Meerjarenplan ILT 2020-2024 September

Meerjarenplan ILT 2020-2024 September

Deze printvriendelijke versie bevat niet de volledige inhoud van het online magazine, maar alleen de teksten en een beperkte selectie foto´s. Het hele online magazine met alle foto´s, video´s en multimedia kan worden bekeken op:
https://magazines.ilent.nl/meerjarenplan/2019/01/index

Nog een tip voor het geval u het magazine wil printen: Heeft u een Windows-computer en bekijkt u het magazine met het programma Chrome? Dan adviseren we u voor het afdrukken alleen gebruik te maken van het zogenoemde dialoogvenster (Ctrl+P).

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2020-2024

Voorwoord

Er wordt veel gevraagd van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). En de aard van ons werk verandert. We staan voor grote opgaven en dat is de politiek niet ontgaan. De ILT krijgt dan ook extra financiële middelen van het Kabinet om haar taken uit te voeren. En die middelen kunnen we goed gebruiken. Want met het omvangrijke, diverse en veranderende werkveld is er veel te doen.

We zijn op zoek naar 150 nieuwe ILT’ers, die breed inzetbaar zijn. Van cyberspecialisten en financiële experts tot data-analisten en handhavers. De functies zijn vooral gericht op het versterken van het toezicht. Toezicht op basis van een sterke informatiepositie en een goede inschatting van risico’s.

Met die extra capaciteit gaan we de uitvoering van de programma’s intensiveren. Zo komt er meer capaciteit beschikbaar voor programma’s als Bodem, grond- en oppervlaktewater, Onjuiste verwerking afvalstoffen, Schoon schip en Veilig en duurzaam Schiphol. Dat hoeft dan minder ten koste te gaan van andere toezichttaken.

Met de koersverandering van de ILT zijn al veel stappen gezet. Hoewel de verwachtingen soms groter zijn dan we kunnen waarmaken, zijn we koersvast én wendbaar. Tijdens al de veranderingen is het inspectiewerk doorgegaan. Dat verdient waardering.

Ik ben ook verheugd over de start van een nieuw compact IG-team. Hierin geven 4 directeuren en ik sturing aan de ILT. Dit jaar ronden we de reorganisatie zorgvuldig af en starten we op 1 januari 2020 met de nieuwe organisatie. Er is nog veel te doen, maar de ILT ligt op koers.

Het Meerjarenplan 2020-2024 beschrijft wat we de komende jaren gaan doen aan veiligheid, zekerheid en vertrouwen in transport, infrastructuur, milieu en wonen. Met als doel een zo groot mogelijk maatschappelijk effect bereiken.

Jan van den Bos
Inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2020-2024

Inhoud

1.Waar staat de ILT voor?
De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) is de toezichthouder van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Ruim 1100 medewerkers werken dagelijks aan veiligheid, zekerheid en vertrouwen in transport, infrastructuur, milieu en wonen.

2.Wat wil de ILT bereiken?
De ILT werkt vanaf 2020 met 9 programma’s om optimaal maatschappelijk effect te bereiken
Programma 1: Minder broeikasgassen
Programma 2: Duurzame producten
Programma 3: Bodem, grond- en oppervlaktewater
Programma 4: Onjuiste verwerking afvalstoffen
Programma 5: Slim en veilig goederenvervoer over de weg
Programma 6: Schoon schip
Programma 7: Veilig en duurzaam Schiphol
Programma 8: Veiligheid op het spoor
Programma 9: Verstoring marktwerking bij taxivervoer

3.Verkenningen
In 2020 voert de ILT 6 verkenningen uit.

4.Optimale dienst- en vergunningverlening
De ILT staat voor efficiënte en klantgerichte dienst– en vergunningverlening. Het verlenen van vergunningen is in veel gevallen het begin van het toezicht.

5.Andere toezichtsactiviteiten
Niet elk onderwerp pakt de ILT programmatisch aan. In dit hoofdstuk staan de andere toezichtactiviteiten van de ILT.

6.Toezicht van de Autoriteit woningcorporaties
De Autoriteit woningcorporaties is betrokken bij de kerntaak van de corporaties: het bieden van betaalbare en kwalitatief goede woningen aan mensen die hier niet zelf in kunnen voorzien.

7.De pijlers van het ILT-toezicht
Het toezicht van de ILT heeft 3 pijlers: informeren, selecteren en signaleren. In dit hoofdstuk wordt dit toegelicht.

8.Vakmanschap en kennis
De manier waarop de ILT toezicht wil houden, vraagt om professionele, flexibele medewerkers. De ILT vindt het belangrijk dat haar medewerkers hun talenten optimaal kunnen benutten.

Bijlage  ILT-brede risicoanalyse 2019

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2020-2024

1. Waar staat de ILT voor?

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) is de toezichthouder van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Ruim 1100 medewerkers werken dagelijks aan veiligheid, zekerheid en vertrouwen in transport, infrastructuur, milieu en wonen.

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) houdt toezicht op de veiligheid, duurzaamheid, zekerheid en vertrouwen in transport, infrastructuur, milieu en wonen. De ILT is toezichthouder van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Maar ook van 3 andere ministeries: Economische Zaken en Klimaat (EZK), Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Justitie en Veiligheid (JenV).

De ILT opereert midden in de samenleving. Transport, infrastructuur, milieu, wonen: de ILT opereert in een maatschappelijk speelveld dat voortdurend in beweging is. De ILT wil effect bereiken, haar omgeving betrekken en vanuit een stevige basis flexibel inspelen op maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. De vraagstukken waar de ILT aan werkt, vragen steeds vaker om een samenhangende (in plaats van sectorale) benadering. Ook moet zij rekening houden met de technologische ontwikkelingen.

Selectief

Het werk van de ILT is veelomvattend en divers. Dat betekent dat de ILT niet alles kan doen. Kiezen is noodzakelijk. De ILT kijkt waar de risico’s voor de maatschappij het grootst zijn. Dit doet de ILT vooral op basis van haar inspectiebrede risicoanalyse (IBRA). De IBRA 2019 is in de bijlage opgenomen.

Alert

De rol van de inspectie is breder dan alleen het handhaven van de wet. De ILT is ook de ogen en oren van de bewindspersonen en de buitenwereld. De inspecteurs zien nieuwe ontwikkelingen en onbekende risico’s vaak als eerste. De ILT geeft de ontwikkelingen die zij ziet door middel van signalen af aan de bewindspersonen en deelt haar bevindingen actief met politiek en maatschappij.

Verbindend

De ILT doet maatschappelijk relevant werk. Daarom staat de ILT in verbinding met de omgeving: de samenleving, handhavingspartners, sectoren, beleid en politiek, wetenschap en media. De ILT legt en onderhoudt relaties op strategisch, tactisch en operationeel niveau, zowel nationaal als internationaal.

Dienstverlenend

Naast het houden van toezicht verleent de ILT vergunningen en certificaten en geeft zij informatie en voorlichting over wet- en regelgeving. Ook zorgt de ILT voor adequate opsporing bij misdrijven die schade aan mens en maatschappij kunnen veroorzaken. Verder doet de ILT onderzoek naar incidenten en ongevallen.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2020-2024

2. Wat wil de ILT bereiken?

De ILT werkt vanaf 2020 met 9 programma’s om optimaal maatschappelijk effect te bereiken. In dit hoofdstuk staat de aanpak per programma.

Programmatische aanpak

De programmatische aanpak van de ILT bestaat uit een flexibele manier van werken, inzet van de juiste middelen, een efficiënte inzet van multidisciplinaire teams en samenwerking met de omgeving. Daarbij houdt de ILT rekening met de ontwikkelingen die naar voren zijn gekomen uit de omgevingsanalyse (2018).

  • Vraagstukken vragen steeds vaker om een integrale in plaats van een sectorale benadering.
  • Technologische ontwikkelingen gaan snel en vragen om een passende benadering door de overheid.
  • In het maatschappelijk verkeer wordt ongelijkheid steeds minder geaccepteerd.
  • Door de toenemende inzet van technologie ontstaat meer inzicht en kennis. Dit vergroot het gevoel van onveiligheid, terwijl het per saldo veiliger is geworden.

Een programma is altijd tijdelijk. Voordat een programma start, vindt een verkenning plaats naar een maatschappelijk probleem. Zo ontstaat een beter beeld van de oorzaken en de veroorzakers van het probleem. Door deze inzichten is de ILT beter in staat een strategie te ontwikkelen. Hierbij werkt de ILT samen met interne en externe partijen en wisselt ze kennis uit. Dit is een herhalend proces waarbij nieuwe inzichten leiden tot nieuwe keuzes.

De ILT kiest meestal voor een programmatische aanpak, maar niet altijd. Soms blijkt uit een verkenning dat een andere werkwijze meer effect oplevert, zoals het afgeven van een signaal. Een signaal is een rapportage aan de politiek, het ministerie of de omgeving.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2020-2024

Programma 1: Minder broeikasgassen

Wat wil de ILT bereiken?

Het doel van dit programma is om de uitstoot van de broeikasgassen te verminderen: ozonlaagafbrekende stoffen (OAS) en gefluoreerde gassen (F-gassen).

De ILT doet dit via 2 projecten:

  • Het verminderen van lekverliezen van OAS en F-gassen bij oude koelinstallaties.
  • Het terugdringen van de productie en handel in verboden OAS en F-gassen.

Hoe wil de ILT dit bereiken?

Verminderen van lekverliezen
In het eerste project zoekt de ILT, op basis van data-analyse, waar het grootste risico is op het weglekken van deze broeikasgassen (lekverliezen). In 2020 bekijkt de ILT of het oprichten van een landelijke databank voor de registratie van koudemiddelen, onder andere gericht op uitstoot, helpt bij het in kaart brengen van het lekverlies. Hoort de ILT opvallende signalen of meldingen uit het veld? Dan kan dat aanleiding zijn voor een inspectie. In 2020 richt het programma zich op de doelgroepen die naar voren zijn gekomen uit de interventietoolbox.

Minder illegale handel
Binnen het 2e project brengt de ILT in 2019 de keten in kaart om de illegale handel terug te dringen. De ILT weet daarmee waar in de keten de zwakke schakels zitten. Op deze manier onderschepte de ILT bijvoorbeeld 1600 kilo illegale koudemiddel (R134A). Het toezicht richt zich in 2020 op ladingen afkomstig uit China en Turkije die de EU binnenkomen. Ook richt de ILT zich op de Rotterdamse haven vanwege de binnenkomende containers die zijn bestemd voor de illegale handel.

Innovaties
De ILT wil effect bereiken, haar omgeving betrekken en vanuit een stevige basis flexibel inspelen op maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Zo zoekt de ILT naar innovatieve manieren om de kwaliteit en effectiviteit van het toezicht te verbeteren. Ook volgt de ILT de innovaties op het gebied van alternatieve manieren van koelen.

Waarom doet de ILT dit?

Door de uitstoot van broeikasgassen warmt de aarde op. Daarmee vormen broeikasgassen een bedreiging voor mens en milieu. Bij broeikasgassen wordt vaak gedacht aan CO2. Maar ook koelapparatuur, brandblussers en hoogspanningsschakelaars bevatten broeikasgassen. Dit zijn de zogenoemde ozonlaag afbrekende stoffen (OAS) en gefluoreerde gassen (F-gassen), ook wel synthetische broeikasgassen genoemd.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2020-2024

Programma 2: Duurzame producten

Wat wil de ILT bereiken?

Dit programma heeft 4 doelen:

  • Minder onnodig gebruik van energie door producten.
  • Het voorkomen van het gebruik van gevaarlijke en (zeer) zorgwekkende stoffen in producten.
  • Het verminderen van onnodig gebruik van grondstoffen in producten.
  • Betere afstemming van het productontwerp op het terugwinnen van grondstoffen.

Het doel is dat de producten op de Nederlandse markt voldoen aan de normen voor Ecodesign en Restriction of Hazardous Substances (RoHS).

Aanpak per productgroep
Voor de productgroepen die hoog scoren in de risicorangorde (zie onder) voert de ILT een nulmeting uit op basis waarvan ze de toezichtsaanpak bepaalt. Daarbij gaat het om de vraag: welke doelgroepen (fabrikanten, importeurs, detaillisten) zijn betrokken en hoe is het gesteld met de naleving? Bij deze analyse maakt de ILT gebruik van eigen inspectiedata, data van collega-toezichthouders (nationaal en Europees) en data uit openbare bronnen. De ILT voert systeemgerichte inspecties uit. Realitychecks zijn daar een onderdeel van. Zo nodig test de ILT producten. Als er sprake is van niet-naleven, zet de ILT een mix in van repressieve en correctieve interventiemethoden, zoals een waarschuwing, last onder dwangsom of laat ze het product van de markt halen. De ILT gebruikt ook methoden om doelgroepen te overtuigen, bijvoorbeeld via brancheverenigingen en publiciteit.

