Meerjarenplan ILT 01

Meerjarenplan ILT 01

Deze printvriendelijke versie bevat niet de volledige inhoud van het online magazine, maar alleen de teksten en een beperkte selectie foto´s. Het hele online magazine met alle foto´s, video´s en multimedia kan worden bekeken op:
https://magazines.ilent.nl/meerjarenplan/2020/01/index

Nog een tip voor het geval u het magazine wil printen: Heeft u een Windows-computer en bekijkt u het magazine met het programma Chrome? Dan adviseren we u voor het afdrukken alleen gebruik te maken van het zogenoemde dialoogvenster (Ctrl+P).

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Voorwoord

De samenleving vraagt om een toezichthouder die zijn werk goed doet en het maatschappelijk belang in het oog houdt. Het werk van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) krijgt waardering, maar wordt ook kritisch bekeken. Gelukkig, want dat houdt ons scherp.

De ILT werkt aan de hand van een meerjarenplan (MJP) dat we in 2019 voor de periode 2020-2024 hebben vastgesteld. Met de hierin benoemde strategie en prioriteiten laten we zien hoe we de grootste maatschappelijke risico’s aanpakken. Met deze uitgave laten we zien waar de ILT concreet op wil inzetten, om ervoor te zorgen dat we de langetermijndoelen van onze programma’s, het reguliere toezicht en de Autoriteit Woningcorporaties behalen.

De coronacrisis heeft een grote impact op onze samenleving. Het vraagt ook om flexibiliteit en creativiteit van onze werkzaamheden en om nieuwe manieren van inspecteren. We werken meer digitaal en op afstand als dat kan. Behoedzaam en risicogericht voeren we inspecties op locatie uit, waarbij we rekening houden met de coronamaatregelen.

Nu corona nog zo bepalend is voor de manier waarop we ons werk doen, merk ik hoe belangrijk een optimale samenwerking met onze stakeholders en ondertoezichtstaanden is. We kunnen het niet alleen en willen vooral gezamenlijk de risico’s voor mens en milieu aanpakken.  Het is goed om te merken dat deze samenwerking op veel terreinen tot stand komt.

In deze versie van het MJP leest u dat de ILT er een aantal taken bij krijgt. Daarvoor ontwikkelen we nu het toezicht. Ik vind het belangrijk dat we daarbij verder kijken dan de regels; het gaat mij vooral om de invloed die ons toezicht heeft. De ILT vergroot haar maatschappelijk effect door te werken aan zaken waar de burger echt waarde aan hecht. Ik besef elke dag weer hoe groot en divers deze belangen zijn. Daarom blijven we vastberaden op koers en zijn we volhardend om ons werk zo goed als mogelijk te doen.


Mr. J.A. van den Bos
Inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Inhoud

H1. Inleiding

H2. Waar staat de ILT voor?

H3. Wat wil de ILT bereiken?

H4. De ILT als organisatie
     
H5. Autoriteit woningcorporaties

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

H1. Inleiding

De minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) biedt deze actualisering voor 2021 van het Meerjarenplan (MJP) 2020-2024 van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) aan de Staten-Generaal aan. Ook namens de andere bewindspersonen voor wie de ILT toezichttaken uitvoert. In dit document vindt u ook het jaarplan van de Autoriteit woningcorporaties (Aw). De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt dit jaarplan vast (hoofdstuk 5).

Actualisering 2021

De ILT stelt ieder jaar een Meerjarenplan vast. Deze heeft een looptijd van 4 jaar. Dit MJP beschrijft de kaders voor het werk van de ILT over een langere periode. Deze strategie wijzigt niet jaarlijks. Tegelijkertijd is de programmatische aanpak van de ILT nog sterk in ontwikkeling. Daarom kiest de ILT dit jaar voor een actualisering van het MJP 2020-2024. De ILT wijdt dit MJP vooral aan de programmatische aanpak. En aan de programma’s waar de ILT in 2021 in werkt.

De algemene werkwijze van de ILT vindt u terug in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 vindt u een toelichting op het programmatische werken binnen de ILT. Ook leest u over de programma’s waar de ILT in 2021 in werkt. In hoofdstuk 4 is er aandacht voor de ILT als organisatie. In hoofdstuk 5 vindt u het jaarplan van de Autoriteit woningcorporaties.

Relatie ILT/Ministerie van IenW

De ILT werkt aan een verbeterde samenwerking binnen het departement van IenW. Dit doet zij naar aanleiding van de doorlichting artikel 24 [1]. Binnen deze samenwerking staat opgavegericht werken aan de maatschappelijke thema’s centraal. Hiervoor zijn nieuwe afspraken nodig. Die afspraken moeten de rollen en verwachtingen over en weer verduidelijken. De ILT is een onafhankelijke toezichthouder voor het publieke belang. De inspectie werkt aan een integrale risico-gebaseerde afweging en prioriteitstelling binnen het strategisch werkplan. Natuurlijk moet dit ook passen binnen de ILT-begroting.

Nieuwe taken in 2021

In 2021 krijgt de ILT een aantal nieuwe taken. Daarvoor ontwikkelt zij nu het toezicht. Daarna voert de ILT deze taken uit. De ILT wordt bij voorkeur in een vroeg stadium bij nieuwe taken betrokken. Door middel van een zogenaamde Handhaafbaarheid-, Uitvoerbaarheid- en Fraudebestendigheidstoets (HUF-toets) geeft zij aan welke informatie en financiering zij voor de uitvoering van een taak nodig heeft. Voor het ministerie van IenW gaat het om de volgende taken:

  • Afsluitdijk; uitbesteding deel toezicht en vergunningverlening.
  • Cybersecurity; maritiem; drinkwater; luchtvaart: toezicht vanuit de Wet Beveiliging Netwerk- en Informatiesystemen.
  • Bijzondere bromfietsen.
  • Digitale tachografen (nadere toelichting in hoofdstuk 3 bij het programma Slim en veilig goederenvervoer)
  • Scheepsafvalstoffenbesluit en –regeling; (wijziging omtrent lozing huishoudelijk afvalwater door zeeschepen.
  • Slothandhaving Luchtvaart; uitwisseling gegevens Schiphol.
  • Drones; European Union Aviation Safety Agency (EASA) basis regulation. Toezicht en vergunningverlening.
  • Nederlands Luchtvaartveiligheidsprogramma; medewerking aan uitvoering NLVP.
  • Verkeersproducten; goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens. Intensivering bestaande taak.
  • Doorontwikkeling Boordcomputer Taxi (BCT); variantenstudie. Inspectietool.
  • Eurostar; NS verbinding Amsterdam-Londen. Toezicht veiligheidsaspecten onder verantwoordelijkheid spoorwegonderneming.


Voor het ministerie van Buitenlandse Zaken gaat het om de taak Conflictmineralen; Uitvoeringswet Verordening Conflictmineralen.

Voor het ministerie van Justitie en Veiligheid gaat het om de taak Wet ter bescherming van de Koopvaardij.

Daarnaast geldt dat besluitvorming over nieuwe taken voor de ILT gedurende het hele jaar plaatsvindt, waardoor het daadwerkelijk aantal nieuwe taken voor 2021 nog kan toenemen.



Voetnoot
[1] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/04/12/aanbieding-beleidsdoorlichting-begrotingsartikel-24-handhaving-en-toezicht-ministerie-van-ienw

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

H2. Waar staat de ILT voor?

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) werkt aan veiligheid, vertrouwen en duurzaamheid in transport, infrastructuur, milieu en wonen.

Het werkveld van de ILT is divers. De uitgangspunten voor het werk van de ILT zijn informatiegestuurd en risicogericht werken.  De 4 pijlers van de Koers ILT 2021 zijn:

  • Selectief
  • Effectief
  • Reflectief
  • Optimale vergunning- en dienstverlening.

Informatiegestuurd werken

De ILT verzamelt actief informatie om haar werk als toezichthouder effectief uit te voeren. Het gaat hierbij niet alleen om het verzamelen en gebruiken van kennis. Het gaat ook om het uitwisselen van kennis met relevante partners binnen de wettelijke mogelijkheden. Deze informatie helpt de ILT om:

  • Keuzes te maken.
  • Effecten van keuzes te kennen.
  • Ontwikkelingen te signaleren.
  • Verantwoording af te leggen.

Door informatiegestuurd te werken voert de ILT gerichter interventies uit.

De ILT werkt daarom in 2021 aan het verder verstevigen van haar informatiepositie. Dit doet zij door haar manier van informatie verzamelen te verbeteren. Dit gebeurt op verschillende manieren. Aan de technologische kant werkt de ILT aan de ICT-infrastructuur en de beschikbaarheid van data. Analisten en inspecteurs werken samen. Zo kijkt het Innovatie- en datalab (IDlab) naar het slimmer verzamelen en toepassen van data. Specialisten op verschillende terreinen zoals data science, remote sensing, GIS, speltheorie, gedragswetenschappen, text mining en webscraping werken steeds aan nieuwe oplossingen. Het Interventielab ontwikkelt en test nieuwe interventie-instrumenten voor het toezicht. Door het brede werkveld van de ILT is het verstevigen van de informatiepositie geen eenvoudige opgave.

Risicogericht werken (selectief)

De ILT heeft een groot en divers werkgebied. Bovendien zijn er binnen de ILT verschillen in het type en de inhoud van de werkzaamheden. Dat komt mede doordat de mate van detaillering van wet- en regelgeving verschilt.

De capaciteit van de ILT is beperkt. Het maken van keuzes is daardoor noodzakelijk. Waar zijn de maatschappelijke risico’s en schades het grootst? Waar heeft het handelen van de ILT het meeste effect? De antwoorden hierop helpen de ILT om haar inzet te bepalen. Hiervoor gebruikt de ILT-brede risicoanalyse (IBRA). Deze risicoanalyse deelt het werkveld van de ILT op in taken. Per taak berekent de ILT de risico’s rondom fysieke veiligheid, milieu, gezondheid, economie en vertrouwen in instituties. Dat zorgt voor een rangorde. De IBRA 2020 vindt u in de bijlage. De ILT werkt steeds aan verbetering van de IBRA. Zo krijgt de inspectie risico’s scherper in beeld.

Sinds 2018 pakt de inspectie de belangrijkste risico’s uit de IBRA programmatisch aan. In het volgende hoofdstuk leest u meer over het programmatisch werken binnen de ILT.

Signaleren en reflecteren

Inspecteurs zijn de ogen en oren van de ILT. En van de ministers. Zij dragen bij aan het vroegtijdig signaleren van mogelijke (nieuwe) risico’s. De ILT geeft deze waarnemingen terug aan de politiek,  beleidsmakers of aan de relevante omgeving. Ook is de ILT steeds alert op innovaties en  veranderingen in het toezicht. De ILT volgt (internationale) ontwikkelingen en aanpassingen in wet- en regelgeving. Zo is zij op tijd voorbereid op mogelijke gevolgen daarvan voor de taken van de inspectie.

