De overheid verlangt van ondernemers dat ze publieke waarden als veiligheid, duurzaamheid en betrouwbaarheid hoog in het vaandel hebben. Dat brengt de opdracht aan de overheidsinstellingen en organisaties met een publieke taak met zich mee dat zij zelf het goede voorbeeld geven. Ook de ILT heeft mogelijkheden om die voorbeeldrol te vervullen en erop te sturen. Dat kan ook in ogenschijnlijk kleine dingen zitten. Zo is digitalisering binnen de overheid een kabinetsdoelstelling. Door meer digitaal te werken is de ILT niet alleen efficiënter, maar kan ze ook het papierverbruik verminderen.

ILT zelf klantgerichter

Een belangrijke factor in de beoordeling van het publiek van overheid is de kwaliteit van de dienstverlening. De ILT wil zelf vergunningen op tijd verlenen en ervoor zorgen dat deze van goede kwaliteit zijn. Vergunningverlening is vraaggestuurd: het is van tevoren niet bekend hoeveel aanvragen er zullen komen. Het is dan belangrijk om een goede planning te maken op basis van ervaringscijfers. Correcte en tijdige verwerking van alle aanvragen is van groot belang.

De ILT zal de vergunningverlening op onderdelen meer klantgericht en eenvoudiger maken. Als dat niet voldoende helpt, mag er een verschuiving plaatsvinden van toezicht- naar vergunningcapaciteit. Dat laat eens te meer de ambitie van de ILT zien om haar voorbeeldrol waar te maken.
In het scheepvaarttoezicht wordt gewerkt aan verbetering van de registerfunctie: het proces van digitaliseren, verkorten van de doorlooptijden en verbeteren van de samenwerking met het Kadaster en Kiwa.

Het volgende hoofdstuk gaat nader in op een betere dienstverlening in relatie tot het tarievenstelsel.

Defensie en woningcorporaties

De ILT beschikt over verscheidene toezichttaken die gericht zijn op de naleving van wet- en regelgeving door andere overheidsorganisaties of organisaties met een publieke taak. Zo ziet de ILT er op toe dat het ministerie van Defensie de regels naleeft bij de eigen gebouwen en terreinen. De resultaten van inspecties en audits bij terreinen en gebouwen bespreekt de ILT met de centrale staf van dat departement met als doel dat Defensie als mederijksoverheid de verantwoordelijkheid voor de naleving beter oppakt.

De Autoriteit woningcorporaties voert sinds de nieuwe Woningwet (2015) integraal toezicht uit op de corporaties. In dit toezicht speelt governance de centrale rol.

Voorbeeld: Integraal toezicht op de woningcorporaties

Sinds de fusie van de ILT en het voormalige Centraal Fonds Volkshuisvesting is er één toezichthouder op de woningcorporaties: de Autoriteit woningcorporaties. Hierdoor is een integrale blik op de corporaties mogelijk. Het is niet langer zo dat het ene orgaan  naar de governance en de organisatie van de corporaties kijkt en het andere orgaan naar de financiële situatie.

De Autoriteit woningcorporaties is van mening dat het integrale toezicht aanvullend moet zijn op het interne toezicht van de woningcorporaties zelf. De checks and balances moeten op hun plek zijn en de Raad van Toezicht van een corporatie moet zijn taak serieus nemen. Zo is er toezicht op bestuurders, zodat deze handelen in het belang van de organisatie. De geschiktheid- en betrouwbaarheidstoetsen vormen hier een belangrijk onderdeel van, maar ook governance audits en governance-inspecties krijgen in het toezicht een plek.

Provinciale vergunningen

In de adviezen van de ILT op provinciale milieuvergunningen voor grote bedrijven zal meer aandacht uitgaan naar de emissies van zogenoemde zeer zorgwekkende stoffen. De noodzaak is groot, mede door de maatschappelijk geuite zorgen over de gezondheid van bewoners nabij chemische bedrijven.

