De middelen zijn schaars, dus waar zet de ILT op in? Dit hoofdstuk laat zien welke keuzes de ILT maakt.

2.1 Hoe maakt de ILT afwegingen?

De ILT is een selectieve, effectieve en reflectieve organisatie. Een risicogestuurde organisatie die haar schaarse capaciteit inzet daar waar de huidige maatschappelijke risico’s het grootst zijn en waar het handelen van de ILT het meeste effect kan sorteren. Uiteraard houdt de ILT daarbij rekening met de verplichtingen die voortvloeien uit (internationale) wet- en regelgeving. Met het oog op de maatschappelijke context stelt de ILT haar prioriteiten en kan zij verantwoorden waarom onderwerpen worden geëxtensiveerd.

Toezicht op basis van risico’s
Allereerst worden keuzes in toezicht gemaakt op basis van risico’s. De ILT-brede risicoanalyse (IBRA) is voor de ILT een belangrijk instrument. De IBRA geeft inzicht in de omvang van de risico’s waardoor de verschillende taken onderling vergelijkbaar worden. De IBRA is in 2017 ontwikkeld als een ordelijke basis om keuzes te maken in het toezicht op basis van risico’s. De IBRA is een groeimodel: in een uitgebreide presentatieronde is feedback opgehaald die in de versie van 2018 is verwerkt. Er is een plan van aanpak opgesteld voor de verdere ontwikkeling van het instrument. In hoofdstuk 3 wordt beschreven op welke manier dit doorwerkt in de programma’s.

In 2019 is het verzamelen van nieuwe informatie en het maken van risicoberekeningen in de organisatie verankerd. Dat gebeurt in het dagelijks werk van de organisatie, denk aan het meten van zwaveluitstoot door scheepvaart. Het gebeurt ook buiten de organisatie, als er relevant nieuw onderzoek verschijnt.

Wettelijke verplichtingen
Op sommige terreinen heeft de ILT door (internationale) verdragen of door wet- en regelgeving duidelijk omschreven verplichtingen. Een verplichting is een politieke toezegging of aanwijsbare norm of regel waarin staat hoeveel inspecties uitgevoerd moeten worden of waarin een rapportageverplichting is vastgelegd.

Een verplichting heeft gevolgen voor de flexibiliteit van de ILT. De ILT heeft te maken met bijna tachtig Europese verordeningen, ruim 70 nationale wetten, 30 verdragen en een veelvoud aan lagere regelgeving. In 2018 gaat de ILT na welke inspectieverplichtingen zij heeft. De inspectieverplichtingen worden in kaart gebracht, geanalyseerd en bekeken in verhouding tot de ILT-brede risicoanalyse. Deze inventarisatie helpt de ILT om effectief en flexibel om te gaan met haar capaciteit. Het wordt gezien als input voor de onderwerpen die als prioriteit aangemerkt kunnen worden, want:

  • Het is duidelijk waar de ILT geen kwantitatieve toezichtverplichting heeft.
  • Het is duidelijk waar de ILT ruimte heeft in de frequentie van toezicht.
  • Het is duidelijk waar de ILT ruimte heeft om op een andere manier toezicht te houden (kwalitatief).

Laag maatschappelijk risico
Als de capaciteit schaars is en de ILT op risico prioriteert, dan heeft dat gevolgen voor bepaalde onderwerpen waar het door de IBRA berekende risico laag is en er weinig tot geen verplichtingen zijn. Op die onderwerpen kan de capaciteitsinzet verminderen dan wel het toezicht veranderen. Zo kan een verschuiving plaatsvinden van objectinspecties naar het digitaal monitoren van prestaties. Ook meer intensief samenwerken met bijvoorbeeld andere toezichthouders - of het inzetten van andere beleidsinstrumenten - kan gevolgen hebben voor de capaciteitsinzet van de ILT. Wel zal de ILT zorgen voor een goede informatiepositie op deze onderwerpen, zodat zij blijvend kan monitoren of er aanleiding is de prioritering van deze onderwerpen en de aanpak van het toezicht aan te passen.

In 2019 wordt verder onderzocht op welke manier onderwerpen met een laag risico en een beperkte verplichting (in het schema rechts onderin) kunnen worden geëxtensiveerd, zoals:

  • Toezicht op kabelbanen.
  • Interbestuurlijk toezicht op uitvoering van milieutaken door provincies.

NB: deze taak van de ILT kent inhoudelijke raakvlakken met het onderwerp “Onjuiste uitvoering rijksbeleid meest risicovolle bedrijven” (de WABO-adviestaak van de ILT), dat juist hoog scoort in de IBRA en waarop de ILT in 2019 een nieuw programma start (zie paragraaf 3.1). Het extensiveringsonderzoek naar het interbestuurlijk toezicht zal in samenhang worden bezien met het opstellen van genoemd programma.

Bij sommige onderwerpen is sprake van buitengewone gebeurtenissen: zeer onwaarschijnlijke gebeurtenissen die catastrofale gevolgen kunnen hebben als ze optreden. Voorbeelden hiervan zijn overstromingen of terroristische aanslagen. In de huidige methodiek van de IBRA scoren deze onderwerpen laag, omdat ze in het verleden niet of nauwelijks zijn opgetreden. Sommige scoren zelfs zo laag dat ze in aanmerking zouden komen voor extensiveringsonderzoek, waarin onderzocht wordt of de capaciteitsinzet op een onderwerp kan verminderen dan wel het toezicht kan veranderen, zoals ‘overstromingen in Nederland’ en ‘vervuiling van drinkwater’. De ILT zal voor de volgende IBRA verder uitwerken hoe met deze onderwerpen om te gaan.