Optimale vergunning- en dienstverlening

De ILT houdt niet alleen toezicht. De inspectie verleent vergunningen en certificaten. Ook geeft  de inspectie informatie en voorlichting over wet- en regelgeving. Het verlenen van een vergunning is in veel gevallen het begin van toezicht.

Het aantal vergunningen dat de ILT afgeeft varieert per jaar. In 2018 zijn het er ruim 23.000, in 2019 ruim 37.000. Bij haar toezicht maakt de ILT deels zelf keuzes in wat zij al dan niet oppakt. Die keuzes maakt zij op basis van risico’s. Bij vergunningverlening werkt dit anders. Daar is sprake van een vraaggestuurd proces. Daarbij beoordeelt de ILT alle aanvragen die zij binnen krijgt.

Op het gebied van dienstverlening behandelt de ILT meldingen en vragen. Ook hier is er sprake van een vraaggestuurd proces. Het aantal varieert van jaar tot jaar. In 2019 zijn er ruim 815.000 meldingen, waarvan het grootste deel (ruim 97%) in het kader van afvaltransporten binnen de EU (EVOA. De ILT heeft ongeveer 35.000 vragen beantwoord. 

Het aanvragen van een vergunning moet duidelijk, eenvoudig en efficiënt zijn. Bovendien moet de beoordeling van een vergunning effectief zijn. Ook moet deze gericht zijn op het beperken van maatschappelijke risico’s. Om dit te verbeteren werkt de ILT in 2021 aan het programma Optimaliseren dienst- en vergunningverlening (zie pagina 26).

Toezicht

Het grootste deel van het werk van de ILT is het reguliere toezicht. De ILT heeft dat (nog) niet in programma’s ondergebracht. Het gaat om het toezicht in de volle breedte van het werkterrein. Vaak met een grote diepgang en met een forse verscheidenheid. Zoals object- of bedrijfsgerichte inspecties en audits op het gebied van de milieuveiligheid van stoffen en producten. Maar ook transport via water (zoals het sjorren van containers), weg, spoor en lucht. Het toezicht op de passagiersrechten hoort daar ook bij. De ILT houdt ook toezicht op de geluidsnormen van vliegvelden, bodemwerkzaamheden, gevaarlijke stoffen, afval, en op risicovolle bedrijven. De ILT heeft in 2020 een volledig overzicht van haar wettelijke taken meegestuurd met het MJP 2020-2024.[1]

Het reguliere toezicht heeft een meer doorlopend karakter. Dit toezicht is gebaseerd op diverse (internationale) verplichtingen. Vaak voert de ILT dit toezicht uit in samenwerking met andere handhavingsorganisaties. Voorbeelden hiervan zijn de politie, de douane, de NVWA, de ISZW en omgevingsdiensten.

De ILT voert per jaar ongeveer 25.000 reguliere inspecties uit.

De ILT streeft ernaar om op basis van een goede informatiepositie tot een weging van gesignaleerde risico’s en wettelijke verplichtingen te komen. Op deze manier kan de ILT haar mensen en middelen optimaal inzetten.

De ILT is de toezichthouder van het ministerie van IenW. Nu voert zij toezichtstaken uit voor nog 3 andere ministeries. Vanaf 2021 doet zij dat voor 4 andere ministeries. Nu zijn dat: Economische Zaken en Klimaat (EZK), Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Justitie en Veiligheid (JenV). Vanaf 2021 doet de ILT dit ook voor Buitenlandse Zaken (BuZa). Voor EZK gaat het om toezichtstaken op het terrein van vermindering van broeikasgassen en om duurzaam energiegebruik van apparaten. Voor BZK gaat het, naast de Autoriteit woningcorporaties (Aw), om het toezicht op CE-markeringen van bouwproducten. En op energielabels voor energieprestaties van gebouwen. Voor J&V voert de ILT het toezicht uit op de Wet precursoren voor explosieven. Voor het ministerie van BuZa gaat het om een nieuwe taak in 2021. Dit is een taak op basis van de Uitvoeringswet Verordening conflictmineralen.

Ook in de reguliere toezichtactiviteiten veranderen zaken regelmatig. Wijzigingen in wet- en regelgeving kunnen leiden tot andere wettelijke normen. Ook kunnen zij leiden tot andere inzichten over de manier van ingrijpen. Door middel van de Handhaafbaarheid-, Uitvoerbaarheid- en Fraudebestendigheidstoets (HUF-toets) kan de ILT vanuit haar ervaring en expertise op iedere voorgenomen wijziging van beleid reageren.

Ook buiten de programma’s om investeert de ILT in de vernieuwing van het toezicht en opsporing. Daarbij werkt de inspectie aan het verbinden van verschillende initiatieven voor vernieuwing van het toezicht binnen het brede werkveld van de ILT. De ILT kijkt waar deze initiatieven elkaar kunnen versterken. Daarnaast neemt de ILT het niet-programmatische werk periodiek onder de loep. Met  verschillende instrumenten bekijkt zij hoe het toezicht effectiever en efficiënter kan. Op deze manier kijkt de ILT ook hoe zij bij het niet-programmatische werk de schaarse inspectiecapaciteit selectief (risicogericht en informatiegestuurd), effectief en efficiënt kan inzetten. Dit maakt het toezicht van de ILT flexibeler en wendbaarder. Daarbij evalueert de ILT haar werk regelmatig.

Inlichtingen- en Opsporingdienst

Een belangrijk onderdeel van de ILT is de Inlichtingen- en Opsporingsdienst (IOD). De IOD is de bijzondere opsporingsdienst van het ministerie van IenW. De IOD staat onder het gezag van het functioneel parket van het Openbaar Ministerie (OM). Opsporing is één van de instrumenten die de ILT inzet om ervoor te zorgen dat ondertoezichtstaanden zich aan de geldende wet- en regelgeving houden. De ILT kan naast bestuurlijke interventies strafrecht en opsporing inzetten. Voor de samenwerking met het OM heeft de ILT afspraken gemaakt. Deze vindt u in het Meerjarige handhavingsarrangement 2020-2023.

De inlichtingenproducten en strafrechtelijke onderzoeken van de IOD richten zich op personen en bedrijven, die de regels regelmatig en op een ernstige manier overtreden. Het gaat hierbij om de regelgeving op het gebied van milieu, transport en wonen. Deze overtredingen hebben een integrale aanpak nodig. Daarbij werkt de IOD nauw samen met afdelingen en programma’s binnen de ILT en met andere overheidspartners in binnen- en buitenland.

Toezicht en opsporing zijn steeds sterker verbonden. Dit dankzij het uitwisselen van kennis en informatie via overleg. Zo wordt strafrechtelijke handhaving onderdeel van de totale handhaving: opsporing als beste methode. En niet als laatste ‘redmiddel’ in geval van overtredingen.

Incidentafhandeling en ongevallenonderzoek

Daarnaast heeft de ILT een formele rol bij incidenten en ongelukken. Bijvoorbeeld in de scheepvaart, of op het spoor. De inzet bij incidenten is niet te plannen. Zij vragen veel inzet van de ILT. Dit gaat ten koste van de andere activiteiten. Het doel van de ILT is om bij het optreden van incidenten zo snel mogelijk terug te keren naar de normale situatie. Dit doet de inspectie door direct in actie te komen, om verergering van de situatie te voorkomen.   


Voetnoot
[1] [1] Tweede Kamer der Staten-Generaal, vergaderjaar 2019-2020, 35 300 XII, nr. 4, bijlage
1

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

H3. Wat wil de ILT bereiken?

Vanaf 2021 werkt de ILT met 11 toezichtprogramma’s. Daarnaast is één programma gericht op het optimaliseren van de dienst- en vergunningverlening. In dit hoofdstuk staat de aanpak per programma, met de bijhorende doelen. De ILT benoemt de acties en resultaten in 2021.

Programmatische aanpak

De ILT kiest ervoor om onderwerpen die prioriteit hebben gericht aan te pakken. Dit doet de inspectie in programma’s, naast het reguliere toezicht. Daarbij is de ILT-brede risicoanalyse (IBRA) het startpunt. Programma’s, of verkenningen daartoe, kunnen ook voortkomen uit verplichtingen. Maar ook uit maatschappelijke, politieke of beleidsmatige ontwikkelingen of wensen. Een voorbeeld hiervan is het programma Veilig en duurzaam Schiphol. Programma’s of verkenningen kunnen daarnaast voortkomen uit een voorgenomen organisatieverandering. Het programma Optimaliseren dienst- en vergunningverlening is daar een voorbeeld van.

Sinds de start van het programmatisch werken in 2018 is de aanpak sterk in ontwikkeling. De reikwijdte van programma’s wordt in de loop van de tijd beperkter en daardoor gerichter. Een programma is altijd tijdelijk. De programmatische aanpak van de ILT bestaat uit:

  • Een flexibele manier van werken.
  • De inzet van de juiste middelen.
  • Een efficiënte inzet van multidisciplinaire teams.
  • Samenwerking met de omgeving.

Het programmatisch werken begint met het verkennen van onderwerpen of risico’s. Bij een verkenning beschrijft de ILT het maatschappelijk probleem en krijgt zij de oorzaken en veroorzakers van het probleem in beeld. Ook brengt de inspectie haar invloedsmogelijkheden en bevoegdheden in kaart. De ILT maakt inzichtelijk hoe het stelsel eruit ziet en welke betrokkenen een rol spelen. In een verkenning beargumenteert de ILT waarom een onderwerp al dan niet een programma waard is. Naar aanleiding van een verkenning beslist de ILT of zij:

  • Een programma inricht.
  • Voor een projectaanpak kiest.
  • De taak als lijnactiviteit uitvoert.
  • Het onderwerp (tijdelijk) minder intensief benadert.
  • Het onderwerp verder onderzoekt.

Evaluaties

De ILT wil in 2021 een aantal programma’s evalueren.

Bij deze evaluatie beoordeelt de ILT welke resultaten zij heeft behaald. Daarbij kijkt de ILT welk deel van de programmadoelen, en welke maatschappelijke effecten zij heeft gehaald. Een goede nazorg en evaluatie helpen bij het afronden van een programma, of onderdelen daarvan. Waar nodig helpt het ook om de taken ervan over te dragen aan het reguliere (niet-programmatische) toezicht. Ook is het belangrijk dat de ILT van lessen leert.

In 2021 evalueert de ILT het programma Juiste verwerking afvalstoffen. Het programma startte in 2018. Ook het kortlopende programma Legionella uit 2020 evalueert de ILT in 2021. In beide gevallen bekijkt de inspectie of het programma een vervolg krijgt.

In 2021 vindt een tussenevaluatie plaats van de volgende programma’s:

  • Minder broeikasgassen.
  • Duurzame producten.
  • Bodem, grond- en oppervlaktewater.
  • Slim en veilig goederenvervoer over de weg.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

H3.Programma 1: Minder broeikasgassen

Waarom voert de ILT dit programma uit en wat wil de ILT ermee bereiken?

Als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen warmt de aarde op. Dat vormt een bedreiging voor mens en milieu. Met het programma 'Minder Broeikasgassen: OAS en F-gassen' wil de ILT een bijdrage leveren aan het verminderen van de uitstoot van deze broeikasgassen en een vermindering van de afbraak van de ozonlaag.

