Meerjarenplan ILT 01

Meerjarenplan ILT 01

Deze printvriendelijke versie bevat niet de volledige inhoud van het online magazine, maar alleen de teksten en een beperkte selectie foto´s. Het hele online magazine met alle foto´s, video´s en multimedia kan worden bekeken op:
https://magazines.ilent.nl/meerjarenplan/2021/01/index

Nog een tip voor het geval u het magazine wil printen: Heeft u een Windows-computer en bekijkt u het magazine met het programma Chrome? Dan adviseren we u voor het afdrukken alleen gebruik te maken van het zogenoemde dialoogvenster (Ctrl+P).

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Voorwoord

We ervaren steeds meer dat de bescherming van de leefomgeving grenzen stelt aan ons handelen. Veiligheid is en blijft belangrijk, maar de aandacht voor duurzaamheid neemt toe. Milieuschade treedt meestal langzaam op en is niet altijd zichtbaar. Afval drijft geruisloos richting horizon, de bodem absorbeert verontreiniging zonder te klagen en water mengt zich zonder stemverheffing met gevaarlijke stoffen. Maar de maatschappelijke gevolgen zijn groot. Vandaar dat leefomgeving een belangrijk onderdeel is van het Meerjarenplan 2022-2026 van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). 

Voor dit meerjarenplan maakte de ILT een brede omgevingsanalyse. Zo hebben we ons oor goed te luisteren gelegd bij stakeholders. Zij geven aan dat we de huidige koers moeten blijven volgen. We blijven werken aan veiligheid, vertrouwen en duurzaamheid in transport, infrastructuur, milieu en wonen. De aanmoediging van stakeholders om signalen over risico’s en misstanden nog luider te laten klinken, nemen we daarbij zeker ter harte.

Naast de gesprekken met stakeholders voerde de ILT een belevingsonderzoek uit onder een algemeen publiek. De risico’s die Nederlanders zien, komen voor een groot deel overeen met de meer technische risicoanalyse die de ILT zelf uitvoert. We bekijken hoe we het perspectief van Nederlanders de komende jaren verder kunnen inzetten bij ons werk als toezichthouder.   

De ILT staat voor grote opgaven. We richten ons op veel terreinen, met een grote diversiteit. Van luchtvaart tot cybersecurity en van woningcorporaties tot legionella. En het aantal onderwerpen dat onze aandacht vraagt, groeit. In combinatie met de beperkte capaciteit dwingt dat ons tot het maken van keuzes. Toezicht staat volop in de aandacht. En het ontwikkelt zich, door een meer informatiegestuurde aanpak, technologische ontwikkelingen en meer aandacht voor gedrag.

De medewerkers zijn het belangrijkste kapitaal van de ILT. Met hun vakmanschap signaleren zij vaak als eersten nieuwe risico’s. We zijn behalve trots, ook zuinig op onze mensen. En tegelijkertijd verwelkomen we graag nieuwe professionals. We zetten ons ook de komende jaren met hart en ziel in om de uitdagingen van deze tijd aan te gaan en een zo goed mogelijk resultaat te bereiken voor mens en milieu.  

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Inleiding

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) is de toezichthouder van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Bijna 1300 medewerkers werken dagelijks aan veiligheid, vertrouwen en duurzaamheid in transport, infrastructuur, milieu en wonen.

Werkveld

Het werkveld van de ILT is divers, zowel qua type werkzaamheden als qua onderwerpen.

De hoofdtaken van de ILT zijn toezicht, opsporing en vergunning­verlening. Deze taken hebben betrekking op een diversiteit aan onderwerpen, zoals afval, biociden, chemicaliën, drinkwater, hoogwaterveiligheid, vervuilde grond, en het transport via de weg, het spoor, het water, door de lucht, via de ondergrond en door buisleidingen.

Op het gebied van wonen ziet de Autoriteit woning­corporaties – onderdeel van de ILT – toe op het gedrag van woningcorporaties en op hun financiële beheer, zodat deze zich concentreren op hun kerntaak: zorgen dat mensen met een laag inkomen goed en betaalbaar kunnen wonen.

De omvang van het takenpakket van de ILT neemt toe. Dit wordt deels veroorzaakt door een uitbreiding van het aantal wettelijke verplichtingen, deels door de maat­schap­pelijke ontwikkelingen die tot nieuwe inzichten over maatschappelijke risico's kunnen leiden. Een goed voorbeeld hiervan zijn de ontwikkelingen op het gebied van cybersecurity, waarbij de ILT namens de minister van I&W toeziet op de (digitale) veiligheid van de vitale infrastructuur. Zowel door de toenemende digitalisering als de uitbreiding van het aantal aanbieders van essentiële diensten (AED) nemen de taken van de ILT sterk toe.

Behalve voor het ministerie van IenW voert de ILT taken uit voor vijf andere departementen: Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Economische Zaken en Klimaat, Justitie en Veiligheid, Buitenlandse Zaken, en Financiën. Ook voert de ILT taken uit samen met de Inspectie SZW.

Missie en koers

Vanaf 2016 is de ILT anders gaan werken. De basis hiervoor is neergelegd in de Koers ILT. Centraal hierin staat het maatschappelijk effect: het beperken van maatschappelijke schade. De kern­waarden van de Koers zijn: selectief, effectief, reflectief en optimale dienst- en vergunningverlening. De missie van de ILT is:

Selectief

De hoeveelheid aan taken in combinatie met de per definitie begrensde capaciteit dwingt tot het maken van scherpe keuzes. De ILT wil de capaciteit vooral inzetten waar zij de grootste bijdrage aan veiligheid, vertrouwen en duurzaamheid kan leveren en waar het handelen van de ILT het grootste effect kan sorteren.

Voor een groot deel doet de ILT dit door jaarlijks te beoordelen waar de grootste maatschappelijke risico's bestaan. Daarnaast kijkt zij vanzelfsprekend naar de wettelijke taken waaraan zij moet voldoen. Ook houdt de ILT rekening met thema's vanuit de politiek en de maatschappij.

Effectief

De ILT wil de resultaten van haar handelen kunnen verantwoorden. Dit betekent dat de medewerkers van de ILT weten waarom ze hun werkzaamheden uitvoeren, en dat voortdurend wordt gekeken naar de beste manier om risico's te verminderen. Soms kan dat door middel van (traditionele) inspecties, maar steeds vaker zet de ILT een combinatie van instrumenten in. Dat gebeurt voor een belangrijk deel in de vorm van programma's.

Daarbij worden vernieuwing en uitvoering van het toezicht samengevoegd, zoals bij nieuwe vormen van dataverzameling en informatie­analyse. De informatie­gerichte werkwijze is door de gevolgen van de Covid-19 pandemie versneld vanwege beperkingen aan het doen van inspecties op locatie. Ook investeert de ILT in systematische kennis­ontwikkeling over de effectiviteit van het toezicht.

Reflectief

De inspecteurs van de ILT zijn de ogen en oren van de inspectie, samen met analisten die de informatie duiden. De medewerkers vormen het belangrijkste kapitaal van de ILT en signaleren in hun werk vaak als eerste moge­lijke (nieuwe) risico's, bijvoorbeeld door het tekort­schieten van bestaande regelgeving.

Door het afgeven van dergelijke signalen aan beleid, politiek en samenleving draagt de ILT bij aan veiligheid, vertrouwen en duurzaamheid.

Optimale dienst- en vergunningverlening

Het verlenen van een vergunning is vaak het begin van toezicht. De ILT streeft naar een duidelijk, eenvoudig en efficiënt proces van vergunningverlening, waarbij de beoordeling van de aanvraag bijdraagt aan het verminderen van maatschappelijke risico's.

De komende jaren werkt de ILT aan de verbetering van de dienstverlening. Zo heeft de ILT sinds 2020 de dienst­verlenende activiteiten gebundeld in een loket.

Over dit meerjarenplan

De ILT heeft dit Meerjarenplan 2022-2026 opgesteld naar aanleiding van aanwijzing 10 van de minister-president inzake de rijksinspecties, waarin is vastgelegd dat een rijksinspectie werkt op basis van een werk­programma dat is goedgekeurd door de minister en is aangeboden aan de Staten-Generaal.

In dit Meerjarenplan beschrijft de ILT de ambities voor de komende jaren. De Koers blijft leidend; op basis van zowel verandering in wettelijke taken als maatschappe­lijke ontwikkelingen vinden uitbreidingen, verdiepingen en accentverschuivingen plaats. Voor dit MJP is een omgevingsanalyse uitgevoerd op basis van literatuur­onderzoek en gesprekken met uiteenlopende stake­holders.

Kiezen voor maatschappelijke effect geeft een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen waarmee de ILT de komende jaren rekening houdt. Deze ontwikkelingen leiden, in lijn met de Koers, tot een aantal richtinggevende keuzes die in Richtinggevende keuzes worden samengevat.

Waaraan werkt de ILT beschrijft welke gevolgen deze keuzes hebben voor de onderwerpen waaraan de ILT in de periode 2022-2026 werkt. Ten slotte gaat De organisatie in op de ILT-organisatie.

Bij het MJP zijn bijlagen opgenomen, met respectievelijk meer informatie over de werkvelden waarbinnen de ILT werkt, een overzicht van nieuwe taken, een overzicht van taken en verplichtingen, en een weergave van 'rode draden' uit de gesprekken met stakeholders.

Sturing en verantwoording

Dit Meerjarenplan bestrijkt de periode 2022-2026. De keuzes in dit Meerjarenplan zijn keuzes op hoofdlijnen; ze vloeien voort uit een aantal externe ontwikkelingen en zijn gericht op het bereiken van maatschappelijk effect.

In de jaarplannen vertalen de onderdelen van de ILT deze keuzes naar de inzet van mensen en middelen, en daarmee naar uit te voeren activiteiten.

In het jaarverslag legt de ILT verantwoording af over deze activiteiten en de resultaten ervan. Dit vormt weer input voor een volgend Meerjarenplan. Grafisch weergegeven:

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Kiezen voor maatschappelijk effect

Centraal in het handelen van de ILT staat het werken aan maatschappelijk effect: het beperken van maatschappe­lijke schade. De veelheid en diversiteit van wettelijke taken van de ILT dwingt tot het maken van keuzes. Niet alleen in de onder­werpen die de ILT aanpakt (het wat), maar ook in de wijze waarop ze deze aanpakt (het hoe). De ILT is daarmee selectief.

Bij de selectie van de onderwerpen (het wat) hanteert de ILT 3 invalshoeken:

  • De risico's, zoals die zijn beschreven en berekend in de ILT-brede risicoanalyse (IBRA).
  • Wettelijke verplichtingen.
  • Maatschappelijke ontwikkelingen.

Risicogericht: welke onderwerpen met welke prioriteit

De ILT zet haar capaciteit met voorrang in op onder­werpen die de grootste maatschappelijke schade veroorzaken en waar zij het meeste maatschappelijke effect kan bereiken.

Welke onderwerpen de grootste maatschappelijke schade veroorzaken berekent de ILT met behulp van de ILT-brede risicoanalyse (IBRA). De IBRA geeft een overzicht van de schadecategorieën per (bestaande) taak van de ILT en geeft aan bij welke taken de grootste schade ontstaat. De schade wordt uitgedrukt in euro's, soms aangevuld met een '+' voor schades waarvoor geen bedrag kon worden bepaald.

De risico's met een schade van meer dan € 100 miljoen per jaar zijn:

Figuur 2 - ILT-onderwerpen met de grootste maatschappelijke schade
Onderwerp Totale schade in € miljoen per jaar Aanvullende schade, niet in €
Afval 3.989
Bodem- en grondwaterkwaliteit 852
REACH en biociden 850 +
Goederenvervoer weg 523
Duurzame producten 418 +
Legionella 199
Uitstoot Ozon Afbrekende Stoffen (OAS) en gefluoreerde broeikasgassen 177
Taxivervoer 106
Busvervoer 103

Ook is aan de IBRA een overzicht van buitengewone gebeurtenissen toegevoegd. Dit zijn gebeurtenissen waar­van de kans dat ze optreden als bijzonder klein wordt ingeschat, maar waarvan de schade, als deze ontstaat, als zeer substantieel wordt geschat, zoals een overstroming. Een volledig overzicht van alle onder­werpen en schades is opgenomen in de IBRA (bijlage B1).

Het stellen van prioriteiten betekent ook kiezen voor posterioriteiten. Dit is door de spanning tussen de veel­heid aan taken en de beperkte capaciteit van de ILT, onvermijdelijk. De ILT wil in de komende jaren meer inzicht verkrijgen in de gevolgen voor taken die met minimale inzet moeten worden ingevuld.

Maatschappelijke ontwikkelingen

Voor het realiseren van een optimaal maatschappelijk effect kijkt de ILT niet uitsluitend naar bekende risico's en wettelijke taken, maar ook naar algemene maat­schap­pelijke ontwikkelingen. Vanzelfsprekend met de focus op de werkvelden van de ILT: transport, infra­structuur, milieu en wonen, en vanuit het perspectief van de missie: veiligheid, vertrouwen en duurzaamheid.

Trends maken het werk van de ILT enerzijds moeilijker doordat nieuwe patronen en risico's ontstaan die per definitie lastig te voorspellen zijn, maar aan de andere kant ontstaan nieuwe en uitgelezen mogelijk­heden om beter en effectiever toezicht te houden.

Door de snelle ontwikkelingen zijn er discrepanties tussen wat kan en wat mag, bijvoorbeeld doordat nieuwe maatschappe­lijke risico's niet (meer) goed aansluiten op de wetgeving. Het is een uitdaging om te letten op deze spanning en deze te signaleren.

Voor dit meerjarenplan is een omgevingsverkenning uitgevoerd. In dit hoofdstuk worden op hoofdlijnen 4 trends geduid. Deze zijn niet per definitie nieuw, maar blijven de komende jaren een rol spelen bij het bepalen van het werkprogramma van de ILT. De mate waarin deze ontwikkelingen doorwerking hebben in de taak­velden van de ILT kan verschillen.

Vertrouwen in de overheid, een transparante overheid en de mondige en actieve burger

Het vertrouwen van de burger in de Nederlandse overheid is relatief groot, toch staat het onder druk. De toeslagenaffaire speelt hierin een belangrijke rol en heeft de al langer bestaande roep om een transparante overheid een verdere impuls gegeven.

Er is in het toezicht sprake van een verschuiving van de focus op reductie van toezichtslasten, naar herwaar­de­ring van de publieke sector en het toezicht als manieren om maatschappelijke problemen aan te pakken.

Het toezicht heeft van oudsher te maken met een dubbele werkelijk­heid en bevindt zich in een spannings­veld. Te veel toezicht wordt ervaren als last, tegelijkertijd is bij misstanden de roep om steviger toezicht of kritiek op afwezigheid van het toezicht direct te horen. Toezicht legt soms problemen bloot, en wekt zo tegelijkertijd wantrouwen én vertrouwen.

Transparantie over de inrichting van toezicht en vergunningverlening en over de resultaten daarvan is van belang, evenals zichtbaar zijn als toezichthouder die staat voor ieders belangen als burger.

Daarnaast is de burger de afgelopen decennia mondiger en actiever geworden, onder meer via sociale media. Burgers zijn bovendien ook graag betrokken, zowel bij wat er in hun (directe) omgeving gebeurt als bij het verzamelen en duiden van gegevens.