Hoe wil de ILT dit bereiken?

De ILT gaat het toezicht risicogericht uitvoeren. Hiervoor is inzicht in de markt nodig: welke bedrijven fabriceren of importeren? Hoeveel grote en kleinere bedrijven zijn er? Wat zijn risicovolle producten? En welke bedrijven zijn al eens in de fout gegaan? Het toezichtsmodel ontwikkelt zich in 2020 geleidelijk van objectgericht naar systeemgericht. De ILT achterhaalt de oorzaak van de niet-naleving door partijen in de keten en richten daar interventies op. Hierdoor kan op fabrikant- of importeurniveau van meerdere productgroepen/producten in 1 keer de naleving verbeterd worden.

Risicorangorde
In 2019 brengt de ILT samen met externe partijen de grootste risico’s van verschillende productgroepen, ketens en doelgroepen in beeld. Op basis daarvan stelt de ILT een risicorangorde vast. Deze rangorde bepaalt welke productgroepen en welke marktpartijen aangepakt zullen worden. In 2019 ligt de focus op elektromotoren, warmtepompen en pelletkachels.

In 2020 en 2021 richt het programma zich op de volgende producten en productgroepen:

  • Externe stroomvoorziening
  • Koelapparaten voor huishoudelijk gebruik
  • Huishoudelijke verlichting (gerichte en niet-gerichte lampen, LED, reflectorlampen en armaturen)
  • Transformatoren
  • Huishoudelijke ovens, kookplaten en afzuigkappen
  • Lokale ruimteverwarmers
  • Airconditioners en ventilatoren
  • Waterverwarmers heaters
  • Kleine elektronica

Sterke Europese samenwerking
Naast het aanpakken van specifieke productgroepen, wil de ILT de Europese samenwerking tussen markttoezichthouders versterken. Samenwerking en coördinatie van werkzaamheden is nodig om de Europese energiebesparingsdoelstellingen te halen. Concreet betekent dit dat de ILT een actieve rol speelt in samenwerkingsprojecten zoals EEPLIANT 3. Een deel van het toezicht op bovengenoemde productgroepen gebeurt vanuit dit samenwerkingsproject.

Sterkere rol eindgebruikers
De ILT gaat komende jaren ook de rol van eindgebruikers versterken. De eindgebruiker heeft geen rol en verplichtingen in de Europese wetgeving rondom Ecodesign en RoHS. Maar we kunnen via ander en slimmer toezicht wel meer gebruikmaken van de ‘ogen en oren’ van eindgebruikers. Ook kunnen we eindgebruikers beter informeren over de producten, bijvoorbeeld via sociale media.

Samenwerking met China
Tot slot bouwen we in 2020 de samenwerking met China verder uit. China is als herkomstland van veel elektrische en elektronische apparatuur een belangrijke partner voor de ILT als markttoezichthouder. De ILT wil afspraken maken met China, waardoor de door China geïnspecteerde zendingen in Nederland niet nogmaals gecontroleerd hoeven te worden.

Waarom doet de ILT dit?

Het niet-naleven van de regelgeving leidt tot energieverspilling door elektrische en elektronische apparatuur. Als de Ecodesign Richtlijn en de regelgeving voor energielabels nageleefd zouden worden, kan bijna 2035 TWh energie bespaard worden. Dat is bijna de helft van de Europese energiebesparingsdoelstelling voor 2020.

Cijfers
Recente cijfers laten zien dat het niet de goede kant opgaat: sinds 2014 stijgt het energiegebruik weer. Uit onderzoek van de EU blijkt dat 10 tot 20% van de producten niet voldoet aan de Ecodesign Richtlijn. Daardoor wordt ongeveer 10% van de mogelijke energiebesparing niet gerealiseerd. Daarnaast zorgt het gebruik van verboden stoffen in producten dat afvalstromen vervuild raken en ongeschikt worden voor hergebruik.

Lastig
Het is lastig dat de markt voor elektr(on)ische producten en producten waarin zware metalen voorkomen, zo groot en onoverzichtelijk is. Gegevens over marktpartijen ontbreken of zijn niet toegankelijk. Het is daardoor niet makkelijk om vast te stellen welke bedrijven deze producten op de markt brengen. Daarnaast is deze markt steeds in beweging. Er komen steeds meer kleine bedrijven bij en via internethandel kunnen particulieren ook zelf producten van buiten de EU importeren. Om deze problematiek aan te pakken zet de ILT internettoezicht in.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2020-2024

Programma 3: Bodem-, grond-, en oppervlaktewater

Wat wil de ILT bereiken?

Dit programma heeft 3 doelen:

  • Het helpen voorkomen van nieuwe bodemverontreinigingen en aantasting van de bodem.
  • Het bevorderen van veiliger en duurzamer (her)gebruik van bodem en secundaire bouwstoffen.
  • Het verbeteren van de kwaliteitsborging van bodembeheer en bodembescherming.

Andere doelen
Daarnaast investeert het programma in doelmatig en effectief toezicht in de keten. Dit doet de ILT via samenwerking en strategische, programmatische en onderling afgestemde uitvoering. Ook is er een relatie met de uitvoeringsagenda Bodem van de strategische milieukamer van het Openbaar Ministerie. Tot slot wil de ILT met dit programma een bijdrage leveren aan een effectieve en doelmatige regelgeving die de schade aan de bodem voorkomt.

In 2020 richt het programma zich voornamelijk op het bevorderen van het veiliger en duurzamer (her)gebruik van bodem en secundaire bouwstoffen. Er is sprake van spanning tussen bescherming van het milieu en het hergebruik van materialen in de circulaire economie. Vanaf 2021 verschuift de focus naar de andere doelstellingen.

Hoe wil de ILT dit bereiken?

In 2020 lopen 4 projecten die zich richten op het bevorderen van het veiliger en duurzamer (her)gebruik van bodem en secundaire bouwstoffen:

  • Grondimport
    Nederland heeft een tekort aan grond. Daarom wordt grond uit het buitenland geïmporteerd, meer dan 1 miljoen ton per jaar. Er zijn signalen dat daarmee ook vervuilde grond het land binnenkomt. In 2020 focust de ILT daarom op goede naleving van de regels door de importeurs. Ook ligt de focus op bewustwording bij de afnemers van de geïmporteerde grond.
     
  • Bodemas
    Bodemas wordt gebruikt als fundering van wegen, ophogingen, geluids- en zichtwallen en steun- en afdeklagen bij stortplaatsen. Bodemas is het materiaal dat overblijft na verbranding van afval in een afvalenergiecentrale. Bedrijven bewerken bodemas zodat die gebruikt kan worden als bouwstof ter vervanging van grind of zand. De ILT heeft in 2019 een onderzoek afgerond na signalen van omgevingsdiensten over problemen met de import, productie, kwaliteitsverbetering, opslag, toepassing en monitoring van bodemas. In 2020 richt de ILT zich samen met de handhavingspartners op bewustwording bij de opdrachtgevers (toepassers van bodemas). Het gaat erom dat zij het belang inzien van de juiste toepassing en monitoring van bodemas.
     
  • Thermisch gereinigde grond
    Na een incident in 2018 was er bij de afnemers (toepassers) van thermisch gereinigde grond onvoldoende vertrouwen in de eigenschappen en kwaliteit van deze grond. Daardoor stagneerde de afzet. In 2020 voert de ILT samen met de Omgevingsdiensten risicogericht onderhoudstoezicht uit bij de thermische reinigers.
     
  • Shoppen met grond en baggerspecie
    Grond of baggerspecie die de ILT heeft afgekeurd voor het storten moet naar een erkende verwerker. Onduidelijk is waar de afgekeurde partijen naartoe gaan, omdat daar het toezicht van de ILT formeel stopt. Mogelijk ontdoen verwerkers zich op illegale wijze van deze partijen en wordt er met de grond ‘geshopt’ totdat die ergens kan worden toegepast. Aangezien de kosten voor het verwerken veel hoger zijn dan voor het toepassen en het aantal verwerkers beperkt is, kan hier een (financiële) prikkel zijn die aanzet tot illegaal ontdoen. In 2020 start de ILT een onderzoek naar deze praktijken.

In 2020 starten 2 projecten die zich richten op een betere kwaliteitsborging van bodembeheer en –bescherming:

  • De overheid als opdrachtgever
    De overheid als opdrachtgever voor een project kan een ander belang hebben dan de overheid als toezichthouder. In 2020 onderzoekt de ILT de mogelijke risico’s.
     
  • Diepe plassen
    Uit het toezicht komen signalen dat grootschalige bodemtoepassingen een potentiële bron van verontreiniging zijn voor het aangrenzende grond- en oppervlaktewater. Beheermaatregelen moeten voorkomen dat er materiaal lekt of wegspoelt. De ILT signaleert dat het beheer van enkele buiten gebruik zijnde grootschalige bodemtoepassingen niet op orde is. Ook blijkt dat er soms meer materiaal wordt toegepast dan waarschijnlijk is. In 2020 start de ILT een onderzoek naar de omvang van het probleem.

Waarom doet de ILT dit?

Schade voorkomen
Verontreiniging van bodem, grond- en oppervlaktewater kan milieu- en gezondheidsschade opleveren. Er zijn veel gevaarlijke stoffen die zich kunnen verspreiden en er zijn diverse verspreidingsroutes. Vaak is een kostbare sanering nodig.

Er wordt veel gegraven
Het aantal werkzaamheden in de bodem is groot. Naar schatting vinden dagelijks 1400 graafbewegingen plaats. Op veel plaatsen kunnen overtredingen plaatsvinden. De spelers in de bodemketen (opdrachtgevers en bodemintermediairs) werken niet alleen op lokaal niveau, maar vaak ook regionaal, landelijk of internationaal.

Wettelijke taak
De ILT heeft de wettelijke taak om te zorgen voor doelmatig toezicht. De ILT, Rijkswaterstaat, de provincies, waterschappen en gemeenten houden toezicht. Daarnaast houden het Staatstoezicht op de Mijnen, Agentschap Telecom en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit toezicht op handelingen in of met de bodem. Naast het publieke toezicht is er ook sprake van een privaat toezichtstelsel met certificerende instellingen. Er is sprake van versnippering: het toezicht op en de handhaving van bodemregelgeving kan effectiever en doelmatiger.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2020-2024

Programma 4: Onjuiste verwerking afvalstoffen

Wat wil de ILT bereiken?

Met dit programma wil de ILT schade voorkomen of beperken voor mens en milieu als gevolg van de onjuiste verwerking van afvalstoffen. Er zijn 3 pijlers. Per pijler volgt een aantal doelen en projecten.

  • Minder verspilling van schaarse grondstoffen
  • Minder onjuiste verwerking van gevaarlijke afvalstoffen
  • Voorkomen van dump van Nederlands afval in niet-OESO-landen met een kwetsbare verwerking- en toezichtstructuur

Hoe wil de ILT dit bereiken?

Minder verspilling van schaarse grondstoffen

  • Bedrijven hebben al bij het productontwerp aandacht voor het feit dat het product in de afvalfase gerecycled kan worden.
  • Afval wordt gescheiden ingezameld. Inzameling van afvalstoffen wordt verbeterd.
  • De ILT pakt lekstromen effectief aan.
  • Gescheiden ingezameld afval wordt zo hoogwaardig mogelijk gerecycled.
  • Hoogwaardige verwerking van afvalstoffen is conform de minimumstandaard in het Landelijk afvalbeheerplan.
  • De ILT toetst of in de circulariteit zorgvuldig en conform het beleid en Registratie, Evaluatie, Autorisatie en restrictie van Chemische stoffen (REACH) met zeer zorgwekkende stoffen wordt omgegaan.

Minder onjuiste verwerking van gevaarlijke afvalstoffen

  • (Petro)chemische bedrijven en raffinaderijen leven de regels goed na voor reststromen en bijproducten die zij als brandstofcomponent op de markt brengen. Zij nemen verantwoordelijkheid voor de hele keten, om risico's voor mens en milieu zoveel mogelijk te voorkomen.
  • Olieterminals kennen en beheersen de inkomende stromen door actief acceptatiebeleid en kwaliteitsborging.
  • Tankopslagbedrijven werken bij het mengen van brandstof volgens de REACH-verordening. Zij gebruiken hierbij de handleiding van de Vereniging van Nederlandse tankopslagbedrijven (VOTOB).
  • De ILT heeft zicht op de verspreiding van GenX-houdende afvalstromen en de bewerking daarvan. De ILT zet dit actief op de agenda van de betrokken bedrijven en toezichthouders.

