheid, eenvoud en gemak biedt. Doel: een goed werkend webportaal ‘Mijn ILT’ in 2019. In 2017 is gestart met de inrichting van ‘Mijn ILT’ en in 2018 is hier verder aan gebouwd. In 2019 is het webportaal operationeel.

Daarnaast start de ILT in het najaar van 2018 met een blockchain pilot op het gebied van internationaal afvaltransport (EVOA). Het doel van deze pilot is het verbeteren van de efficiency en het verminderen van de regeldruk binnen de EVOA-keten.

Ook worden de regelhulpen, die de aanvrager helpen bij het indienen van een aanvraag, verder uitgebreid. Op het gebied van scheepsmetingen gaat de ILT moderniseren door huidige beschikbare technieken (bijvoorbeeld 3d-scan, drones) toe te passen. De ILT investeert in de voorspelbaarheid van majeure aanvragen door het klantcontact hierop in te richten. Op deze manier kan tijdig capaciteit voor deze aanvragen beschikbaar worden gemaakt.

De komende jaren gaat de ILT verder met het optimaliseren van vergunningverlening. Het aanvragen van een vergunning moet duidelijk en eenvoudig zijn door zoveel mogelijk digitalisering en automatisering. De ILT kijkt kritisch naar de eigen werkwijze en betrekt daarbij de klant.

In 2019 zijn alle vergunningsprocessen vernieuwd en vereenvoudigd. Hiermee verhoogt de ILT de klantwaarden en wordt verspilling tegengegaan. Dat gebeurt door processen te ontdoen van onnodige (en soms dubbele) stappen. Daar waar uniformering in de verschillende stappen van het vergunningsproces leidt tot een hogere efficiëntie, wordt die doorgevoerd. Bij sommige processtappen blijft ‘maatwerk’ noodzakelijk, zoals bij de beoordeling van aanvragen die getoetst worden aan doelregelgeving of bij het uitvoeren van audits en inspecties ten behoeve van de aanvraag. Een andere belangrijke ontwikkeling is het herzien van de tarievenregeling. De ILT werkt steeds meer kostenefficiënt door transparant te zijn en inzicht te bieden in de kostenopbouw van vergunningverlening.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

5. De Autoriteit woningcorporaties

Ook het toezicht van de Autoriteit woningcorporaties verandert en verbetert. Governance is het sleutelwoord. In dit hoofdstuk staat hoe dat werkt.

5.1 Ambitie Autoriteit woningcorporaties

De ambitie van de Autoriteit woningcorporaties is een bijdrage leveren aan het vertrouwen in een goede taakuitoefening door corporaties - in het belang van de volkshuisvesting. Corporaties hebben als kerntaak: het bieden van betaalbare en kwalitatief goede woningen aan mensen die hier niet zelf in kunnen voorzien. Het vinden van een passende woning en het wonen in een kwalitatief goede en betaalbare woning vormen het perspectief van de woningzoekende en huurder.

5.2 Informatie is de kern

Een goede informatievoorziening en analyse vormt de kern van het werk van de Autoriteit woningcorporaties. Dit is de basis voor verdere kennisontwikkeling. De informatie kan kwalitatief zijn, zoals rapporten van planbureaus, maar ook kwantitatief, zoals de financiële ratio’s. Op basis van de beschikbare informatie zal een voortdurende scan op risico’s plaatsvinden.

Met het centraal stellen van de informatiepositie en de daarbij horende versterking van de analyse- en kennisfunctie, zal de focus van het huidige instellingstoezicht zich op termijn verplaatsen naar thematisch toezicht. Dit kan resulteren in een publicatie of een brief aan alle corporaties of een deel daarvan. Ook kan het aanleiding zijn voor verdieping van het (governance) toezicht, met als achterliggend doel: het intern toezicht op deze aspecten versterken. Deze vorm van toezicht biedt meer mogelijkheden om invulling te geven aan de reflectieve en effectieve functie: hoe werkt een bepaalde regeling in de praktijk? Of: wat heeft het toezicht van de Autoriteit woningcorporaties bijgedragen aan het voorkomen of oplossen van een bepaald probleem?

Jaarlijks zal de Autoriteit woningcorporaties verkenningen en onderzoeken uitvoeren, die de opmaat kunnen vormen voor thematisch toezicht. Daarnaast wordt jaarlijks het Sectorbeeld gepubliceerd dat een overall beeld geeft van de sector.