Technologie, digitalisering en dataficering van de maatschappij

De beschikbaarheid en doorontwikkeling van techno­logie, groeiende digitalisering en de aanwezig­heid van grote hoeveelheden data heeft gevolgen voor burgers, bedrijven en voor de ILT zelf. Deze ontwikkeling geeft mogelijkheden voor innovatie en vernieuwing in het toezicht, maar stelt tegelijkertijd wettelijke eisen aan de toepassing ervan.
Digitalisering werkt niet alleen door in meer data, maar beïnvloedt ook de aard van het toezicht door diverse toe­passingen binnen de werkvelden waar de ILT toezicht op houdt.

Een goed voorbeeld hiervan is het toenemend gebruik van zogenaamde Unmanned Aerial Vehicles (UAV) of Remotely Piloted Aircraft Systems (RPAS), ook wel drones genoemd. Binnen het luchtvaartdomein vormen deze een nieuw aandachts­punt voor het toezicht, tegelijkertijd kan de ILT door gebruik te maken van dergelijke drones haar toezicht slimmer uitvoeren.

Globalisering en netwerksamenleving

Onze omgeving is op steeds complexere wijze met elkaar verbonden. De vele dynamische netwerken en ketens, zowel dichtbij als verder weg, vereisen goede analyses en overwegingen over waarop het toezicht is gericht.

Het vraagt bovendien om brede samenwerking van de ILT met andere (internationale en/of private) toezicht­houders en om verschillende vormen van interventies, bijvoor­beeld bij de aanpak van internationale milieu­criminaliteit. Ook de groeiende omvang van EU-regel­geving is van belang, net als de decentralisatie van taken op sommige terreinen.

Transities

In de samenleving is sprake van transities; fundamentele maatschappelijke veranderingen, met vaak een abrupte en disruptieve dynamiek, die het werk en de legitimatie raken. Ook de ILT krijgt, als onderdeel van het ministerie van IenW, te maken met dergelijke transities, zoals de aanpak van de klimaatverandering, de overgang naar een circulaire economie en de ontwikkeling van slimme en duurzame mobiliteit.

Als toezichthouder is van belang te kunnen inspelen op de dynamiek in deze transities en daartoe de blik naar de toekomst te houden. Dat levert een aanvulling op de beoordeling van risico's op, op basis van ervaringen uit het verleden.

Game changers

Naast de langjarige trends zijn er 'game changers': plotselinge onvoorziene gebeurtenissen die van groot belang kunnen zijn voor de realisatie van missiedoelen. 2 voorbeelden hiervan zijn de kinderopvang­toeslag­affaire en de COVID-19 pandemie.

De COVID-19 pandemie heeft op verschillende manieren effect gehad het werk van de ILT. Gevolgen voor de onderwerpen waarop de ILT toezicht houdt, zoals mogelijk blijvende veranderde mobiliteit op het gebied van personenvervoer, met vooral effecten bij luchtvaart en spoor, en een toename in het goederen­vervoer als gevolg van bestellingen via webshops.

En gevolgen voor de manier waarop de ILT toezicht houdt, zoals het inspecteren op afstand en een verdere impuls voor innovatie en digitalisering van processen. Ook de nieuwe Tweede Kamer en het regeerakkoord van een nieuw kabinet kunnen leiden tot herziening van politieke keuzes bij maatschappelijke prioriteiten. Dergelijke 'game changers' betekenen dat de ILT voldoen­de alert moet zijn voor het herkennen ervan, en flexibel genoeg moet zijn om erop in te spelen.

Thema's in toezicht

Toezicht kan op verschillende manieren bijdragen aan maatschappelijk effect. De ILT ziet de volgende belang­rijke thema's waarmee zij rekening houdt bij haar aanpak:

Groeiende behoefte aan toezicht

De mobiliteit groeit, de druk op de leefomgeving wordt groter, en er is sprake van toenemende druk op schaarse ruimte. Deze optelsom vergroot maatschappelijke risico's en versterkt de noodzaak voor stevig toezicht.

De recente gerechtelijke uitspraak tegen Shell, met daarin de verplichting de bedrijfsvoering meer in lijn te brengen met de doelen uit het klimaatakkoord van Parijs, geeft aan dat ingrijpen niet altijd meer 'achteraf' plaats­vindt.

Tegelijkertijd vallen er vrijwel geen taken af en groeit het aantal (nieuwe) verantwoordelijkheden voor de ILT op basis van (inter)nationale regelgeving. Bij het uitblijven van extra middelen zal een permanente afweging moeten worden gemaakt over wat de ILT wel en niet oppakt.

Onafhankelijkheid

De onafhankelijke en helder vastgelegde rol en positie van de ILT als (Rijks)toezichthouder is een absolute voorwaarde voor het versterken van het vertrouwen in overheid en instituties. Dit is uitgewerkt in Aanwijzingen van de minister-president.
Met ingang van 2022 wijzigt de status van de ILT als onderdeel van het ministerie van IenW van agentschap, opgezet volgens een opdracht­gever-opdracht­nemer­relatie, naar een regulier dienstonderdeel. Ook dat onder­steunt de onafhankelijke positie van de inspectie. Tegelijkertijd gaat onafhankelijkheid gepaard met nabijheid bij het beleidsproces om effectief te kunnen zijn.

Van object- naar stelseltoezicht

Naast toezicht en de handhaving op individuele objecten of bedrijven, is het voor de maatschappelijke relevantie van de ILT belangrijk signalen te bundelen en ook op stelselniveau aandachtspunten en verbeterkansen te signaleren.

Variaties in toezichtsvormen en interventies

De focus op effect door direct op het juiste niveau een interventie te plegen is door de ILT in een nieuwe hand­havings­strategie vastgelegd. Deze strategie sluit aan bij de Landelijke Handhavingsstrategie en beoogt zoveel mogelijk uniformiteit te bereiken bij de uitvoering.

Interventie varieert van een waarschuwing bij goed­willenden en laag risico, via bestuursrecht, naar straf­recht bij hoog risico en calculerend gedrag.

De ILT kijkt in het toezicht ook steeds naar andere passende maatregelen, afhankelijk van geschiktheid, haal­baar­heid en aanvaardbaarheid. Zo is een hand­havings­toolbox ontwikkeld met aandacht voor inzet en effectiviteit van gedragsmaatregelen.

Samenwerking

De ILT zoekt samenwerking met andere partijen, waar­onder medetoezicht­houders, op regionaal, nationaal en internationaal niveau. Van belang zijn hier de groeiende omvang van EU-regelgeving alsmede de verdeling van bevoegdheden tussen regionale en nationale toezicht­houders.

De Inspectieraad is een goed voorbeeld van samenwerking en kennisdeling tussen verschillende inspecties. Daarnaast werkt de ILT in de uitvoering samen met onder meer douane, politie, de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en vele andere organisaties.

Voor de relatie tussen de ILT en de omgevingsdiensten is het in 2021 verschenen advies van de Commissie van Aartsen over het VTH-stelsel relevant1.

Het advies geeft aan dat dit stelsel te vrijblijvend en gefragmenteerd is. Naast versterking van het Rijks­toezicht is het volgens de commissie van belang dat de kwaliteit van de decentrale omgevingsdiensten én de samenwerking tussen de omgevingsdiensten en het Rijk worden versterkt. Komende tijd wordt hierover nadere besluitvorming verwacht.

1 Om de leefomgeving: Omgevingsdiensten als gangmaker voor het openbaar bestuur.

Informatiegestuurd

De ILT ziet in de toenemende informatisering en dataficering van de samenleving een uitgelezen kans om haar taken innovatiever, effectiever en efficiënter uit te voeren. De ILT maakt hiervoor een uitwerking en investeert gericht in het versterken van de datapositie, inclusief aandacht voor wettelijke en ethische voor­waarden.

Innovatief

Innovatief werken is voor de ILT essentieel. De ILT heeft een Innovatie- en Datalab (ID-lab). Hierin werken analisten en wetenschappers aan vernieuwing van het toezicht, samen met kennisinstellingen.

Reflectief vermogen

Meer oog voor het maatschappelijk effect en werken aan het publiek belang vraagt om versterking van het reflectief vermogen van de ILT.

Signalen van de inspectie als ogen en oren in de samenleving moeten worden gebundeld en geduid in heldere analyses op stelsel- en systeemniveau om effectief te zijn, zoals in 'staten van' of inspectie­rapporten.

Dit is nog belangrijker in domeinen waarbinnen sprake is van snelle ontwikkelingen zoals transities.

Deze vooral feitelijke signalen dragen bij aan systematische kwaliteits­verbetering, en aan waardering voor het vak­man­schap van de inspectie. Ook kunnen ze bijdragen aan vermindering van de incident-regelreflex, door de energie te verleggen van incident naar knel­punten en kansen van het toezichtsysteem.

De ILT wil met haar reflectief vermogen knelpunten en tekortkomingen in wet- en regelgeving inzichtelijk maken en onder de aandacht brengen. Niet alleen richting IenW en andere departementen, de ILT is ook zelf actief in EU-adviescommissies en andere inter­nationale organisaties. Van belang is bij dergelijke reflecties ook stakeholders te betrekken.

Schade (z)onder norm

De ILT onderscheidt, in navolging van de weten­schap­pe­lijke theorie over dit onderwerp, schadelijke activiteiten en illegale activiteiten. De maatschappij verwacht van toezichthouders dat zij zich richten op alle schadelijke activiteiten in (en rond) hun domein, niet alleen op de illegale.

Bijlage A4 en de factsheets van de IBRA in bijlage B1 gaan in op schade die wordt veroorzaakt door activiteiten waar­voor geen wettelijke norm is bepaald, en op schade die optreedt onder de norm. Het benoemen van deze schade ziet de ILT als onderdeel van haar signalerende rol en is daarom onderdeel van het MJP. De ILT wil de werkwijze op dit onderwerp verder ontwikkelen.

Certificerende instellingen

De ILT werkt in een aantal gevallen samen met private organisaties die namens de ILT een aantal taken uitvoeren. Zij zijn daarmee een verlengstuk van het publieke toezicht van de ILT op een veilige en duurzame maatschappij. Maar de ILT oefent zelf ook weer toezicht uit op deze partijen.

De ILT werkt in het programma Inspectie en Certificering aan het doorontwikkelen van deze vorm van toezicht en stelt hiervoor een beoordelingskader op.

Werken vanuit vertrouwen

Toezicht is onvermijdelijk, maar maatschappelijk effect kan ook worden bereikt door bedrijven, burgers en publieke instellingen te stimuleren zelf hun verantwoor­de­lijkheid te nemen om wet- en regelgeving na te leven. De ILT wil en kan het niet alleen doen.

Inspelend op de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven en burgers heeft de ILT een nieuwe visie op dienst­verlening ontwikkeld en zet zij gericht in op vergroting van het veiligheidsbewustzijn bij bijvoorbeeld bestuurders van bedrijven, vaak in samenwerking met brancheorganisaties. Ook werkt de ILT in toenemende mate met gedragswetenschappers.

Het doel van veel van de interventies is immers om te komen tot duurzame gedragsverandering, om zo ongewenste gebeurtenissen tegen te gaan. De ILT ziet toezicht en handhaving als het sluitstuk gericht op bedrijven die de regels niet willen naleven. De pakkans en de zwaarte van mogelijke interventies spelen hierbij beide een rol.

Vergunningverlening

Vergunningverlening richt zich op de deelname van bedrijven aan de samenleving. Vergunningverlening is vaak het startpunt van toezicht, het is 'toezicht vooraf'.

Vergunningen komen onder verschillende namen voor: certificaten, veiligheidsattesten, autorisaties, onthef­fingen, erkenningen. Ze hebben betrekking op een breed scala aan onderwerpen, van personen (bijvoor­beeld het machinistenbewijs) via objecten (bijvoorbeeld een bewijs van luchtvaardigheid) tot transporten (bijvoorbeeld een afvaltransport).

Het proces van vergunningverlening is vraag­gestuurd. De ILT moet iedere aanvraag beoordelen. Om het proces zo efficiënt mogelijk te kunnen uitvoeren werkt de ILT aan de volgende ontwikkelingen:

  • Versterking van het toezicht op de vergunning­verlenende taken die zijn uitbesteed aan partijen in de markt, de certificerende instellingen.
  • Verdere stroomlijning van de aanvraagprocessen, gebruikmakend van de mogelijkheden van verdere digitalisering.
  • Digitalisering van certificaten waar die op een veilige manier online kunnen worden verstrekt.
  • Verbetering van de transparantie door openbaar­making van vergunningen, met inachtneming van de wet- en regelgeving op het gebied van privacy (AVG) en openbaar­making van overheidsinformatie (Woo).

Opsporing

Opsporing is gericht op personen en bedrijven die de regelgeving op het gebied van transport, infrastructuur, milieu en wonen stelselmatig en op een ernstige manier overtreden.
Vaak gaat het om georganiseerde criminaliteit met een ondermijnend karakter en veelal met internationale (financiële) constructies en handels­stromen, zoals internationale milieucriminaliteit.

Dit vraagt om een integrale aanpak, waarbij de ILT nauw samenwerkt met andere overheidspartners in binnen- en buitenland, zoals politie en Interpol.

Vanwege de bijzondere juridische kaders heeft de ILT de opsporing in een apart organisatieonderdeel onder­gebracht: de Inlichtingen en Opsporingsdienst (IOD). De IOD werkt onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Toezicht en opsporing worden steeds sterker met elkaar verbonden. In de nieuwe handhavingsstrategie is de straf­rechtelijke handhaving onderdeel van de totale hand­havingstoolbox: reeds aan de voorkant wordt gekeken welke instrumenten het beste effect opleveren (opsporing als een optimum en niet als ultimum).

Wettelijke verplichtingen

De ILT heeft te maken met een uitgebreide hoeveelheid aan wet- en regelgeving en andere geformaliseerde afspraken waarin verplichtingen zijn opgelegd voor de rol als toezichthouder2, zie ook het overzicht in bijlage A3.

Voor de onderwerpen waarbij een minder grote kans op schade bestaat, beoordeelt de ILT aan de hand van de wet- en regelgeving waar sprake is van 'harde' en gedetail­leerde verplichtingen waaraan moet worden voldaan. Daarbij vragen de Europese regels, die snel veranderen en bij niet-opvolging tot infractieprocedures kunnen leiden, om speciale aandacht.

Incidenteel leidt deze benadering voor de ILT tot aandachtspunten bij verplichtingen waarbij sprake is van gedetailleerd voorgeschreven arbeidsintensieve maat­regelen, zoals verplichte aantallen inspecties of steekproeven. Vaak zijn dergelijke (middel)voorschriften gebaseerd op werk­wijzen van jaren geleden, terwijl inmiddels het risico van karakter is veranderd of efficiëntere alternatieven bestaan.

Waar sprake is van minder harde en gedetailleerde verplichtingen, heeft de ILT meer mogelijkheden de afweging te maken hoe intensief of extensief de wettelijke taken worden opgepakt. Daarbij houdt de ILT rekening met zowel de maatschappelijke opvattingen over de rol van toezicht als met inzichten over de meest effectieve en efficiënte manier waarop toezicht kan worden uitgeoefend. Deze informatie wordt onder de aandacht gebracht van de beleidsonderdelen en bij inter­nationale toezichthouders. Innovatie en kansen voor verbetering van de informatiepositie spelen hier een belangrijke rol.
 

Rapport 'Inventarisatie van de verplichtingen

Overige wettelijke taken

Naast de hiervoor genoemde belangrijkste primaire taken (toezicht, vergunningverlening en opsporing) heeft de ILT nog een aantal andere, veelal kleinere wettelijke taken. De belangrijkste zijn:

  • Dienstverlening: het afhandelen van meldingen en behandelen van vragen.
  • Incidentafhandeling: het optreden bij incidenten om zo snel mogelijk terug te keren naar de normale situatie.
  • Ongevalsonderzoek: het doen van onderzoek naar de oorzaken van een ongeval. 3
     

3 Het merendeel van de taken op het gebied van ongevalsonderzoek is belegd bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). De ILT heeft nog een taak bij ongevallen op het hoofdspoornet.