Voorkomen van dump van Nederlands afval in niet-OESO-landen met een kwetsbare verwerking- en toezichtstructuur

  • Gerichte toezicht op exportstromen op basis van douane-selectieprofielen.
  • Effectieve toezichtstrategie voor logistiek EVOA-toezicht in de zeehavens.
  • Focus op de export van sloopschepen en voertuigen die aan het eind van hun levensduur zijn.

Verder wil de ILT met dit programma een actieve bijdrage leveren aan de transitie van het afvalbegrip in de circulaire economie door:

  • Het benutten van ruimte in bestaande regelgeving.
  • Het optimaliseren van het afvalrecht en het experimenteren hiermee.
  • De inzet op specifieke CE-sturingsinstrumenten.

Waarom doet de ILT dit?

Met dit programma pakt de ILT 3 maatschappelijke problemen aan die schadelijk zijn voor mens en milieu:

  • Verspilling van schaarse grondstoffen en energie.
  • Onjuiste verwerking van gevaarlijke afvalstoffen.
  • 'Dump’ van Nederlands afval in niet-OESO-landen met een kwetsbare verwerking- en toezichtstructuur.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2020-2024

Programma 5: Slim en veilig goederenvervoer over de weg

Wat wil de ILT bereiken?

Met dit programma wil de ILT fysieke en economische schade als gevolg van onveiligheid en oneerlijke concurrentie binnen het goederenvervoer over de weg verminderen.

Er zijn 4 subdoelen:

  • Minder schade aan de infrastructuur, door minder overbelading in het goederenvervoer.
  • Minder fysieke en economische schade als gevolg van (over)vermoeidheid van chauffeurs door gebrek aan rust.
  • Aanpak onevenwichtige markt:
                                - Minder illegale cabotage
                                - Minder schijnconstructies;
                                - Minder parkeeroverlast vanwege weekendrust.
  • Verbeteren van de informatiepositie over het goederenvervoer over de weg.

Hoe wil de ILT dit bereiken?

In 2020 en 2021 wil de ILT deze doelen bereiken door:

  • Het aanspreken van grote opdrachtgevers en andere schakels in de keten die een belangrijke rol spelen bij overbelading, tachograaffraude, illegale cabotage en schijnconstructies.
  • Het verder implementeren van deskhandhaving om het toezicht op de rij- en rusttijden effectiever en efficiënter uit te voeren.
  • Het maken van afspraken met andere overheden om gezamenlijk de overlast op parkeerplaatsen aan te pakken.

Goede informatie
De ILT wil dit allereerst bereiken door het ontsluiten en combineren van goede informatiebronnen. Dit vormt de basis om overbelading, tachograaffraude, illegale cabotage en schijnconstructies aan te pakken. Belangrijk onderdeel van dit programma: het aanspreken van grote opdrachtgevers en andere belangrijke schakels in de keten.

Internationale samenwerking
Goederenvervoer stopt niet aan de grens maar is internationaal georiënteerd. Binnen het programma zoekt de ILT naar internationale samenwerking bij handhavingsacties en data-uitwisseling.

Geautomatiseerd toezichtsysteem
Door het gebruik van realtime data en andere databronnen ontwikkelt de ILT een verregaand geautomatiseerd toezichtsysteem. Op basis van gegevens van de onderneming maakt ze een analyse van rijtijden zonder vrachtwagencombinaties van de weg te halen. Dit betekent minder hinder voor ondernemers en een betere informatiepositie voor de ILT. Daarnaast speelt de ILT hiermee capaciteit vrij voor het toezicht op buitenlandse chauffeurs.

Waarom doet de ILT dit?

De ILT doet dit om onveiligheid op de wegen, schade aan het wegennet en verstoring van het marktevenwicht tegen te gaan.

Schade voorkomen
Via het Nederlandse wegennet is in 2017 circa 666 miljoen ton aan goederen vervoerd. Deze hoeveelheid neemt gestaag toe. Als de regels niet worden nageleefd, ontstaat er risico op schade aan de infrastructuur door overbelading. Er is ook risico op ongevallen door het overtreden van de rij- en rusttijden en oneerlijke concurrentie door overtreding van de arbeidswetgeving en sociale zekerheidswetgeving. In de ILT-brede risicoanalyse (IBRA) wordt voor dit programma een totale schade aangegeven van 773 miljoen euro.

Eerlijke transportmarkt
Transportbedrijven kunnen voordeel behalen door de regels niet na te leven. Het behaalde economische voordeel komt ten goede aan de vervoerder en de opdrachtgever en zorgt daarmee voor een oneerlijke concurrentiepositie voor diegenen die zich wel aan de wet houden. Onveiligheid is een indirect gevolg van een oneerlijke markt. Wanneer iedereen in de keten een correcte prijs betaalt, dan zorgen de transporteurs voor juist betaald personeel en kwalitatief goed materieel. Daarom is het belangrijk dat alle deelnemers zich houden aan de Europese afspraken.

Felle concurrentie op de transportmarkt - die wordt versterkt door het aanbod van arbeidskrachten en ondernemingen uit Oost-Europa - werkt het niet naleven van wetgeving in de hand. Het leidt bovendien tot maatschappelijk ongewenste effecten, zoals overlast op parkeerplaatsen.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2020-2024

Programma 6: Schoon schip

Wat wil de ILT bereiken?

Met dit programma wil de ILT de uitstoot van verontreinigende gassen door schepen verminderen en de afgifte van scheepsafval bevorderen. Dit doet zij op de volgende manieren:

  •  Via risico-detectiemethoden zijn potentiële overtreders en schepen beter te identificeren voor inspectie. De ILT maakt gebruik van verschilllende methoden zoals: remote sensing-technieken, risicoprofielen en voorspellende modellen op grond van data.
  • Via samenwerking en informatie-uitwisseling met andere landen en diensten werkt de ILT meer informatiegestuurd en risicogericht. Daarnaast pakt ze overtreders effectiever aan.
  • Via ketenonderzoek en monsternames bevordert de ILT de levering van de juiste kwaliteit scheepsbrandstof.
  • Via risicoprofielen en gerichte thema-inspecties draagt de ILT bij aan het verminderen van het aantal schepen dat onnodig scheepsafval loost of verbrandt.
  • 90% van de inspecties in de Nederlandse havens is gebaseerd op risicodetectie-instrumenten.
  • De methoden voor risicodetectie kennen een grotere betrouwbaarheid dan in de beginfase.
  • Naleving verbeteren doordat overtreders via een proces-verbaal in een vervolgingstraject door het Openbaar Ministerie belanden.
  • Actiever input geven door Nederland, waaronder de ILT, aan Europese overlegstructuren.
  • De ILT sluit meer samenwerkingsovereenkomsten met Europese partners op het gebied van data-uitwisseling en innovatie, remote sensing of andere samenwerking in toezicht.
  • De ILT heeft beter zicht op de (actuele) kwaliteit van scheepsbrandstoffen en borging van de kwaliteitsbewaking door de sector van bunkerleveranciers.
  • De ILT heeft een beter beeld van de hoeveelheid, herkomst en samenstelling van scheepsafval en van de risicovolle spelers en lozingen in de keten. Op basis hiervan bouwt de ILT risicoprofielen.

Hoe wil de ILT dit bereiken?

Het programma zet een mix van interventies in: van verkenningen en analyses tot monsternames en inspecties. Van communicatie en conferenties tot stakeholdergesprekken en samenwerkingsconvenanten. Van snuffelpalen en drones tot databestanden van ondertoezichtstaanden.

Snuffelapparatuur
In 2020 heeft de ILT een landelijk dekkend systeem van ‘remote sensing’. Ze gaat inspecteren met vaste en mobiele snuffelapparatuur bij de zeehavens van Nederland en boven (een deel van) de territoriale wateren.

Europese samenwerking
De ILT deelt ervaringen en best practices met Europese toezichtpartners en werkt aan een gedeeld beeld in Europa over de voordelen van risico- en informatiegestuurd werken.

Monsters
Met ingang van 1 januari 2020 geldt wereldwijd een aanscherping van de regelgeving voor het gebruik van zwavelhoudende scheepsbrandstof op open zee. De ILT werkt samen met andere landen aan een methode om vast te kunnen stellen of een schip hoogzwavelige scheepsbrandstof (> 0,5%) voorhanden heeft of gebruikt. Door analyse van logfiles kan de ILT ook schepen inspecteren met een ‘Exhaust Gas Cleaning System’. Een belangrijker instrument voor de ILT is het nemen van monsters in Nederlandse havens.

Waarom doet de ILT dit?

Minder luchtvervuiling
Met dit programma wil de ILT de luchtvervuiling tegengaan die ontstaat door de uitstoot van vervuilde verbrandingsgassen door schepen. Er gelden al regels voor de uitstoot van SO 2. Deze zijn al streng voor het SECA-gebied en worden per 2020 ook aangescherpt voor alle andere wateren. Ondanks de beschikbaarheid van laagzwavelige scheepsbrandstof en luchtwassers, maakt nog niet iedere ondernemer hier gebruik van. In havens leeft circa 10% niet na, op zee is dat aandeel mogelijk hoger. Voor andere vervuilende emissies door de zeevaart (o.a. NO 2, CO 2, PM 2,5) zijn nauwelijks regels. Voor emissies NO 2 gelden alleen eisen bij de keuring van een prototype scheepsmotor. In het dagelijkse gebruik worden geen metingen uitgevoerd die checken of de daadwerkelijk ingebouwde scheepsmotor ook geschikt is en blijft gedurende de levensduur.

Minder illegale lozing van afval in zee
Het lozen van (verontreinigd) scheepsafval in zee tast het mariene milieu aan. De scheepvaart produceert afval dat bestaat uit ladingrestanten, smeermiddelen en huishoudelijk afval. Onder bepaalde voorwaarden is het toegestaan om scheepsafvalstoffen in kleine hoeveelheden te lozen. Ook is de verbranding aan boord in een geschikte verbrandingsinstallatie toegestaan. Het afgeven aan de wal is een van de gecontroleerde mogelijkheden om zich op een verantwoorde wijze te ontdoen van scheepsafval. Die afgifte kost echter geld én tijd: 2 factoren die een belangrijke oorzaak zijn om scheepsafval illegaal te lozen. De milieuschade is ruim 2 miljoen euro. Oorzaken en risicospelers zijn nog niet scherp in beeld.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2020-2024

Programma 7: Veilig en duurzaam Schiphol

Wat wil de ILT bereiken?

Dit programma levert een bijdrage aan een veilig en duurzaam Schiphol. De belangrijkste vraag is: wat zijn de risico’s en wat is de samenhang tussen de risicothema’s? Het gaat om risico’s op het gebied van vliegveiligheid, maar ook van arbeidsveiligheid, hinderbeleving, gezondheid en leefbaarheid. De ILT houdt tot nu toe alleen toezicht op ILT-gecertifieerde organisaties. Ze verbreedt dat naar alle actief opererende luchtvaartorganisaties op Schiphol. Daarbij kijkt de ILT naar het gevolg van hun activiteiten op de veiligheid en duurzaamheid op en rondom Schiphol.

Het programma heeft 5 thema’s:

  • Veilig vliegen en veilig werken.
  • Gezond en veilig leven.
  • Vertrouwen en betrouwbare feitenbasis.
  • Modern toezicht.
  • Schiphol als veilig en duurzaam multimodaal knooppunt.

De komende 4 jaar ligt het accent op de eerste 4 thema’s.

Hoe wil de ILT dit bereiken?

