Waar gaat dit programma over?

Dit programma wil de milieubelasting van producten verminderen. Daarbij gaat het om energiegebruik, toepassing van gevaarlijke stoffen, gebruik van grondstoffen en een duurzamer productontwerp. In 2018 lag de focus op 3 onderwerpen: warmtepompen, hout- en pelletkachels en elektromotoren. Andere speerpunten zijn: samenwerking met andere Europese markttoezichthouders, een risicoanalyse om de juiste productgroepen te selecteren voor toezicht en het ontwikkelen van een toezichtmethode gericht op het internet.
 

Resultaten in 2018

Warmtepompen

Nu Nederland minder gas gaat gebruiken, staan alternatieve systemen voor woningverwarming in de belangstelling, zoals warmtepompen. Een nadeel van warmtepompen is dat deze apparaten nog niet uitontwikkeld zijn en dat veel installateurs er nog weinig ervaring mee hebben. De ILT wil voorkomen dat slechte producten op de markt komen en stimuleert deugdelijke installatie. In 2018 heeft de ILT samenwerking gezocht met brancheorganisaties, consumentenorganisaties en andere overheden.

Inmiddels is ook duidelijk om welke warmtepompen het meestal gaat. Op de Nederlandse markt worden 3.000 typen warmtepompen aangeboden, waarvan circa 200 (van 37 fabrikanten) relatief vaak geïnstalleerd zijn. Ook zijn de risicoparameters van deze pompen in beeld gebracht.

Voorbeeld

Warmtepompen bevatten koudemiddelen. In 80% van de warmtepompen die in 2017 en 2018 op de markt zijn gebracht, wordt een koudemiddel gebruikt met een GWP > 2000 (Global Warming Potential; een maat voor hoeveel een koudemiddel bijdraagt aan de opwarming van de aarde). Dit blijft binnen de gestelde normen, maar is wel zorgwekkend. Het belangrijkste risico ontstaat bij lekkage tijdens het gebruik of in de afvalfase. Doordat de hoeveelheid van deze koudemiddelen door quota beperkt gaat worden, ontstaat schaarste. Vanwege die schaarste is er een kans op 2 ongewenste ontwikkelingen. Enerzijds stijgen de onderhoudskosten voor de eigenaren en anderzijds kan de vraag naar koudemiddelen leiden tot illegale handel. Warmtepompen met het meest toegepaste R410A (GWP 2088) bevatten gemiddeld 3 kilo van dit koudemiddel. Als deze kilo’s koudemiddel ontsnappen, heeft dit een even groot effect op de opwarming van de aarde als 6.264 kg CO2. Dit is vergelijkbaar met het verbruik van 3.375 m3 aardgas door een cv-ketel ofwel het verbruik van een gemiddeld huishouden in ongeveer 2 jaar.

Hout- en pelletkachels

Ook voor hout- en pelletkachels heeft de inspectie in 2018 inzicht in de markt gekregen. Deze producten zijn voor particulieren ook interessant omdat zij flink gesubsidieerd worden. Ze worden vaak gekocht via webshops en in bouwmarkten waar de koper maar beperkt technisch advies krijgt. Het risico bestaat dat de apparaten ondeskundig geïnstalleerd worden, met als gevolg brandgevaar en risico op rookgassen in de woning en overlast voor de omgeving. In 2019 onderzoekt de ILT of de producten voldoen aan de huidige en toekomstige emissie-eisen (o.a. CO2, fijnstof en stank) die van kracht worden in 2020 en 2022.

Energiezuinige elektromotoren

In 2018 zijn inspecties uitgevoerd bij fabrikanten van elektromotoren en bij bedrijven die deze motoren inbouwen in lopendebandsystemen. Elektromotoren zijn grootverbruikers van energie: in Europa komt circa 70% van het industriële energieverbruik voor rekening van elektromotoren. Dit verbruik kan tot 30% worden verlaagd door efficiëntere motoren toe te passen.
Uit de inspecties blijkt dat de motoren zelf voldoen aan de regelgeving, maar dat de bijbehorende documentatie vaak onjuist is. Onderzoek wijst uit dat de energiezuinigheid bij de aanschaf geen rol speelt bij de keuze voor een type motor. Leveranciers maken afnemers niet attent op de mogelijkheden en de afnemers vragen er niet naar. Als dit patroon wordt doorbroken, kan de industrie veel energie besparen.

Internethandel

De handel in producten heeft zich de afgelopen jaren meer en meer verplaatst van fysieke winkels naar internet. Dat heeft consequenties voor het toezicht. In het project ‘Toezicht met internet’ vindt ontwikkeling van innovatieve methoden plaats voor toezicht op internethandel. Eind 2018 startte daarom een inventarisatie van organisaties die een vergelijkbare taak hebben en tegen vergelijkbare zaken aanlopen. Het recent opgerichte team Internettoezicht van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) is er daar één van. In 2019 wordt beoordeeld welke methoden en technieken ook geschikt zijn voor de ILT.

Top 10 risicovolle producten

Eind 2018 startte een brede risicoanalyse die moet leiden tot de selectie van de 10 meest risicovolle producten of productgroepen. Het gaat dan om producten waarbij de kans groot is dat ze gevaarlijke stoffen bevatten of dat ze onnodig veel energie verbruiken. Voor het uitvoeren van de analyse maakt de ILT gebruik van data uit eigen en externe bronnen. Ook betrekt de ILT deskundigen en wetenschappers in gesprekken over ontwikkelingen en trends die van invloed kunnen zijn op de risico’s. Op basis daarvan selecteert de ILT een top 10 van risicovolle producten en stelt daarvoor een toezichtagenda voor de komende jaren op.