Betekenis voor beleid

Vanuit de focus op het beperken van maatschappelijk schade levert de ILT een actieve bijdrage aan de totstandkoming van nieuwe en evaluatie van bestaande regels. Dit is een integraal onderdeel van het instrumen­tarium van de ILT.

De komende jaren zet de ILT in op het versterken van deze adviesrol. Het doel hiervan is beleidsonderdelen vroeg en goed van informatie te voorzien, zodat besluiten over de rol van toezicht zo onderbouwd mogelijk kan worden genomen.

Dit doet de ILT op 4 manieren:

  1. Door middel van het signaleren van ontwikkelingen in de samenleving die gevolgen (kunnen) hebben voor veiligheid, vertrouwen en duurzaamheid in transport, infrastructuur, milieu en wonen.
    De inspecteurs van de ILT staan midden in de maatschappij en zien deze ontwikkelingen vaak als eerste. Niet alleen in de fysieke, maar ook in de digitale wereld. Als deze ontwikkelingen strijdig zijn met de wet intervenieert de ILT, maar door middel van signalerende rapportages kan de ILT beleids­makers en politiek ook adviseren hoe om te gaan met deze ontwikkelingen en welke gevolgen deze voor wet- en regelgeving hebben. Daarbij gaat het niet uitsluitend om risico's. Nieuwe ontwikkelingen kunnen ook kansen bieden voor bijvoorbeeld de wijziging van verouderde wet- en regelgeving.
    De ILT geeft invulling aan haar signalerende functie op operationeel (toepassing in het toezicht), tactisch (bijsturing) en strategisch niveau (analyses op stelsel en systeem).
    Dat laatste vraagt om zowel een onafhankelijke positie, als om goede verbindingen met de departe­menten, andere toezichthouders, stake­holders en relevante kennisinstituten. Dit is nog belangrijker in domeinen waarbinnen sprake is van snelle ontwikkelingen zoals transities.
  2. De ILT ziet de grotere beschikbaarheid van publieke data via bij­voor­beeld sociale media als een kans om in een vroeg stadium signalen op te pikken en te beoordelen.
  3. Bij de ontwikkeling van nieuw beleid kan overleg plaatsvinden over de maatschappelijke opgave en een mogelijke rol van de ILT, de wijze waarop dit in regelgeving wordt vastgelegd, en de bevoegdheden en instrumenten die de ILT daarbij eventueel ter beschikking krijgt. De ILT adviseert op basis van expertise, de beleidsdirecties verwerken het advies.
  4. Wanneer de beoogde regelgeving is uitgewerkt en duidelijk wordt dat een nieuwe taak wordt voorzien voor de ILT, dan vindt een verplichte toets plaats op handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraude­bestendigheid, de zogeheten HUF-toets.
    In deze openbare toets beoordeelt de ILT nieuwe – en aanpassingen van bestaande – wet- en regel­geving. De HUF-toets is noodzakelijk om te waarborgen dat de randvoor­waarden voor de beoogde invulling van een nieuwe taak door de ILT op orde zijn. De ILT wil bij de HUF-toets meer aandacht besteden aan innovatie, en of de voor de taak benodigde informatie geborgd is.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Richtinggevende keuzes

Het Meerjarenplan 2022-2026 is een doorontwikkeling van de Koers ILT. De missie van de ILT blijft onveranderd: de ILT werkt aan veiligheid, vertrouwen en duurzaam­heid in trans­port, infrastructuur, milieu en wonen. Keuzes die de ILT maakt komen voort uit de invulling die zij geeft aan de pijlers: selectief, effectief, reflectief en optimale zakelijke dienst- en vergunningverlening.

Deels blijven deze keuzes voor de komende jaren onveranderd. Wel is er sprake van een doorontwikkeling: zo wordt het instrumentarium voor risicoselectie, naast de ILT-brede risicoanalyse (IBRA), voor strategische risico's aangevuld met een instrument voor tactische risicoselectie, en wordt het programmatisch werken verder ontwikkeld om nog meer effect te realiseren.

Maatschappelijke risico's, wettelijke verplichtingen en maatschappelijke ontwikkelingen leiden tot enkele accentverschuivingen, met name voor de pijlers effectief en reflectief. Het betreft de tijdige betrokkenheid bij de ontwikkeling van nieuwe regelgeving, de versterking van het burger­perspectief en de versterking van het reflectief vermogen.

Selectief

  • De risicogerichte werkwijze uit de Koers blijft leidend. De onderbouwing met de IBRA ontwikkelt door. De werk­wijze wordt verder uitgewerkt op tactisch en operationeel niveau.
  • Een sterke informatiepositie. Deze ondersteunt een effectieve, efficiënte en innovatieve werkwijze en wordt vormgegeven aan de hand van de datakoers.

Effectief

  • Maatschappelijk effect is leidend. De ILT is gericht op het beperken van maatschappelijke schade. De wettelijke taken vragen, gezien de omvang van de middelen die de ILT beschikbaar heeft, een afweging over hoe intensief of extensief de ILT deze uitvoert. Onder­werpen met grote maatschappelijke risico's krijgen prioriteit in programma's.
  • Versterkte (internationale) adviesrol ILT voor nieuwe regelgeving. De ILT levert informatie aan ten behoeve van de ontwikkeling van beleid en levert zo een bijdrage aan de vraag of en op welke wijze toezicht kan worden ingezet. Dat gebeurt met oog voor innovatie, informatiepositie, en bekostiging van de potentiële nieuwe taak.
  • Burgerperspectief versterken. Voor de versterking van vertrouwen in overheid en instituties werkt de ILT in de planperiode verder aan het toepassen van het burger­perspectief in het toezicht, inclusief het belang en de impact van (sociale) media.

Reflectief

  • Versterken reflectief vermogen. Het bereiken van maximaal maatschappelijk effect vergt heldere analyses en beschrijvingen, ook op het niveau van een toezichtsysteem.
  • Signalerend. De ILT verkent systematisch nieuwe ontwikkelingen, besteedt gericht aandacht aan onderwerpen waarbij sprake is van grote dynamiek, en brengt daarover signaalrapportages uit.

Optimale zakelijke dienst- en vergunningverlening

  • De werkwijze met verzakelijkte vergunning­verlening wordt gecontinueerd met extra aandacht voor het perspectief van de aanvrager.

De ILT-organisatie

  • De ILT als onderdeel van het ministerie van IenW is onafhankelijk in het functioneren, de program­me­ring, de onderzoeken en de oordeels­vorming. Daar­mee versterkt de ILT het vertrouwen in de overheid.
  • De medewerker: vakmanschap en kennis. Vakman­schap en kennis zijn cruciaal voor de rol van de toezicht­houder. Dit komt terug in de werkwijze, in het meerjarig personeelsplan en in de competentie­profielen van (nieuwe) medewerkers, waarin ook aandacht is voor betrokkenheid bij de maatschappe­lijke opgave van de ILT. De ILT wil dat medewerkers trots kunnen zijn op hun werk.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Waaraan werkt de ILT

De ILT is verantwoordelijk voor toezicht, vergunning­verlening en opsporing op een brede reeks aan onderwerpen op het terrein van transport, infrastructuur, milieu en wonen. Informatie over de onderwerpen die vallen onder de ILT staat verdeeld over 18 onderwerpen met ruim 200 links op www.ilent.nl/onderwerpen.

Daarnaast voert de ILT taken uit voor een aantal andere ministeries.

  • Voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Konink­rijksrelaties: het toezicht op de woning­corporaties, CE-markeringen van bouwproducten en toezicht op energielabels voor energie­prestaties van gebouwen.
  • Voor het ministerie van Economische Zaken en Klimaat: het toezicht op het verminderen van broeikas­gassen en duurzaam energiegebruik van apparaten.
  • Voor het ministerie van Justitie en Veiligheid: voor de vergunningverlening en het toezicht op de Wet precursoren voor explosieven.
  • Voor het ministerie van Buitenlandse zaken: het toezicht genoemd in de Uitvoeringswet Verordening conflictmineralen.
  • Voor het ministerie van Financiën: de Vrachtwagen­heffing en de Afvalstoffenheffing.

Ook voert de ILT taken uit samen met de Inspectie SZW. 
Het takenpakket van de ILT volgt uit meer dan 70 wetten met een omvangrijke lijst van daaronder vallende besluiten en regelingen, en daarnaast 79 verordeningen, 27 verdragen, 71 aanwijzingen en mandaatregelingen.

Daaruit volgt een groot aantal verantwoordelijkheden zoals het afgeven van 284 verschillende typen vergunningen, het beheer over 15 registers, de ontvangst van 88 meld­stromen, het verzorgen van diverse rapportages en het beheer van verschillende samen­werkings­­overeen­komsten. Deze breedte en diversiteit aan taken en producten dwingt de ILT tot scherpe keuzes voor de inzet.

Maatschappelijk effect is leidend

De ILT is gericht op het beperken van maatschappelijke schade. Taken die hoog scoren in de ILT-brede risicoanalyse (IBRA) krijgen extra aandacht ten laste van taken die minder hoog uitkomen.

De wettelijke taken vragen, gezien de omvang van de middelen die de ILT beschikbaar heeft, een afweging over hoe intensief of extensief de ILT deze uitvoert. Deze afweging zit deels tussen de onderwerpen binnen elk van de genoemde terreinen, maar ook over de terreinen heen. Zo raken de maatschappelijke ontwikkelingen tussen milieu en veiligheid steeds meer verweven, wat vraagt om een integrale benadering.

Hieronder volgen de belangrijkste aandachtspunten, met aan de hand van een aantal concrete voorbeelden de samenhang daartussen.

Milieu

Voor milieu volgen uit de IBRA substantiële maatschap­pelijke risico's. Al een aantal jaar laat de IBRA de grootste schades zien op het terrein van afval en bodem, en de signaalschades zijn groot op het terrein van emissies van diverse schadelijke stoffen. De ILT is in haar toezicht afhankelijk van de samenwerking met andere toezicht­houders en medeoverheden.

Bovendien is hier veel in beweging door de groeiende aandacht voor milieuvraagstukken, bijvoorbeeld voor de diffuse verspreiding van chemische stoffen in ons milieu, maar ook de steeds nadrukkelijker opgave aan overheid en grote bedrijven om klimaatverandering tegen te gaan. Nu de leefomgeving steeds duidelijker grenzen stelt, wordt het toezicht hierop nog belangrijker.

Voor milieuonderwerpen geldt dat er onderling veel samenhang en verwevenheid bestaat: denk aan het gebruik van afvalproducten als brandstof (biobrand­stoffen) of in brandstof, de relatie tussen afval- en grondstromen, de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen daarin en de relatie met de wens om spaarzaam om te gaan met schaarse grondstoffen.

Dit alles vraagt, meer dan bij de transport- en infrastruc­turele onderwerpen, om een integrale en vaak keten­gerichte aanpak. Dit, terwijl het toezicht op milieu versnipperd is over meerdere toezichthouders, zoals geconstateerd in het reeds genoemde advies van de Commissie Van Aartsen.

Transport

Voor transportonderwerpen – uitgezonderd goederen­vervoer over de weg – geldt, dat de schades zoals zicht­baar in de IBRA minder hoog zijn, terwijl op dit terrein relatief veel verplichtingen bestaan.

Het waarborgen van deze verplichtingen en continue aandacht voor de veiligheid van verschillende transportmodaliteiten is nodig, zodat de risico's klein blijven en het vertrouwen van burgers in veilig transport waar wordt gemaakt. De ILT kijkt naar manieren om het toezicht door te ontwikkelen, om deze verplichtingen zo efficiënt én effectief mogelijk in te vullen.

Infrastructuur

Infrastructurele onderwerpen kenmerken zich vaak door relatief lage kansen op potentieel erg grote schades, zoals het risico op een dijkdoorbraak of een exploderende buisleiding. In de IBRA wordt een deel van de infrastructuurrisico's beschreven als 'buitengewone gebeurtenissen': gebeurte­nissen waarvan er een zeer kleine kans is dat deze zich voordoen, maar waarvan de gevolgen potentieel catastrofaal zijn. Om de kans te verkleinen dat deze gebeurtenissen optreden is een gedegen basisniveau van het toezicht nodig, met bijbehorende langjarige aandacht, om kennis op peil te houden en problemen te voorkomen.

Wonen

De Autoriteit woningcorporaties (Aw) is onderdeel van de ILT en ziet erop toe dat woningcorporaties zich concentreren op hun kerntaak: zorgen dat mensen met een laag inkomen goed en betaalbaar kunnen wonen. Uiteenlopende ontwikkelingen komen bijeen in deze taken, zoals hoge druk op de beschikbare ruimte, versnelde verstedelijking, de verduurzamingsopgave en de vergrijzing.

In 2020 is getoetst hoe de opgaven die deze ontwikkelingen veroorzaken binnen de corporatiesector zich verhouden tot de middelen in de sector. Dit is gebeurd in een studie van drie departementen (Binnen­landse Zaken, Economische Zaken en Financiën) en brancheorganisatie Aedes. De uitkomsten zijn gedeeld met de Tweede Kamer.

Programmeren met effect

De ILT kiest er voor de onderwerpen met de grootste maatschappelijke risico's en een sterke samenhang programmatisch aan te pakken. De IBRA is hierin leidend. Voordat de ILT een programma start, wordt eerst een verkenning gedaan.

Het uitvoeren van een verkenning is de eerste fase van de programmatische werkwijze van de ILT. In deze fase wordt niet alleen gekeken naar de (wettelijke) mogelijkheid om te inspecteren, maar naar het geheel aan mogelijkheden om het risico te verminderen, zoals gedrags­beïnvloeding, samenwerking met andere toe­zicht­­houders, samenwerking met de sector en het opstellen van signalerende rapportages. Na de fase van verkenning volgen nog drie fasen: programma­ontwikkeling, programma-uitvoering, en evaluatie, bijsturen en verantwoorden.

De programma's maken gebruik van binnen de ILT beschikbare kennis en werken ook samen met andere organisaties. Een programma bundelt alle interventies die kunnen bijdragen aan vermindering van het geconstateerde risico, met zichtbaar effect. Door de programma's in te richten als tijdelijke werkverbanden streeft de ILT naar een optimaal wendbare organisatie.

Ook bij onderwerpen met een minder groot maatschap­pelijk risico kan de ILT kiezen voor een programmatische aanpak. Bijvoorbeeld als sprake is van domein­over­stijgende vraag­stukken, zoals in het geval van luchthaven Schiphol, waar vragen op het gebied van transport, infra­structuur en milieu samen­komen. Of in programma's waarbij gekeken wordt naar vernieuwende manieren van werken, zoals verkennen of het concept 'vertrouwen' van meerwaarde kan zijn.

De ILT voert medio 2021 de volgende programma's uit:

1. Bodem.
2. Minder broeikasgassen.
3. Duurzame producten.
4. Juiste verwerking van afvalstoffen.
5. Slim en veilig goederenvervoer over de weg.
6. Schoon Schip.
7. Veilig en duurzaam Schiphol.
8. Veiligheid op het spoor.
9. Marktwerking bij taxivervoer.
10. Vertrouwen in instituties.