Om dit te bereiken heeft de ILT 2 doelstellingen geformuleerd:

  • Het verminderen van lekverliezen van OAS en F-gassen (met als belangrijkste risicogroep ‘end-of-life’ oude koelinstallaties);
  • Het terugdringen van de productie en handel in verboden OAS en F-gassen;

Hiervoor is het van belang dat de ILT haar informatiepositie versterkt. En dat zij de nieuwe informatie gebruikt voor het formuleren van nieuwe programmadoelen, projecten en innovatief toezicht.

Subdoelstelling 1: het verminderen van lekverliezen van OAS en F-gassen (met als belangrijkste risicogroep de oude koelinstallaties). Vanuit de exploitant:

  • Adequaat omgaan met het logboek volgens wettelijke eisen (lekcontrolefrequentie, lekkagedetectiesysteem, etc.) Gecertificeerde bedrijven voeren onderhoud uit.
  • Is er sprake van onacceptabele emissies/lekverliezen? (Een indicator is hoeveel er is bijgevuld)

Vanuit het installatie onderhoudsbedrijf:

  • Het aanpakken van niet-gecertificeerde installateurs door toezicht te houden naar aanleiding van meldingen en signalen.


Subdoelstelling 2: het terugdringen van de productie en handel in verboden OAS en F-gassen en door uitfaseringsdoelstellingen te realiseren. Het aanpakken van overtreders op de markt;

  • Is er wettelijke toestemming om te handelen?
  • Wordt het quotum dat is verleend niet overschreden?
  • Wordt aan alle overige handelsverplichtingen voldaan?
  • Gerichte profielen laten draaien bij de Douane op importen van specifieke stoffen.

Het aanpakken van handelaren die illegaal handelen. Dit is voor de huidig ingerichte systemen niet zichtbaar;

  • Ketenonderzoek waarbij de ILT gebruik maakt van nationale en internationale meldingen van verschillende partijen ( de Douane, EU, Detectivebureaus, internationale opsporings- en handhavingsdiensten zoals de omgevingsdiensten)
  • Uitvoeren van containercontroles in de Rotterdamse haven
  • Met behulp van strafrechtelijke instrumenten (door de IOD) binnendringen in illegale ketens.
  • Gerichte profielen laten draaien bij de Douane op importen van OAS en F-gassen.

Hoe wil de ILT dit bereiken?

Om de hiervoor genoemde doelen te bereiken voert de ILT vanaf 2021 de volgende acties uit:

Subdoelstelling 1:

  • Het doorlichten van de keten. Dit begint bij de gebruikers van koudemiddelen, van installatie- en onderhoudsbedrijven en keuringsinstanties in het kader van het verminderen van lekverliezen;
  • Het bevorderen van de naleving bij exploitanten en installatie- en onderhoudsbedrijven. De ILT gaat deze bedrijven inspecteren op hun verplichtingen;
  • Het bevorderen van de naleving van de afvoer van koudemiddelen uit koelinstallaties die buiten werking zijn gesteld. Concreet betekent dat dat de gebruikers de resterende gassen structureel en op een milieuvriendelijke manier afvoeren;
  • Samenwerken met Omgevingsdiensten om gebruik te maken van de onderlinge wettelijke bevoegdheden. Zo wordt het toezicht effectiever.

Subdoelstelling 2:

  • Het aanpakken van de illegale handelaren die buiten de systematiek om smokkelen en handelen (ook op internet);
  • Het houden van toezicht en het handhaven op geregistreerde handelaren door te controleren of er quotum is verleend. Door te controleren of en hoeveel zij dan overschrijden en of zij aan de rapportageverplichting voldoen.
  • Het verbeteren van de internationale samenwerking, onder andere met medewerking van de diverse douanes;

Voor beide subdoelstellingen geldt: transformatie van inspecties op basis van expert judgement naar risicogerichte inspecties en op basis van analyses; transformatie van de individuele inspectie naar informatie gestuurd en gericht toezicht.

Wat levert het op?

Subdoelstelling 1:

  • Minder emissies, c.q. verminderen lekkages.
  • Dekkend netwerk waarin signalen worden doorgegeven en worden opgevolgd.

Subdoelstelling 2:

  • Dat het behalen van de reductiedoelstellingen van de F-gassenverordening in de praktijk.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

H3.Programma 2: Duurzame producten

Doel van het programma

Het niet-naleven van de Ecodesign Richtlijn en de regelgeving voor energielabels leidt tot energieverspilling door elektrische en elektronische apparatuur. Door naleving wordt tot bijna 2035 TWh energie bespaard. Dat is bijna de helft van de Europese energiebesparingsdoelstelling voor 2020.

Uit onderzoek van de Europese Unie blijkt dat 10 tot 20% van de producten niet voldoet aan de Ecodesign Richtlijn. Daardoor wordt ongeveer 10% van de mogelijke energiebesparing niet gerealiseerd. Daarnaast is er een nieuwe instroom van verboden stoffen in de economie, door gebruik van verboden stoffen in elektr(on)ische producten (Richtlijn 2011/65/EU, ‘RoHS’). Hierdoor is er een ongelijk speelveld met producenten die zich wel aan de regels houden. Ook zorgt deze ontwikkeling voor mogelijk vervuilde afvalstromen en ongeschiktheid voor hergebruik.

De ILT heeft 4 doelen geformuleerd:

  • Minder onnodig gebruik van energie door producten.
  • Het gebruik van gevaarlijke en (zeer) zorgwekkende stoffen in producten voorkomen.
  • Minder onnodig gebruik van grondstoffen in producten.
  • Betere afstemming van het productontwerp op het terugwinnen van grondstoffen.

Hoe wil de ILT dit bereiken

De ILT pakt de 4 doelen in onderlinge samenhang aan. Dat gebeurt door de volgende aanpak:

Risicogerichte bepaling van toezichtsaanpak rondom productgroepen.

Op basis van een risicoanalyse identificeert de ILT de volgende productgroepen:

Externe stroomvoorziening.

  • Koelapparaten voor huishoudelijk gebruik.
  • Huishoudelijke verlichting (gerichte en niet-gerichte lampen, LED, reflectorlampen en armaturen).
  • Transformatoren.
  • Huishoudelijke ovens, kookplaten en afzuigkappen.
  • Lokale ruimteverwarmers.
  • Airconditioners en ventilatoren.
  • Waterverwarmers.
  • Kleine elektronica.

Voor deze groepen bepaalt de ILT de toezichtsaanpak op basis van een eerste marktverkenning. Samenwerking met collega-inspecties is daar onderdeel van. Deze aanpak houdt in:

  • Systeemgericht toezicht. Dit richt zich op de oorzaak van het niet naleven door partijen in de keten en binnen een bedrijf, in plaats van op één product(groep). Dit doet de ILT door ‘reality checks’.
  • De oorzaken en motieven van niet-naleving combineert de ILT met de resultaten van de eerste marktverkenning. Daarna bepaalt de ILT de meest effectieve interventie. Hierdoor verbetert op fabrikant- en/of importeurniveau van meerdere productgroepen/producten in één keer de naleving. Het actuele toezicht beperkt zich daardoor niet alleen tot de benoemde producten en productgroepen.
  • Daarnaast gebruikt de ILT methoden om doelgroepen te overtuigen. Zij zet hen ook aan tot verbetering. Bijvoorbeeld via brancheverenigingen en door publiciteit.
  • Doordat veel electr(on)ische producten tegenwoordig via internet worden verhandeld en gekocht, zet de ILT internettoezicht in. Zo krijgt de ILT inzicht in online handel en import.  Waar nodig pakt zij dit aan.
     

Versterken van Europese samenwerking

Vanwege het vrije verkeer van goederen binnen de EU is een sterkere Europese samenwerking tussen markttoezichthouders erg belangrijk. De producenten en importeurs van producten die zij in Nederland verkopen, zijn vaak gevestigd in andere Europese landen. Samenwerking en coördinatie van werkzaamheden is cruciaal om de Europese energiebesparingsdoelstellingen te halen. Het zorgt ook voor een eenduidige Europese aanpak en toezicht. Concreet betekent dit dat de ILT een actieve rol speelt in gezamenlijke acties zoals EEPLIANT 3. Een deel van het toezicht op bovengenoemde productgroepen gebeurt vanuit dit samenwerkingsproject. 
 

Sterkere rol eindgebruikers en consumenten

De ILT versterkt de rol van eindgebruikers en consumenten. Zij zijn een belangrijke factor in het economische speelveld. Hun consumptie- en aankoopgedrag beïnvloedt en bepaalt het marktaanbod in grote mate. Daardoor kunnen zij helpen om de duurzaamheid en de naleving van regels te bevorderen. Ook betalen eindgebruikers en consumenten letterlijk de rekening als producten onnodig meer energie gebruiken. Deze rol versterken is een proces van meerdere jaren. De ILT gebruikt middelen die passen bij de desbetreffende productgroep. Denk hierbij aan communicatie, kennisoverdracht, social media en internettechniek. Maar ook betrekt zij de keten actief, werkt zij samen met de keten, het kerndepartement en andere inspecties.
 

Samenwerking met China

China is als herkomstland van veel elektr(on)ische apparatuur een belangrijke partner voor de ILT als markttoezichthouder. In dit programma bouwt de ILT de samenwerking met China verder uit. De insteek is om afspraken te maken met China. In China geïnspecteerde zendingen worden dichter bij de bron gecontroleerd en zo nodig gecorrigeerd. Zo hoeft de ILT ze idealiter niet nog een keer te controleren in Nederland.

Wat levert het programma op?

  • Inzicht in de markt, productstromen en energieverbruik van productgroepen die prioriteit hebben.
  • De ILT heeft voet aan de grond met internettoezicht.
  • Zicht op het naleven van regelgeving met betrekking tot Ecodesign en Rohs.
  • Beperking van gebruik van gevaarlijke stoffen in electr(on)ische apparatuur.
  • Verbetering van de samenwerking en een eenduidige aanpak binnen de EU.
  • De ILT benut de Europese netwerken doelgerichter. Daardoor heeft zij meer effect.
  • Eindgebruikers en consumenten spelen een grotere rol. Zij zijn een belangrijke factor bij het bereiken van effect.
  • Effectiever en gerichter toezicht door het verbeteren van de informatiepositie.
  • Wisselwerking en samenwerking met IenW programma Circulaire economie, daar waar raakvlakken zijn.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

H3.Programma 3: Bodem

Doel van het programma

Als maatschappij willen we een schone bodem om veilig en gezond op te kunnen leven. Verspreiding van verontreinigende stoffen, onjuiste verwerking én toepassing van grond en bouwstoffen en aantasting van de kwaliteit van strategische drinkwatervoorraden bedreigen deze wens.

Het aantal werkzaamheden in de bodem is groot. Dagelijks vinden ongeveer 1400 graafbewegingen plaats. Op veel plaatsen kunnen overtredingen plaatsvinden. Daar is veel geld mee te verdienen. De pakkans is laag. Het toezicht is versnipperd. Er zijn vele publieke en private toezichthouders. Omdat er veel zaken misgaan, er grote maatschappelijke schade kan ontstaan, heeft de ILT eind 2019 een programma opgezet met als thema bodem. 