Focus in 2020 en 2021

  • Integrale veiligheid: De ILT vormt zich een oordeel over de mate van beheersing van de integrale veiligheid van de processen op Schiphol. Daarbij gaat het zowel om de beheersing van de risico’s binnen een keten, die meerdere partijen raakt, als om de risico’s die voor een enkele partij gelden. Sectorpartijen buigen zich samen over de integrale veiligheid en beheersen deze proactief, ook als deze buiten hun directe verantwoordelijkheid vallen. Hiervoor hebben zij een gezamenlijk platform opgericht het zogenoemde Integral Safety Management System (ISMS). De ILT ontwikkelt hiervoor een daarop afgestemd toezichtsprogramma.
  • Grondafhandeling: de komende jaren voert de ILT diverse thema-inspecties uit rond grondafhandeling. Denk aan botsingen, belading, lay-out bij bouwprojecten maar ook aan arbeidsveiligheid en veiligheidscultuur van grondafhandelaren. Hiermee wil de ILT sectorpartijen stimuleren om maatregelen te nemen voor veiligheidsrisico’s bij grondprocessen die ontstaan door drukte en complexiteit op Schiphol. Zo kan het aantal incidenten, bijvoorbeeld met het achteruit duwen van vliegtuigen (pushbacks), verminderen.
  • Nieuwe geluidsregels: de ILT brengt in beeld wat de impact is van de nieuwe geluidsregels en van de verschillende typen baangebruik. Ook monitort de ILT de mate waarin gemeenten bij bouwprojecten rond Schiphol rekening houden met de geluidsgrenzen.
  • Leefbaarheid en gezondheid: de ILT brengt in beeld welke impact vliegen en ondernemen op Schiphol heeft op de leefbaarheid, gezondheid en duurzaamheid van werknemers en omwonenden. Daarnaast monitort ILT de trends en factoren die de luchtkwaliteit of het klimaat in gevaar kunnen brengen. De ILT heeft goed zicht op de mate waarin regelgeving hierin stuurt en betrokken partijen hierop anticiperen. Met deze informatie kunnen deze partijen (waaronder overheden en sectorpartijen) maatregelen nemen om de schadelijke effecten van de luchtvaart voor de gezondheid en de leefomgeving te beperken.

Toezicht gebaseerd op risico’s
Ook binnen dit programma verschuift de ILT haar aanpak van een compliance naar een meer informatie- en risicogebaseerde toezichtsystematiek. De ILT benut interne en externe data en informatie om de focus van het toezicht te bepalen en de sectorpartijen en beleid te attenderen op risico’s. De ILT daagt sectorpartijen uit om breder te kijken dan hun eigen wettelijke verantwoordelijkheden en samen te komen tot effectieve maatregelen om veiligheid en duurzaamheid te borgen. Daarbij neemt ze in toenemende mate ook de cultuur en governance van organisaties onder de loep.

Betrokken partijen
Met externe stakeholders is regelmatig overleg over de ervaren hinder en de risico’s en de wijze waarop dit verminderd kan worden. De ILT is transparant over haar werkwijze, de beschikbare data (Staat van Schiphol), de inspectieresultaten en de signalen.

De ILT geeft signalen en analyses door die helpen bij besluit- en beleidsvorming rond Schiphol. De risicogebaseerde en integrale aanpak van de ILT heeft ook de aandacht van de European Aviation Safety Agency (EASA).

Waarom doet de ILT dit?

Dit programma is ontwikkeld na publicatie in 2017 van een rapport door de Onderzoeksraad voor Veiligheid over de veiligheid op en rond de luchthaven Schiphol. De conclusie was dat de complexiteit van Schiphol op dat moment niet tot directe veiligheidsproblemen leidt. Wel moeten er maatregelen komen om die veiligheid te garanderen wanneer het aantal vluchten blijft groeien. Ook moet er beter zicht komen op de integrale risico’s en betere samenwerking op de aanpak daarvan. Verder staat in het rapport dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de regie moet nemen op dit onderwerp. De ILT moet de capaciteit en kunde rond het toezicht op adequaat niveau brengen.

Voor de ILT zijn de uitkomsten van dit rapport en de toezeggingen van de minister aan de Tweede Kamer aanleiding voor dit programma. Hierin pakt de ILT de problematiek rond Schiphol planmatig aan: risico- en informatiegestuurd, programmatisch en met oog voor maatschappelijk effecten. Daarbij kijkt de ILT behalve naar veiligheid ook naar andere maatschappelijke onderwerpen zoals leefomgeving en klimaat.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2020-2024

Programma 8: Veiligheid op het spoor

Wat wil de ILT bereiken?

De ILT wil met dit programma de komende 5 jaar de veiligheid op het spoor minimaal op hetzelfde niveau houden en een aantal specifieke risico’s verder verkleinen.

De doelen zijn:

  • De veiligheid op het spoor en voor reizigers, omwonenden en spoorwegpersoneel minimaal op hetzelfde niveau houden.
  • Het functioneren van de sector verbeteren: meer samenwerking, betere kennisdeling en minder risico’s op interfaces.

Hoe wil de ILT dit bereiken?

De ILT doet dit door gericht toezicht te houden, te signaleren en te reflecteren op alle ontwikkelingen die de veiligheid van het spoor kunnen beïnvloeden. Concreet werkt de ILT aan het operationaliseren van:

  • Een goed uitgevoerd kwaliteit- en veiligheidsmanagement door alle bedrijven in de sector die deze wettelijke taak hebben. Het 4e spoorwegpakket stelt nieuwe eisen aan het toezicht: 5-jaarlijks dient het volledige veiligheidsbeheersysteem ge-audit te worden. De ILT hanteert het ERA Management Maturity model (MMM) voor het uitvoeren van het toezicht.
  • Een cultuur waarin veiligheid belangrijk is.
  • Een goed werkend stelsel van erkenning of certificering en toezicht door derden. Uit het ILT-rapport ‘Keuring nieuwe treinen moet beter’ (2018) blijkt dat het stelsel onvoldoende functioneert.
  • Een verbetering van de veiligheid op actuele risico-onderwerpen. De ILT richt zich in 2019 op aanbesteding onderhoud en gevaarlijke stoffen. De focus ligt in 2020 op: European Rail Traffic Management System (ERTMS), punctualiteit en rangeerterreinen. Het gaat ook om meer inzet, bijvoorbeeld door een thematische aanpak. Waar nodig zal de ILT op maat handhaven.

Actief profileren en afstemmen
De ILT onderkent ontwikkelingen die de veiligheid kunnen schaden en zet ze zo nodig op de agenda.  Om dit te kunnen waarmaken, wil de ILT nog beter weten wat er speelt in de spoorsector. Wat zijn de ontwikkelingen die op deze sector van invloed zijn? Dit vergt nauwe afstemming met betrokken partijen en kennisinstituten. Ook wil de ILT zich sterker profileren als gesprekspartner en de sector een spiegel voorhouden.

Waarom doet de ILT dit?

De maatschappij kan en moet kunnen vertrouwen op een veilig spoor. Het Nederlandse spoor is een relatief veilige, betrouwbare en duurzame vorm van transport en dat willen we zo houden. Toch zijn er soms incidenten met maatschappelijke schade en in enkele gevallen ook slachtoffers tot gevolg. De ILT ziet een aantal ontwikkelingen die bij ongewijzigd handelen van zowel inspectie als spoorsector tot een daling van het veiligheidsniveau zullen leiden:

  • Het spoor wordt drukker. De trein is een milieuvriendelijk alternatief voor auto, vliegtuig en schip. Gezien de opgave in de Klimaatagenda zal dit – naast een autonome groei door demografische en economische ontwikkelingen - nog een extra druk op de capaciteit van het spoor uitoefenen.
  • Internationalisering. De spoorsector kan niet los worden gezien van de internationale context. Denk hierbij onder andere aan nieuwe toetreders op het Nederlandse spoor en verdergaande marktwerking in de sector. Met de introductie van het 4e spoorwegpakket wordt na het vrachtvervoer ook het reizigersvervoer in de EU verder geliberaliseerd.
  • Meer marktwerking. Door liberalisering en toenemende concurrentie is er meer concurrentie op het spoor en zijn steeds meer partijen betrokken die slechts een schakel zijn in een steeds complexere keten. Wat betekent dit voor de veiligheidscultuur?
  • Afnemende deskundigheid. De vraag naar machinisten (en ander spoorpersoneel, zoals onderhoudspersoneel voor de infrastructuur) is hoog, het aanbod op de arbeidsmarkt is beperkt. Er wordt onvoldoende personeel opgeleid. De vakbekwaamheid staat onder druk: nieuwe ontwikkelingen zoals ERTMS leiden tot hogere kwalificatie-eisen.

Dit vraagt om een alerte ILT en een spoorsector die zich aanpast.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2020-2024

Programma 9: Verstoring marktwerking bij taxivervoer

Wat wil de ILT bereiken?

Met dit programma wil de ILT eerlijk en veilig taxivervoer stimuleren en criminele invloeden in de taximarkt tegengaan. Uiteraard doet de ILT dit samen met andere partijen.

Hoe wil de ILT dit bereiken?

Het programma richt zich op het nakomen van de regels voor arbeids- en rusttijden. Het programma investeert in een geautomatiseerde werkmethode waarmee de arbeidstijden van taxichauffeurs digitaal aangeleverd en geanalyseerd kunnen worden. Daarnaast voert de ILT, eventueel samen met andere toezichthouders, thema-acties uit. Denk aan het vervoer van kinderen en mindervaliden en aan illegaal taxivervoer.

Betere informatiepositie
Parallel aan het toezicht investeert de ILT in de informatiepositie. Het gaat zowel om informatie over doelgroepen en risico’s als het uitwisselen van informatie met stakeholders zoals gemeenten en andere toezichthouders.

Juiste interventiemix
Ook voert de ILT onderzoeken uit om de juiste interventie, passend bij de oorzaak en de doelgroep, toe te passen en verder te kijken dan de bestaande interventies. Denk aan het aanpakken van snorders en malafide bedrijfsconstructies. Telkens zoekt de ILT naar de juiste interventiemix. Communicatie speelt hierbij een belangrijke rol.

Waarom doet de ILT dit?

Economische schade ontstaat als taxi’s zonder vergunning rijden. Het legale vervoer mist inkomsten en passagiers kunnen te maken krijgen met oplichting. Ook komt het voor dat chauffeurs en bedrijven frauderen. Bijvoorbeeld bij het registreren van arbeids- en rusttijden en met illegale bedrijfsconstructies. Door onveilig vervoer kunnen passagiers en verkeersdeelnemers te maken krijgen met een ongeluk. Illegaal taxivervoer is soms ook aanleiding tot verstoring van de openbare orde.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2020-2024

3. Verkenning

In 2020 voert de ILT 6 verkenningen uit. In 2019 zijn al 2 verkenningen gedaan. Dit hoofdstuk beschrijft de verkenningen.

Werkwijze ILT

Het uitvoeren van een verkenning is de 1e fase van de programmatische werkwijze van de ILT. Daarna volgen nog 3 fasen: programma-ontwikkeling, programma-uitvoering en evaluatie, (bij)sturen en verantwoorden.

Tijdens de verkenning wordt het risico, zoals is beschreven in de IBRA, nader onderzocht. Zo kan het gebeuren dat de verkenning een strategische doelstelling oplevert voor het programma dat breder is dan het IBRA-risico en in sommige gevallen breder dan de primaire taak van de ILT.

Verkenning 1: Vertrouwen in instituties

Wat wil de ILT bereiken?

Op het moment dat een organisatie of systeem (institutie) terecht het vertrouwen verdient, kan dat voor toezicht een overweging zijn om meer op afstand te gaan staan. Vertrouwen is echter een complex begrip. Om wiens vertrouwen gaat het en welke aspecten zijn van invloed hierop? In 2019 vindt hierover een verkenning plaats. Doelen van de verkenning: sturende elementen vinden die zorgen voor het vertrouwen in de institutie. En: een werkwijze vinden waarbij de ILT kan bevestigen dat dat vertrouwen gerechtvaardigd is.

Rol van de ILT?

In 2019 heeft de ILT een inspectiemethodiek ontwikkeld om te bepalen in hoeverre het vertrouwen van de ILT gerechtvaardigd is in relatie tot het vertrouwen dat de maatschappij heeft in de institutie. De ILT heeft die methodiek in samenwerking met de wetenschap, andere toezichthouders en instituties ontwikkeld en in een eerste pilot getoetst. Vanaf 2020 ontwikkelt de ILT de methodiek door en past zij deze toe in het toezicht op een bredere doelgroep. Bij wijze van toetssteen verkrijgt de ILT parallel hieraan inzicht in ontwikkelingen in het vertrouwen van de burger in genoemde instituties.

En het maatschappelijk belang?

De IBRA noemt schades die betrekking hebben op fysiek, gezondheid, milieu, economie en instituties. Voor de ‘institutionele schade’ heeft de IBRA geen schades kunnen berekenen. Dat zijn schades die een gevolg zijn van verlies aan vertrouwen in het systeem, menselijke waardigheid en eerlijkheid.

Vertrouwen van burgers of publieke of private partijen in een systeem of organisatie kent 2 kanten:

  • Voor een organisatie: behoud van positie of statuur.
  • Voor het systeem of toezicht: de mogelijkheid op afstand te gaan staan (‘te vertrouwen’).

Verkenning 2: Legionella

Wat wil de ILT bereiken?

De ILT wil het aantal zieken en doden door legionellabesmetting verminderen. Dit wil de ILT doen door in te zetten op het verminderen van het aantal besmettingshaarden en het vergroten van het bewustzijn over de risico’s.