Samen met Aedes, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) werkt de Autoriteit woningcorporaties nauw samen om de informatievoorziening vanuit de corporatiesector te vernieuwen en de verantwoordingslast terug te brengen. Daarvoor is aansluiting gezocht bij Standard Business Reporting (SBR). Dit is een systeem dat ook elders binnen de rijksoverheid gebruikt wordt voor gegevensuitwisseling. De uitvraag van de prognosegegevens zal plaatsvinden via een SBR-portaal.

5.3 Accountantsprotocol

De Autoriteit woningcorporaties steunt bij het uitvoeren van de toezichtstaken op de controlewerkzaamheden van de accountants bij de corporaties. In het accountantsprotocol worden hiervoor eisen gesteld aan de werkzaamheden van de accountants bij corporaties. Het protocol is opgenomen in een bijlage bij de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting en wordt jaarlijks geactualiseerd. De Autoriteit woningcorporaties is voorzitter van de werkgroep die zorgt voor actualisering en is tevens penvoerder. In deze rol bewaakt zij de ambitie tot reductie van de administratieve lasten.

5.4 Toezicht in 2019

Het gezamenlijke beoordelingskader van de Autoriteit woningcorporaties en WSW is de basis voor het toezicht op de corporatiesector. In 2019 worden alle corporaties op basis van dit kader beoordeeld. Het kader kent drie toezichtvelden: financiële continuïteit, bedrijfsmodel en governance & organisatie. De Autoriteit woningcorporaties beoordeelt de governance van de corporatie en WSW beoordeelt het bedrijfsmodel. Bij de jaarlijkse ontvangst van de verantwoording- en prognosegegevens analyseren de Autoriteit woningcorporaties en WSW de belangrijkste financiële ontwikkelingen en stemmen eventuele acties af. Vanuit zijn taak als borger stelt WSW voor iedere corporatie een financiële analyse samen en deelt deze met de Autoriteit woningcorporaties. Jaarlijks zal de Autoriteit woningcorporaties een basisonderzoek verrichten op het terrein ‘governance & organisatie’ en WSW op het bedrijfsmodel. Als de uitkomsten van de basisonderzoeken daartoe reden geven, volgt een verdieping en daarna eventueel een interventie richting de corporatie. De bevindingen bij de onderzoeken worden gedeeld met de andere partij, zodat deze deels kan varen op de inzichten van de ander. Interventies vinden in onderlinge afstemming plaats.

De onderwerpen integriteit en rechtmatigheid behoren volgens artikel 61 van de Woningwet tot het toezicht van de Autoriteit woningcorporaties. Omdat zij geen primair aandachtsgebied voor WSW vormen, zijn ze niet in het beoordelingskader opgenomen. De Autoriteit woningcorporaties voert het toezicht op deze onderwerpen uit, legt eventuele interventies op en deelt haar bevindingen - voor zover dit nodig en mogelijk is in verband met de vertrouwelijkheid - met WSW.

Er loopt een evaluatie van de Woningwet. De uitkomsten hiervan - die eind 2018 beschikbaar komen – kunnen nog gevolgen hebben voor de uitvoering van het jaarplan 2019.

5.5 Governance

Naast het basisonderzoek zal de Autoriteit woningcorporaties eenmaal in de vier jaar een governance-inspectie uitvoeren. Omdat governance alle aspecten van het besturen van een corporatie betreft, stelt de Autoriteit woningcorporaties governance centraal in haar toezicht op individuele corporaties. Gebrekkige governance blijkt vaak mede de oorzaak van incidenten uit het verleden. Een goed functionerende governance kan veel problemen voorkomen, zoals een slechte aanpak van financiële problemen, integriteitsinbreuken en tekortkomingen in de compliance.

Met de Stichting Visitatie Woningcorporaties Nederland (SVWN) heeft de Autoriteit woningcorporaties afgesproken dat de Autoriteit woningcorporaties in beginsel geen governance-inspectie uitvoert als er in die periode ook een visitatie plaatsvindt. Dit gebeurt dan twee jaar daarna, dus tussen twee visitaties in. Als echter uit het basisonderzoek of uit andere signalen blijkt dat een eerdere inspectie nodig is, dan zal de Autoriteit woningcorporaties dit moment vervroegen. Ook een kritisch visitatierapport kan aanleiding zijn om een inspectie uit te voeren. Daarnaast voert de Autoriteit woningcorporaties ook inspecties uit naar aanleiding van andere signalen (compliance, financieel, integriteit). Ook bij deze inspecties wordt vanuit het signaal altijd bekeken wat de rol van de governance hierin is.