Er zijn drie doelstellingen geformuleerd voor dit programma:

  1. Voorkomen verontreinigingen en aantastingen van de bodem;
  2. Betere kwaliteitsborging van beheer en bescherming van de bodem;
  3. Stimuleren van veiliger en duurzamer (her)gebruik van bodem en secundaire bouwstoffen.

Hoe wil de ILT dit bereiken?

Om verontreinigingen en aantastingen van de bodem te voorkomen, treedt de ILT waar nodig en mogelijk handhavend op. Ze geeft bovendien signalen aan markt, samenleving, medetoezichthouders en politiek over misstanden en problemen met regelgeving. Ze organiseert ook kennisbijeenkomsten voor partners.

Om de kwaliteit van het beheer en de bescherming van de bodem te verbeteren, ziet ze er op toe dat bedrijven volgens de regels werken. Ze heeft hiertoe een centraal punt voor het indienen en opvolgen van signalen over niet-naleving van het Besluit bodemkwaliteit ingericht.

Om veiliger en duurzamer (her)gebruik van bodem en secundaire bouwstoffen te stimuleren, pakt ze actuele risico’s aan in de keten van grond, baggerspecie, bouwstoffen. Daarbij maakt ze ruimte vrij voor inzet en afstemming met partijen in de keten. Maar ze werkt ook proactief aan risico’s. Geprogrammeerd zijn onder andere grondbanken en immobilisaat (reststoffen verwerkt in beton(producten) en verhardingen).

In 2020 wordt een beleidsevaluatie afgerond van het publiek-private bodemtoezicht (kwalibo-stelsel). Daarin zijn de ervaringen van de ILT als toezichthouder meegenomen. In 2021 leidt dit tot extra aandacht en inzet van de ILT om samen met partners voorstellen tot een verbetering van het stelsel en de handhaving hierbij uit te werken. De resultaten uit het onderzoek naar het besluitvormingsproces en de certificering rond granuliet (onafhankelijk onderzoek Kuijken) worden betrokken. De ILT vertaalt de adviezen van de commissie Van Aartsen (naar de versterking van milieutoezicht en –handhaving) en de lijnen uit de uitvoeringsagenda voor het VTH-stelsel naar de praktijk. Onderwerpen als informatiedeling en samenwerking met collega-toezichthouders – noodzakelijk, maar nu onder andere door de in genoemde rapporten versnippering in toezicht, niet altijd vanzelfsprekend of gemakkelijk - maken daar onderdeel van uit.  
 

Wat levert het programma op?

De ILT kan het bereikte resultaat afmeten aan een verbeterde naleving bij de sectoren die onder toezicht staan. Dit zal leiden tot minder risico’s voor het milieu en vertrouwen in de keten.
 

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

H3.Programma 4: Juiste verwerking afvalstoffen

Waarom voert de ILT dit programma uit en wat wil de ILT ermee bereiken ?

Met dit programma wil de ILT bevorderen dat afvalstoffen op een juiste manier worden verwerkt en dat schade voor mens en milieu wordtvoorkomen of beperkt.

Het programma heeft 3 doelstellingen:

  1. Het voorkomen van verspilling van schaarse grondstoffen
  2. Een juiste verwerking van gevaarlijke afvalstoffen
  3. Het voorkomen van dump van Nederlands afval in niet-OESO landen

Hoe wil de ILT dit bereiken?

Om deze doelstellingen te bereiken voert de ILT de volgende projecten uit:
 

Projecten doelstelling 1

  • Circulariteit van kunststofafval:
    • Gericht toezicht op het naleven van de belangrijke eisen voor kunststof verpakkingen door producenten/importeurs.
    • Toetsen of producenten het wettelijke recyclingpercentage voor kunststof verpakkingen halen.
    • Toezicht op het netwerk van handelaren dat kunststofafval exporteert. Met name waar deze export leidt tot het weglekken van kunststofafval naar landen met een laagwaardige verwerking (verbranding). Of naar landen waar geen milieuverantwoorde verwerking mogelijk is.
  • Inzameling en hoogwaardige verwerking van afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA): dit project draagt bij aan het op zo hoogwaardig mogelijk niveau juist verwerken van ingezamelde AEEA en het behalen van de inzameldoelstelling van 65% AEEA.
  • Verkenning biomassa: onderzoek gericht op een beter beeld van de keten van de in- en uitvoer van biomassa. En de daarbij betrokken branches.


Projecten doelstelling 2

Chemische reststromen in de brandstofketen: toetsen of bedrijven chemische reststromen volgens de REACH- en afvalregelgeving in brandstoffen  toepassen.

Afgewerkte olie en afvalolie in scheepsbrandstof: toetsen of bedrijven in het buitenland verwerkte afgewerkte olie en afvalolie stromen volgens de REACH- en afvalregelgeving in brandstoffen toepassen.

Juiste inzameling en verwerking van kwikhoudende afvalstoffen: verkrijgen van inzicht in het netwerk voor kwik relevante bedrijven. De ILT bevordert dat deze bedrijven de regels kennen. En dat zij deze naleven.
 

Projecten doelstelling 3

  • Export van gebruikte voertuigen naar Afrika: tweedehands voertuigen die worden geëxporteerd naar Afrikaanse landen moeten voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen (veilig en schone luchtemissie). Met dit project levert de ILT een bijdrage aan een wereldwijd milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP).
  • Sloopschepen en offshore-installaties: gericht op het laten slopen van afgedankte zeeschepen en offshore-installaties binnen daarvoor gecertificeerde scheepssloperijen. Voorkomen dat zeeschepen en offshore-installaties worden gesloopt op stranden van India, Pakistan, Bangladesh, Turkije, enz. Dit levert onacceptabele schade op voor mens en milieu.
  • Samenwerking tussen toezichthouders in de keten van AEEA: de ILT werkt samen met  de omgevingsdiensten en de politie om illegale inzameling, scheiding en export van AEEA tegen te gaan.


Voor elk van de projecten geldt dat voortdurend (inter)nationale afstemming plaatsvindt over de aanpak van milieucriminaliteit en de uitwisseling van informatie.

Wat levert het op?

Resultaten doelstelling 1

  • Circulariteit van kunststofafval: de ILT voert controles (audits, analyses van de samenstelling en andere belangrijke eisen) uit bij producenten/importeurs van wasverzachterverpakkingen. Deze moeten voldoen aan NEN-normen. Ook controleert de ILT of producenten het wettelijke recyclingpercentage voor kunststof verpakkingen halen. Daarnaast voert de ILT controles uit bij exporteurs, handelaren en recyclers op de naleving van de afvalregelgeving. Onder andere de Europese Verordening voor de overbrenging van afvalstoffen (EVOA). De resultaten van de controles bij producenten/importeurs, het recyclingpercentage en de uitgevoerde controles op de export geeft zij weer in rapportages.
  • Inzameling en hoogwaardige verwerking van AEEA: voor AEEA geldt een producentenverantwoordelijkheid. Producenten zijn daarbij verplicht zijn om minimaal 65% van het AEEA in te zamelen. De ILT controleert of producenten de inzamelnorm halen. Daarnaast richt het toezicht zich op het tegengaan van illegale verwerking via lekstromen. Controles leiden ertoe dat bedrijven de regels beter naleven.
  • Verkenning biomassa: inzicht in de biomassaketen. Op basis daarvan kan de ILT haar toezicht inrichten.
     

Resultaten doelstelling 2

  • Chemische reststromen in de brandstofketen: bestuurlijk overleg met in Nederland gevestigde chemieconcerns over hoe de chemische bijproducten die zij als grondstof afzetten in de brandstofketen zich verhouden tot de REACH- en Afvalregelgeving. Dit is het Nederlandse beleid voor zeer zorgwekkende stoffen. En de uitgangspunten voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.
  • Afgewerkte olie en afvalolie in scheepsbrandstof: agendering en prioritering bij het Europees Chemicaliën Agentschap (ECHA) en REACH autoriteiten in andere Europese lidstaten van actief toezicht op de REACH verplichtingen c.q. -ontheffingsbepalingen bij bewerkte chemische afvalstromen (recovered substances) die op de markt worden gebracht als grondstof voor (scheeps) brandstoffen.
  • Juiste inzameling en verwerking van kwikhoudende afvalstoffen: een rapportage over activiteiten, bevindingen en aanbevelingen. De ILT controleert bedrijven die deze afvalstoffen inzamelen en verwerken. De controles zorgen ervoor dat bedrijven de regels beter na gaan leven.
     

Resultaten doelstelling 3

  • Export van gebruikte voertuigen naar Afrika: de ILT controleert bedrijven op de naleving van de regelgeving voor de recycling van autowrakken en de EVOA. Ook maakt de ILT een rapportage waarin zij een beeld geeft van de kwaliteit van tweedehands voertuigen die Nederlandse bedrijven exporteren naar Afrikaanse landen. Ook beoordeelt de inspectie of zij het EVOA toetsingskader op de uitvoer van autowrakken kan aanscherpen.
  • Sloopschepen en offshore-installaties: resultaat is een verkennend onderzoek en een risicoprofiel ten aanzien van Nederlandse reders en eigenaren die hun schepen laten slopen op stranden in Azië. En schepen die vanuit Nederlandse havens vertrekken om te worden gesloopt in Azië of elders in strijd met de EVOA en de Verordening Scheepsrecycling. Daarnaast draagt de ILT actief bij aan internationale samenwerking. De ILT stelt een procedure op voor het afhandelen van signalen. Ook stelt zij een stappenplan op om te beoordelen of de Verordening Scheepsrecycling van toepassing is.
  • Samenwerking tussen toezichthouders in de keten van AEEA: de controles van de ILT, de omgevingsdiensten en de politie leiden ertoe dat exporteurs van afval de regels beter na gaan leven. De ILT krijgt zicht op de omvang van de lekstromen die via Antwerpen, Hamburg en Le Havre gaan.

Evaluatie en mogelijk vervolg

Het programma is in 2018 gestart. In 2021 vindt een evaluatie plaats. De ILT bekijkt op basis van de resultaten daarvan of, en zo ja hoe ze verder gaat met dit programma.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

H3.Programma 5: Slim en veilig goederenvervoer over de weg

Waarom voert de ILT dit programma uit en wat wil de ILT ermee bereiken ?

De hoeveelheid goederenvervoer op het Nederlandse wegennet neemt nog steeds gestaag toe. Transportbedrijven kunnen economisch voordeel hebben door de regels niet na te leven. Dit heeft onveiligheid op de wegen, schade aan het wegennet en verstoring van het marktevenwicht tot gevolg. De ILT wil met het programma deze ongewenste gevolgen verminderen.

Daarom werkt het programma aan 4 doelen:

  • Minder schade aan de infrastructuur door minder overbelading;
  • Minder fysieke en economische schade door minder (over)vermoeidheid van chauffeurs;
  • Evenwichtiger wegtransportsector door minder schijnconstructies en minder parkeeroverlast door weekendrust van chauffeurs;
  • Verbeterde informatiepositie over de markt van goederenvervoer.