Naast deze toezichtprogramma's zijn er nog 2 programma's die meer gericht zijn op de werkwijze van de ILT zelf. Dit zijn:
11. Optimalisatie vergunningverlening.
12. Inspectie en certificering.

De ILT heeft in 2020 een aantal verkenningen voor nieuwe programma's uitgevoerd. Deze leiden niet alle tot nieuwe programma's. Op dit moment bekijkt de ILT welke onderwerpen in 2022 programmatisch worden opgepakt.

Inzichtelijk maken van effect

De overheid heeft zich maatschappelijke doelen gesteld. De ILT draagt aan de realisatie hiervan bij door toezicht, opsporing en vergunningverlening. Inzicht in de bijdrage van de ILT aan beleidsdoelen maakt het mogelijk om hierover verantwoording af te leggen en indien nodig bij te sturen.

De ILT werkt continu aan het beter inzichtelijk maken van haar effecten. Hiertoe hanteert de ILT een aanpak gebaseerd op het plausibel maken van die bijdrage door heldere redeneerlijnen op te stellen die vervolgens – waar mogelijk – worden getoetst aan metingen in de praktijk. Het is daarbij essentieel om indicatoren vast te stellen die iets zeggen over de bijdrage van de ILT aan de beleids­doelen.

Het meten van deze samenhang is bijzonder complex. Daarom zal het vaak gaan om het 'plausibel maken van de bijdrage' in plaats van het aantonen van een causaal verband. Hierbij maakt de ILT gebruik van ervaringen uit het programma Inzicht in Kwaliteit dat wordt uitgevoerd door het Ministerie van Financiën. Daarnaast wordt door rijks­­inspecties onderling kennis en ervaring uitgewisseld.

Ook onderwerpen die niet programmatisch worden aangepakt worden beoordeeld op de mate waarin maatschappelijk effect kan worden bereikt. Dit gebeurt met een methode die helpt om tot een optimale inzet van capaciteit te komen. Daarbij blijft de risicogerichte werk­wijze uit de Koers leidend en wordt gebruikgemaakt van de ILT-brede risicoanalyse (IBRA). De werkwijze wordt vervolgens verder uitgewerkt op tactisch en operationeel niveau, zoals in de jaarplannen van de afdelingen.

Onderwerpen

In bijlage A1 staat een overzicht van 17 meer omvangrijke onderwerpen waaraan de ILT de komende jaren aandacht besteedt.

Het is een toelichting op de maatschappelijke doelen waaraan de ILT op dit onderwerp werkt, de bijbehorende strategische ontwikkelingen en de focus van haar taken voor de komende jaren. Het betreft soms een cluster van onderwerpen (bijvoorbeeld luchtvaart), regelgeving (bijvoorbeeld vracht­wagen­heffing), of de rol (Wabo-advies en -toezicht). Voor een aantal onderwerpen uit de lijst is besloten dat deze niet programmatisch worden opgepakt, maar als onderdeel van het reguliere toezicht.

De onderwerpen staan gerangschikt op volgorde van IBRA-risico, aangevuld met het jaarplan van de Autoriteit woning­corporaties.

Nieuwe taken

Ontwikkelingen in belangrijke werkvelden van de ILT staan beschreven in bijlage A1. Bijlage A2 geeft een overzicht en beschrijving van de nieuwe taken voor de inspectie. De ILT werkt veel nieuwe taken uit in de IBRA. De ILT wil alvast een concept-risicoschatting maken bij de beleidsvorming en bij het maken van uitvoerings­toetsen. In de IBRA (bijlage B1) staat dit nader beschreven.

Nieuwe taken in de IBRA van 2021

  • Cybersecurity met betrekking tot drinkwater, luchtvaart en scheepvaart.
  • Ongeval met drone.
  • Gebruik van AdBlue.
  • Geluidsoverlast in wegverkeer en op het spoor.
  • Geluidsoverlast van pleziervaartuigen.
  • Mobiele machines die niet op de openbare weg mogen.
  • Overige pyrotechnische artikelen (ROPA).

Toevoegingen

De volgende onderwerpen of ongewenste gebeurte­nissen neemt de ILT in de komende jaren als nieuw onderwerp op in de IBRA, of voegt ze aan een bestaand onderwerp toe:

  • Ontgassen ladingrestanten binnenvaart.
  • NOx (stikstof) Noordzee.
  • Conflictmineralen.
  • Producttoezicht op drones.
  • EETS (Europese elektronische tolheffingsdienst­richt­lijn).

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

De organisatie

Wendbaar en innovatief

De uitvoering van het MJP vraagt om een wendbare organisatie. Onvoorziene gebeurtenissen als COVID-19 benadrukken de noodzaak voortdurend alert te blijven op het ontstaan van nieuwe risico's en wat deze betekenen voor de wijze waarop de ILT aan haar missie werkt. Dit leidt tot taakuitvoering in programma's, projecten en lijnorganisatieonderdelen. De aanpak hiervan, en de keuzes die hierin worden gemaakt, worden de komende jaren verder uitgebouwd.

Formatie

De ILT heeft ultimo 2021 een formatie van 1.346 fte. Het kabinet heeft in 2019 structureel € 15 miljoen beschik­baar gesteld om de taken te versterken. De ILT heeft hierdoor circa 130 extra medewerkers kunnen aan­nemen. Om de nodige flexibiliteit te kunnen bieden wordt een deel van de nieuwe medewerkers geplaatst in een zogenaamde Flexpool om ingezet te worden op tijdelijke opdrachten. Via het interne programma Merkbaar Meer wordt dit aangestuurd.

Informatievoorziening

De ILT werkt informatiegestuurd om als toezichthouder effectief te kunnen zijn. Het gaat om het verzamelen, uitwisselen met relevante partners en ondertoezicht­staanden en het toepassen van diverse vormen van informatie.

Deze informatie helpt de ILT om ontwikkelingen te signaleren, keuzes te maken in het toezicht, effecten van keuzes te kennen en verantwoording af te leggen. Zorg­vuldigheid in dataverwerving, -beheer en -toe­passing, met aandacht voor wettelijke waarborgen, is daarbij van belang. Dat vraagt ook om de juiste vaardigheden bij medewerkers ('datavakmanschap'). De ILT investeert in lijn met de datakoers in de doorontwikkeling naar een informatiegestuurde organisatie.

De medewerker: vakmanschap en kennis

De manier waarop de ILT toezicht wil houden vraagt om medewerkers die zichzelf voortdurend willen ontwik­ke­len, flexibel zijn, samenwerking vooropstellen, beschik­ken over durf en willen bijdragen aan het uiteindelijke doel van de ILT: een merkbare bijdrage leveren aan de samenleving.

De ILT vindt het belangrijk dat medewerkers hun talenten optimaal kunnen benutten. Daaruit volgt ook het belang van duurzame inzetbaarheid: medewerkers blijven actief werken aan hun loopbaan en ontwikkeling. Zo zet de ILT duurzaam in op vakmanschap en kennis binnen de organisatie. Om dit te ondersteunen organiseert de ILT het leren en ontwikkelen op drie niveaus: persoonlijke ontwikkeling van medewerkers, vak­inhoudelijke competenties en kwalificaties, en organisatiebrede vaardigheden die nodig zijn voor de inspectie van de toekomst.

De keuzes die de ILT voor de periode 2022-2026 voorstaat vragen deels om meer, deels om andere kennis dan de afgelopen jaren beschikbaar was.

Deels betreft het nieuwe taken, deels ook om een andere benadering van bestaande werkzaamheden. Zo zal sprake zijn een verschuiving van inspectiewerk­zaam­heden naar meer data-analytische werkzaamheden, en van uitvoerende naar meer signalerende vaardigheden.

De ILT voert een actief kennisbeleid dat erop is gericht bronnen van kennis, zowel intern als extern, te ontsluiten en versterken. Dat doet de ILT ook door allianties met de markt aan te gaan, 'communities of practice' te organiseren en de banden met kennisinstituten, universiteiten en andere onder­wijs­instellingen verder aan te halen.

De financiële kaders

De financiële middelen voor de ILT voor de periode 2022-2026 zijn opgenomen in de rijksbegroting 2022 (H12 Infrastructuur en Waterstaat).

Voor de door de ILT af te geven vergunningen, die vraag­gestuurd zijn, worden leges in rekening gebracht. Deze worden aangevuld door het ministerie. Daarnaast is de financiering van de ILT afhankelijk van luchtvaart­bewegingen.

Figuur 4 - Begroting ILT 2022 - 2026
2022 2023 2024 2025 2026
182,4 169,9 169,7 169,9 169,3
Bedragen in € miljoen

Het MJP is opgesteld met het huidige meerjarig financieel kader als een gegeven voor het bestaande takenpakket. Binnen dit kader kiest de ILT voor een onderbouwde afweging tussen het aanpakken van de grootste risico's en het invulling geven aan de wettelijke verplichtingen. Voor nieuwe taken is extra financiering nodig.

Door in een zo vroeg mogelijk stadium te worden betrokken bij majeure beleidstrajecten wil de ILT bijdragen aan de vraag of toezicht het meest effectieve instrument is om maatschappelijke schade te voorkomen en onder welke condities de ILT taken het beste kan uitvoeren. De ILT voert altijd een HUF-toets uit op relevante concept-wet- en regelgeving.

Een overzicht van nieuwe taken (deels moet besluit­vorming nog plaatsvinden, de financiële middelen zullen hierdoor nog wijzigen) staat in bijlage A2.

Compliance en kwaliteitsmanagement

De ILT neemt als toezichthouder anderen de maat. Internationale organisaties toetsen periodiek of de ILT zelf de aan haar toegewezen taken goed uitvoert; bijvoorbeeld op het gebied van luchtvaart, scheepvaart en spoor.

Het is daarom extra belangrijk dat de eigen taken aantoonbaar goed worden uitgevoerd. De ILT heeft daarvoor compliance en kwaliteitsmanagement ingericht. Compliance borgt het voldoen aan interne en externe (inclusief internationale) wet- en regelgeving, zoals de AVG, de archiefwet en de internationale eisen die op de ILT van toepassing zijn als toezichthouder, m.n. op het gebied van luchtvaart, scheepvaart en spoor. Kwaliteitsmanagement borgt de uitvoering van het kwaliteitsbeleid en de sturing daarop.

Het Kwaliteitsmanagementsysteem (KMS) is hiervoor het onder­steunende systeem. In het KMS wordt de strategische koers naar tactisch en operationeel niveau vertaald. In 2022 is het kwaliteitsmanagement vernieuwd en aangepast aan de Koers.

De ILT voert meerdere interne audits per jaar uit om te zien of de inspectie (nog) voldoet aan de gestelde wettelijke en kwaliteitseisen. Zo nodig wordt het KMS op basis van bevindingen of bijvoorbeeld nieuwe taken bijgewerkt.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Bijlage A1. Werkvelden

De ILT is actief binnen vele werkvelden. De grootste onderwerpen worden de komende jaren extra over het voetlicht gebracht. Daarbij worden de (tot dusver bekende) ontwikkelingen op deze terreinen voor de komende jaren belicht, als ook wat ze voor de focus van het toezicht betekenen. Het betreft:

Per onderwerp worden de maatschappelijke doelen van het toezicht, de (maatschappelijke) ontwikkelingen en de focus van het toezicht in de komende jaren toegelicht.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Afval

Maatschappelijke doelen

De ILT werkt aan de bevordering van de juiste verwerking van afval om schade aan mens en milieu te voorkomen of beperken. Daarbij richt de ILT zich op 3 risico's:

  1. Onvoldoende recycling en benutting van waardevolle grondstoffen.
  2. Blootstelling van mens en milieu aan onjuist verwerkte (gevaarlijke) afvalstoffen.
  3. Export van (gevaarlijk) afval naar kwetsbare landen met onvoldoende verwerking- en toezichtstructuur.

De ILT is verantwoordelijk voor vergunningverlening en toezicht op afvalimport en -export en doorvoer op grond van de Europese verordening overbrenging afvalstoffen (EVOA).

Daarnaast toetst de ILT de naleving van de diverse inzamel- en recyclingnormen, waaronder verpakkingen en elektrische en elektronische apparatuur.

Verder heeft de ILT vergunningverlenende en toezichts­taken op het gebied van het Besluit inzamelen afval­stoffen (BIA), de Verordening Scheepsrecycling en de Belasting op verwijdering afval in het buitenland (buiten­land­heffing). Ook heeft de ILT een taak op het gebied van de afvalstoffenheffing.

Ontwikkelingen

De verwachting is dat, zoals bij de plastic ban, landen buiten de Europese Unie hun grenzen voor laagwaardige afvalstromen gaan sluiten of hieraan eigen eisen gaan stellen.
De druk op de Europese markt met risico op afvoer naar verwerkers die het minder nauw nemen met wettelijke normen en richtlijnen neemt hierdoor toe. De geplande herzieningen van de EVOA zullen daarbij invloed hebben op de huidige werkwijze van de ILT.

Daarnaast zullen eisen aan minimale percentages gerecycleerd materiaal in producten onvermijdelijk worden. Ook de kwaliteit of samenstelling van afval­stromen zal bij import- en exportcontroles nadrukkelijker een rol gaan spelen. Ten slotte zullen complexe afval­stromen gerelateerd aan duurzaamheid in de toekomst een grote omvang krijgen, zoals afval van zonnepanelen, windmolens, accu's en batterijen.

Focus van de ILT

De komende jaren zoekt de ILT nadrukkelijk aansluiting bij de transitieagenda's voor een circulaire economie die voor een aantal sectoren zijn opgesteld. In de ontwikkeling naar een circulaire economie willen steeds meer partijen op diverse manieren afval-/reststromen toepassen. Zij doen dit door afval als product te classificeren. Dit brengt risico's met zich mee. Om te zorgen dat deze risico's worden geborgd, is het gewenst de komende jaren freeriders en ander ontwijkgedrag aan te pakken. Daarvoor zoekt de ILT samenwerking met producenten­collectieven en andere toezichthouders zoals omgevingsdiensten.

Daarnaast zet in de ILT in op het voorkomen van weglekken van waardevolle grondstoffen uit Nederland en de Europese Unie en op het sluiten van de keten, zodat gerecyclede materialen hoogwaardig en veilig (zonder aanwezigheid van zeer zorgwekkende stoffen) kunnen worden toegepast. Daarbij is er een samenhang met REACH-regelgeving. Ook blijft de ILT oog houden voor risicovolle afvalstoffen, zoals kwik.

De focus in het toezicht ligt op de volgende afvalstromen:

  • Kunststof: Transitieagenda Kunststoffen.
  • Elektronica en het behoud van schaarse grond­stoffen: Transitieagenda Maakindustrie.
  • Kleding: Transitieagenda Consumentengoederen.
  • Bouwstoffen – hierbij is een relatie met het toezicht op bodem.
  • Batterijen/accu's, zoals van elektrische auto's en fietsen.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Bodem, grond- en oppervlaktewater

Maatschappelijke doelen

Op het terrein van bodem, grond- en oppervlaktewater werkt de ILT aan een schone bodem en veilig grond- en oppervlaktewater. Het gaat primair om veilig en duurzaam (her)gebruik van grond en bouwstoffen en veilig gebruik van oppervlaktewater.

Het vertrouwen van de samenleving in het bodem- en water­beheer is een belangrijk nevendoel. De maatschap­pe­lijke schade van eventuele bodem­verontreiniging is omvangrijk (IBRA); burgers geven aan een goede kwaliteit van bodem en grond- en oppervlaktewater van belang te vinden, zo blijkt het uit perceptieonderzoek dat in 2021 is uitgevoerd.