Hoe kan de ILT het aantal besmettingshaarden verminderen? Veilig (ver)bouwen van gebouwen, het effectief beheer van bestaande leidingen en het wegnemen van veiligheidsrisico’s in andere mogelijke bronnen, zoals koeltorens en zuiveringsinstallaties, kunnen hiervoor zorgen.
Het vergroten van het bewustzijn over de risico’s moet ervoor zorgen dat burgers en bedrijven risicovolle situaties zien en weten te voorkomen. Burgers en bedrijven kunnen eventuele symptomen van besmetting in een vroeg stadium herkennen. Zo kan er adequate zorg verleend worden bij een onverhoopte besmetting.

Rol van de ILT?

De ILT heeft voor 2020 en verder de volgende speerpunten:

  • Voorlichtingscampagne voor bouwend Nederland (opdrachtgevers, architect, aannemers, installatiebedrijven) over regelgeving met betrekking tot legionellaveilig bouwen.
  • Ingrijpen bij bedrijven die de regels met betrekking tot het beheer niet op orde hebben (circa 450 keer per jaar).
  • Analyse van koeltorens in relatie tot kwetsbare doelgroepen.
  • Voorlichtingscampagne voor burgers, in samenwerking met andere partijen in het gezondheidsveld.

En het maatschappelijk belang?

Sinds 2012 stijgt het aantal mensen in Nederland dat een legionella-infectie oploopt. Deze trend zet nog steeds door. Het aantal meldingen van in Nederland opgelopen infecties is in 2017 circa 550 en in 2018 circa 610. Ziekteverschijnselen variëren van de legionellagriep tot de veteranenziekte (ernstige longontsteking). Ook kunnen mensen overlijden aan de ziekte. Er zijn ongeveer 18.000 bedrijven die een speciaal beheerregime moeten volgen voor hun drinkwaterinstallatie. Niet alle ziektegevallen ontstaan daar. Ook andere bronnen zijn bekend, zoals koeltorens en vernevelingspunten.

De 6 verkenningen in 2020

In 2020 verkent de ILT voor de onderstaande 6 onderwerpen verder op welke manier de ILT maximaal kan bijdragen aan het bereiken van het gewenste maatschappelijk effect. De verkenning levert een besluit op of de ILT voor de volgende onderwerpen programma’s ontwikkelt:

- Onveilige bouwproducten en pleziervaartuigen.

- Ongevallen door gevaarlijk vuurwerk.

- REACH/biociden.

- Ongevallen met vliegtuigen.

- Ongevallen met schepen.

- Mainport Rotterdam.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2020-2024

4. Optimale dienst- en vergunningverlening

De ILT staat voor efficiënte en klantgerichte dienst– en vergunningverlening. Het verlenen van vergunningen is in veel gevallen het begin van het toezicht. Voor een deel zijn de werkzaamheden uitbesteed aan derden. De ILT voert regie en houdt toezicht op deze partijen en de werkzaamheden.

Programmatische werkwijze

Het aanvragen van een vergunning moet duidelijk, eenvoudig en efficiënt zijn. De beoordeling van een vergunning moet bovendien effectief zijn én gericht op het beperken van maatschappelijke risico’s. Bij het verder optimaliseren van haar proces van dienst- en vergunningverlening streeft de ILT hiernaar.

Wat wil de ILT bereiken?

Het verder optimaliseren van haar dienst- en vergunningverlening doet de ILT vanuit 2 invalshoeken:

  • De waardering van de aanvrager moet omhoog.
    De administratieve lasten voor burgers en bedrijven moet verminderen. Duidelijkheid, eenvoud, gemak, inzicht en overzicht zijn belangrijke kernwaarden bij de procesverbeteringen.
    De ILT richt de vergunningsprocessen zodanig in of past ze zodanig aan dat het proces voor aanvragers duidelijk en transparant is. Statusinformatie moet beschikbaar zijn en documenten worden digitaal aangeleverd. Hierbij wordt eerdere informatie hergebruikt en is het proces zo ingericht dat de doorlooptijden optimaal zijn.
     
  • Het beoordelingsproces van aanvragen meer richten op de risico’s. Data-analyse is daarbij een hulpmiddel.
    De beoordeling van de aanvraag moet zich toespitsen op die aspecten en bedrijven die risicovol zijn. Daar pas de ILT het proces van vergunningsaanvragen op aan.
    Uitgangspunt voor de ILT als het gaat om beoordelen: vertrouwen waar het kan en wantrouwen waar het moet. Zo worden professionalisering en risicomanagement van de sectoren gestimuleerd.

Aanpak

Doorlichten processen
Tussen 2019 en 2022 zijn alle vergunningsprocessen vernieuwd en vereenvoudigd. Dat gebeurt door processen te ontdoen van onnodige stappen en door de verschillende stappen van het vergunningsproces te uniformeren. Ook worden de regelhulpen, formulieren en informatie die de aanvrager helpen bij het indienen van een aanvraag, verder uitgebreid en verbeterd. De ILT kijkt daarvoor kritisch naar de eigen werkwijze en betrekt daarbij de aanvrager.

Digitaliseren en automatiseren
Via het webportaal wordt het mogelijk om vergunningen digitaal aan te vragen. De vergunningsprocessen worden ondersteund door de digitale aanvraag, waarmee het contact met aanvragers optimaal wordt. De ILT automatiseert de overige werkprocessen zoveel mogelijk geautomatiseerd. Daardoor worden doorlooptijden korter. Ook is informatie over het dossier beter toegankelijk wat leidt tot ‘papierloos werken’. De invoering start in 2019 en loopt door tot 2022.

Risico- en informatiegestuurd werken
De ILT vergroot het maatschappelijk effect door bij het beoordelen van aanvragen te filteren op basis van risico’s. Bijvoorbeeld door bij terugkerende vergunningsaanvragen zonder grote risico’s alleen op hoofdlijnen te toetsen. Maar ook door meer aandacht te besteden aan activiteiten en bedrijven met een hoog risico.

De komende jaren onderzoekt de ILT met pilots en data-analyse hoe risico’s zijn te filteren. En de ILT kijkt hoe ze kan sturen op risico’s bij aanvragers. Dit om maatschappelijke risico’s rondom duurzaamheid en veiligheid bij het begin aan te pakken.

Kennis en informatie delen
Voor het herinrichten en optimaliseren van de werkprocessen werkt de ILT samen met bedrijven, brancheorganisaties en medetoezichthouders. Hierdoor ontstaat een goed beeld van de omgeving, risico’s en kansen en mogelijkheden voor verbetering. Daarnaast investeert de ILT in de voorspelbaarheid van (grote) aanvragen door het contact met aanvragers hierop in te richten. Op deze manier kan de ILT tijdig capaciteit voor deze aanvragen beschikbaar maken.

Regie en toezicht op externe relaties en productie

Wat wil de ILT bereiken?

De ILT versterkt haar informatiepositie waardoor zij zicht heeft op de 1450 instellingen waarop zij regie voert en toezicht houdt.

Aanpak

De ILT voert regie op 1450 instellingen. Ook houdt zij toezicht op hun werkzaamheden. De afgelopen jaren hebben zich verschillende situaties voorgedaan die vragen oproepen over het functioneren van het stelsel van conformiteitsbeoordelingen. Aanleiding voor deze vragen zijn voornamelijk terug te voeren op de bevindingen van de Fyra-enquêtecommissie, het OVV-rapport over het ongeval met de Amicitia en meer recentelijk de casus met de boordcomputer taxi (BCT). Hoewel dit ‘slechts’ 3 situaties zijn, leggen de rapporten hiervan een uitgebreid beeld bloot over de wijze waarop conformiteitsbeoordelingen zijn vormgegeven en worden uitgevoerd en de wijze waarop de ILT hier toezicht op houdt.

Basisrisico
De 1450 instellingen zijn geordend naar type risico:

  • IBRA-risico’s (veiligheid en milieu);
  • Stelselrisico’s (inclusief politieke risico’s);
  • Financiële risico’s.

Om dit te kunnen doen, zijn deze instellingen als volgt ingedeeld:

  • Door de minister gemandateerde partijen.
  • ASBO’s (Assessement Bodies). Conformiteitsbeoordelende instanties over personen, diensten, managementsystemen, producten en laboratoria.
  • NOBO’s (Notified Bodies).
  • ZBO’s (Zelfstandige Bestuursorganen). Hieronder tevens de RWT’s (Rechtspersonen met een wettelijke taak).

Concreet: de ILT gaat kennis en schaarse capaciteit gericht inzetten op basis van risico’s. Ook kiest de ILT voor selectieve inzet op die terreinen waar het maatschappelijk effect het grootst is.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2020-2024

5. Andere toezichtactiviteiten

Niet elk onderwerp pakt de ILT programmatisch aan. In dit hoofdstuk staan de andere toezichtactiviteiten van de ILT.

Toezicht en opsporing

Toezicht en opsporing worden sterker verbonden. Er zijn informatiepleinen en overlegtafels voor het uitwisselen van kennis en informatie. Teams van toezicht en opsporing zullen samen optrekken. Zo wordt opsporing een onderdeel van de totale handhavingstoolbox: opsporing als optimum en niet als ultimum. Ook wordt strafrecht breder ingezet binnen de ILT. Informatie uit toezicht en opsporing wordt teruggegeven aan de rest van de organisatie.

Bij een niet-programmatische werkwijze benut de ILT de ontwikkeling en het gebruik van nieuwe toezichtmethoden ook. Zwaardere toezichtmethoden, zoals opsporing, worden naar het hele toezichtsveld verbreed. Dat leidt tot meer en op maat toegesneden interventiemogelijkheden.

Een meer samenhangende aanpak met slimmere en betere toezichttechnieken en –methodieken is noodzakelijk. Dit als gevolg van de toenemende onderlinge vervlechting van sectoren en de snelle technologische ontwikkelingen. Denk aan de groeiende stroom gevaarlijke en niet-duurzame stoffen in de kleine pakketpost en de komst van zelfrijdende transportmiddelen.


 

De Inlichtingen- en Opsporingsdienst

Soms overtreden personen of bedrijven de regelgeving op een stelselmatige en ernstige manier, zoals bij de tachograaffraude en biodieselfraude. Dan komt de Inlichtingen- en Opsporingsdienst (IOD) van de ILT om de hoek kijken. De IOD richt zich op georganiseerde criminaliteit met een ondermijnend karakter en vaak met internationale financiële constructies en handelsstromen.

Bij het aanpakken van deze zware overtredingen trekt de IOD meestal samen op met het Openbaar Ministerie, wetgevers en andere bijzondere opsporingsdiensten. Meer hierover staat in het Meerjarige handhavingsarrangement 2020-2023.

De maatschappij ondermijnende problematiek vraagt een integrale aanpak waarbij de ILT nauw samenwerkt met andere overheidspartners in binnen- en buitenland. Omdat de ILT informatiegebaseerd handhaaft, zoekt zij aansluiting bij het Regionaal Informatie en Expertise Centrum/Landelijk Informatie en Expertise Centrum (RIEC/LIEC infrastructuur). Dat draagt bij aan
sneller en effectiever handhaven met een groter maatschappelijk effect. Per zaak wordt vooraf duidelijk gemaakt wat het beoogde effect is en wordt gekozen voor een passende interventiestrategie. Daarbij is er speciale aandacht voor het afpakken van crimineel vermogen. Integrale interventiestrategieën zorgen ervoor dat criminaliteit effectief wordt bestreden.

ID Lab

Binnen het innovatie- en datalab (ID Lab) werken analisten en wetenschappers aan oplossingen voor analysevraagstukken en maatschappelijke problemen op de diverse terreinen van de ILT. Het ID Lab experimenteert met nieuwe toepassingen van databronnen en is continu op zoek naar nieuwe, betere analysetechnieken en nieuwe databronnen. Specialisten op verschillende terreinen zoals data science, remote sensing, GIS, speltheorie, gedragswetenschappen, text mining en webscraping werken continu aan vernieuwende oplossingen.

Omgaan met incidenten

Ingrijpende gebeurtenissen trekken veel aandacht, zoals het binnen 5 maanden neerstorten van 2 vliegtuigen van het type Boeing 737 Max 8 of de overboordgeslagen containers van de MSC Zoë. Incidenten zijn niet te plannen en vragen veel inzet van de ILT, wat ten koste gaat van andere activiteiten.