Hoe wil de ILT dit bereiken?

Om deze 4 programmadoelen te bereiken werkt de ILT in 2021 aan verschillende acties. Een actie kan bijdragen aan meerdere doelen. Digitalisering van het toezicht, samenwerking met andere (inter)nationale toezichthouders en het verkrijgen van een goede informatiepositie zijn hierbij belangrijke uitgangspunten.

  • De ILT werkt aan een systeem waarmee zij in 2021 volledig automatisch tachograafdata kan verzamelen. Ondernemers ontvangen dan van de ILT een rapport met een analyse van die gegevens. Zo kunnen zij zien hoe ze zich aan de regels (voor onder meer rij- en rusttijden) houden. Zonodig kunnen ondernemers hun eigen bedrijfsvoering verbeteren.
  • De ILT werkt in 2021 onder andere samen met de transportsector om manipulatie met tachograafsdata te bestrijden.
  • De ILT werkt in 2021 samen met een grote opdrachtgever in bouwprojecten om overbelading in het vervoer van bouwmaterialen (hoog risico) tegen te gaan.
  • In samenwerking met andere (inter)nationale toezichthouders, waaronder de Inspectie Sociale Zaken een Werkgelegenheid (ISZW), werkt de ILT aan het bestrijden van schijnconstructies. Het gaat hier om bedrijven die, door een nevenvestiging in het buitenland, van toepassing zijnde wet- en regelgeving omzeilen. Daardoor maken die bedrijven bijvoorbeeld illegaal gebruik van goedkope buitenlandse arbeidskrachten. Als dit het geval is, gaat dit om een overtreding van de Wet Minimum Loon en/of Wet arbeid vreemdelingen. De ISZW houdt hier toezicht op. Is er sprake is van een nevenvestiging, waarvan belangrijke onderdelen van de bedrijfsvoering zich in Nederland bevinden? Dan is de ILT bevoegd om op te treden tegen de Nederlandse onderneming (Europese verordeningen (1071/2009 en 1072/2009). In een dergelijke situatie voldoet de buitenlandse onderneming niet aan de voorwaarden. Deze voorwaarden hebben onder andere te maken met de locatie van de reële vestiging, waar de onderneming activiteiten daadwerkelijk uitvoert, beschikking over de voertuigen is en uitrusting (kantoor en benodigdheden) plaatsvindt. Ook cabotagevervoer en zaken rondom de vergunning worden vanuit de Nederlandse locatie gefaciliteerd. In 2021 doet de ILT onderzoek naar de aard en de omvang van de problematiek.  Dit doet zij op basis van de eerder genoemde Europese verordeningen, de wet Wegvervoer goederen, de Arbeidstijdenwet, het Arbeidstijdenbesluit Vervoer en de daaraan gelieerde verordeningen en regelgeving. Tot slot is het in dit kader van belang te vermelden dat het Europees Parlement op 8 juli 2020 heeft ingestemd met de nieuwe Mobility Package.
  • Eén van de gevolgen van het inzetten van buitenlandse arbeidskrachten is overlast op  parkeerplaatsen. Chauffeurs die hier tegen de regels in (lang) rusten veroorzaken deze overlast. In 2021 versterkt de ILT de samenwerking met betrokken instanties om tot een gezamenlijke aanpak te komen.
  • In 2021 maakt de ILT een omgevings- en krachtenveldanalyse van de sector. Hiermee krijgt de ILT meer kennis van de risico’s en spelers ten aanzien van veiligheid, zekerheid en duurzaamheid van het transport.

Wat levert het op?

  • Inzicht in, en verbetering van, de naleving van de regels voor de arbeids- en rusttijden van transportbedrijven;
  • Minder schade aan de infrastructuur door minder overbelading in het vervoer van bouwmaterialen;
  • Met de opgehaalde informatie uit de omgevings- en krachtenveldanalyse ontwikkelt de ILT nieuwe activiteiten. Die activiteiten helpen om de programmadoelen te halen;
  • Meer inzicht in schijnconstructies. Daarmee kan de ILT een methode ontwikkelen om dit aan te pakken.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

H3.Programma 6: Schoon schip

Doel van het programma

De verbranding van fossiele brandstoffen in de zeevaart draagt bij aan de uitstoot van schadelijke stoffen. Naast koolstofdioxide (CO2) komt door zeevaart ook zwavel (S0x), fijnstof (PM) en stikstof (NOx) in de lucht terecht. Ook belanden scheepsafvalstoffen in zee.

De ILT wil een belangrijke rol vervullen bij het verduurzamen van de zeevaart. Een belangrijk deel van de regelgeving ligt vast in het internationale verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (MARPOL).

Om dit te bereiken heeft de ILT 4 doelen:

  • Minder emissies door zeevaart.
  • Betere internationale samenwerking op MARPOL-toezicht.
  • Aanbod scheepsbrandstoffen in Nederland volgens de specificaties van wet- en regelgeving.
  • Meer afgifte van scheepsafvalstoffen door zeeschepen die Nederlandse havens aandoen.

Hoe wil de ILT dat bereiken?

Om de bovenstaande doelen te bereiken voert de ILT vanaf 2021 onder andere de volgende acties uit:

Doel 1 - Minder emissies door zeevaart.

  • De ILT ontwikkelt ‘remote sensing’-technieken voor het meten van zwaveluitstoot door schepen. Voorbeelden hiervan zijn de snuffelpaal, dronevluchten, kustwachtvliegtuigen met sensoren, hoogvliegende autonome drones (HAPS) en satellieten (TROPOMI).

Doel 2 - Betere internationale samenwerking op MARPOL-toezicht.

  • De ILT agendeert onderwerpen en methoden van toezicht in internationale gremia. Zoals meetmethoden voor zwavel in de bunkertanks.
  • Haar visiedocumenten, ontwikkelde methoden, analyses en ervaringen met toezicht op zwavel, CO2, PM en NOx deelt de ILT met andere landen.
  • De ILT organiseert een (online) internationale conferentie om technieken van toezicht met elkaar te delen. Ze heeft daarmee een internationale voortrekkersrol in toezicht op MARPOL-normen.

Doel 3 - Aanbod scheepsbrandstoffen in Nederland volgens de specificaties van wet- en regelgeving.

  • De ILT verbetert haar informatiepositie over de kwaliteit van brandstoffen in de brandstofketen, van raffinage tot eindgebruiker. Dit doet de ILT door samen te werken met havenbedrijven, ‘letters of protest’ te behandelen en steekproefgewijs te inspecteren in de keten. ‘Letters of protest’ zijn klachten over de kwaliteit van de geleverde brandstof.

Doel 4 - Meer afgifte van scheepsafvalstoffen door zeeschepen die Nederlandse havens.

  • De ILT ontwikkelt een risicogestuurde toezichtsstrategie voor de afgifte van alle typen scheepsafvalstoffen. Dit doet ze in samenwerking met andere toezichthouders.
  • Met behulp van data-analyse doet de ILT specifiek onderzoek naar het illegaal lozen van vloeibare ladingrestanten tijdens het ‘zeezwaaien’. Daarmee gaat de ILT schepen op basis van risico’s gerichter selecteren voor inspectie.

Verder start de ILT in 2021 met het thematisch toezicht op de (nieuwe) MARPOL-normen op de BES-eilanden.
 

Wat levert het programma op?

Doel 1 - Minder emissies door zeevaart.

  • Maximale naleving van regels voor maximale zwaveluitstoot van zeevaart in Nederlandse wateren.
  • Maximale naleving op aanwezigheid van laagzwavelige scheepsbrandstof (< 0,5% zwavel) bij controle in Nederland.
  • Beter zicht op de naleving van verplichtingen voor CO2-emissieregistratie en de aangescherpte NOx-normen.

Doel 2 - Betere internationale samenwerking op MARPOL-toezicht.

  • Betere mogelijkheden voor Europese handhavers om actuele en risicogestuurde selecties te maken van de schepen die zij inspecteren. Dit gebeurt dankzij het structureel uitwisselen van signalen (‘alerts’) over risicovolle schepen.

Doel 3 - Aanbod scheepsbrandstoffen in Nederland volgens de specificaties van wet- en regelgeving.

  • Hoger bewustzijn binnen de sector van de regelgeving op het gebied van scheepsbrandstoffen en het handhaven hierop.

Doel 4 - Meer afgifte van scheepsafval door zeeschepen die Nederlandse havens aandoen.

  • Meer inzicht in lozingen van ladingrestanten.
  • De ILT is meer zichtbaar als toezichthouder op dit onderwerp op de Noordzee.
  • Meer risicogestuurde inspecties op scheepsafval. Hierdoor is er minder inspectiedruk op schepen die zich aan de regels houden.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

H3.Programma 7: Veilig en duurzaam Schiphol

Doel van het programma

De ILT wil een effectieve, zichtbare bijdrage leveren aan permanente verbetering in aanloop naar een veilig en duurzaam Schiphol. Ook bij groei en gecontroleerd herstel. Zij doet dit aan de hand van de volgende doelstellingen:

  1. Integrale veiligheid op Schiphol, veilig vliegen en veilig werken.
  2. Minder hinder. Betere gezondheid, minder geluidhinder, betere luchtkwaliteit, minder klimaatrisico's.

De ILT wil hiermee de invulling van de aanbevelingen van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid verder doorzetten. Het afmeten van de resultaten en de effecten van de inzet van de ILT wordt steeds beter zichtbaar, via de indicatoren en beelden in de Staat van Schiphol. De ILT monitort daarnaast of en hoe stakeholders de inbreng van de ILT meenemen bij het maken van beleid en het nemen van besluiten. En in hun vormgeving van een veiliger en duurzamer Schiphol. Deze stakeholders zijn vooral de sectorpartijen en beleid/politiek.

Hoe wil de ILT dit bereiken?

De ILT werkt binnen dit programma rond 4 thema’s om de bovengenoemde doelen te bereiken:

  1. Veilig vliegen en veilig werken.
  2. Gezond en veilig leven.
  3. Vertrouwen en een betrouwbare feitenbasis.
  4. Vernieuwing van het toezicht.

