De Autoriteit woningcorporaties (Aw) wil een betrokken toezichthouder zijn. Betrokken bij de kerntaak van de woningcorporaties: betaalbare en kwalitatief goede woningen bieden aan mensen die hier niet zelf in kunnen voorzien. Het vinden van een passende woning en het wonen in een kwalitatief goede, betaalbare woning in een veilige en gezonde wijk, zijn belangrijk om aan de maatschappij deel te nemen.

Maatschappelijke opdracht

De maatschappelijke opdracht van woningcorporaties, het volkshuisvestelijk belang, bepaalt in belangrijke mate de ontwikkeling van de Autoriteit woningcorporaties. De Aw houdt toezicht op een effectieve, efficiënte, rechtmatige en integere inzet van maatschappelijk vermogen. Daarnaast ziet zij er op toe dat het beleid en beheer van woningcorporaties zorgt voor maximale beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van sociale huurwoningen. Kwaliteit is hierbij een breed begrip. Hieronder vallen ook duurzaamheid, leefbaarheid en het bijdragen aan een inclusieve samenleving.

Prioritaire projecten

Veel van het werk van de Aw valt onder het reguliere proces. Daaronder valt het toezicht op governance, integriteit, rechtmatigheid, financieel beleid en beheer van woningcorporaties. En het verlenen van vergunningen in de vorm van goedkeuringen, ontheffingen en zienswijzen. De Autoriteit woningcorporaties ziet 3 ontwikkelingen die prioriteit hebben.

Uitwerking Woningwet in beleidsregels

Waarom doet de Aw dit?
De Woningwet is in 2015 ingevoerd. Drie jaar later heeft een evaluatie plaatsgevonden. Ook het extern toezicht is onder de loep genomen.
De breed uitgevoerde evaluatie is aanleiding om de Woningwet te vereenvoudigen. De wet wordt meer ingericht op wettelijke principes (en doelen) van de wet en minder vanuit de regels. Verwachting is dat de Woningwet in 2021 wordt aangepast.

Wat wil de Aw bereiken?
De Aw wil heldere en flexibele kaders. Hierdoor wordt beter ingespeeld op de bedoeling van de wet, beheerste risico’s en nieuwe risico’s. Het doel is om op een actieve en constructieve manier gepubliceerde beleidsregels te maken. Deze beleidsregels zijn juridisch juist, begrijpelijk en uitvoerbaar voor de Aw, woningcorporaties en (direct) belanghebbenden als huurders en gemeenten. De belangrijkste beleidsregels zijn voor de inwerkingtreding van de herziene wet klaar. Denk hierbij aan vergunningen rondom: verbindingen, toets geschiktheid en betrouwbaarheid, onverenigbaarheden, verkoopregels, maatschappelijk- en bedrijfsonroerend goed, passend toewijzen en fusies.

Hoe wil de Aw dit bereiken?
Om de beleidsregels te maken is in 2020 het project Beleidsregels opgestart. Bij het uitwerken van de beleidsregels betrekt de Aw de verschillende stakeholders.

Informatie centraal en risicogericht

Een goede informatievoorziening en analyse staan centraal in het werk van de Autoriteit woningcorporaties. Dit is de basis voor risicogericht werken en verdere kennisontwikkeling en toezichtactiviteiten. In 2021 is de website van de Aw herzien en opnieuw ingericht. Ook heeft de Aw een dashboard ontwikkeld voor externe partijen met informatie over de beleidswaarde van corporaties. De Aw wil dit dashboard verder ontwikkelen. Na evaluatie zal de Aw bekijken welke onderdelen zij toe kan voegen. Daarnaast werkt de Aw aan risicosignalering per corporatie.

Waarom doet de Aw dit?
De Aw voert op dit moment risicogericht toezicht uit. Dit doet zij mede op basis van het gezamenlijk beoordelingskader Autoriteit woningcorporaties-Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Op basis van kwantitatieve en kwalitatieve beoordelingscriteria, signalen en een dashboard maakt de Aw in het inspectieproces onderscheid naar een basisonderzoek of een verdiepend onderzoek. Het onderscheid helpt om de capaciteit per inspectie effectiever in te zetten. Het verdiepende onderzoek met meer capaciteit zet de Aw in bij de woningcorporaties met de hoogste risico’s.

Wat wil de Aw bereiken?
De Aw bouwt in de komende periode haar risicogericht toezicht uit met een risicosignalering per corporatie. De risicosignalering ondersteunt de totstandkoming van het oordeel over de corporatie. Naast harde kwantitatieve gegevens neemt de Aw ook meer kwalitatieve indicaties op. Deze gaan over gedrag en cultuur uit de governance inspecties en uit de toets Geschiktheid en Betrouwbaarheid. Daarmee verwacht de Aw nog meer risicogericht en selectief toezicht uit te kunnen voeren. Waar nodig intensiveert de Aw het toezicht. En beperkt het toezicht waar dat kan.