De voorbeelden van de MSC Zoë en de type Boeing 737 Max 8 zijn 2 van de vele zichtbare risico’s in de Nederlandse samenleving. De ILT heeft als doel om ervoor te zorgen dat er bij het optreden van (ernstige) incidenten zo snel mogelijk weer kan worden teruggekeerd naar de normale situatie. Dit gebeurt door onmiddellijk in actie te komen om erger te voorkomen. Bijvoorbeeld: voorkomen dat er slachtoffers vallen of dat er schade aan de infrastructuur en leefomgeving ontstaat. Of als er sprake is van een ongeval: voorkomen dat de situatie escaleert.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2020-2024

6. Toezicht van de Autoriteit woningcorporaties

De Autoriteit woningcorporaties wil een betrokken toezichthouder zijn. Betrokken bij de kerntaak van de corporaties: het bieden van betaalbare en kwalitatief goede woningen aan mensen die hier niet zelf in kunnen voorzien. Het vinden van een passende woning en het wonen in een kwalitatief goede, betaalbare woning in een prettige wijk, zijn belangrijke randvoorwaarden voor een succesvolle maatschappelijke deelname.

De incidenten uit het verleden waren voor de Parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties aanleiding om het oprichten van een sterke integrale toezichthouder aan te bevelen. Een toezichthouder die niet begrensd is tot een deelgebied maar toeziet op het hele reilen en zeilen van individuele corporaties en de sector als geheel. Het gaat tenslotte niet om het hebben van een goede financiële positie of een goede governance, maar om de bijdrage van de corporatie aan haar maatschappelijke opdracht, in het belang van de volkshuisvesting. Deze aanbeveling is overgenomen met de oprichting van de Autoriteit woningcorporaties.

Maatschappelijke opdracht

De maatschappelijke opdracht van corporaties, het volkshuisvestelijk belang, bepaalt in belangrijke mate de ontwikkeling van de Autoriteit woningcorporaties. Na de inspanningen die de invoering van de Woningwet met zich meebracht, geeft de Autoriteit woningcorporaties het volkshuisvestelijk belang meer prioriteit in de uitvoering van al haar taken. De Staat van de Corporatiesector is bij uitstek de plek om te reflecteren op ontwikkelingen binnen de sector en signalen af te geven aan betrokken partijen. In het bijzonder biedt het toezicht op governance ruimte om de bijdrage van de corporatie aan het volkshuisvestelijk belang in de lokale/regionale context te agenderen. Met andere woorden: op welke wijze geeft de corporatie invulling aan haar maatschappelijke opdracht ten aanzien van beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit.

Evaluatie Woningwet

In haar rapport ‘In regels kun je niet wonen: Evaluatie Extern Toezicht Woningwet 2015’ pleit ABDTOPConsult ervoor om in de Woningwet meer ruimte te creëren voor de ontwikkeling van de Autoriteit woningcorporaties tot een gezaghebbende autoriteit die opereert vanuit het volkshuisvestelijk belang. De evaluatie spreekt over de regelgerichtheid van het toezicht. De Autoriteit woningcorporaties erkent dit en neemt initiatief om te komen tot meer principegebaseerd en risicogericht toezicht. ABDTOPConsult acht het wenselijk dat de Autoriteit woningcorporaties meer variatie aan kan brengen in haar toezichtarrangementen, maar duidelijkheid voor de sector en rechtsgelijkheid moeten gegarandeerd blijven. De regelgerichtheid van de huidige Woningwet maakt het voor corporaties duidelijk waar zij aan moeten voldoen en vermijdt willekeur. Bij meer discretionaire bevoegdheden voor de Autoriteit woningcorporaties zullen beoordelings- en toetsingskaders noodzakelijk zijn voor deze duidelijkheid. Dergelijke kaders zijn echter flexibeler waardoor beter ingespeeld kan worden op de bedoeling van de wet of op nieuwe of juist beheerste risico’s. De Autoriteit woningcorporaties verkent samen met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) op welke terreinen deze discretionaire bevoegdheid aan de toezichthouder gegeven kan worden.

Informatie centraal

Een goede informatievoorziening en analyse staat centraal in het werk van de Autoriteit woningcorporaties. Dit is de basis voor verdere kennisontwikkeling. De informatie is zowel kwantitatief als kwalitatief. Op basis van de beschikbare informatie zal een voortdurende scan op risico’s plaatsvinden.

Jaarlijks voert de Autoriteit woningcorporaties verkenningen en onderzoeken uit. De jaarlijkse publicatie van de Staat van de Corporatiesector (opvolger van het Sectorbeeld) heeft een reflecterende, signalerende en agenderende functie voor de ontwikkelingen binnen de volkshuisvesting, in het bijzonder de prestaties van de corporaties.

Het Convenant gegevensuitvraag heeft geleid tot een gezamenlijke uitvraag van gegevens voor Aedes, het ministerie van BZK, het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en de Autoriteit woningcorporaties. De partners werken samen in een ketenteam dat verantwoordelijk is voor de gegevensuitvraag. De uitvraag vindt plaats via Standard Business Reporting. Dit is een systeem dat ook elders binnen de rijksoverheid gebruikt wordt voor gegevensuitwisseling.

Bij het uitvoeren van haar toezichttaken steunt de Autoriteit woningcorporaties op de controlewerkzaamheden van de accountants bij de corporaties. Daarvoor worden in het accountantsprotocol eisen gesteld aan de werkzaamheden van de accountants bij corporaties. Het protocol is opgenomen in een bijlage bij de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting en wordt jaarlijks geactualiseerd. De Autoriteit woningcorporaties is voorzitter en penvoerder van de werkgroep die zorgt voor de actualisering. Vanuit deze positie houdt zij tevens toezicht op een blijvende reductie van de administratieve lasten.

Beoordelingskader Autoriteit woningcorporaties en WSW

In de afgelopen jaren is samen met WSW gewerkt aan een gezamenlijk beoordelingskader op die onderdelen waar de werkzaamheden van beide organisaties elkaar raken. Het gezamenlijk beoordelingskader en de daarop afgestemde samenwerking tussen Autoriteit woningcorporaties en WSW leidt tot een versterking van het risicoraamwerk, een voor de sector eenduidiger en efficiëntere inrichting van het toezicht- en beoordelingskader en levert een bijdrage aan de reductie van de verantwoordingslasten voor corporaties.

Het kader onderscheidt 3 toezichtvelden: financiële continuïteit, bedrijfsmodel en governance en organisatie. Bij de jaarlijkse ontvangst van de verantwoordings- en prognosegegevens analyseren de Autoriteit woningcorporaties en WSW de belangrijkste financiële ontwikkelingen en stemmen eventuele acties af. Jaarlijks beoordeelt WSW van iedere corporatie het bedrijfsmodel, stelt een financiële analyse samen en deelt deze met de Autoriteit woningcorporaties.
Jaarlijks verricht de Autoriteit woningcorporaties een basisonderzoek op het terrein van governance en organisatie. Als de uitkomsten van de basisonderzoeken daartoe aanleiding geven, volgt een verdieping en mogelijk een interventie en daaropvolgende monitoring. De bevindingen bij de onderzoeken worden gedeeld met de andere partij, zodat deze deels kan varen op de inzichten van de ander. Interventies vinden in onderling overleg plaats.

Governance

Jaarlijks voert de Autoriteit woningcorporaties een basisonderzoek uit naar de governance van de individuele corporaties. Hierbij wordt gekeken naar de verhouding tussen de raad van commissarissen en het bestuur. Ook wordt ingezoomd op de samenstelling van de raad van commissarissen en hun samenspel. De Autoriteit woningcorporaties kijkt naar het bestuurlijk gedrag: de samenstelling van en de groepsdynamiek in de boardroom. Ten aanzien van het bestuur wordt gekeken naar de stijl van leidinggeven: sober, risicobewust en verantwoord gedrag.

Verder wordt ingegaan op de wijze waarop binnen de organisatie tegenkracht georganiseerd is en of die tegenkracht werkt. Denk hierbij aan de positionering van de interne controller, de invloed van de ondernemingsraad, maar ook aan de manier waarop omgegaan wordt met fouten. Integriteit is een vast onderdeel van het basisonderzoek. De Autoriteit woningcorporaties hecht veel waarde aan een goed functionerende governance omdat dit veel problemen kan voorkomen.

Governance inspecties

Naast het basisonderzoek zal de Autoriteit woningcorporaties minimaal eens in de 4 jaar een governance inspectie uitvoeren. Tijdens dit onderzoek worden gesprekken gevoerd met het bestuur, de leden van de raad van commissarissen en zo nodig met anderen. In de gesprekken wordt nader ingegaan op de eerder vermelde aandachtspunten. Een governance inspectie kan ook altijd uitgevoerd worden naar aanleiding van bevindingen uit het basisonderzoek of andere signalen.
De inspecteurs zijn de ogen en oren van de Autoriteit woningcorporaties en geven signalen af over ontwikkelingen binnen de sector. Risicovolle ontwikkelingen worden voorgelegd aan de minister voor beleidsontwikkeling.

Integriteit

Een belangrijk onderdeel van het toezicht van de Autoriteit woningcorporaties, en essentieel voor het gewenste vertrouwen in de corporatiesector, is het toezicht op de integriteit van beleid en beheer. Integriteit is nauw verbonden met governance. Aandacht voor governance en de interne checks and balances binnen een corporatie zijn bij het toezicht op integriteitsrisico’s essentieel. Individuele integriteitsschendingen kunnen worden voorkomen en gecorrigeerd als de interne bedrijfscultuur open en transparant is waardoor medewerkers, management en bestuur elkaar aanspreken bij mogelijke misstanden.

Via het Meldpunt Integriteit Woningcorporaties ontvangt de Autoriteit woningcorporaties signalen over mogelijke integriteitsschendingen. Het gaat hierbij onder meer om signalen van mogelijke zelfverrijking of fraude ten koste van het maatschappelijkgebonden vermogen van corporaties. Bij een vermoeden van een strafbaar feit schakelt de Autoriteit woningcorporaties de Inlichtingen en Opsporingsdienst van de ILT in voor opsporing van mogelijk strafbare feiten. Daarnaast ontvangt de Autoriteit woningcorporaties ook signalen op basis van art. 29 lid 1 sub c BTIV (Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting) en uit de media. Integriteit is verder een belangrijk onderdeel van de beoordeling als het gaat om geschiktheid en betrouwbaarheid van bestuurders en interne toezichthouders bij corporaties.

Toezicht op rechtmatigheid

Bij het toezicht staat het beoogde maatschappelijke effect altijd voorop en niet alleen het naleven van de geboden en verboden. Het voorkomen dan wel aanpakken van schadelijk gedrag heeft voor de Autoriteit woningcorporaties prioriteit bij de inzet van toezichtcapaciteit. Bij het constateren van schadelijk gedrag neemt de Autoriteit woningcorporaties altijd actie, ook als er geen sprake is van onrechtmatig handelen.

Toezicht op kruissubsidiëring en overcompensatie

Vanaf 2018 wordt toezicht gehouden op juridisch of administratief gescheiden entiteiten bij corporaties. Het toezicht richt zich vooral op kruissubsidiëring en dan vooral op het weglekken van vermogen van de DAEB-tak (Diensten van Algemeen Economisch Belang) naar de niet-DAEB-tak. Ook wordt gekeken naar overcompensatie: te veel staatssteun voor DAEB-activiteiten.

Voor de administratief gescheiden niet-DAEB-activiteiten is het onder voorwaarden mogelijk dat deze activiteiten gebruik maken van vermogen van het administratief gescheiden DAEB-deel. Bijvoorbeeld als het gaat om herstructurering, maar soms ook als externe financiering geen optie is.

Toezicht op toewijzen in het kader van passendheid en staatssteun

Corporaties moeten op basis van de wet minstens 95% van de huishoudens met recht op huurtoeslag huisvesten in een woning met een huurprijs tot en met de aftoppingsgrens. Het gaat daarbij om nieuwe verhuringen, niet om bestaande verhuringen. De Autoriteit woningcorporaties ziet erop toe dat corporaties aan deze norm voldoen. De resterende marge van 5% is bedoeld om corporaties een beperkte ruimte te bieden om in uitzonderingssituaties toch een (iets) duurdere woning te kunnen toewijzen, bijvoorbeeld wanneer niet op korte termijn een kwalitatief passende woning met een betaalbare huurprijs beschikbaar is. Op deze wijze wordt bevorderd dat huishoudens met een laag inkomen een aanvangshuur betalen die past bij dat lage inkomen.

Sociale huurwoningen

Daarnaast moeten corporaties minstens 90% van de sociale huurwoningen verhuren aan de doelgroep. Deze doelgroep is afgebakend met wettelijk bepaalde inkomensgrenzen. Deze norm komt voort uit de zogenoemde staatssteunbepalingen. De Autoriteit woningcorporaties ziet erop toe dat corporaties aan deze norm voldoen. Hiermee wordt bevorderd dat de ruimte die Nederland van Europa heeft gekregen om staatssteun te geven ook daadwerkelijk ten goede komt aan de doelen die daarvoor zijn benoemd.