De volgende acties dragen bij aan deze thema’s:

  • De ILT zet haar taak als toezichthouder ten aanzien van de EASA-regelgeving en de veiligheidsprestaties van de sector door. Het toezicht wordt gestuurd door (risico-)informatie. Haar toezicht richt de ILT meer risicogericht en maatschappelijk relevant in. De ILT wil het toezicht op Schiphol verder ontwikkelen en de capaciteit uitbreiden. Dit zorgt voor een effectievere aanpak van grote maatschappelijke risico’s.
  • De ILT houdt toezicht op een integrale, participatieve en reflecterende manier. De Staat van Schiphol geeft elk jaar actuele¹ monitoring en analyses van toezichtresultaten, trends (onder meer ABL) en risico’s. Vanaf 2021 oordeelt de ILT daarmee transparant en inzichtelijk over het niveau van integrale veiligheid. Dat doet zij ook over de hindermaatregelen van de verschillende partijen. De ILT oordeelt of deze effectief bijdragen aan de randvoorwaarden voor groei.
  • Met de ketenpartners werkt de ILT actief samen aan veiligheidsanalyses, beoordelingskaders voor hinderreductie en groei. Ook draagt de ILT bij aan het in beeld brengen van het veiligheidsniveau, de mate waarin sectorpartijen dit verbeteren. Een aan de handhaafbaarheid van de nieuwe regelgeving. De ILT draagt vanuit haar informatiepositie bij aan de bouwstenen voor beleidskeuzes. Zo geeft zij mede invulling aan het nationale veiligheidssysteem (NVLP) en de regierol van IenW.
  • Naast de lopende thema’s (integrale veiligheid, geluid, luchtkwaliteit en klimaat) verkent of ontwikkelt de ILT in 2021 ook nieuwe thema’s. Dit zijn cybersecurity en veiligheid bij energietransitie.

Wat levert het op?

  • Sectorpartijen op Schiphol werken op een proactieve en toekomstbestendige manier samen aan continue verbetering. Dit doen zij door risico’s op het niveau van integrale veiligheid te beheersen. Zowel alleen als samen. Ook werken zij aan hinderreductie en duurzaamheid op Schiphol, zodanig dat Schiphol groei ‘verdient’.
  • Beleid en politiek kunnen, onder andere door informatie van de ILT, zinvolle afwegingen maken. Zij maken afwegingen over een veilige en duurzame groei van de luchthaven, dan wel gecontroleerd herstel van vliegbewegingen naar aanleiding van de coronacrisis.
  • Het publiek heeft toegang tot transparante en onafhankelijke inzichten. Dit versterkt de maatschappelijke dialoog. 
  • De ILT verbetert de prioriteiten en strategieën van haar eigen toezicht op Schiphol.
  • De 4e Staat van Schiphol.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

H3.Programma 8: Veiligheid op het spoor

Doel van het programma

Het doel van het programma is om de veiligheid op en rond het spoor minimaal op het huidige hoge niveau te houden. Dit ondanks de toenemende drukte op het spoor. Door de programmatische aanpak speelt de ILT flexibel in op maatschappelijke ontwikkelingen. In overleg met haar stakeholders ontwikkelt de ILT een zo effectief mogelijke aanpak van het toezicht.

Om dit te bereiken heeft de ILT 4 doelen:

  1. Een goed uitgevoerd kwaliteit- en veiligheidsmanagement.
  2. Betere veiligheidscultuur.
  3. Verbeterde veiligheid op risico-onderwerpen.
  4. Een goed werkend stelsel van erkenning en certificering door derden.

Hoe wil de ILT dit bereiken?

Om de hiervoor genoemde doelstellingen te bereiken voert de ILT vanaf 2021 de volgende activiteiten uit:

Doel 1 – Goed uitgevoerd kwaliteit- en veiligheidsmanagement.

  • De spoorwegondernemingen en ProRail hebben een veiligheidsbeheersysteem (VBS).   Hiermee beheersen zij de veiligheidsrisico’s continu. Het volledige VBS wordt eens in de 5 jaar geaudit. ProRail en de spoorwegondernemingen rapporteren de bevindingen daarna aan de vergunningverlener European Union Agency For Railways (ERA). Bij alleen nationaal vervoer is de ILT de vergunningverlener. Zij voert hierbij audits en ‘reality checks’ uit.

Doel 2 – Betere veiligheidscultuur.

  • De ILT verbetert de veiligheidscultuur in de sector. Dit doet ze door bedrijfsbezoeken. Deze bezoeken versterken de eigen verantwoordelijkheid van de organisatie en het gezamenlijke belang. Daarnaast wil de ILT de samenwerking, kennis- en informatie-uitwisseling binnen de sector mogelijk maken en aanjagen. Hier neemt ze tijdelijk een voortrekkersrol in.

Doel 3 - Verbeterde veiligheid van risico-onderwerpen.

  • Het veiligheidsniveau op het Nederlandse spoor is hoog. Toch is op bepaalde onderwerpen winst te behalen. Het doel is om het veiligheidsrisico van deze onderwerpen te verminderen. Het gaat onder meer om:
    • Transport van gevaarlijke stoffen.
    • Rangeerterreinen.
    • Risico’s bij het invoeren van het European Rail Traffic Management System (ERTMS).

Doel 4 - Een goed werkend stelsel van erkenning en certificering door derden.

  • Naast de ILT hebben meer partijen een rol in het beschermen van de kwaliteit en veiligheid op het spoor. Dit zijn de conformiteitsbeoordelingsinstanties (CBI’s), Assessment Bodies, opleidingsinstituten, keuringsinstituten en de Raad van Accreditatie. De ILT stelt vast dat het stelsel onvoldoende functioneert[1]. Hiervoor is een verbetertraject van de betrokken partijen nodig door het toezicht op de CBI’s. De ILT verwacht dat dit verbetertraject meerdere jaren duurt, vanwege het complexe stelsel.

Wat levert het programma op?

Doel 1 -  Goed uitgevoerd kwaliteit- en veiligheidsmanagement.

  • Alle 25 ‘Nederlandse’ spoorwegondernemingen en de infrabeheerder zijn aantoonbaar in transitie, naar het inrichten naar het VBS volgens de vereisten (EU-Verordening) 2018/762.
  • Alle 25 ‘Nederlandse’ spoorwegondernemingen en de infrabeheerder scoren in 2023 beter in het Management Maturity Model, vergeleken met de nulmeting in 2020.

Doel 2 - Betere veiligheidscultuur.

  • 75% van de spoorwegondernemingen heeft de Safety Declaration ondertekend (2020) projectplan Veiligheidscultuur.
  • Individuele bedrijven brengen relevante risico’s in kaart en handelen ernaar. In samenwerking, kennis en door informatie te delen (2023).

Doel 3 - Verbeterde veiligheid van risico-onderwerpen.

  • Er is een verbetering ten aanzien van het aantal druppellekkages.
  • Er is meer gericht toezicht op het gebied van beveiliging ingeregeld.
  • De informatievoorziening ten aanzien van welke gevaarlijke stoffen, waar in een goederentrein worden vervoerd is correct.

Doel 4 - Een goed werkend stelsel van erkenning en certificering door derden.

  • Notified Bodies en Designated Bodies voeren naast ‘papieren’ controles ook meer fysieke controles uit.



Voetnoot
[1] Keuring nieuwe treinen moet beter (2018)

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

H3.Programma 9: Marktwerking taxi

Doel van het programma

Het doel van dit programma is het bevorderen van eerlijk en veilig taxivervoer. Ook wil de ILT criminele invloeden op de taximarkt tegengaan. De ILT bereikt dit door het toezicht op de taxisector te vernieuwen. Ook verbetert de ILT de samenwerking en de uitwisseling van informatie. Dit doet zij  samen met onder andere toezichthouders als de politie en gemeentes.

Hoe wil de ILT dit bereiken?

De ILT voert vanaf 2021 een aantal projecten en acties uit. Dit doet zij naast de reguliere objectinspecties en administratie controles.

  • Verbetering samenwerking en informatie-uitwisseling met gemeenten. Het toezicht op de taximarkt is versplinterd. Om effectief bij te dragen aan veilig en eerlijk taxivervoer is samenwerking belangrijk. Dit gaat niet alleen om gezamenlijke controleacties, maar ook over het uitwisselen van informatie. Zo is risicogestuurd toezicht houden beter mogelijk. 
  • Verbetering samenwerking toezichthouders. In 2021 zijn de eerste gesprekken met de toezichthouders binnen de taxisector. Het doel is het vastleggen en stroomlijnen van de samenwerking. Dit gebeurt door toe te treden in de Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC’s) en het Landelijk Informatie- en Expertise Centrum (LIEC).
  • Ontwikkeling handhavingsstrategie snorders. Een snorder is een illegale taxichauffeur. Dit zorgt voor oneerlijke concurrentie op de taximarkt en onveilige situaties voor de passagier. Bovendien is het strafbaar. Dit project ontwikkelt in 2021 een alternatieve handhavingsstrategie.
  • Ontwikkeling handhavingsstrategie doelgroepenvervoer. Doelgroepenvervoer gaat meestal over het vervoeren van kwetsbare groepen en wordt vaak aanbesteed. Dit kan een spanning opleveren tussen prijs en kwaliteit. Factoren zijn budget aan de kant van de aanbestedende partij en tarieven aan de kant van de aanbieder. De ILT ontwikkelt in dit project een alternatieve handhavingsstrategie.

Wat levert het op?

  • In 2021 heeft de ILT samenwerkingsafspraken met een aantal gemeenten. Hierdoor is het mogelijk om handhavingsinformatie uit te wisselen. Gezamenlijk richten zij het toezicht op de grootste risico’s binnen de taxisector in.
  • Een nieuwe handhavingsstrategie gericht op snorders.
  • Een nieuwe handhavingsstrategie gericht op doelgroepenvervoer.
  • Formele samenwerkingsovereenkomsten tussen toezichthouders.
     

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

H3.Programma 10: Optimaliseren dienst- en vergunningverlening

Doel van het programma

Eén van de kernwaarden van de ILT is een optimale dienst- en vergunningverlening. Het aanvragen van een vergunning moet duidelijk, eenvoudig en efficiënt zijn. De beoordeling van een vergunning moet bovendien effectief zijn én gericht op het beperken van maatschappelijke risico’s.

Om dit te bereiken heeft de ILT de volgende 3 doelen:

  1. De waardering van de aanvrager moet omhoog. De ambitie is DEGIO (duidelijkheid, eenvoud, gemak, inzicht en overzicht)
  2. Een eenduidig, transparant, efficiënt en kosteneffectief vergunningsverleningsproces.
  3. Het beoordelingsproces van aanvragen meer inrichten op de risico’s.
     

Hoe wil de ILT dit bereiken?

Om de genoemde doelen te bereiken voert de ILT in 2021 en later de volgende activiteiten uit:

Doelstelling 1 – De waardering van de aanvrager moet omhoog.

  • Via het webportaal MijnILT wordt het mogelijk om vergunningen digitaal aan te vragen.
  • Regelhulpen, formulieren en informatie die de aanvrager helpen bij het indienen van een aanvraag breidt de ILT verder uit. Ook verbetert zij deze. De ILT kijkt daarvoor kritisch naar de eigen werkwijze en betrekt daarbij de aanvrager. De ILT werkt hierbij samen met bedrijven, brancheorganisaties en medetoezichthouders. Hierdoor ontstaat een goed beeld van de omgeving, risico’s en kansen en mogelijkheden voor verbetering.

Doelstelling 2 – Een eenduidig, transparant, efficiënt en kosteneffectief vergunningsverleningsproces.