Ontwikkelingen

Bodem

Er is groeiende politieke en maatschappelijke aandacht voor het vraagstuk bodem, onder andere naar aanleiding van casuïstiek rond de toepassing van staal­slakken, thermisch gereinigde grond, granuliet en AVI-bodemassen.
Afvalstoffen worden vaker circulair toegepast, bijvoor­beeld in de vorm van bouwstoffen. Hiermee ontstaat een groter risico op onjuiste toepassing en daarmee verontreiniging van bodem en oppervlakte­water.

Het beheer van de bodemkwaliteit is complex en versnipperd ingericht. In 2020 zijn 3 rapporten5 verschenen die ingaan op het belang van versterking van het Kwalibo-stelsel en van het toezicht en de handhaving erop. Dit heeft geleid tot de (ambtelijke) taskforce 'herinrichting bodemstelsel', die een plan van aanpak voor benodigde verbeteringen in dit stelsel moet opstellen.

Daarnaast krijgen de adviezen van de Commissie Van Aartsen over de inrichting van het VTH-stelsel mogelijk doorwerking bij de bodem- en grond- en oppervlakte­watertaken. Dat heeft mogelijk ook gevolgen voor de rol en positie in het stelsel van de ILT.

Grond- en oppervlaktewater

De klimaatverandering zorgt voor meer druk op het grond- en oppervlaktewater als bron voor de winning van drinkwater. Dit leidt tot schaarste als gevolg van droogte met als gevolg mogelijke normoverschrijding.

Verder staat de kwaliteit van het grond- en oppervlakte­water onder druk vanwege een toename van opkomende nieuwe stoffen en de toepassing van secundaire bouwstoffen die kunnen uitlogen.

Focus van de ILT

Bodem

De focus van het bodemtoezicht zal vooral gericht zijn op het voorkomen van risicovolle en ongewenste gebeurte­nissen op het gebied van het (weg)mengen van veront­reinigingen in de ketens van grondstromen en bouw­stoffen.
De ILT geeft meer aandacht aan het uitlogen en uitspoelen van stoffen uit toegepaste grond- en bouwstoffen.

Bij de uitvoering van haar bodemtaken heeft de ILT meer aandacht voor toepassingen die gevolgen kunnen hebben voor de drinkwaterwinning.

In de eerdergenoemde onderzoeken is geconcludeerd dat de ILT als toezichthouder in het stelsel van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) meer capaciteit zou moeten vrijmaken voor het toezicht op certificerende instellingen en bodemintermediairs. Ook moet meer worden geïnvesteerd in het uitvoeren van themaonderzoeken van beoordelingsrichtlijnen.

De ILT wil zich de komende jaren proactiever inzetten door verdere ontwikkeling van beschikbaar instrumen­tarium zoals gebruik van locatiegegevens en een grond­stromenpaspoort. Ook gaat de ILT vaker gebruikmaken van strafrecht in het terugdringen van bodem­over­tredingen. Door de Omgevingswet zijn er bevoegd­heids­verschuivingen (van provincie naar gemeente) die mogelijk het bodemveld gaan raken.

Grond- en oppervlaktewater

Bij de watertaken van de ILT gaat de focus uit naar actualisering van verleende vergunningen voor lozingen op oppervlaktewater, waarbij opkomende stoffen speciale aandacht krijgen. Daarnaast is er sprake van een toename van vergunningverlenende en toezicht­houdende taken door de komst van de Omgevingswet.

5 'Kleine korrels, grote discussie – rapportage over granuliet en het Besluit bodemkwaliteit', Wim Kuijken (1 september 2020); 'Onderzoek kwantificering ILT-bevindingen naleefgedrag Kwalibo-stelsel', P2 (3 september 2020), en; 'Beleidsevaluatie Kwaliteitsborging Bodem', Witteveen en Bos (4 september 2020).

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Chemische stoffen en risico's

Maatschappelijke doelen

De ILT werkt aan het beperken van de schadelijkheid van chemische stoffen op de gezondheid en het milieu. Hierbij gaat het om industriële chemicaliën, biociden en explosieve stoffen en precursoren.

De kennis over de schadelijkheid van deze stoffen groeit en daarmee de maatschappelijke onrust en politieke aandacht. Van belang is dat het toezicht bijdraagt aan de verbetering aan het maatschappelijk vertrouwen doordat de ILT proactief en reactief (ongevallen met) chemische risico's oppakt.

Ontwikkelingen

Wereldwijd wordt een groeiende hoeveelheid gevaarlijke stoffen, waaronder broeikasgassen, geproduceerd en gebruikt. Daarvan beheersen we de effecten op de gezond­heid en de leefomgeving (biodiversiteit en klimaat) niet of onvoldoende. Door een warmer klimaat en de globalisering doen meer plaagdieren en invasieve exoten hun intrede. De bijbehorende chemische bestrijding brengt risico's met zich mee.

Daarnaast worden steeds meer slecht-afbrekende, mobiele en toxische stoffen ontdekt in (drink)water. Van belang is na te gaan of het gebruik ervan is toegestaan en welke maatregelen nodig zijn.

Chemische stoffen zijn ook relevant in het streven naar een volledig circulaire economie. Steeds vaker worden 'bijproducten' en voormalige afvalstoffen beschouwd als (secundaire) grondstoffen. Reductie van het gebruik van schadelijke stoffen in materialen en producten verbetert de mogelijkheden voor hergebruik en recycling.

Ten slotte werkt de Europese Commissie verder aan de uitwerking van de Chemicaliënstrategie, met een potentieel grotere rol voor de toezichthouder.

Focus van de ILT

Het toezicht richt zich de komende jaren op de sturing op (blootstellings)risico's van gevaarlijke chemische stoffen in de keten. Hiervoor is het volgende nodig:

Versterken ketenregierol en verbinding met partners

De ILT heeft nationaal een ketenregierol. De ILT neemt deel aan het EU-Forum en heeft regelmatig overleg met andere inspectiediensten zoals de NVWA, Inspectie SZW en SodM. De ILT werkt aan versterking en verbreding van deze samenwerking, wat leidt tot groter effect op de naleving door bedrijven. Te denken valt aan gezamen­lijke programmering, projecten en verslaglegging, maar ook aan gezamenlijke opdracht­verlening aan laboratoria en kennisinstellingen als het RIVM.

Tevens kan de samenwerking met onder andere de Douane, de omgevingsdiensten, RWS en de waterschappen worden versterkt. Internationaal kan het toezicht worden verbreed onder de nieuwe Europese Markt­toezicht­verordening.

Benutten signalen, meldingen en kennis over incidenten

De ILT legt signalen neer waar ze kunnen worden opgepakt. Bij beleidsdirecties voor het actualiseren van wet- en regelgeving en het opstellen van beleidsregels of door het inschakelen van het Europees chemicaliën­agent­schap ECHA, het EU-Forum, het BPR-S, Bureau REACH, het Ctgb, en betrokken inspectiediensten en branches/bedrijven.

Verbetering is mogelijk door slimmer en professioneler gebruik te maken van data-analyse van ongevallen en incidenten met chemische stoffen, gebruik van explosieven (bijvoorbeeld bij plof­kraken), illegaal vuur­werk en meldingen van ongewone voorvallen op grond van de Wabo.

Bedrijven wijzen op de eigen verantwoordelijkheid

In het 'stoffenveld' wil de ILT meer gebruikmaken van andere vormen van toezicht, zoals communicatie en het besturingstoezicht dat momenteel in ontwikkeling is. Hierbij richt de ILT zich op nalevingscommunicatie rond verantwoord gebruik van en handel in chemische stoffen en het beschikbaar maken van informatie.

Tot slot gaat de ILT anticiperen op de omvangrijke toenemende internethandel in chemische stoffen en overtredingen terugleggen bij online marktplaatsen.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Wegtransport

Maatschappelijke doelen

De ILT zet zich in voor veilig, eerlijk en duurzaam weg­transport. Niet-naleven van regels voor arbeids- en rusttijden, belading of cabotage leidt tot oneerlijke concurrentieverhoudingen tussen transporteurs. Daarnaast kunnen ongelukken in het wegtransport ontstaan door oververmoeidheid van chauffeurs of over­belading. En kan het niet naleven van de regels schade veroorzaken aan het weggennet en de luchtkwaliteit.

Met het toezicht levert de ILT een bijdrage aan een wegtransport dat veilig is voor zowel beroepschauffeurs als overige weggebruikers, het vermijden van schade aan het wegennet en de leefomgeving, en het voorkomen van oneerlijke concurrentie.

Ontwikkelingen

In de nieuwe transportregelgeving (Mobility Package) is een evenwicht gecreëerd tussen de arbeids- en sociale omstandigheden van vrachtwagenchauffeurs en de vrijheid van ondernemers om diensten te verlenen. Dit pakket leidt voor chauffeurs onder meer tot nadere regels over hun cabinerust, inroostering en de periodieke terugkeer naar hun woonplaats of bedrijfslocatie.

Voor een veilig wegtransport is goede internationale samenwerking noodzakelijk. Een voorbeeld hiervan is de gefaseerde invoering van de tweede generatie slimme tachograaf in het internationaal wegtransport vanaf 2024, die vanaf 20 augustus 2023 al verplicht is voor nieuwe voertuigen.

Een ander voorbeeld is de invoering van het ERRU (European Register of Roadtransport Undertakings), waarin vervoersovertredingen op Europees niveau worden geregistreerd en die betrokken wordt bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de chauffeur en de onderneming.

Nederland heeft de keuze gemaakt de meting van overbelading via detectiesystemen in het wegdek te laten plaatsvinden.

Focus van de ILT

De ILT zet in op versterking van het informatiegestuurd en risicogericht toezicht. Met het digitaal inspecteren en de doorontwikkeling van het desktoezicht komen overtreders scherper in beeld, wordt capaciteit efficiënter ingezet en kunnen bedrijfs- en weginspecties risico­gericht worden uitgevoerd. Hierbij wordt samen­werking gezocht met toezichtpartners, bijvoorbeeld in de deelmarkt van het contractvervoer. Voor de aanpak van zware overtredingen wordt met het FEK (fraude expertise knooppunt) de samenhang tussen toezicht en strafrechtelijke opsporing versterkt.

De komende jaren wordt onder meer ingezet op inrichten van digitaal toezicht op de tachograaf, op tachograafmanipulatie en overbelading. Verder wordt onderzocht in welke mate manipulatie van AdBlue-systemen in vrachtwagens aangepakt kan worden, om zo een bijdrage te leveren aan de vermindering van stikstofdepositie.

De ILT bereidt zich vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Electronic Freight Transport Information-verordening (eFTI) in 2025 al voor door binnen de Benelux elektronische vrachtbrieven te accepteren.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Duurzame producten

Maatschappelijke doelen

De ILT draagt met het toezicht op Ecodesign als onderdeel van het algemene producttoezicht bij aan het beperken van schadelijke milieueffecten van producten. De EU-regelgeving (Ecodesign-richtlijn) richt zich op de gehele levenscyclus; van het ontwerp en het gebruik tot en met afvalfase van een product. Belangrijk hierin is om het gebruik van schaarse stoffen en schadelijke stoffen en onnodig energieverbruik te beperken.

De ILT richt zich op het beperken van maatschappelijk schade door elektrische en elektronische producten. Deze maatschappelijke schade ontstaat door het niet voldoen aan de wettelijke eisen of bepalingen van energie gerelateerde producten van de Ecodesign-richt­lijn. De focus ligt op 3 risico's:

  • Nodeloos gebruik van energie door elektr(on)ische apparatuur, met klimaatverandering als gevolg.
  • Overmatige toepassing van grondstoffen in elektr(on)ische apparatuur en verpakkingen, met uitputting van schaarse grondstoffen tot gevolg.
  • Toepassing van gevaarlijke en (zeer) zorgwekkende stoffen in elektr(on)ische apparatuur, met milieu- en gezondheidsschade als gevolg.

Ontwikkelingen

De komende jaren zijn ontwikkelingen te verwachten op het gebied van (her)gebruik van grondstoffen (zoals repareerbaarheid van producten), het gebruik van alter­natieve energiebronnen en vervangbaarheid van gevaar­lijke stoffen door substituten. De huidige handhaafbare eisen op gebied van Ecodesign gaan met name over de energie-efficiëntie van het product, deze worden uitgebreid naar onder andere ook het (her)gebruik van grond­stoffen.

Daarnaast neemt de ontwikkeling van het aanbieden op internetplatforms van elektrische en elektronische apparaten toe.

Focus van de ILT

De komende jaren zet de ILT in op versterking van de samenwerking binnen Europa, omdat producenten en importeurs van producten vaak in andere Europese landen gevestigd zijn of de markt opkomen. Maar ook binnen Nederland investeren we in de samenwerking met stakeholders. Daarnaast gaat de ILT op zoek naar mogelijkheden voor een sterkere rol van eindgebruikers en consumenten. De ILT zal met haar toezicht inspelen op de toenemende internethandel in elektrische en elektronische producten.

Het scala aan elektrische en elektronische producten is breed en divers en dit neemt de komende jaren toe. Het is daarom van belang die productgroepen (en daarbinnen producten) te selecteren, die het meeste risico opleveren. De ILT zal zich met haar informatiegestuurde en risicogerichte werkwijze onverminderd blijven richten op productgroepen met de hoogste risico's op maatschappelijke schade.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

OAS en F-gassen

Maatschappelijke doelen

Gefluoreerde broeikasgassen (F-gassen) dragen bij aan de opwarming van de aarde, Ozonlaag afbrekende stoffen (OAS) breken de ozonlaag af. Dit vormt een bedreiging voor mens en milieu.

In Europese verordeningen zijn de uitfaserings­doel-stellingen en het voorkomen van emissies van deze schadelijke stoffen vastgelegd. Het is de taak van de ILT erop toe te zien dat deze regels worden nageleefd. De ILT doet dit niet alleen, maar werkt samen met diverse partners zoals de Douane en medeoverheden.

Ontwikkelingen

Op het vlak van OAS en F-gassen ziet de ILT de volgende ontwikkelingen:

  • Van gefluoreerde broeikasgassen mag in 2030 nog maar 21% op de Europese markt gebracht worden ten opzichte van 2015. Voor 2021 is dit aandeel vastgesteld op 45%.
  • Ieder F-gas heeft een Global Warming Potential (GWP), dat aangeeft hoeveel meer het gas de aarde extra opwarmt ten opzichte van CO2. GWP-waarden van bijvoorbeeld 4.000 zijn op dit moment nog gangbaar. De reguliere markt zal toewerken naar een gemiddeld GWP van 400 om binnen afnemende quota aan de vraag te kunnen voldoen. De illegale handel zal toenemen doordat deze buiten de quota­regelingen om functioneert.
  • Verwacht mag worden dat natuurlijke koude­middelen zoals ammoniak verder hun intrede doen. Deze dragen niet bij aan de opwarming van de aarde.
  • Kritische toepassingen van OAS, die nog steeds mogen worden gebruikt, bereiken steeds vaker hun einddatum.
  • Binnenkort wordt Europese F-gassenverordening herzien. Op nationaal niveau zal de wetgeving worden aangescherpt om een beter handhaafbare situatie te creëren, zodat bijvoorbeeld het bezit van een illegaal verkregen koudemiddel ook strafbaar wordt.
  • De samenwerking tussen de lidstaten zal via verschillende gremia binnen de Europese Unie worden versterkt. Nederland wil in deze samen­werking actief optreden om de aanpak van de illegale handel succesvoller te maken.