De inspecteurs van de Autoriteit woningcorporaties zijn in verbinding met de corporaties en werken nauw samen met de accountmanagers van WSW. De inspecteurs zijn de ogen en oren van de Autoriteit woningcorporaties en geven signalen af over ontwikkelingen binnen de sector. Signalen over risicovolle zaken kunnen worden voorgelegd aan de minister ten behoeve van beleidsontwikkeling.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

De Autoriteit woningcorporaties (vervolg)

5.6 Integriteit

Een belangrijk onderdeel van het toezicht van de Autoriteit woningcorporaties, en essentieel voor het gewenste vertrouwen in de corporatiesector, is het toezicht op de integriteit van beleid en beheer. Integriteit is nauw verbonden met governance. Aandacht voor governance en de interne checks and balances binnen een corporatie is bij het toezicht op integriteitsrisico’s essentieel. Individuele integriteitschendingen kunnen worden voorkomen en gecorrigeerd als de interne bedrijfscultuur open en transparant is waardoor medewerkers, management en bestuur elkaar aanspreken bij mogelijke misstanden.

Via het Meldpunt Integriteit Woningcorporaties (MIW) ontvangt de Autoriteit woningcorporaties signalen over mogelijke integriteitschendingen. Het gaat hierbij onder meer om signalen van mogelijke zelfverrijking of fraude ten koste van het maatschappelijk gebonden vermogen van corporaties. Bij een vermoeden van een strafbaar feit schakelt de Autoriteit woningcorporaties de ILT-IOD in voor opsporing van mogelijk strafbare feiten. Daarnaast ontvangt de Autoriteit woningcorporaties ook signalen op basis van art. 29 lid 1 sub c BTIV (Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting) en uit de media.

Integriteit is ook een belangrijk onderdeel van de beoordeling als het gaat om geschiktheid en betrouwbaarheid van bestuurders en intern toezichthouders bij corporaties. De aandacht van de Autoriteit woningcorporaties voor de vereiste competenties van bestuurders en intern toezichthouders versterkt de governance en daarmee het zelfcorrigerend vermogen van de raden van bestuur en de raden van commissarissen. Bij het streven naar good governance speelt de geschiktheid- en betrouwbaarheidstoets een belangrijke rol.

5.7 Toezicht op rechtmatigheid

Bij het toezicht staat het beoogde maatschappelijke effect altijd voorop: de bedoeling van de wet en niet (alleen) het naleven van de geboden en verboden. Het voorkomen dan wel aanpakken van schadelijk gedrag heeft voor de Autoriteit woningcorporaties prioriteit bij de inzet van toezichtcapaciteit. Bij het constateren van schadelijk gedrag zal de Autoriteit woningcorporaties altijd actie ondernemen, ook als er geen sprake is van onrechtmatig handelen.

5.8 Wet normering topinkomens

De Autoriteit woningcorporaties ziet naast de Woningwet ook toe op de naleving van de Wet normering topinkomens (WNT) door bestuurders en interne toezichthouders. Voor corporaties gelden op basis van deze wet specifieke bezoldigingsmaxima. De externe accountant van een instelling controleert aan de hand van een vastgesteld WNT-protocol de opgave van corporaties. De accountant is wettelijk verplicht overtredingen te melden bij de Autoriteit woningcorporaties. Door de Autoriteit woningcorporaties worden alle jaarverslagen en accountantsrapporten gecontroleerd op opmerkingen of oordeelsonthoudingen op het gebied van onder meer de WNT. Daarnaast analyseert de Autoriteit woningcorporaties de digitale opgave van onder meer de bezoldigingen- en beëindigingsvergoedingen en rapporteert hierover aan de minister van BZK. De bezoldigingen- en beëindigingsvergoedingen worden openbaar gemaakt.

5.9 Toezicht op toewijzen in het kader van passendheid en staatssteun

Corporaties moeten op basis van de wet minstens 95% van de huishoudens met recht op huurtoeslag huisvesten in een woning met een huurprijs tot en met de aftoppingsgrens. Het gaat daarbij om nieuwe verhuringen, niet om bestaande verhuringen. De Autoriteit woningcorporaties ziet erop toe dat corporaties aan deze norm voldoen. De resterende marge van vijf procent is bedoeld om corporaties een beperkte ruimte te bieden om in uitzonderingssituaties toch een (iets) duurdere woning te kunnen toewijzen, bijvoorbeeld wanneer niet op korte termijn een kwalitatief passende woning met een meer betaalbare huurprijs beschikbaar is. Op deze wijze wordt bevorderd dat huishoudens met een laag inkomen een aanvangshuur betalen die past bij dat lage inkomen.

