Wat wil de ILT bereiken?

Dit programma heeft 4 doelen:

  • Minder onnodig gebruik van energie door producten.
  • Het voorkomen van het gebruik van gevaarlijke en (zeer) zorgwekkende stoffen in producten.
  • Het verminderen van onnodig gebruik van grondstoffen in producten.
  • Betere afstemming van het productontwerp op het terugwinnen van grondstoffen.

Het doel is dat de producten op de Nederlandse markt voldoen aan de normen voor Ecodesign en Restriction of Hazardous Substances (RoHS).

Aanpak per productgroep
Voor de productgroepen die hoog scoren in de risicorangorde (zie onder) voert de ILT een nulmeting uit op basis waarvan ze de toezichtsaanpak bepaalt. Daarbij gaat het om de vraag: welke doelgroepen (fabrikanten, importeurs, detaillisten) zijn betrokken en hoe is het gesteld met de naleving? Bij deze analyse maakt de ILT gebruik van eigen inspectiedata, data van collega-toezichthouders (nationaal en Europees) en data uit openbare bronnen. De ILT voert systeemgerichte inspecties uit. Realitychecks zijn daar een onderdeel van. Zo nodig test de ILT producten. Als er sprake is van niet-naleven, zet de ILT een mix in van repressieve en correctieve interventiemethoden, zoals een waarschuwing, last onder dwangsom of laat ze het product van de markt halen. De ILT gebruikt ook methoden om doelgroepen te overtuigen, bijvoorbeeld via brancheverenigingen en publiciteit.

Hoe wil de ILT dit bereiken?

De ILT gaat het toezicht risicogericht uitvoeren. Hiervoor is inzicht in de markt nodig: welke bedrijven fabriceren of importeren? Hoeveel grote en kleinere bedrijven zijn er? Wat zijn risicovolle producten? En welke bedrijven zijn al eens in de fout gegaan? Het toezichtsmodel ontwikkelt zich in 2020 geleidelijk van objectgericht naar systeemgericht. De ILT achterhaalt de oorzaak van de niet-naleving door partijen in de keten en richten daar interventies op. Hierdoor kan op fabrikant- of importeurniveau van meerdere productgroepen/producten in 1 keer de naleving verbeterd worden.

Risicorangorde
In 2019 brengt de ILT samen met externe partijen de grootste risico’s van verschillende productgroepen, ketens en doelgroepen in beeld. Op basis daarvan stelt de ILT een risicorangorde vast. Deze rangorde bepaalt welke productgroepen en welke marktpartijen aangepakt zullen worden. In 2019 ligt de focus op elektromotoren, warmtepompen en pelletkachels.

In 2020 en 2021 richt het programma zich op de volgende producten en productgroepen:

  • Externe stroomvoorziening
  • Koelapparaten voor huishoudelijk gebruik
  • Huishoudelijke verlichting (gerichte en niet-gerichte lampen, LED, reflectorlampen en armaturen)
  • Transformatoren
  • Huishoudelijke ovens, kookplaten en afzuigkappen
  • Lokale ruimteverwarmers
  • Airconditioners en ventilatoren
  • Waterverwarmers heaters
  • Kleine elektronica

Sterke Europese samenwerking
Naast het aanpakken van specifieke productgroepen, wil de ILT de Europese samenwerking tussen markttoezichthouders versterken. Samenwerking en coördinatie van werkzaamheden is nodig om de Europese energiebesparingsdoelstellingen te halen. Concreet betekent dit dat de ILT een actieve rol speelt in samenwerkingsprojecten zoals EEPLIANT 3. Een deel van het toezicht op bovengenoemde productgroepen gebeurt vanuit dit samenwerkingsproject.

Sterkere rol eindgebruikers
De ILT gaat komende jaren ook de rol van eindgebruikers versterken. De eindgebruiker heeft geen rol en verplichtingen in de Europese wetgeving rondom Ecodesign en RoHS. Maar we kunnen via ander en slimmer toezicht wel meer gebruikmaken van de ‘ogen en oren’ van eindgebruikers. Ook kunnen we eindgebruikers beter informeren over de producten, bijvoorbeeld via sociale media.

Samenwerking met China
Tot slot bouwen we in 2020 de samenwerking met China verder uit. China is als herkomstland van veel elektrische en elektronische apparatuur een belangrijke partner voor de ILT als markttoezichthouder. De ILT wil afspraken maken met China, waardoor de door China geïnspecteerde zendingen in Nederland niet nogmaals gecontroleerd hoeven te worden.

Waarom doet de ILT dit?

Het niet-naleven van de regelgeving leidt tot energieverspilling door elektrische en elektronische apparatuur. Als de Ecodesign Richtlijn en de regelgeving voor energielabels nageleefd zouden worden, kan bijna 2035 TWh energie bespaard worden. Dat is bijna de helft van de Europese energiebesparingsdoelstelling voor 2020.

Cijfers
Recente cijfers laten zien dat het niet de goede kant opgaat: sinds 2014 stijgt het energiegebruik weer. Uit onderzoek van de EU blijkt dat 10 tot 20% van de producten niet voldoet aan de Ecodesign Richtlijn. Daardoor wordt ongeveer 10% van de mogelijke energiebesparing niet gerealiseerd. Daarnaast zorgt het gebruik van verboden stoffen in producten dat afvalstromen vervuild raken en ongeschikt worden voor hergebruik.

Lastig
Het is lastig dat de markt voor elektr(on)ische producten en producten waarin zware metalen voorkomen, zo groot en onoverzichtelijk is. Gegevens over marktpartijen ontbreken of zijn niet toegankelijk. Het is daardoor niet makkelijk om vast te stellen welke bedrijven deze producten op de markt brengen. Daarnaast is deze markt steeds in beweging. Er komen steeds meer kleine bedrijven bij en via internethandel kunnen particulieren ook zelf producten van buiten de EU importeren. Om deze problematiek aan te pakken zet de ILT internettoezicht in.