Focus van de ILT

De ILT wil een bijdrage leveren aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en van de afbraak van de ozonlaag. Daarvoor wordt – tot 2022 binnen het programma Minder broeikasgassen – ingezet op het terug­­dringen van de illegale handel in en de emissies van deze stoffen. De ILT werkt daarbij aan een betere informatie­­positie en intensieve samenwerking op nationaal en internationaal niveau, communiceert over behaalde resultaten en kiest de juiste interventies om gedrag positief te beïnvloeden.

Om emissies terug te dringen richt de ILT zich vooral op intensievere samenwerking met de Omgevings­diensten en het creëren van meer bewustwording bij bedrijven. Het uitgangspunt in de markt zou moeten zijn 'lekverliezen zijn niet normaal'.

Specifiek is er aandacht voor oude installaties die nog werken op hoge GWP-koudemiddelen. Vanwege hoge investeringen die de vervanging voor een milieu­vriendelijkere installatie met zich meebrengt, blijven deze vaak te lang in bedrijf. Dit heeft hoge emissies en mogelijke aankoop vanuit de illegale markt tot gevolg, doordat zware koudemiddelen niet meer of steeds minder door de legale markt worden geleverd.

Deze vraag naar zware koudemiddelen, maar ook de lagere prijsstelling van koudemiddelen verkregen uit de illegale markt, zorgt ervoor dat deze illegale markt lucratief is en voorlopig zal blijven. Hierdoor worden de uitfaseringsdoelstellingen gesaboteerd. Vandaar dat hier de komende jaren de focus op blijft liggen.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Taxi- en busvervoer

Maatschappelijke doelen

De ILT zet zich in voor veilig bus- en taxivervoer, met goede beschikbaarheid, goede kwaliteit en eerlijke concurrentie tussen ondernemers.

Het personenvervoer over de weg moet veilig zijn voor de passagiers, overige weggebruikers en de chauffeurs. Daarvoor is belangrijk is dat chauffeurs bekwaam, uitgerust en betrouwbaar zijn en de voertuigen in een goede technische staat verkeren. Daarom houdt de ILT toezicht op de kwalificaties en betrouwbaarheid van de chauffeurs, de naleving van de rij- en rusttijden en de aanwezigheid van de juiste vergunningen voor het verrichten van personenvervoer. En controleert de ILT of bussen voor het vervoer van personen zijn goedgekeurd.

Binnen de taxibranche is sprake van illegaal taxivervoer. Dit verstoort de taximarkt en tast het vertrouwen in en de zekerheid van het taxivervoer aan. Betrouwbare taxi­ondernemingen lopen hierdoor inkomsten mis. De ILT ziet erop toe dat de regels door ondernemers en taxi­chauffeurs nageleefd worden. Hiermee draagt de ILT bij aan de veiligheid en betrouwbaarheid van het taxivervoer en bestrijdt zij oneerlijke concurrentie.

Ontwikkelingen

Met de opkomst en groei van de platformtaxi's vindt er een verschuiving plaats in de taxibranche. De bestel­markt groeit ten koste van de opstap­markt. Deze bestel­markt kenmerkt zich door een verdergaande digitalisering. Het plannen, boeken en betalen van het vervoer verloopt via een app. Dit geldt ook voor het vervoer per bus, trein en tram en voor groeiende markt van de deelfiets, -scooter en -auto.

Door combinaties van deze vormen van personenvervoer wordt het reizen op maat en volgens de wensen van de reiziger mogelijk: mobility-as-a-service. Binnen deze nieuwe mobiliteitsconcepten speelt duurzaam vervoer een betekenisvolle rol.

De digitalisering van het taxitoezicht krijgt vorm in de nieuwe wijze van registratie en gegevensverstrekking over arbeids- en rusttijden die de ILT in 2020 introduceerde.

Focus van de ILT

De ILT zet in op versterking van het informatie- en risicogericht toezicht. Met de informatie uit onder andere digitaal inspecteren en deskhandhaving komen over­treders beter in beeld en kan de capaciteit voor weg­- en bedrijfsinspecties gerichter worden ingezet. Daarbij wordt samengewerkt met toezicht­partners, bijvoorbeeld in de deelmarkt van het contractvervoer, of in de samen­werking met gemeenten, politie en marechaussee in het taxitoezicht.

In het taxitoezicht is het tegengaan van criminele invloeden in de taximarkt een belangrijk thema. Verder investeert de ILT in internationale samenwerking en afstemming, bijvoorbeeld bij het behalen van de Europese norm voor het aantal chauffeursdagen bij businspecties in het kader van rij- en rusttijden.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Producttoezicht

Maatschappelijke doelen

Het producttoezicht dat de ILT uitvoert kent meerdere doelen: de veiligheid en gezondheid van mensen, duur­zaam­heid van de leefomgeving en een gelijk speelveld ('level playingfield') voor bedrijven. De basis voor het producttoezicht ligt in Europese verordeningen en richtlijnen en wordt door de lidstaten van de Europese Unie op gelijke wijze toegepast.

De wettelijke eisen voor producten rondom veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en level playingfield gelden niet alleen voor Nederland, maar in alle lidstaten.

Producttoezicht vraagt daarom om Europese samen­werking; informatie over inspectieresultaten en inter­venties wordt gedeeld via Europese informatie- en communicatie­­systemen voor markttoezichthouders (ICSMS en Rapex).

Ontwikkelingen

In 2021 is een nieuwe koepelverordening op het gebied van markttoezicht in werking getreden. Deze verordening regelt de aanwezigheid per lidstaat van een verbindingsbureau. Dit bureau geeft de relatie en communicatie tussen de markt­toezichthouders en de Europese Commissie vorm en is sinds kort bij de ILT geplaatst.

In Nederland zijn vijf markttoezichthouders rondom producttoezicht actief. Naast de ILT zijn dit de NVWA, Inspectie SZW, IGJ en AT. De verwachting is dat de product­regelgeving op Europees niveau de komende jaren verder intensiveert, zowel als gevolg van een toename van het aantal verordeningen/richtlijnen – (drones en single use plastic (SUP) – als van de reik­wijdte van de bestaande verordeningen/richtlijnen (meer producten onder de bestaande verordening/richtlijn brengen).

De verordening introduceert bovendien een nieuwe marktpartij, het zogeheten fulfilment center. Hiermee wordt ingespeeld op het feit dat consumenten via online platforms producten van buiten de Europese Unie kopen die rechtstreeks via post- en pakketbedrijven aan hen worden geleverd.

In een 'normale' leveringsketen produceert of importeert een Europese partij een product. Wanneer er klachten zijn over de kwaliteit van het product, dan kan deze fabrikant of importeur worden aangesproken, zowel door de toezichthouder als door de consument. Bij een leveringsketen via postpakketten van buiten de Unie ontbreekt die Europese partij. Het fulfilment center dicht dit 'gat' in de keten.

Focus van de ILT

Een belangrijk kenmerk van het toezicht op producten is dat dit toezicht in eerste instantie privaat is geregeld. Voor de productie gelden vaak private toezichts­vormen, en producten worden pas op de markt toegelaten als zij een privaat certificaat hebben6.

De rol en positie van de publieke toezichthouder(s) is vooral het bekijken (monitoren) of het systeem naar behoren functioneert en signalen af te geven wanneer dit niet het geval is.

De ILT werkt de komende jaren aan de omslag van producttoezicht naar markttoezicht. Dat betekent dat niet langer het product centraal staat, maar het functioneren van de markt en het stelsel van private en publieke partijen dat die markt beheerst. Dit vraagt om intensievere Europese samenwerking en informatie-uitwisseling, maar ook om Europees georganiseerde opleidingen, personeels­uitwisselingen, kennisonder­steuning en gezamenlijke inspectie­­plannen en test­faciliteiten, die de komende jaren worden ontwikkeld.
 

6 De standaardmethode is certificering. Voor bepaalde eenvoudige producten met weinig impact op veiligheid, gezondheid en/of duurzaamheid worden eenvoudiger toelatingen toegestaan.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Emissies van schadelijke stoffen

Maatschappelijke doelen

Het toezicht op emissies van diverse transport­modaliteiten is primair gericht op duurzaamheid. Het gaat om het voorkomen van schade aan het milieu door de te grote uitstoot van schadelijke stoffen – in het bijzonder zwavel (SO2), stikstof (NOx) en broeikasgas (CO2) – te verminderen.

In het verlengde hiervan gaat het om het voorkomen van gezondheidsschade bij mensen door de uitstoot van schadelijke stoffen. Een adequate en tijdige reactie op vragen en meldingen rond emissies versterkt het vertrouwen in de ILT als onafhankelijke autoriteit en als betrouwbaar overheidsorgaan.

Ontwikkelingen

Bij emissies van schadelijke stoffen richt de ILT zich momenteel vooral op de zwavelgehaltes van brandstoffen, zowel voor zeescheepvaart, binnenvaart (inclusief pleziervaartuigen), als voor mobiele machines en wegvervoer.

Voor de zeevaart geldt dat de naleving op het terrein van het zwavelgehalte van brandstoffen hoog is, mede door het toezicht hierop. Hierdoor verschuift de aandacht naar andere schadelijke stoffen, in het bijzonder stikstof, CO2 en fijnstof. Voor zeeschepen gelden vanaf 2021 strengere eisen voor stikstofuitstoot.

Ook brandstoffen voor voertuigen, mobiele machines, binnenvaart en pleziervaart in Nederland moeten voldoen aan de milieutechnische norm. Het blenden van brandstoffen op een manier die niet voldoet aan de norm levert bedrijven financieel voordeel op en veroorzaakt waarschijnlijk milieuschade; net als het toepassen van brandstoffen waarvoor ze niet zijn geproduceerd. Deze risico's zijn nog onvoldoende in beeld.

Bij binnenvaart is de aandacht voor schadelijke (zwavel)emissies lager dan in de zeevaart; 50% van de schepen haalt de norm voor zwavel niet.

Andere nieuwe risico's zijn het gebruik en bijmengen van biobrandstoffen in onder andere de binnenvaart. Ook ontstaan mogelijke nieuwe risico's bij het gebruik van nieuwe brandstoffen, zoals het varen op waterstof.

Bij luchtvaart en rail- en wegvoer is daarnaast sprake van andersoortige emissies dan van schadelijke stoffen. Het gaat dan in het bijzonder om geluid(soverlast) en in mindere mate trillingen (rail). De ILT houdt toezicht op geluidnormen van om rijks- en hoofdspoorwegen. De overlast van (ernstige) geluids­hinder betreft vooral het wegverkeer; in mindere mate het spoor.

De luchthavens van nationale betekenis – met uitzondering van Lelystad Airport – gaan de komende jaren activiteiten ondernemen op het gebied van hun milieu­vergunningssituatie. De inmiddels verouderde Omzet­tings­regelingen worden dan omgezet naar Lucht­havenbesluiten. De vergunningen normeren de geluids­ruimte (en daarmee de groeiruimte) van de luchthavens, tot een maximum van 500.000 vliegbewegingen per jaar. Daarbij is de introductie van het nieuwe normen en handhavingsstelsel (NNHS) op basis van het Lucht­haven­verkeerbesluit Schiphol (LVB1) van belang. Dit NNHS beschermt de omgeving van Schiphol tegen overmatige belasting van geluid en luchtverontreiniging veroorzaakt door de luchtvaart.

Focus van de ILT

De ILT blijft zich conform de verplichtingen inzetten op het controleren van brandstoffen op zwavelgehalte. Daarbij wordt ook gebruikgemaakt van technieken die hun waarde hebben bewezen, zoals remote sensing, snuffelpalen en monsternames.

Voor de binnenvaart geldt dat gerichte aandacht voor het zwavelgehalte nodig is. De komende jaren is meer onderzoek nodig om daarnaast de risico's van andere emissies, zoals stikstof, CO2 en fijnstof beter in beeld te krijgen. Samenwerking met de Douane en de Neder­landse Emissieautoriteit en beleidsafdelingen is nodig.

Voor zeevaart gelden al vanaf 2021 strengere stikstof­normen (Tier III); via onder andere satelliet­metingen en vluchten op zee wil de ILT de stikstof­uitstoot beter in beeld krijgen. Internationale samen­werking is daarbij van belang: ook andere landen en toezicht­houders zijn op zoek naar de juiste toezichtsinstrumenten. Aandachts­punt daarnaast is de certificering van onder andere scheeps­motoren door Klassen­bureaus.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Zeevaart en binnenvaart

Maatschappelijke doelen

De ILT werkt aan veilige en duurzame scheepvaart, zowel over zee als op de binnenwateren (inclusief Waddenzee en Westerschelde). Het goederenvervoer via het water is omvangrijk. Maatschappelijke schade door scheepvaart betreft vooral fysieke schade aan gezondheid en infrastructuur, zoals schade aan het schip, de bemanning of kades.

Economische schade kan ontstaan door de kosten voor het bergen van een schip, vaak voor rekening van de overheid. Scheepsafval en ladingsresten kunnen schade aan de leefomgeving toebrengen. Schadelijke emissies door schepen (zeevaart en binnenvaart, met name door zwaveluitstoot) komen elders in dit meerjarenplan aan bod.

Ontwikkelingen

Op het terrein van scheepvaart ziet de ILT de volgende ontwikkelingen:

  • Op basis van een Europese richtlijnen komt er een herziening van de havencontroles met toezicht op buitenlandse schepen in Nederlandse havens. Ook verzorgt de ILT de herziening van het Vlaggen­staat­toezicht, met toezicht op Nederlandse schepen.
  • De energietransitie leidt tot veiligheidsvragen rond windmolenparken op zee; ze vormen obstakels voor het scheepvaartverkeer. Daarnaast zijn er nieuwe risico's te verkennen bij het gebruik van nieuwe energiebronnen, zoals waterstof.
  • Moderne piraterij is een probleem voor de zee­scheep­vaart in specifieke regio's. De ILT heeft verantwoordelijkheden op basis van de Wet Bescherming Koopvaardijschepen.
  • Bij binnenvaart zijn de gevolgen van klimaat­verandering, zoals extreem weer merkbaar en relevant in relatie tot zowel hoog- als laagwater­standen.
  • Autonoom varen brengt diverse vraagstukken en gevolgen met zich mee.

Focus van de ILT

Bij scheepvaart is sprake van veel specifieke middel­voorschriften en inspecties bij individuele objecten. Voldoen aan deze regels kost relatief veel capaciteit, terwijl er vaak innovatieve alternatieven zijn voor meer efficiënte mogelijkheden om risico's op ongewenste gebeurtenissen te verkleinen.

Aanpassing van dergelijke voorschriften vergt specialis­tische kennis, overzicht op stelselniveau, en veel inter­nationale afstemming. De ILT zet zich hier de komende jaren voor in.

In het kader van het toezicht op de Vlaggenstaat vindt een verschuiving plaats van alleen objecttoezicht naar meer systeemtoezicht, waaronder op bestuursniveau. Dit vraagt om nieuwe competenties.

Digitalisering biedt een kans voor andere manieren van inspecteren, zoals bij controle op de tachograaf en de bemensing aan boord. Het maakt inspecties op afstand mogelijk, te weten bedrijfscontroles en administratief toezicht op digitale wijze.

Omgaan met hoogwaardige apparatuur stelt hoge eisen aan competenties van zowel de bemanning als hand­havers en onderzoekers. Dat is een uitdaging gezien de afname van goed geschoold personeel in de scheepvaart.