  • In 2020 en 2021 licht de ILT alle vergunningsprocessen door, ontwerpt ze opnieuw en vereenvoudigt ze. Onnodige stappen haalt de ILT uit het proces. Ook maakt de ILT verschillende stappen van het vergunningsproces eenduidig . Waar mogelijk automatiseert de ILT deze stappen. Er is een workflowproces dat medewerkers optimaal ondersteunt en inzicht en overzicht geeft. De doorlooptijd is de tijd die nodig is om een vergunning af te handelen. Deze gaat omlaag en administratieve taken vervallen. Hierdoor komt capaciteit vrij voor andere werkzaamheden.
  • De ILT automatiseert de overige werkprocessen zoveel mogelijk. Daardoor worden doorlooptijden korter.
  • De invoering is gestart in 2020. In 2021 implementeert de ILT de hernieuwde vergunningsprocessen voor rail, luchtvaart en scheepvaart. Nieuwe applicaties ondersteunen dit proces.
  • In 2022 implementeert de ILT de laatste restpunten en vindt een doorontwikkeling en verbetering plaats. Dit gebeurt op basis van gebruikservaringen en feedback uit de sector. 

Doelstelling 3 – Het beoordelingsproces van aanvragen meer inrichten op de risico’s.

  • De beoordeling van de aanvraag moet zich toespitsen op aspecten en bedrijven die risicovol zijn. Data-analyse helpt daarbij. Hiervoor bouwt de ILT eerst in 2020 en 2021 betrouwbare en actuele data op in de systemen voor vergunningverlening en ontsluit deze.
  • Vanaf 2021 zijn dan realtime dashboards in de systemen en analysedata beschikbaar. In 2021 start de ILT met data-analyse. De ILT onderzoekt hoe je kunt filteren op risico’s. De eerste pilots met risicogerichte vergunningverlening gaan ook van start. Vanaf 2021 is risico- en informatiegestuurd vergunning verlenen voor alle vergunningen de norm.
  • Vanaf 2022 wil de ILT nog een stap verder. De ILT bekijkt hoe je kunt sturen op verbeterde risicoanalyse en risicomanagement bij aanvragers. Uitgangspunt voor de ILT bij beoordeling: vertrouwen waar het kan en wantrouwen waar het moet. Zo stimuleert de ILT de professionalisering en het risicomanagement van de sectoren. Daar past de ILT het proces van vergunningsaanvragen op aan.
  • Dit betekent dat processen makkelijker worden. Door te werken met een eigen verklaring en schriftelijke toetsing en/of toetsing door steekproeven. In 2021 zijn de data uit de systemen hiervoor beschikbaar.

Wat levert het programma op?

  • Lagere administratieve lasten voor burgers en bedrijven.
  • Het aanvragen van vergunningen kost bedrijven minder tijd.
  • Kortere doorlooptijden.
  • Hogere waardering voor de ILT in klanttevredenheidsonderzoeken.
  • Bij het beoordelen van aanvragen filtert de ILT op basis van risico’s. Bijvoorbeeld door terugkerende vergunningsaanvragen zonder grote risico’s binnen de wettelijke kaders alleen op hoofdlijnen te toetsen. Maar ook door meer aandacht te besteden aan activiteiten en bedrijven met een hoog risico. Zo pakt de ILT maatschappelijke risico’s rondom duurzaamheid en veiligheid bij het begin aan.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

H3.Programma 11: Inspectie en certificering

Doel van het programma

Een belangrijke les uit de Fyra-enquête is dat meer tegenwicht moet worden geboden aan de risico’s van het systeem van certificering. De maatschappij moet kunnen vertrouwen op een wettelijk certificaat, beoordeling of persoonsregister. Ook wanneer deze zijn verleend of uitgevoerd door private toezichthouders of een conformiteitsbeoordelingsinstantie (CBI). Zij vormen een verlengstuk van het publieke toezicht door de ILT. Het kabinetsstandpunt is dat certificatiestelsels moeten zorgen voor een veilig en gezond product en het proces door private betrokkenen is geborgd.

Het hoofddoel van het programma [1] is zicht en grip hebben op de certificerende en erkende instellingen. Deze instellingen zijn actief op het werkterrein van de ILT. Hiermee heeft de ILT een toezichtsrelatie. Naast certificatie gaat het ook om testen, keuren en inspecteren. Dit soort instrumenten kunnen vallen onder de noemer conformiteitsbeoordeling. De ILT wil dat de stelsels zodanig (gaan) werken dat het de veiligheid en/of duurzaamheid van het desbetreffende stelsel verhoogt. Denk bijvoorbeeld aan de binnenvaart.

De ILT besteedt afzonderlijk aandacht aan instellingen die in mandaat namens de minister van IenW werkzaamheden uitvoeren.

Hoe wil de ILT dit bereiken?

Uitgangspunt bij het programma is dat de basis op orde is. De relevante instellingen zijn in beeld en geordend, naar hun (wettelijke) relatie met de ILT en de mate van het risico. Hiermee startte de ILT in 2020, de afronding vindt plaats in 2021. In 2021 voert de ILT de volgende activiteiten uit:
 

Doelstelling 1 – Het inrichten en versterken van de informatiepositie.

  • De ILT bepaalt welk informatieniveau voor welke type instellingen noodzakelijk is. Dit doet zij op basis van de positie van de instelling in het stelsel. Welke gegevens zijn belangrijk? Hoe krijgt de ILT deze en hoe houdt zij deze actueel? Van de meeste risicovolle instellingen kan de ILT belangrijke informatie structureel geautomatiseerd ontvangen. De ILT onderzoekt wat hierin (on)mogelijk is. Op basis hiervan bepaalt de ILT het vervolg.
  • De verschillende certificatietelsels zijn in beeld.
  • Uitwisselen van informatie met collega-autoriteiten (de Raad voor de Accreditatie). Zo voert de ILT meer risicogericht toezicht, erkenning en regie uit.

Doelstellling 2 - Efficiëntere en effectieve regie, vergunningverlening en toezicht op de instellingen.

  • De ILT bepaalt en ontwikkelt een toezichts- en regievorm. Bijvoorbeeld bestuurstoezicht of stelseltoezicht. Dit sluit aan bij de doe-coalitie certificering van de Inspectieraad en de wetenschapsagenda Toezicht.
  • De ILT implementeert de nieuwe werkwijze bij de belangrijkste instellingen zoals klassenbureau’s, het Kiwa en CBI’s rondom het spoor. In 2020 is gestart met de evaluatie van de huidige relatie van deze CBI’s met de ILT binnen de verschillende toezichtstelsels, getoetst aan het kabinetsbeleid of de ILT voldoende tegenwicht biedt aan de private sector. Dit wordt in 2021 voortgezet. Daarbij wordt specifieke aandacht gegeven aan de transparantie van de gehanteerde tarieven.
  • De komende 3 tot 4  jaar brengt de ILT casusgericht de stelsels in beeld. De keuze voor de casus baseert de ILT op de risico’s van het stelsel. Maar ook op politieke en maatschappelijke ontwikkelingen. Bijvoorbeeld naar aanleiding van de rapportage Wim Kuijken granuliet.

Wat levert het programma op?

In 2021 brengt de ILT een aantal certificeringsstelsels in beeld. Ook benoemt de ILT verbeterpunten en voert deze door. Hierdoor kan de ILT efficiënter werken. Een meer stelselgerichte benadering maakt de risico’s inzichtelijker. Hierdoor maakt de ILT beter risicogerichte keuzes en afwegingen. De aanpak sluit aan bij de aanpak van de ISZW, zoals door haar gepresenteerd in februari 2020 aan de Tweede Kamer.



Voetnoot
[1] Dit programma had voorheen de naam Regie en Toezicht op externe relaties en productie

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

H3.Programma 12: Legionella

In 2020 voert de ILT een kortlopend programma voor Legionella uit. De looptijd van het programma is van januari 2020 tot en met oktober 2020. Na afloop evalueert de ILT dit programma en zal zij bekijken of een vervolg nodig is.

Met dit programma wil de ILT bijdragen aan minder legionellaslachtoffers in Nederland. Jaarlijks raken in Nederland veel mensen besmet met de legionellabacterie. Dit kan leiden tot griepklachten en longontsteking. Met name ouderen en mensen met een kwetsbare gezondheid kunnen ernstig ziek worden. Of zelfs komen te overlijden.
 

‘Staat van’

De ILT heeft als toezichthouder een onafhankelijke signalerende rol voor leefomgeving en transport. Die vult de ILT in op basis van praktijkinformatie en beschikbare feiten. Voor een aantal specifieke onderwerpen of regio’s bundelt de ILT de verzamelde feiten tot een ‘Staat van’.

Onder het programma Veilig en Duurzaam Schiphol brengt de ILT jaarlijks (sinds 2017) een Staat van Schiphol uit. In 2021 zal De Staat van Schiphol voor de vierde keer worden uitgegeven. Voor de inhoud van De Staat van Schiphol verwijst de ILT naar de beschrijving van het programma Schiphol. Er bestaat een nauwe relatie tussen de Staat en de rest van het programma.

In 2021 zal de ILT een Staat uitbrengen over de Mainport Rotterdam, met een beeld van milieu- en transportveiligheid in de Rotterdamse haven. Deze maakt de ILT met medewerking van andere autoriteiten, in en om het havengebied.

In 2021 brengt de ILT/Autoriteit Woningcorporaties (Aw) ook opnieuw een Staat van de Corporatiessector uit. Dit past bij de onafhankelijke positie van de Aw en geeft invulling aan het reflectief toezicht vanuit het volkshuisvestelijk belang. Meer over het werk van de Aw vindt u in het volgende hoofdstuk.

Naast deze 2 regionale staten en de Staat van de Corporatiesector wil de ILT in 2021 starten met een volgende ‘Staat van’. De ILT onderzoekt nog welk onderwerp daarvoor het meest geschikt is.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

H4. De ILT als organisatie

De manier waarop de ILT toezicht houdt, vraagt om professionele, flexibele en gemotiveerde medewerkers. Medewerkers en leidinggevenden krijgen de ruimte. De ILT stimuleert hen om een bijdrage te leveren. Om hun talenten optimaal in te zetten. En om hun bevlogenheid te tonen. Daarmee maken zij het verschil.

Van leidinggevenden vraagt de ILT dienend leiderschap: zij laten de inhoud van het werk over aan medewerkers. Leidinggevenden ondersteunen en begeleiden medewerkers vooral. Van medewerkers verwacht de ILT persoonlijk leiderschap. Dat betekent dat medewerkers verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen werk.

Investeren in vakmanschap en ontwikkeling blijft daarvoor belangrijk. De ILT wil dat medewerkers actief blijven werken aan hun loopbaan, ontwikkeling en welzijn. Zo werken zij aan duurzame inzetbaarheid en wendbaarheid. Dat helpt mens én organisatie. De ILT heeft oog voor het aantrekken van mensen met de juiste deskundigheid en competenties. Nu en in de toekomst. Aantrekkelijk werkgeverschap en het bieden van mogelijkheden aan jonge werknemers (stagiairs, trainees), zijn daar onderdelen van.