Daarnaast dienen corporaties minstens negentig procent van de sociale huurwoningen te verhuren aan de doelgroep. Deze doelgroep is afgebakend met wettelijk bepaalde inkomensgrenzen. Deze norm komt voort uit de zogenaamde staatssteunbepalingen. De Autoriteit woningcorporaties ziet erop toe dat corporaties aan deze norm voldoen. Op deze wijze wordt bevorderd dat de ruimte die Nederland van Europa heeft gekregen om staatssteun te geven ook daadwerkelijk ten goede komt aan de doelen die daarvoor zijn benoemd.

5.10 Toezicht op kruissubsidiëring en overcompensatie

Vanaf 2018 wordt toezicht uitgeoefend op juridisch of administratief gescheiden entiteiten bij corporaties. Het toezicht richt zich vooral op kruissubsidiëring (en dan vooral weglek van vermogen van de DAEB-tak (Diensten van Algemeen Economisch Belang) naar niet-DAEB-tak) en overcompensatie (te veel staatssteun voor DAEB-activiteiten).

Ten aanzien van de administratief gescheiden niet-DAEB-activiteiten is het onder voorwaarden mogelijk dat deze activiteiten gebruik maken van vermogen van het administratief gescheiden DAEB-deel. Bijvoorbeeld als het gaat om herstructurering, maar soms ook als externe financiering geen optie is.

5.11 Corporaties onder verscherpt toezicht

De Autoriteit woningcorporaties kan corporaties met een verhoogd risico onder verscherpt toezicht plaatsen. Bij verscherpt toezicht is er sprake van het opleggen van de plicht tot het maken en uitvoeren van een herstelplan. De plaatsing onder verscherpt toezicht kan bij voldoende aanleiding elk moment plaatsvinden. Zorgen en twijfels over de governance zijn steeds vaker aanleiding om over te gaan tot plaatsing onder verscherpt toezicht.

Een bijzondere positie wordt ingenomen door de corporaties die in sanering verkeren. Een corporatie moet een saneringsplan indienen als de financiële middelen ontbreken om haar werkzaamheden te kunnen voortzetten. De sanering wordt uitgevoerd door het WSW.

5.12 Toezicht op WSW

Onderdeel van het publieke toezicht van de Autoriteit woningcorporaties is het toezicht op WSW. Het toezicht op WSW maakt deel uit van het stelseltoezicht en heeft een nadere uitwerking gekregen in een apart in september 2016 gepubliceerde visie op dat toezicht.

Doel van het publiekrechtelijke toezicht op WSW is om het financieel risico van de achtervang te beheersen. WSW stelt beleidsregels op om het financiële risico te beheersen. De Autoriteit woningcorporaties toetst de uitvoering van bestaande beleidsregels en adviseert het ministerie van BZK over de goedkeuring van voorgenomen beleidsregels. Het toezicht richt zich daarnaast op een beheerste en integere bedrijfsvoering conform het BTIV. Ook beoordeelt de Autoriteit woningcorporaties de geschiktheid en betrouwbaarheid van de bestuurders en commissarissen van WSW bij benoeming en herbenoeming.

Het toezicht richt zich niet op individuele borgingsbeslissingen, noch op de uitoefening van de saneringstaak door WSW. Wel geeft de Autoriteit woningcorporaties een zienswijze op een door een corporatie ingediende saneringsaanvraag. WSW betrekt deze zienswijze bij de te beoordelen aanvraag voor een saneringssubsidie.

De Autoriteit woningcorporaties adviseert over beleidsregels WSW, werkt samen met WSW en houdt toezicht op WSW. Om het toezicht op WSW zo onafhankelijk en objectief mogelijk uit te kunnen voeren, moeten deze verschillende rollen goed van elkaar gescheiden worden. Ze kunnen in ieder geval niet verenigd worden in één persoon binnen de Autoriteit woningcorporaties. Daarom neemt niet de toezichtafdeling de advisering over beleidsregels van WSW voor haar rekening, maar de directie Omgeving en Bestuur.

5.13 Toestemmingen, ontheffingen en zienswijzen

De wetgever heeft ervoor gekozen om bepaalde handelingen van corporaties pas toe te laten nadat de Autoriteit woningcorporaties deze heeft goedgekeurd namens de minister van BZK. Hiervoor geeft de Autoriteit woningcorporaties een goedkeuring of zienswijze af na het indienen van een aanvraag door de corporatie. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de goedkeuring van een fusie, de wijziging van statuten en de goedkeuring van de verkoop van woningen en maatschappelijk vastgoed. Het afgeven van toestemming, ontheffing en zienswijze wordt door de Autoriteit woningcorporaties aangemerkt als het verlenen van een vergunning. De aanvragen hebben doorgaans betrekking op complexe situaties en de afhandeling vraagt maatwerk. Ook bij deze activiteit werkt de Autoriteit woningcorporaties vanuit de bedoeling van de wet en risicogericht. Bij een aantal vergunningen wordt samengewerkt met WSW. De Autoriteit woningcorporaties streeft ernaar om het proces van vergunningverlening zo helder mogelijk te maken met korte doorlooptijden.