Het objecttoezicht van binnenvaart richt zich op alle vaartuigen die bedrijfsmatig gebruikmaken van de Neder­landse binnenwateren. Op het gebied van techniek, maar ook rondom arbeidsomstandigheden, vaar- en rusttijden, en de veiligheid van bemanning en passagiers.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Rail

Maatschappelijke doelen

De ILT zet zich in voor een veilig transport van personen en goederen over het spoor. Belangrijk voor de veiligheid zijn de bekwaamheid van personeel, de juiste werking van veiligheidssystemen en -procedures en de kwaliteit van het rijdend materieel én de spoorinfrastructuur. Ook is van belang dat het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor veilig verloopt.

De ILT is toezichthouder voor het hoofdspoor, het lokaal spoor en het bijzonder spoor. Voor het lokaal openbaar spoor, zoals tram en lightrail, zijn de decentrale overheden verantwoordelijk voor de handhaving op basis van toezichtsignalen van de ILT. Zij huren de ILT in om deze taak uit te voeren.

Met het spoortoezicht levert de ILT een bijdrage aan een betrouwbaar en veilig spoornetwerk en aan het beperken van letselschade, fysieke schade of economische schade als gevolg van ongelukken en incidenten.

Ontwikkelingen

Het Nederlandse spoornetwerk kent een zeer intensief gebruik. Als gevolg van het verduurzamen van het personen- en goederenvervoer én vanwege het ontmoedigen van korte afstandsvluchten, neemt dit verder toe.

Daarnaast bestaan er plannen het lokaal spoor de komende jaren uit te breiden met een aantal nieuwe lijnen. Besluitvorming hierover moet nog plaatsvinden.

Internationale samenwerking is essentieel voor de realisatie van goede internationale verbindingen en bij grensovergangen. De komende jaren richt de European Rail Agency (ERA) zich op het verbeteren van de verbinding tussen hun vergunningverlening en het aansluitende toezicht daarop door de NSA's (National Safety Authorities) in de lidstaten.

Op het terrein van het spoor speelt daarnaast een aantal technologische ontwikkelingen. Zo wordt in Nederland sinds 2007 het ERTMS (European Rail Traffic Manage­ment System) gefaseerd ingevoerd, waarbij de ILT een rol heeft bij de veilige implementatie en migratie.

Verder is het rijden zonder machinist (ATO: Automatic Train Operation) in ontwikkeling en wordt op rangeer­terreinen geïnvesteerd in het automatisch koppelen van treinmaterieel.

Door de verdergaande digitalisering wordt ook de cybersecurity bij spoor-dienstverleners een belangrijk onderdeel van het borgen van de spoorveiligheid. Voor de komende jaren is het de bedoeling dat de spoor­beheerders en alle spoorwegondernemingen worden aangewezen als AED (aanbieder van essentiële diensten). De ILT zal haar rol als toezichthouder uitbreiden met toezicht op de AED's.

Focus van de ILT

De ILT voert het toezicht informatie- en risico­gericht uit. Daarbij maakt de ILT gebruik van nieuwe toezicht­technieken, zoals de inzet van drones en satellieten en de online inzage in systemen van infrabeheerders, rail­onder­nemingen en -voertuigen.

De ILT geeft daarbij prioriteit aan het bevorderen van het veiligheidsbeheer en de veiligheidscultuur bij spoorweg­ondernemingen in de railbranche.

En aan specifieke veiligheidsrisico's zoals het transport van gevaarlijke stoffen, de risico's bij concessie-wisselingen, ongeoorloofde passage van een rood sein en de veiligheid bij overwegen en voor baanwerkers.

Verder levert de ILT een bijdrage aan de veilige introductie en migratie van het beveiligingssysteem ERTMS binnen het huidige vervoerssysteem en geeft de ILT als gevolg van internationale afspraken extra aandacht aan het toezicht op reizigersrechten en dat op de onderhoudsbedrijven (de ECM: Entities in charge of maintenance).

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Luchtvaart

Maatschappelijke doelen

De ILT werkt op diverse manieren aan een veilige luchtvaart, op het terrein van commerciële, kleine en onbemande luchtvaart. Daarbij is er ook steeds meer oog voor duurzaamheidsaspecten. De luchtvaartsector is een van de meest veilige transportsectoren ter wereld.

Ongevallen in de commerciële luchtvaart vinden zelden plaats, maar kunnen grote schade toebrengen aan de gezondheid (verlies van levens) en infrastructuur, en daarmee ook aan het vertrouwen van de burger in de sector (economische schade) of in de overheid (in het geval van onvoldoende (handhaving van) de regel­geving). Onverwachte landingen als gevolg van manke­menten kunnen leiden tot brandstoflozingen en daarmee milieuschade.

Ontwikkelingen

De ILT ziet de volgende ontwikkelingen:

  • Een toenemend belang, zowel in volume als in bijdrage aan de maatschappelijke ontwikkelingen, van de onbemande luchtvaart (drones). Om deze ontwikkeling in goede banen te leiden, zijn afspraken met de sector, samenwerkingspartners van de ILT, ook in Europees verband, van belang.
  • Er is een groeiende spanning zichtbaar tussen ambities op het terrein van de benodigde energie­transitie (plaatsing zonnepanelen, windmolen­parken) en het obstakelbeleid luchthavens. Het ontbreken van vliegveiligheidsvlakken in (sommige) gemeentelijke bestemmingsplannen is daarbij problematisch.
  • Als gevolg van COVID-19 is het aantal vlieg­bewegingen in 2020 en 2021 fors afgenomen. De verwachting is dat na afloop van de pandemie dit aantal vanaf 2022 weer fors gaat toenemen, deels met een inhaaleffect. De uitgebreide herstart vraagt om voldoende aandacht vanuit het perspectief van veiligheidsmanagement.
  • Er is sprake van een reeks technologische innovaties in de luchtvaart. Naast de groei van de onbemande luchtvaart gaat het onder meer om elektrisch vliegen (kleine luchtvaart) en de inzet van alternatieve brandstoffen (zoals biokerosine).
  • De internationale regelgeving op het terrein van luchtvaart dient voor Caribisch Nederland nog steeds te worden omgezet naar het Nederlandse regime. Nu is er binnen het Koninkrijk sprake van verschillende toetsingskaders.

Focus van de ILT

De ILT heeft een brede reeks van verantwoordelijkheden op het terrein van luchtvaart, op zowel het gebied van vergunningverlening als van toezicht. De aandacht gaat in ieder geval uit naar een verdergaande systeem­benadering van luchtvaartveiligheid, drones en de herstart van grootschalige luchtvaart na de coronacrisis. Voor diverse technologische innovaties geldt, dat het inrichten van de benodigde test- en experimenteer­ruimte om betrokkenheid van de ILT vraagt.

Daarnaast wordt de verdere ontwikkeling van het toezicht op Schiphol voortgezet, waaronder de inzet van besturingstoezicht en aandacht voor veiligheids­managementsystemen.

Ook wordt de jaarlijkse uitgave van de Staat van Schiphol gecontinueerd en wordt deze inhoudelijk verdiept. De ILT blijft investeren in andere vormen van toezicht om zo efficiënt mogelijk te kunnen voldoen aan de wettelijke verplichtingen enerzijds, en het voorkomen van maatschappelijke schade anderzijds.

Ten slotte gaat de ILT met andere partijen, zoals de Europese toezichthouder EASA maar ook met Neder­landse partijen, in gesprek over een efficiëntere inrichting van het toezicht.

NLVP

In 2020 is het nieuwe Nederlandse luchtvaartveiligheids­programma (NLVP) opgesteld. Het NLVP beschrijft hoe de veiligheid is geborgd in samenhang tussen beleid, toezicht en de luchtvaartorganisaties. Het nationale veiligheids­doel is het continu verbeteren van de lucht­vaart­veiligheid door het kennen van de grootste nationale risico's en deze te beheersen tot een acceptabel niveau.

Dit vraagt om inspanningen van diverse partijen, niet alleen op technisch vlak maar ook rondom veiligheids­cultuur. De ILT maakt met de beleidsdirecties nadere afspraken over de rolverdeling. Samen wordt gewerkt aan de verdere inrichting en versterking van de luchtvaartautoriteit.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Wabo-advies en interbestuurlijk toezicht

Maatschappelijke doelen

Als wettelijk adviseur in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) werkt de ILT aan veiligheid en duurzaamheid. Het doel is het juist toepassen en voorschrijven van Nederlandse en Europese wetgeving op het gebied van externe veiligheid, afval en luchtemissies.

Het Wabo-advieswerk van de ILT richt zich vooral op advies richting het bevoegd gezag – de Omgevings­diensten – bij vergunning­verlening omtrent externe veiligheid en emissies, met een focus op de zogeheten BRZO7-bedrijven. Bij deze adviestaak horen het opstellen van adviezen en zienswijzen en indien nodig het indienen van beroep. Daarnaast kan de ILT handhavings- en actualisatieverzoeken doen bij het bevoegd gezag.

De ILT heeft de bevoegdheid om namens de minister van IenW interbestuurlijk toezicht (IBT) uit te oefenen op de uitvoering van de VTH-taken (vergunningverlening, toezicht, handhaving) door het bevoegd gezag. De ILT voert deze taak momenteel conform de Wet revitalisering generiek toezicht terug­houdend en selectief uit.

Zowel bij Wabo-advies als bij IBT werkt de ILT aan veilig­heid, duurzaamheid en vertrouwen: een juiste uitvoering van taken door provincies en gemeenten is van belang voor het vertrouwen van burgers in de werking van het stelsel. Daarbij is een goede relatie tussen overheden essentieel.

Ontwikkelingen

Recent heeft de Commissie Van Aartsen haar rapport 'Om de Leefomgeving', over het stelsel van vergunning­verlening, toezicht en handhaving, gepubliceerd. De commissie concludeert dat verbeteringen mogelijk en nodig zijn om de effectiviteit en slagvaardigheid van het stelsel te vergroten en de stelselverantwoordelijkheid van de bewindspersoon beter in te vullen.

Volgens de commissie moet het repertoire aan bevoegdheden waarover de bewindspersoon beschikt worden uitgebreid, én de bewindspersoon moet de bestaande bevoegdheden (pro)actiever aanwenden.

Ook vindt de Commissie Van Aartsen het wenselijk dat er Rijkstoezicht komt op de omgevings­diensten en adviseert dat te beleggen bij de ILT.

Verbetering VTH-stelsel

Onder meer naar aanleiding van het rapport van de Commissie Van Aartsen onderzoekt de ILT hoe de inspectie kan bijdragen aan een beter functionerend VTH-stelsel.

Voor het invullen van toezicht op de omgevingsdiensten zijn verschillende opties denkbaar. Indien gekozen wordt voor toezicht vanuit het Rijk, moet dit toezicht duidelijk gescheiden worden van de eigen taken dit de ILT in het VTH-stelsel heeft. Immers, de ILT is zelf ook óók vergunning­verlener en toezichthouder en maakt daar­mee onderdeel uit van het stelsel.

7 Besluit risico's zware ongevallen.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Vervoer gevaarlijke stoffen

Maatschappelijke doelen

De ILT houdt toezicht op veilig transport van gevaarlijke stoffen in alle transportmodaliteiten: spoor, binnenvaart, scheepvaart, weg, lucht, buisleidingen. Ook houdt de ILT toezicht op transport en overslag bij bedrijven die als 'meest risicovol' worden aangemerkt. Hiermee richt het toezicht zich op de hele keten, van productie tot (afval)verwerking.

Het maatschappelijk doel is het voorkomen van schade aan mens, dier en milieu als gevolg van het tijdens transport of overslag ongewenst vrijkomen van gevaarlijke stoffen.

Daarnaast weegt het duurzaamheidsaspect mee: toepassing van gevaarlijke stoffen waar maatschappelijk vriendelijker alternatieven voor zijn. De burger mag erop vertrouwen dat er voldoende en effectief toezicht is van de ILT op de grootste risico's bij het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Het onderwerp gevaarlijke stoffen slaat een brug tussen het toezicht van de ILT op transport en dat op leefomgeving. Aantasting van de leefomgeving ontstaat vaak door het ongewenst vrijkomen van gevaarlijke stoffen. Hoewel de wet- en regelgeving op het terrein van transport gevaarlijke stoffen zich op transport focust, zijn er tal van onderwerpen waar milieu en leefomgeving relevant zijn.

Een sprekend voorbeeld is het project Verkenning varend ontgassen. De transportwet- en regelgeving richt zich hierbij op de veiligheid van het transport, maar uitstoot van gassen tijdens het proces van varend ontgassen tast direct de leefomgeving aan. De aanpak is daarom op beide terreinen gericht.

Ontwikkelingen

Er speelt op dit terrein een aantal ontwikkelingen:

  • Er is sprake van toenemende internationalisering van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Dit zorgt voor een grote diversiteit aan partijen op de markt en verdere internationalisering van de wet- en regel­geving.
  • De goederenstroom neemt toe door bestellingen via internet en het bijbehorende transport ervan.

Focus van de ILT

In het toezicht op het vervoer van gevaarlijke stoffen maakt de ILT slim gebruik van technologische ontwikkelingen, zoals meer kennis van de lading, locatie en beweging daarvan, maar ook het gebruik van informatie via internet. Daarbij richt het toezicht zich op de aanpak van risico's in de transportketen (integraal toezicht). Het is van belang inzicht te krijgen in de gevaren en stromen van gevaarlijke stoffen en nieuwe technologie die daarbij gebruikt wordt.

Doelgerichte handhavingscommunicatie is onder­deel van de toezichtaanpak, net als de verbreding van het interventiepakket gericht op gedragsverandering.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Hoogwaterveiligheid

Maatschappelijke doelen

In het waterbeheer zijn de belangrijkste maatschappe­lijke risico's gerelateerd aan overstromingen vanuit de zee en grote rivieren die plaatsvinden als een primaire waterkering faalt. De veiligheidseisen die gesteld worden aan deze waterkeringen moeten de kans op falen klein houden, want het effect dat een dergelijke overstroming heeft op burgers, natuur en economie is immens.

Daarnaast kent Nederland overstromingsrisico's als gevolg van het falen van regionale waterkeringen, die ook aanzienlijk zijn, maar minder ontwrichtend. Het hoogwaterveiligheidsrisico is groter dan de som van alle overige externe risico's in Nederland.

Ontwikkelingen

Nederland staat voor de opgave om haar inwoners en economische activiteiten voor de nabije toekomst goed te beschermen tegen een stijgende zeespiegel en grotere waterafvoeren via de rivieren. In 2050 moeten daarom alle primaire waterkeringen die door Rijkswaterstaat en de waterschappen beheerd worden, voldoen aan nieuwe veiligheidsnormen.

Het toezicht op de primaire waterkeringen is sinds 1 januari 2017 een wettelijke taak van de ILT. In de periode tot en met 2023 staat voor de ILT de controle van de beoordeling van de primaire waterkeringen door waterkeringbeheerders centraal. Deze wordt iedere 12 jaar herhaald. Waterkeringen die niet voldoen aan de veiligheidsnormen moeten worden versterkt.

In de huidige beoordelingsronde wordt voor het eerst getoetst aan de nieuwe veiligheidsnormen. Voor alle betrokken partijen is deze beoordeling dus ook een belangrijk leerproces dat mogelijkheden tot verbetering van het beoordelen oplevert. Het directoraat-generaal Water en Bodem (Ministerie van IenW), de water­keringbeheerders, kennisinstituten en de ILT delen hun kennis en ervaringen en gaan na 2023 verder met het ontwikkelen van regelingen en instrumenten. Als toezichthouder heeft de ILT een belangrijke rol als het gaat om uitvoerbaarheid en betrouwbaarheid.