Merkbaar Meer

Het programma Merkbaar Meer is betrokken bij de ontwikkeling van (nieuwe) medewerkers. Dit programma organiseert de werving van extra capaciteit voor de ILT (130 FTE). In het eerste kwartaal van 2021 zijn deze extra medewerkers geworven en inzetbaar. Doel hiervan is de intensivering van het toezicht. Dit gebeurt naar aanleiding van de financiële middelen die de minister van IenW in 2019 aan de ILT heeft toegekend. Daarnaast moeten in 2020 en 2021 ongeveer 190 FTE aan reguliere vacatures worden vervuld. Het programma Merkbaar Meer brengt vraag en aanbod op dit punt samen.

Merkbaar Meer werft het juiste aantal mensen (uitbreiding- en vervangingsvraag). Ook werkt het programma aan hun ontwikkeling. Zo zet de ILT op de juiste momenten en plekken mensen met de juiste kennis, vaardigheden en werkhouding in. Dat doet zij door:

  • Nu en in de toekomst na te denken over capaciteit en kennis.
  • Nieuwe medewerkers anders te werven, te selecteren en in te werken.
  • De vakbekwaamheid van (nieuwe) medewerkers te vergroten.
  • Medewerkers flexibel en wendbaar in te zetten door het inrichten van een flexpool.

Nieuwe organisatie ILT

Per 1 januari 2020 is de nieuwe ILT-organisatie gestart. Een organisatie die steeds in beweging is en die zichtbaar, flexibel en wendbaar wil zijn. In 2020 zijn verschillende trajecten gestart. Hiermee wil de ILT de betrokkenheid van haar medewerkers bij de organisatie en de Koers vergroten. Het is daarbij belangrijk om een prettige en veilige werkomgeving te bieden. De ILT heeft met een groot aantal medewerkers een antropologisch onderzoek uitgevoerd. Ook heeft zij ontwikkeltrajecten met leidinggevenden gehouden. In 2021 gaat de organisatie verder met de uitkomsten van het onderzoek en de ontwikkeltrajecten. De ILT neemt de aanpassingen in het werken door het coronavirus daarin mee.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

H5. Autoriteit woningcorporaties

De Autoriteit woningcorporaties (Aw) wil een betrokken toezichthouder zijn. Betrokken bij de kerntaak van de woningcorporaties: betaalbare en kwalitatief goede woningen bieden aan mensen die hier niet zelf in kunnen voorzien. Het vinden van een passende woning en het wonen in een kwalitatief goede, betaalbare woning in een veilige en gezonde wijk, zijn belangrijk om aan de maatschappij deel te nemen.

Maatschappelijke opdracht

De maatschappelijke opdracht van woningcorporaties, het volkshuisvestelijk belang, bepaalt in belangrijke mate de ontwikkeling van de Autoriteit woningcorporaties. De Aw houdt toezicht op een effectieve, efficiënte, rechtmatige en integere inzet van maatschappelijk vermogen. Daarnaast ziet zij er op toe dat het beleid en beheer van woningcorporaties zorgt voor maximale beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van sociale huurwoningen. Kwaliteit is hierbij een breed begrip. Hieronder vallen ook duurzaamheid, leefbaarheid en het bijdragen aan een inclusieve samenleving.

Prioritaire projecten

Veel van het werk van de Aw valt onder het reguliere proces. Daaronder valt het toezicht op governance, integriteit, rechtmatigheid, financieel beleid en beheer van woningcorporaties. En het verlenen van vergunningen in de vorm van goedkeuringen, ontheffingen en zienswijzen. De Autoriteit woningcorporaties ziet 3 ontwikkelingen die prioriteit hebben.

Uitwerking Woningwet in beleidsregels

Waarom doet de Aw dit?
De Woningwet is in 2015 ingevoerd. Drie jaar later heeft een evaluatie plaatsgevonden. Ook het extern toezicht is onder de loep genomen.
De breed uitgevoerde evaluatie is aanleiding om de Woningwet te vereenvoudigen. De wet wordt meer ingericht op wettelijke principes (en doelen) van de wet en minder vanuit de regels. Verwachting is dat de Woningwet in 2021 wordt aangepast.

Wat wil de Aw bereiken?
De Aw wil heldere en flexibele kaders. Hierdoor wordt beter ingespeeld op de bedoeling van de wet, beheerste risico’s en nieuwe risico’s. Het doel is om op een actieve en constructieve manier gepubliceerde beleidsregels te maken. Deze beleidsregels zijn juridisch juist, begrijpelijk en uitvoerbaar voor de Aw, woningcorporaties en (direct) belanghebbenden als huurders en gemeenten. De belangrijkste beleidsregels zijn voor de inwerkingtreding van de herziene wet klaar. Denk hierbij aan vergunningen rondom: verbindingen, toets geschiktheid en betrouwbaarheid, onverenigbaarheden, verkoopregels, maatschappelijk- en bedrijfsonroerend goed, passend toewijzen en fusies.

Hoe wil de Aw dit bereiken?
Om de beleidsregels te maken is in 2020 het project Beleidsregels opgestart. Bij het uitwerken van de beleidsregels betrekt de Aw de verschillende stakeholders.

Informatie centraal en risicogericht

Een goede informatievoorziening en analyse staan centraal in het werk van de Autoriteit woningcorporaties. Dit is de basis voor risicogericht werken en verdere kennisontwikkeling en toezichtactiviteiten. In 2021 is de website van de Aw herzien en opnieuw ingericht. Ook heeft de Aw een dashboard ontwikkeld voor externe partijen met informatie over de beleidswaarde van corporaties. De Aw wil dit dashboard verder ontwikkelen. Na evaluatie zal de Aw bekijken welke onderdelen zij toe kan voegen. Daarnaast werkt de Aw aan risicosignalering per corporatie.

Waarom doet de Aw dit?
De Aw voert op dit moment risicogericht toezicht uit. Dit doet zij mede op basis van het gezamenlijk beoordelingskader Autoriteit woningcorporaties-Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Op basis van kwantitatieve en kwalitatieve beoordelingscriteria, signalen en een dashboard maakt de Aw in het inspectieproces onderscheid naar een basisonderzoek of een verdiepend onderzoek. Het onderscheid helpt om de capaciteit per inspectie effectiever in te zetten. Het verdiepende onderzoek met meer capaciteit zet de Aw in bij de woningcorporaties met de hoogste risico’s.

Wat wil de Aw bereiken?
De Aw bouwt in de komende periode haar risicogericht toezicht uit met een risicosignalering per corporatie. De risicosignalering ondersteunt de totstandkoming van het oordeel over de corporatie. Naast harde kwantitatieve gegevens neemt de Aw ook meer kwalitatieve indicaties op. Deze gaan over gedrag en cultuur uit de governance inspecties en uit de toets Geschiktheid en Betrouwbaarheid. Daarmee verwacht de Aw nog meer risicogericht en selectief toezicht uit te kunnen voeren. Waar nodig intensiveert de Aw het toezicht. En beperkt het toezicht waar dat kan.

Hoe wil de Aw dit bereiken?
In de uitwerking is het van belang dat het risicoprofiel goed verbonden blijft met de doelstelling en het beoordelingsproces van de Aw. Het beoordelen van de governance van de organisatie vormt daarvoor een belangrijke basis. Centrale vraag is of de woningcorporatie voldoende waarborgen heeft ingericht om de strategische doelstellingen op een integere, rechtmatige en doelmatige wijze te realiseren binnen de financiële ratio’s. Deze doelstellingen zijn verwoord in het bedrijfsmodel. De uitwerking van het volkshuisvestelijk belang is een belangrijke extra ontwikkeling binnen dit beoordelingsproces.

Programma Governance

De Aw stelt governance centraal in het toezicht. Het toezicht op governance en de toets Geschiktheid en Betrouwbaarheid hebben tot doel de governance bij woningcorporaties te verbeteren.

Waarom doet de Aw dit?
De meeste incidenten in de sector zijn terug te voeren op knelpunten in de organisatie, de besturing en het intern toezicht (governance) van woningcorporaties. Daartoe introduceerde de Woningwet in 2015 nieuwe bevoegdheden voor de extern toezichthouder. Het gaat hierbij onder andere om het toezicht op de governance van beleid en beheer. En om de toets Geschiktheid en Betrouwbaarheid voor commissarissen en bestuurders.

Wat wil de Aw bereiken?
Op basis van de uitgevoerde governance-inspecties blijkt dat bij de meerderheid van de woningcorporaties de governance van beleid en beheer voldoende tot goed op orde is. Bij een kleine minderheid spelen langslepende en hardnekkige vraagstukken op meerdere toezichtvelden (integriteit, governance, rechtmatigheid en financieel).
Met het toezicht op governance stimuleert de Aw het zelflerend vermogen van corporaties. Ook stimuleert de Aw het voeren van reflectieve gesprekken binnen corporaties.

Hoe wil de Aw dit bereiken?
De uitkomsten van het basisonderzoek en het risicoprofiel geven de Aw inzicht in mogelijke risico’s. En in de wijze waarop de corporatie deze risico’s beheerst. Waarborgt de corporatie dit voldoende? Dan zal de Aw vertrouwen geven en niet verder ingrijpen. Bij de corporatie waar de Aw niet voldoende waarborgen aantreft, wordt het toezicht intensiever. De Aw stimuleert de betreffende corporatie om zich te verbeteren.
Het leertraject Governance, Gedrag en Cultuur van de Aw uit 2019 – 2020 besteedt veel aandacht aan de grondhouding die nodig is voor toezicht vanuit een governance-benadering. Een eenmalige introductie hiervan is niet voldoende. Een permanent programma van scholing en training wordt ontwikkeld. De Aw werkt hierin samen met de ILT aan de ontwikkeling van bestuursgericht toezicht.
 

Volkshuisvestelijk belang in het toezicht op governance

De afgelopen jaren keek de Aw bij het toezicht op de governance vooral naar het beheer van een corporatie. De vraag of de corporatie het werk goed doet stond hierbij centraal. De komende tijd komt ook het beleid van de corporatie in beeld. De Aw voegt de vraag of de corporatie ‘de goede dingen doet’ in het governancetoezicht toe.

Waarom doet de Aw dit?
Het verbeteren van beleid en beheer, bestuurlijke cultuur en degelijke checks en balances realiseren staan niet op zich. Hiermee wil de Aw een goede invulling geven aan de maatschappelijke opdracht van corporaties.

Wat wil de Aw bereiken?
De Aw betrekt het volkshuisvestelijk belang in het toezicht. Dat betekent dat de Aw het toezicht zo inzet dat het beleid en beheer van corporaties zorgen voor maximale beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit. Het onderliggende beleid moet passen bij de lokale/regionale opgave. Ook moet het uitlegbaar zijn aan belanghebbenden.

Hoe wil de Aw dit bereiken?
Door hierover ‘het goede gesprek’ aan te gaan met de betreffende corporatie. Zo wil de Aw inzicht krijgen in de bijdrage van de corporatie aan de lokale/regionale opgave.
De Aw spreekt geen oordeel uit over eventuele achterblijvende prestaties. Maar de Aw kan wel aansturen op het onderliggende beleid. Ook treedt de Aw signalerend en agenderend op als dit in het belang van de volkshuisvesting is.