5.14 Voorlichting

Voorlichting over de Woningwet valt ook onder de dienstverlening van de Autoriteit woningcorporaties. Door voorlichting over deze wet wordt de kennis verbreed en helpt dit te voorkomen dat de Autoriteit woningcorporaties als toezichthouder moet optreden. Een belangrijk preventief middel dus.

Om de samenwerking met het Meld- en Informatiecentrum van de ILT te optimaliseren, heeft de Autoriteit woningcorporaties sinds 2018 de functie van kennismakelaar ingesteld. Deze functie heeft een centrale positie bij het stroomlijnen van vragen en meldingen. Ook zal het een belangrijke rol spelen bij het vertalen van vragen en signalen naar kennis die vastgelegd wordt en die binnen en buiten de Autoriteit woningcorporaties gedeeld kan worden.

De Autoriteit woningcorporaties wil transparant zijn over haar werkwijze en oordelen. Daarom publiceert de Autoriteit woningcorporaties alle oordeelsbrieven en brieven naar aanleiding van inspecties op haar website.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

6. Het vakmanschap van de ILT

Deskundige en gemotiveerde medewerkers zijn essentieel voor het functioneren van de ILT. Risicogestuurd werken, omgevingsbewustzijn, flexibiliteit, programmatisch werken: het zijn zaken die hoge eisen stellen aan ILT-medewerkers.

Speerpunten voor 2019

Investeren in kwaliteit en talent van medewerkers
De ILT heeft een uitgebreid opleidingsplan voor de ontwikkeling van medewerkers en voor het op peil houden van het benodigde kennisniveau. De ILT heeft zicht op de kennis en kunde van de medewerkers. Om de juiste mens op de juiste plaats te laten werken bij de aanstaande veranderingen, wil de ILT een betere match van de gevraagde en benodigde kwaliteiten. De komende jaren werkt de ILT aan een goede manier van het integraal vastleggen van de kwaliteit, de talenten en de motivatie van medewerkers. Dat inzicht wordt de basis voor verandering en ontwikkeling en vergroot de flexibele inzet. Daardoor neemt de wendbaarheid van de ILT als geheel toe.

Instroom, groeien, boeien en binden
De hoge gemiddelde leeftijd van de ILT zorgt de komende jaren voor een aanzienlijke uitstroom van medewerkers door pensionering. Daardoor dreigt kennisverlies. De ILT zet in op kennisborging, interne en externe kennisdeling, waar mogelijk door anticiperend te werven. Dit is een uitdaging, want het aandeel jongeren dat nieuw op de arbeidsmarkt komt, neemt de komende jaren verder af.

Kennis en vakmanschap
Kennisontwikkeling is van wezenlijk belang voor het functioneren van de ILT. Het gaat om kennis over nieuwe ontwikkelingen in het werkveld of in de manier van werken. De schaarse specialistische en technische kennis vraagt creativiteit in het aantrekken van dergelijk talent. De ILT overlegt met hbo-instellingen en universiteiten over hoe een aantrekkelijke werkgever te worden voor jongeren. Dat gebeurt onder meer door het aanbieden van stages, traineeships en afstudeerstages in relevante studierichtingen.

Duurzame inzetbaarheid
De ILT wil medewerkers een interessante en uitdagende functie bieden, nu en op langere termijn. Duurzame inzetbaarheid is een verantwoordelijkheid van medewerkers en van de organisatie samen. Het is belangrijk dat het werk interessant en uitdagend is op ieder niveau. Het is ook belangrijk dat medewerkers kunnen groeien en zich ontwikkelen. Verder is de goede sfeer in de organisatie van belang.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

Bijlage A Cijfers uit de begroting

Deze bijlage bevat een indicatie van de productiecijfers voor 2019. Let op: cijfers kunnen van jaar tot jaar verschillen. Verder vragen politiek-maatschappelijke incidenten en de reorganisatie tijd en aandacht, wat ten koste kan gaan van het primaire werk. In het jaarverslag legt de ILT verantwoording af over de gerealiseerde productiecijfers.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2019 - 2023

Bijlage B Overzichtstabel IBRA

Overzicht berekende maatschappelijke schadebedragen in € *1 miljoen/jaar.