Wet normering topinkomens

De Autoriteit woningcorporaties ziet naast de Woningwet ook toe op naleving van de Wet normering topinkomens (WNT) door bestuurders en interne toezichthouders. Voor corporaties gelden op basis van deze wet specifieke bezoldigingsmaxima. De externe accountant van een instelling controleert aan de hand van een vastgesteld WNT-protocol de opgave van corporaties. De accountant is wettelijk verplicht overtredingen te melden bij de Autoriteit woningcorporaties. Door de Autoriteit woningcorporaties worden alle jaarverslagen en accountantsrapporten gecontroleerd op opmerkingen of oordeelsonthoudingen op het gebied van onder meer de wet. Daarnaast analyseert de Autoriteit woningcorporaties de digitale opgave van de bezoldigingen- en beëindigingsvergoedingen en rapporteert hierover aan de minister van BZK. De bezoldiging- en beëindigingsvergoedingen worden openbaar gemaakt.

Corporaties onder verscherpt toezicht

De Autoriteit woningcorporaties kan corporaties met een verhoogd risico onder verscherpt toezicht plaatsen. Bij verscherpt toezicht is er sprake van het opleggen van de plicht tot het maken en uitvoeren van een herstelplan. De plaatsing onder verscherpt toezicht kan bij voldoende aanleiding elk moment plaatsvinden. Zorgen en twijfels over de governance zijn steeds vaker aanleiding om over te gaan tot plaatsing onder verscherpt toezicht.

Een bijzondere positie wordt ingenomen door de corporaties die in sanering verkeren. Een corporatie moet een saneringsplan indienen als de financiële middelen ontbreken om haar werkzaamheden te kunnen voortzetten. De sanering wordt uitgevoerd door WSW.

Toezicht op WSW

Onderdeel van het publieke toezicht van de Autoriteit woningcorporaties is het toezicht op WSW. Dit toezicht maakt deel uit van het stelseltoezicht en heeft een nadere uitwerking gekregen in een apart in september 2016 gepubliceerde visie op dat toezicht. Doel van het publiekrechtelijke toezicht op WSW is om het financiële risico van de achtervang (gemeenten en rijksoverheid) te beheersen. WSW stelt beleidsregels op om het financiële risico te beheersen. De Autoriteit woningcorporaties toetst de uitvoering van bestaande beleidsregels. Het toezicht richt zich daarnaast op een beheerste en integere bedrijfsvoering, conform het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting. Ook beoordeelt de Autoriteit woningcorporaties de geschiktheid en betrouwbaarheid van de bestuurders en commissarissen van WSW bij hun benoeming en herbenoeming. Het toezicht richt zich niet op individuele borgingsbeslissingen, ook niet de uitoefening van de saneringstaak door WSW. Wel geeft de Autoriteit woningcorporaties een zienswijze op een door een corporatie ingediende saneringsaanvraag. WSW betrekt deze zienswijze bij de te beoordelen aanvraag voor een saneringssubsidie.

De Autoriteit woningcorporaties adviseert over beleidsregels van WSW, werkt samen met WSW en houdt toezicht op WSW. Om het toezicht op WSW zo onafhankelijk en objectief mogelijk uit te kunnen voeren, moeten deze verschillende rollen goed van elkaar gescheiden worden. Ze kunnen in ieder geval niet verenigd worden in 1 persoon binnen de Autoriteit woningcorporaties. Daarom neemt niet de toezichtafdeling de advisering over beleidsregels van WSW voor haar rekening, maar de portefeuille Omgeving en dienstverlening, Netwerken leefomgeving en wonen.

Toestemmingen, ontheffingen en zienswijzen

De wetgever heeft ervoor gekozen om bepaalde handelingen van corporaties pas toe te laten nadat de Autoriteit woningcorporaties ze heeft goedgekeurd namens de minister van BZK. Hiervoor geeft de Autoriteit woningcorporaties een goedkeuring of zienswijze af na het indienen van een aanvraag door de corporatie. Het gaat bijvoorbeeld om de goedkeuring van een fusie, de wijziging van statuten en de goedkeuring van de verkoop van woningen en maatschappelijk vastgoed. Het verlenen van een ontheffing en het afgeven van een zienswijze wordt door de Autoriteit woningcorporaties aangemerkt als het verlenen van een vergunning. De aanvragen hebben doorgaans betrekking op complexe situaties en de afhandeling vraagt maatwerk.

Ook bij deze activiteit werkt de Autoriteit woningcorporaties risicogericht en vanuit volkshuisvestelijk belang. De Autoriteit woningcorporaties zal het proces van vergunningverlening verder verbeteren door invoering van een nieuw ondersteunend systeem. Het doel is om het proces van vergunningverlening zo helder mogelijk te maken, met korte doorlooptijden en snelle duidelijkheid over de status van de aanvraag. Bij een aantal vergunningen zal de samenwerking met WSW verder ontwikkeld worden.

Naar aanleiding van de evaluatie van de Woningwet heeft de Autoriteit woningcorporaties de minister van BZK laten weten dat mogelijk een aantal ‘goedkeuringen’ vervangen kunnen worden door toelating achteraf. In haar brief van 24 september 2018 noemt de Autoriteit woningcorporaties een aantal goedkeuringen die hiervoor in aanmerking kunnen komen.

Toets geschiktheid en betrouwbaarheid

Corporaties moeten voorgenomen benoemingen of herbenoemingen van bestuurders en commissarissen voor een zienswijze van de minister voorleggen aan de Autoriteit woningcorporaties. Naast een controle op betrouwbaarheid wordt in deze procedure getoetst of de kandidaat beschikt over de vereiste competenties. In het streven naar good governance speelt de geschiktheid- en betrouwbaarheidstoets een belangrijke rol. Door de aandacht van de Autoriteit woningcorporaties voor de vereiste competenties wordt de governance en het zelfcorrigerend vermogen van raden van bestuur en commissarissen versterkt. De geschiktheid- en betrouwbaarheidstoets is een middel om het ‘bestuurlijk vermogen’ te versterken.

De Autoriteit woningcorporaties heeft in overleg met de Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties (VTW) en het ministerie van BZK begin 2019 een proef verkorte procedure geschiktheid en betrouwbaarheid gestart. De proef gaat over de toets van de ‘geschiktheid’ bij de (her)benoeming van commissarissen. De proef heeft een looptijd van 2 jaar en zal tussentijds geëvalueerd worden in een klankbord met daarin de Autoriteit woningcorporaties, het ministerie van BZK en VTW.

Voorlichting

Voorlichting over de Woningwet valt ook onder de dienstverlening van de Autoriteit woningcorporaties. Door voorlichting over deze wet wordt de kennis verbreed en dit helpt te voorkomen dat de Autoriteit woningcorporaties als toezichthouder moet optreden. Een belangrijk preventief middel dus.

Om de samenwerking met het Meld- en Informatiecentrum van de ILT te optimaliseren, heeft de Autoriteit woningcorporaties sinds 2018 de functie van kennismakelaar ingesteld. Deze functie heeft een centrale positie bij het stroomlijnen van vragen en meldingen. Ook speelt de kennismakelaar een belangrijke rol bij het vertalen van vragen en signalen naar kennis die vastgelegd wordt en die binnen en buiten de Autoriteit woningcorporaties gedeeld kan worden.

De Autoriteit woningcorporaties wil transparant zijn over haar werkwijze en oordelen. Daarom publiceert de Autoriteit woningcorporaties op de website alle oordeelsbrieven en brieven naar aanleiding van inspecties.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2020-2024

7. De pijlers van het ILT-toezicht

Het toezicht van de ILT heeft 3 pijlers: informeren, selecteren en signaleren. In dit hoofdstuk wordt dit toegelicht.

De pijlers

Wet- en regelgeving vormt nog steeds de basis voor het handelen van de ILT. Maar de ILT bewijst haar waarde door vooral daar te zijn waar de grootste maatschappelijke risico’s zitten (selectiviteit), door voortdurend te kijken naar de gevolgen van haar handelen en door een programmatische aanpak (effectiviteit). En verder door voortdurend in verbinding te zijn met en alert te blijven op veranderingen in de samenleving en daarover signalen af te geven aan de beleidsmakers en de samenleving (signalerende rol).

Binnen de ILT is een cruciale rol weggelegd voor de informatiepositie van de ILT. Informatie helpt keuzes te maken, de effecten van die keuzes te kennen, ontwikkelingen te signaleren en verantwoording af te leggen.

Informatiegestuurd werken

De ILT werkt steeds meer informatiegestuurd. Daardoor kan de ILT selectief kiezen voor effectieve interventies. Het streven: optimale beschikbaarheid van kennis en het benutten daarvan. Het gaat daarbij niet alleen om het tijdig zien en verzamelen van noodzakelijke kennis. Het gaat ook om het stimuleren van kennisuitwisseling en –opbouw met maatschappelijk relevante organisaties, universiteiten, het centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid, de verschillende inspectiediensten en de Inspectieraad. Wetenschappelijke kennis wordt vertaald naar instrumenten voor toezicht.

Aanpak

De ILT participeert in de ontwikkeling van een kennisbank van de verschillende inspectiediensten/toezichthouders. Intern heeft de ILT een Interventielab geïnitieerd dat alternatieve interventie-instrumenten ontwikkelt, test en implementeert. Door het Interventielab wordt experimentele ruimte gecreëerd voor het ontwikkelen van toezichtinstrumenten. Dat doet de ILT door het actief zoeken naar kennis in de buitenwereld en medewerkers te stimuleren dat kennis binnen de organisatie wordt gedeeld en benut.

Ook buiten de organisatie deelt de ILT actief kennis en zoekt de samenwerking, bijvoorbeeld met handhavingscollega’s waar het kennis betreft die ook hen aangaat. De ILT maakt medewerkers bekend met technologische ontwikkelingen en stimuleert het gebruik hiervan. De ILT wil het interventiepalet verbreden (bijvoorbeeld nieuwe toezichtinstrumenten als internettoezicht inzetten in de praktijk of bestaande instrumenten zoals opsporing intensiever gaan benutten). Naast technologische kennis vergt ook verbreding van het interventiepalet permanente opleiding van de medewerkers.

Kiezen om effectief te zijn

Het takenpakket van de ILT is gebaseerd op een groot aantal wetten en regelingen. Dit is een takenpakket met veel uiteenlopende onderwerpen: transport, leefomgeving, milieu en de woningcorporatiesector. De bepalingen in de regelgeving variëren van vrij algemeen tot bijzonder gedetailleerd. De omvang, diepgang en variëteit van het takenpakket dwingen de ILT tot het maken van keuzes over de inzet van mensen en middelen.

De risicogerichte benadering met de ILT-Brede Risico Analyse (IBRA) is daarbij het uitgangspunt. Maar bij het maken van keuzes spelen nog 2 factoren een rol: verplichtingen en de specifieke overwegingen. Op basis van de IBRA, de verplichtingen en de specifieke overwegingen zet de ILT  medewerkers en middelen meer en meer in op taken waar de grootste maatschappelijke risico’s zijn.

IBRA: risicogerichte aanpak

De IBRA is het instrument dat de ILT gebruikt om op haar werkvelden de risico’s in beeld te brengen. Daarmee is de IBRA het beginpunt voor de keuzes over de inzet van de ILT: welke risico’s pakt de ILT aan en wat hebben we hiervoor nodig? Een taak waarbij een hoog risico op maatschappelijke schade bestaat, leidt tot een verkenning van de mogelijkheden om dat risico te verminderen. Op basis van de aanwezige informatie over oorzaken, mogelijke aangrijpingspunten en handelingsperspectief definieert de ILT het beoogde effect en kiest een aanpak uit een palet aan mogelijke interventies. Ook een strafrechtelijke aanpak kan hiervan deel uitmaken. Hierna volgt toedeling van mensen en middelen.

De IBRA geeft idealiter ook een indicatie van de effectiviteit van het handelen van de ILT. Een groot maatschappelijk risico zou na het optreden van de ILT kleiner moeten zijn. Tegelijkertijd wordt maatschappelijk effect bepaald door factoren waarop de ILT geen invloed heeft. De ILT gaat indicatoren ontwikkelen om het effect van haar handelen zichtbaar te maken. Dit helpt om de keuzes op basis van de IBRA verder te vervolmaken. De ILT gaat de komende jaren haar manieren van effectmeting verder ontwikkelen en start hiermee bij het programma Schoon Schip. Met het verder ontwikkelen van de effectmeting worden de resultaten en de noodzaak van het inspectiewerk nog beter zichtbaar voor de buitenwereld.