Voorbeeld: advies Wabo-vergunning

Wabo staat voor Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Op basis van artikel 2.26 Wabo is de ILT aangewezen als adviseur voor het bevoegd gezag (provincies en gemeenten). Zij kan adviseren bij aanvragen voor omgevingsvergunningen van risicovolle bedrijven. De inspectie toetst de Wabo-vergunningen die worden verleend aan circa 800 bedrijven. De vergunningen moeten het landelijk level playing field respecteren en voldoen aan (inter)nationale milieuvoorschriften.

De vergunningen moeten de kans op zware ongevallen bij risicovolle bedrijven beperken. Ook moeten zij de emissies reguleren van stoffen uit bronnen bij risicovolle bedrijven die milieubelastend, toxisch en carcinogeen zijn.

Met de advisering beoogt de ILT in de omgevingsvergunningen van risicovolle bedrijven bij te dragen aan scherpere vergunningeisen voor externe veiligheid en emissies.

Het zwaartepunt van de toetsing door de ILT ligt momenteel bij de 180 meest risicovolle bedrijven in Nederland, zoals grote chemiebedrijven, raffinaderijen en op- en overslagbedrijven met zeer grote hoeveelheden (brandbare) gevaarlijke stoffen.

Beheerders van waterkeringen

Bescherming tegen overstroming, met andere woorden hoogwaterveiligheid, is in Nederland een groot goed. Het spreekt dan ook voor zich dat de kwaliteit van de uitvoering door de verschillende overheidspartijen niets te wensen mag overlaten. Het toezicht op primaire keringen (inclusief voorliggende keringen, zoals de Maeslantkering) en regionale keringen in beheer bij Rijkswaterstaat is binnen het ministerie van IenM bij de ILT belegd. De toekenning van budgetten voor groot onderhoud van de keringen is mede afhankelijk van het oordeel van de ILT. De ILT gaat het toezicht inrichten op een nieuw normeringstelsel en nieuwe wettelijke voorschriften voor de beoordeling van de waterkeringen. Daarbij zal ook aandacht zijn voor nieuwe taken, zoals de zorgplicht van keringbeheerders.

Voorbeeld: hoogwaterveiligheid

Het maatschappelijk belang van het borgen van de veiligheid van Nederland tegen overstroming is onomstreden. Circa 60 % van Nederland ligt zo laag dat het kwetsbaar is voor overstroming vanuit zee, de grote rivieren of de grote meren. In dit gebied wonen ongeveer negen miljoen mensen en het grootste deel van het BNP wordt hier verdiend. De primaire waterkeringen moeten dit gebied beschermen tegen overstroming vanuit het zogenoemde buitenwater. Het betreft ongeveer 3.800 km primaire keringen in beheer bij de keringbeheerders (waterschappen en Rijkswaterstaat), verdeeld over ruim 230 dijktrajecten.

De ILT is de toezichthouder voor primaire keringen en regionale keringen in beheer bij Rijkswaterstaat en waterschappen. Het toezicht is gericht op beheer en onderhoud van waterkeringen conform de wettelijke voorschriften in de periode 2017-2023.

Het totale aantal voorgenomen inspecties ligt op 40 administratieve controles van primaire keringen, 50 administratieve controles van regionale keringen en 12 audits.

Het naleefpercentage is hoog, meer dan 90%. Dit gegeven is gebaseerd op eerdere toetsrondes. Momenteel loopt er een traject waarin de wetgever de normering op basis van nieuwe inzichten bijstelt. De impact van deze aanzienlijke systeemverandering op de naleving is nog niet bekend. Vanaf 2017 zijn deze nieuwe normen van kracht.

Tot 2023, als de eerste landelijke rapportage op basis van het nieuwe stelsel wordt uitgebracht, kan bezien worden of er nog problemen in de systematiek zitten en  of er daardoor problemen bij de beoordeling ontstaan. In deze periode zijn twee evaluatiemomenten afgesproken met de keringbeheerders.

Havens

De toezichttaken voor de havenbeveiliging zijn deels bij de ILT en deels bij de burgemeesters van havengemeenten belegd. De Europese Unie vraagt de lidstaten meer aandacht te besteden aan de uitvoering van deze taken. De ILT ziet er op toe dat de burgemeesters voldoen aan de Europese eisen en voert audits uit op de wijze waarop zij hun verantwoordelijkheid invullen.