Hoe wil de Aw dit bereiken?
In de uitwerking is het van belang dat het risicoprofiel goed verbonden blijft met de doelstelling en het beoordelingsproces van de Aw. Het beoordelen van de governance van de organisatie vormt daarvoor een belangrijke basis. Centrale vraag is of de woningcorporatie voldoende waarborgen heeft ingericht om de strategische doelstellingen op een integere, rechtmatige en doelmatige wijze te realiseren binnen de financiële ratio’s. Deze doelstellingen zijn verwoord in het bedrijfsmodel. De uitwerking van het volkshuisvestelijk belang is een belangrijke extra ontwikkeling binnen dit beoordelingsproces.

Programma Governance

De Aw stelt governance centraal in het toezicht. Het toezicht op governance en de toets Geschiktheid en Betrouwbaarheid hebben tot doel de governance bij woningcorporaties te verbeteren.

Waarom doet de Aw dit?
De meeste incidenten in de sector zijn terug te voeren op knelpunten in de organisatie, de besturing en het intern toezicht (governance) van woningcorporaties. Daartoe introduceerde de Woningwet in 2015 nieuwe bevoegdheden voor de extern toezichthouder. Het gaat hierbij onder andere om het toezicht op de governance van beleid en beheer. En om de toets Geschiktheid en Betrouwbaarheid voor commissarissen en bestuurders.

Wat wil de Aw bereiken?
Op basis van de uitgevoerde governance-inspecties blijkt dat bij de meerderheid van de woningcorporaties de governance van beleid en beheer voldoende tot goed op orde is. Bij een kleine minderheid spelen langslepende en hardnekkige vraagstukken op meerdere toezichtvelden (integriteit, governance, rechtmatigheid en financieel).
Met het toezicht op governance stimuleert de Aw het zelflerend vermogen van corporaties. Ook stimuleert de Aw het voeren van reflectieve gesprekken binnen corporaties.

Hoe wil de Aw dit bereiken?
De uitkomsten van het basisonderzoek en het risicoprofiel geven de Aw inzicht in mogelijke risico’s. En in de wijze waarop de corporatie deze risico’s beheerst. Waarborgt de corporatie dit voldoende? Dan zal de Aw vertrouwen geven en niet verder ingrijpen. Bij de corporatie waar de Aw niet voldoende waarborgen aantreft, wordt het toezicht intensiever. De Aw stimuleert de betreffende corporatie om zich te verbeteren.
Het leertraject Governance, Gedrag en Cultuur van de Aw uit 2019 – 2020 besteedt veel aandacht aan de grondhouding die nodig is voor toezicht vanuit een governance-benadering. Een eenmalige introductie hiervan is niet voldoende. Een permanent programma van scholing en training wordt ontwikkeld. De Aw werkt hierin samen met de ILT aan de ontwikkeling van bestuursgericht toezicht.
 

Volkshuisvestelijk belang in het toezicht op governance

De afgelopen jaren keek de Aw bij het toezicht op de governance vooral naar het beheer van een corporatie. De vraag of de corporatie het werk goed doet stond hierbij centraal. De komende tijd komt ook het beleid van de corporatie in beeld. De Aw voegt de vraag of de corporatie ‘de goede dingen doet’ in het governancetoezicht toe.

Waarom doet de Aw dit?
Het verbeteren van beleid en beheer, bestuurlijke cultuur en degelijke checks en balances realiseren staan niet op zich. Hiermee wil de Aw een goede invulling geven aan de maatschappelijke opdracht van corporaties.

Wat wil de Aw bereiken?
De Aw betrekt het volkshuisvestelijk belang in het toezicht. Dat betekent dat de Aw het toezicht zo inzet dat het beleid en beheer van corporaties zorgen voor maximale beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit. Het onderliggende beleid moet passen bij de lokale/regionale opgave. Ook moet het uitlegbaar zijn aan belanghebbenden.

Hoe wil de Aw dit bereiken?
Door hierover ‘het goede gesprek’ aan te gaan met de betreffende corporatie. Zo wil de Aw inzicht krijgen in de bijdrage van de corporatie aan de lokale/regionale opgave.
De Aw spreekt geen oordeel uit over eventuele achterblijvende prestaties. Maar de Aw kan wel aansturen op het onderliggende beleid. Ook treedt de Aw signalerend en agenderend op als dit in het belang van de volkshuisvesting is.