Verplichtingen en specifieke overwegingen

De risicogerichte benadering met de IBRA is het uitgangspunt. Maar bij het maken van keuzes spelen nog 2 factoren een rol:

  • Het totaal aan verplichtingen in wet- en regelgeving en andere geformaliseerde afspraken. De ILT hanteert deze verplichtingen als een (niet harde) ondergrens. Inzicht in risico’s en het mogelijk effect daarop van het ILT-handelen is ook hier van belang voor een zorgvuldige en onderbouwde afweging over de inzet.
  • De verwegingen die sterk met maatschappelijk effect samenhangen, bijvoorbeeld incidenten en specifieke vragen aan de ILT vanuit het politieke debat of vanuit de samenleving. Dit kan leiden tot het besluit om inzet te leveren op een bepaalde taak. Een voorbeeld daarvan is het programma Schiphol.

Herverdelen

De ILT moet, gezien haar omvangrijke takenpakket, prioriteiten stellen op basis van gesignaleerde risico’s. Logischerwijs betekent dit dat er voor andere taken minder capaciteit beschikbaar is. Sowieso streeft de ILT – binnen haar omvangrijke takenpakket – naar een zo optimaal mogelijke inzet van capaciteit. Om die redenen licht de ILT periodiek alle taken uit de IBRA door die niet in een programma zijn ondergebracht. Ze beoordeelt aan de hand van indicatoren of het voortzetten van de inzet op een taak in de bestaande omvang gerechtvaardigd is.

Hierdoor is een verschuiving mogelijk. Dit vraagt een flexibele inzet van mensen, die wel grenzen kent. Inspecteurs hebben, naast hun vakmanschap op het gebied van inspecteren, meestal ook zeer specifieke vakkennis en deskundigheid, veelal opgebouwd door opleiding en jarenlange ervaring. Door gestructureerd en zorgvuldig te werken aan de inzet van capaciteit, wordt de ILT naast een opgavegerichte inspectie ook een meer wendbare inspectie.

Samenwerken aan maatschappelijk effect

De vraagstukken waar de ILT aan werkt, vragen steeds vaker een meer samenhangende, in plaats van een sectorale benadering. Om die reden is samenwerken een belangrijk onderdeel om een zo groot mogelijk maatschappelijk effect te bereiken. De ILT zoekt actief de samenwerking met andere toezichthouders, stakeholders en consumentenorganisaties (en consumenten). Hierdoor kan de inspectiecapaciteit van de ILT en haar medetoezichthouders effectiever en efficiënter worden ingezet.

Reflectief en signalerend

Inspecteurs zijn de ogen en oren van de ILT. Zij signaleren nieuwe risico’s, bijvoorbeeld als er niet juist wordt omgegaan met zeer zorgwekkende stoffen. Ook op andere manieren komen potentiële nieuwe risico’s in beeld. Bijvoorbeeld door vroegtijdige ILT-betrokkenheid bij nieuwe regelgeving of signalen die de ILT ontvangt van de buitenwereld. Daarnaast is de ILT continu alert op ontwikkelingen en innovaties in het toezicht. Hiervoor onderhoudt ze goede contacten met de omgeving.

Signalerende functie

Met de signalerende functie legt de ILT waarnemingen in de vorm van een signaal voor aan de politiek, het ministerie of de omgeving. Signalering is onderdeel van ieders werk. Met de signalerende functie krijgt de ILT beter zicht in welke maatschappelijke of technische ontwikkeling invloed heeft op het werk, welke effecten de regelgeving heeft in de praktijk en wat de algemene indruk van een bedrijf is.

Nieuwe beleidsontwikkelingen

De ILT let continu op (inter)nationale ontwikkelingen en nieuwe wet- en regelgeving. Daaruit kunnen namelijk nieuwe taken voor de ILT ontstaan of bestaande taken kunnen veranderen. De ILT speelt hier graag tijdig op in.

Per ontwikkeling wordt bekeken wat het doel is, wat het risico is (berekening door de IBRA) en op welke manier de ILT een bijdrage kan leveren. Vervolgens wordt gekeken wat de gevolgen voor de ILT zijn met betrekking tot personele capaciteit, financiën, informatievoorziening, huisvesting en technologie.

Brexit

Op 11 april 2019 is duidelijk geworden dat de Europese regeringsleiders het Britse parlement tot 1 november 2019 de tijd heeft gegeven om te vertrekken uit de Europese Unie - met de mogelijkheid om eerder te vertrekken. De ILT levert onder andere een bijdrage aan de crisisorganisatie van het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing (DCC) van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Dat gebeurt met crisiscoördinatoren om adequaat in te kunnen spelen op de ontwikkelingen rondom de Brexit.

Handhavingsconvenanten

De ILT gaat stoppen met handhavingsconvenanten. Dit houdt in dat de ILT geen nieuwe handhavingsconvenanten meer afsluit en dat de lopende handhavingsconvenanten per 31 december 2021 worden beëindigd.

Waarom stopt de ILT met handhavingsconvenanten?
Met de ‘Koers 2021’ richt de ILT zich met het toezicht nog meer op het maatschappelijk effect. De ILT doet dit op basis van informatiegestuurd toezicht. Dit betreft onder meer een analyse van de grootste maatschappelijke risico’s, trends en ontwikkelingen in de buitenwereld. De inspectie zet haar schaarse capaciteit en middelen daar in waar de meeste risico’s zijn en waar zij de meeste invloed kan uitoefenen. Handhavingsconvenanten sluiten hier niet bij aan, omdat de bedrijven waarmee de ILT een handhavingsconvenant heeft afgesloten doorgaans bedrijven zijn die willen en kunnen naleven. Het sluiten en onderhouden van handhavingsconvenanten kost de ILT veel inspectiecapaciteit. Deze inspectiecapaciteit zet de ILT liever in op de potentieel slechte nalevers in risicogebieden dan op de goede nalevers.

Verder met ketenconvenanten
De ILT stopt niet met het sluiten van ketenconvenanten. De ILT sluit ketenconvenanten af met organisaties zoals brancheorganisaties, keurmerkorganisaties, certificeerders, verladers, opdrachtgevers van transport en logistieke partijen. Deze organisaties kunnen inspecteren (toetsen of zij zich houden aan de afgesproken regels) en interveniëren (ingrijpen als het mis gaat) bij de bedrijven die onder toezicht vallen van de inspectie. Dit maakt de ILT als dagelijkse toezichthouder overbodig. In een keten waar de naleving door private borging geregeld is, kan de ILT zich beperken tot systeemtoezicht.

Nieuwe risico’s en kansen
De ILT kijkt open naar nieuwe ontwikkelingen in het werkveld, de maatschappelijke context. De ILT doet dit aan de hand van een aantal methoden die zij zelf heeft ontwikkeld of deelt met andere toezichthouders. Zo weet de ILT wat nieuwe risico’s zijn en welke verdwijnen. Ook ziet de ILT zo of er kansen zijn om het maatschappelijk effect te bereiken.

De ILT voerde gesprekken met kennisinstituten en relevante maatschappelijke organisaties om een scherp beeld te krijgen van de omgeving waarin de ILT actief is. De ILT maakt gebruik van de kennis en methoden van andere partijen. Een voorbeeld hiervan is de Early Warning methodiek, waarbij risico’s vroegtijd gesignaleerd worden. Het ministerie zet deze methodiek voor het hele werkveld van het departement in.

Beleidsdoorlichting
Een onafhankelijk onderzoeksbureau (KWINK Groep) heeft voor de periode 2012-2017 de doeltreffendheid en doelmatigheid van de ILT onderzocht. Dat gebeurt in het wettelijk kader van doorlichting van ieder (beleids)begrotingsartikel eens per 5 tot 7 jaar. De doorlichting heeft een inzichtelijk rapport opgeleverd. De onderzoekers doen bruikbare voorstellen voor verdere invulling en aanscherping van het verandertraject dat volgens de uitgangspunten van de Koers is ingezet. Zo wordt er de komende jaren verder invulling gegeven aan het kennisbeleid, de inzet van mensen en middelen op onderwerpen met een laag maatschappelijk effect, de governance, de digitalisering en de automatisering.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 2020-2024

8. Vakmanschap en kennis

De manier waarop de ILT toezicht wil houden, vraagt om professionele, flexibele medewerkers. De ILT vindt het belangrijk dat haar medewerkers hun talenten optimaal kunnen benutten. Met als uiteindelijk doel: samen een bijdrage leveren aan de maatschappij.

Leiderschap

De leidinggevenden bij de ILT sturen op resultaat. Ze laten de inhoud van het werk over aan medewerkers en richten zich primair op ondersteuning en begeleiding. Je kan dit dienend leiderschap noemen. De dienende leider vervult een voorbeeldfunctie en inspireert. Maar leiderschap gaat verder dan de leidinggevenden. Het streven is dat alle medewerkers in 2021 persoonlijk leiderschap tonen. Dit stelt mensen in staat verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen werk. Ook weten ze wat ze van hun dienende leider nodig hebben om hun werk goed uit te voeren en zich te ontplooien.

Wendbaarheid

De ILT denkt vanuit kansen en mogelijkheden. Medewerkers anticiperen actief op ontwikkelingen in de omgeving en vragen dat ook van hun partners. De ILT stemt haar aanpak voortdurend af op wat op dat moment het beste aansluit bij de vraag en de gewenste resultaten. Dit leidt tot taakuitvoering in programma’s, projecten en lijnorganisatieonderdelen.

Naast de traditionele arbeidscontracten biedt de ILT ruimte voor nieuwe, flexibele en betrouwbare contract- en arbeidsvormen. Bijvoorbeeld duobanen, uitwisseling met kennisinstituten of werken voor en mét derden (co-creatie, allianties).

Duurzame inzetbaarheid

De ILT vindt duurzame inzetbaarheid belangrijk. Het doel van duurzame inzetbaarheid is dat medewerkers actief blijven werken aan hun loopbaan, hun ontwikkeling en hun vitaliteit. Duurzame inzetbaarheid draagt bij aan mens én organisatie.

Deskundigheid

De ILT werft in 2020-2024 gericht op deskundigheid die mogelijk in de toekomst nodig is. Denk hierbij aan waterveiligheid, een duurzame leefomgeving, smart mobility, systeemintegratie en blockchaintechnologie, data-analyses en kunstmatige intelligentie. Door kennis in huis te halen, kan de ILT de externe inhuur op bepaalde terreinen afbouwen.

Kennisbeleid
Kennisbeleid geeft richting aan de informatie. Informatie is voor de ILT essentieel om haar werk gericht en goed te kunnen doen. Het kennisbeleid bij de ILT wordt, mede naar aanleiding van de beleidsdoorlichting, doorontwikkeld en is gericht op de organisatie. De ILT inventariseert structureel bij alle organisatieonderdelen en programma’s welke kennis er is en aan welke kennis behoefte bestaat. Dit resulteert in een kenniskaart per organisatieonderdeel en per programma.

Er zijn 3 inhoudelijke kennissporen:

  • Toezichtontwikkeling.
  • Technologische ontwikkeling binnen het ILT-speelveld.
  • Inhoudelijke ontwikkeling per taakveld in beeld.

De ILT wil de komende periode investeren in de ontwikkeling van kennis en kunde van alle ILT-medewerkers. Ze legt bestaande en nieuwe kennis van de medewerkers vast in kennisbronnen en houdt die up-to-date. Deze bronnen worden op een centrale plek beheerd en vormen de basis voor verandering en voortdurende ontwikkeling van zowel medewerkers als van de organisatie. Dit vergroot de wendbaarheid van de ILT als geheel en faciliteert flexibele inzet van de juiste ILT-medewerker op de juiste plaats. Dit zorgt ook voor betekenisvol werk dat ruimte biedt voor maximale zelfontplooiing. Ook op het gebied van de kennis en vakmanschap versterkt de ILT de samenwerking met kennispartners. Dat doet de ILT door allianties met de markt aan te gaan, communities of practice te organiseren en de banden met kennisinstituten, universiteiten en andere onderwijsinstellingen verder aan te halen.

Aantrekkelijke werkgever

Om een aantrekkelijke werkgever te worden voor jongeren met voor de toekomst belangrijke competenties biedt de ILT stages en traineeships aan in relevante studierichtingen. Ook besteedt de ILT in haar toekomstverkenningen en strategiestudies aandacht aan de gevolgen voor de omvang en samenstelling (competenties) van het personeel. Hiermee speelt de ILT in op de actuele uitdagingen op dit gebied.