In 2021 wordt de beleidsdoorlichting Integraal Water­beleid afgerond. De evaluatie van de Waterwet wordt onder verantwoordelijkheid van de beleidsdirectie in 2024 afgerond. Op hoogwaterveiligheid levert de ILT inzet en informatie om de doelmatigheid en doel­treffendheid van het waterbeleid vast te stellen.

Ten slotte is de beveiliging van data en informatie belangrijk ter bescherming tegen ongewenste inbreuken op onze hoogwaterveiligheidsvoorzieningen. De ILT krijgt als toezichthouder mogelijk een rol in het toezicht op cybersecurity voor deze voorzieningen.

Focus van de ILT

Tot 2023 ligt de prioriteit bij het op tijd af krijgen van de controles (LOB1), waar eerder vertraging bij is ontstaan in de planningen van de waterkeringbeheerders. De toezichtcapaciteit wordt tijdelijk verhoogd.

Parallel hieraan wordt gewerkt aan een toezichtstrategie Hoog­waterveiligheid voor de periode na 2023. Hierin gaat de ILT veel meer de focus leggen op het functioneren van besturing, organisatie, beheer en uit­voering, die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat de hoogwaterveiligheid op orde is. De 'keten' als geheel is namelijk bepalend voor de belangrijkste risico's en het niveau van veiligheid. Dit betekent dat ook aanvullende of andere toezichtsmethoden worden verkend, zoals besturingstoezicht.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Drinkwater

Maatschappelijke doelen

Drinkwater is een eerste levensbehoefte. Een goede drinkwatervoorziening is essentieel voor volks­gezond­heid, welzijn en welvaart van de samenleving. Daarmee is het een vitale publieke dienst van groot algemeen belang.

Centraal daarbij staat de duurzame veiligstelling van de drinkwatervoorziening. De ILT streeft naar een optimale waarborging van de kwaliteit en de continuïteit van de drinkwatervoorziening. Op een wijze die past binnen de randvoorwaarden van een duurzame ontwikkeling van onze samenleving en tegen maatschappelijk verant­woor­de kosten.

Verontreinigd drinkwater zorgt voor fysieke en gezondheidsschade en leidt tot maatschappelijke onrust. Uitval van levering van drinkwater leidt tot maatschap­pe­lijke onrust en bij langdurige uitval tot maatschappe­lijke ontwrichting.

Een verkeerde tariefstelling voor drinkwater kan economische schade opleveren of op termijn een risico vormen voor de leveringszekerheid doordat er te veel of juist te weinig kosten in het tarief zijn meegerekend.

Ontwikkelingen

Op het terrein van drinkwatervoorziening is sprake van steeds grotere uitdagingen voor de drinkwaterbedrijven en een toenemend risico voor de kwaliteit en kwantiteit van drinkwater.

Zo neemt de vraag naar drinkwater toe en tegelijkertijd neemt de natuurlijke beschikbaarheid van drinkwater­bronnen af. Op jaarbasis beschikt Nederland over voldoende water, maar regionaal en seizoensafhankelijk kunnen watertekorten ontstaan. Dit stelt extra eisen aan de robuustheid van het watersysteem en aan de (toekomstige) drinkwatervoorziening.

In Caribisch Nederland zijn de beschikbaarheid en betaal­baarheid van drinkwater een opgave. Ook is sprake van een groeiende investeringsopgave, die nodig is om onder andere verouderende infrastructuur tijdig te vernieuwen.

Drink­waterbedrijven moeten daarnaast blijvend antici­peren op (veranderingen met betrekking tot) cyber­dreigingen.

De kwaliteit van grond- en oppervlaktewater als bron voor drinkwater staat onder toenemende druk. Zowel bekende als opkomende antropogene stoffen worden aangetroffen op de winningslocaties. De onzekerheden rond de huidige bronnen maken dat drinkwaterbedrijven zich oriënteren op alternatieve bronnen (bijvoorbeeld brak water of gezuiverd afvalwater) en nieuwe zuiverings­technieken.

De energietransitie leidt bovendien tot toenemend gebruik van de ondergrond (bodemenergiesystemen en warmteopslag) en alternatieve warmtevoorziening, waar­onder centrale voorziening van wijkwarmtapwater. Onzorgvuldige toepassing kan leiden tot vervuiling van het grondwater, opwarming van drinkwater en ongewenste groei van micro-organismen zoals Legionella.

Rond wet- en regelgeving spelen de volgende ontwikkelingen:

  • De Drinkwaterwetgeving wordt deels aangepast op basis van de eind 2020 vastgestelde Europese Drinkwaterrichtlijn.
  • Er wordt een wijziging verwacht in de regelgeving ten aanzien van legionella: zorginstellingen worden toegevoegd aan de prioritaire instellingen, waarvoor toezicht door de ILT geldt.
  • Voor Bonaire en Sint Eustatius zijn de Wet elektriciteit en drinkwater BES (WedB) en het Besluit elektriciteit en drinkwater BES van kracht. De WedB is niet van toepassing op waterlevering op Saba. Ook deze wetgeving wordt deels aangepast.

Focus van de ILT

De ILT anticipeert als vergunningverlener en toezicht­houder op de geschetste ontwikkelingen door met een bredere blik te beoordelen hoe de drinkwatervoorziening op een verantwoorde manier geborgd en vernieuwd wordt. De ontwikkeling en toepassing van besturings­toezicht is hierbij een belangrijke aanvulling op het bestaande toezichtarrangement. In afstemming met de drinkwaterbedrijven stelt de ILT een toezichtskader drinkwater op.

Ontwikkelingen als klimaatverandering, antropogene stoffen, cybersecurity en een toenemende investerings­opgave worden daarnaast nadrukkelijker in het toezicht en bij de beoordeling van meetprogramma's en verstoringsrisicoanalyses betrokken. Ook in wettelijke ILT-onderzoeken (zoals drinkwaterkwaliteit en prestatie­vergelijking) krijgen ze nadrukkelijk een plek.

Bovendien geeft de ILT meer aandacht aan de feitelijke uitvoering van de leveringsplannen en verbetering van deze plannen voor verhoging van de leveringszekerheid en kwaliteit van het drinkwater. Ook komt er aandacht voor eigen winningen van drinkwater vanwege achter­blijvende verzoeken om beoordeling van de meet­programma's.

Levering van wijkwarmtapwater krijgt daarnaast meer aandacht, evenals initiatieven van niet-drinkwater­bedrijven om drinkwater te maken en leveren uit andere bronnen dan oppervlakte- of grondwater. Leveranciers worden in kaart gebracht en beoordeeld op naleving van de wettelijke verplichtingen.

De ILT richt haar toezicht op de drinkwatervoorziening in Caribisch Nederland, waar beschikbaarheid en betaal­baar­heid een opgave zijn, verder in. Via een hand­havings­plan worden ook de mogelijkheden van lokaal toezicht verkend.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Autoriteit woningcorporaties

Maatschappelijke doelen

De Autoriteit woningcorporaties (Aw) ziet erop toe dat woningcorporaties zich concentreren op hun kerntaak: zorgen dat mensen met een laag inkomen goed en betaalbaar kunnen wonen. Nu en in de toekomst. De Aw houdt toezicht op het gedrag van woningcorporaties en op hun financiële beheer.

De Aw kan sancties opleggen aan woningcorporaties, zoals een boete of het aanstellen van een toezicht­houder, en rapporteert jaarlijks over de ontwikkelingen binnen de sector.

Ontwikkelingen

Grote opgaven leefomgeving

Het Planbureau voor de Leefomgeving8 schetst in 'Grote opgaven in een beperkte ruimte' de grote uitdagingen op het gebied van de leefomgeving: claims op en allocatie van grondposities, woningbouwopgave, overgang naar andere energiebronnen (windmolens, zonnepanelen), draag­kracht van de bodem, beschikbaarheid van (drink)water en biodiversiteit.

Versnelde verstedelijking

De groei van de bevolking treedt met name op door migratieprocessen. Door vestiging in steden kan dit leiden tot versnelde verstedelijking en afnemende aantallen huishoudens in krimpregio's.

De beschikbare infrastructuur voor woningbouw moet dit voldoende kunnen accommoderen. Ook als deze trend wijzigt (bijvoorbeeld door structureel effect van hybride/thuiswerken) vergt dit veel van de infrastructuur. Vooralsnog zijn er meer dan 300.000 woningen te weinig in Nederland. Velen vinden geen betaalbare en passende woning.

Verduurzamingsopgave

De verandering van energiebronnen vraagt ook om aanpassingen in de gebouwde omgeving. De realisatie van de voornemens uit het Klimaatakkoord zijn onzeker zolang de investeringscondities voor corporaties vrij slecht zijn.

Vergrijzing

De samenstelling van de bevolking verandert – ondanks de verwachte groei. Het aantal ouderen neemt zowel absoluut als relatief sterk toe. Volgens de CBS-Bevolkings­­prognose neemt het aantal 65-plussers toe: waren er in 2012 nog 2,7 miljoen 65-plussers, in 2041 zijn dat er 4,7 miljoen.

De mobiliteit van ouderen op de woningmarkt is beperkt. Een deel van hen krijgt ouderdomskwalen. Dit vergt aanpassingen in de bestaande woningvoorraad.

Leefbare wijken

De ontwikkelingen in de maatschappij, in combinatie met het huidige functioneren van de corporatie­woningmarkt, heeft als risico dat de samenstelling van de bevolking van wijken meer homogeen wordt. De concentratie van kwetsbare huishoudens in bepaalde buurten is vaak ongunstig voor de leefbaarheid ter plekke.

Focus van de Aw

In 2020 is al getoetst hoe de opgaven die deze ontwikkelingen veroorzaken binnen de corporatiesector zich verhouden tot de middelen in de sector. Dit is gebeurd in een studie van drie departementen (BZK, Economische Zaken en Financiën) en brancheorganisatie Aedes. De uitkomsten zijn gedeeld met de Tweede Kamer. In 2021 is een update gepubliceerd voor het dossier van de formatie.

Uit de confrontatie van de opgave met de beschikbare middelen blijkt, dat de corporatiesector tot 2035 onder het huidige beleid een tekort heeft van € 20 tot € 30 miljard. De opgave heeft betrekking op:

  • Uitbreiding van de sociale woningvoorraad vanwege het woningtekort.
  • Instandhouding van de woningvoorraad.
  • Uitvoering van een verduurzamingsprogramma.

De politieke keuze om al dan niet iets te doen aan deze mismatch raakt direct het toezicht door de Aw. Als er te weinig middelen zijn, is een goed overwogen prioritering met doelmatige inzet van middelen belangrijk. Als er wel voldoende middelen zijn, is belangrijk dat de opgave in een passend tempo wordt opgepakt met een doelmatige inzet van middelen. De sterke toename van het activiteitenpatroon die dit met zich meebrengt, vergt veel van de governance van de corporaties. Het risico op weglekken van vermogen door verkeerde of uit de hand lopende investeringen neemt immers sterk toe.

De Aw zal zowel via het individuele als het stelseltoezicht een bijdrage leveren aan de mitigatie van deze risico's. De Aw stelt in haar toezicht de governance steeds centraal.
 

8 Grote opgaven in een beperkte ruimte, Ruimtelijke keuzes voor een toekomstbestendige leefomgeving, april 2021.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Bijlage A2. Nieuwe taken

De ILT werkt in hoofdzaak voor de bewindspersonen van IenW. In deze bijlage staan taken die zeer recent zijn opgepakt en nog in ontwikkeling zijn, de nieuwe taken vanaf 2021/2022 en de belangrijkste gewijzigde taken.

Nieuwe, gewijzigde of in ontwikkeling zijnde taken onder verantwoordelijkheid bewindspersonen IenW

Toezicht recycledoelen

Het gaat om wijzigingen in het toezicht op de recyclepercentages. De ILT moet toezicht houden op twee nieuwe verpakkingsstromen: aluminium en ferro­metalen verpakkingen. Ook neemt de frequentie van toezicht toe en wijzigen enkele andere normen.

Toezicht single use plastics

Hier gaat het om toezicht vanaf 2021 op het Besluit kunst­stofproducten voor eenmalig gebruik (single use plastics), een verbod om verschillende kunststof­producten voor eenmalig gebruik in de handel te brengen, zoals borden, bestek en rietjes.

Naast toezicht op een verbod gaat het ook om toezicht op een aantal andere verplichtingen, zoals producteisen, verwerkingseisen percentage materiaalhergebruik en verplichtingen voor producenten om gegevens te leveren en kosten te dragen van voorlichting en opruimen en verwerken van zwerfafval.

Vergunningverlening EVOA

Per 1 januari 2021 treedt de wijziging van de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA) in werking naar aanleiding van de wijziging van het verdrag van Bazel in 2019.
Deze wijziging regelt een nieuwe vergunningsplicht bij in- en uitvoer van verontreinigde of gemengde kunststof afvalstromen of een zelfs een verbod bij grensover­schrijdend transport. Deze wijziging leidt tot extra vergunningsvragen die uitgebreid getoetst moeten worden. Voor EVOA-vergunningen kunnen geen leges geheven worden.

Markttoezicht conformiteit producten

Toezicht in het kader van Europese Verordening (EU) 2019/1020 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten. Het toezicht wordt deels onder verantwoordelijkheid van de ministers van Economische Zaken en Klimaat en Binnenlandse Zaken en Koninkrijks­relaties, en deels onder verantwoorde­lijkheid van de staatssecretaris van IenW uitgevoerd.

Continueren toezicht programma veilig en duurzaam Schiphol

De ILT heeft een integraal toezichtprogramma ontwikkeld waarmee de veiligheid en duurzaamheid op en rond Schiphol aantoonbaar bevorderd wordt in een periode van 4 jaar. Hierbij wordt zowel aandacht besteed aan veiligheid als aan duurzaamheid (inclusief milieu en gezondheid). Op basis van deze uitgangs­punten is het programma Schiphol meerjarig uitgewerkt en onderbouwd en is aanvullende financiering ter beschikking gesteld.

Toezicht varend ontgassen

Het gaat om toezicht op het gefaseerd verbieden van ontgassen naar de atmosfeer en het uitstoten van dampen naar de atmosfeer. In het verleden is op basis van ADN al toezicht gehouden.

De Wijziging van het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en Binnenvaart (SAB) ter implementatie van de aanpassingen in het internationale Scheepsafvalstoffen verdrag (CDNI) vraagt om uitbreiding van het toezicht.

Toezicht en vergunningverlening visserijsector

Toezicht en vergunningverlening naar aanleiding van het Verdrag betreffende werk in de visserijsector (IAO-Verdrag nr. 188). Dit verdrag heeft als doel om wereld­wijd fatsoenlijke leef- en werkomstandig­heden voor vissers te waarborgen en een level playingfield te scheppen in de visserij op het gebied van leef- en werk­omstandig­heden voor vissers. Het bestaande toezicht op bemanning en vissersvaartuigen wordt uitgebreid met deze nieuwe onderwerpen.

Toezicht stikstofuitstoot vrachtwagens

In het kader van de structurele aanpak stikstof is een maatregelenpakket door de minister van Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit opgesteld. Een van de doelen is een daling van de stikstofuitstoot in het wegverkeer (zowel personen- als vrachtverkeer) als gevolg van de verdere aanscherping van Europese emissienormen voor nieuwe voertuigen en doordat oudere meer vervuilende voertuigen (geleidelijk) vervangen worden door nieuwere schonere voertuigen. Er wordt onder meer voorzien in gerichte handhaving door de ILT van defecte en gemanipuleerde AdBlue-systemen van vrachtwagens. De voorbereiding van het toezicht start in 2021 en is gericht op het versterken van de informatie­positie.

Beoordelen primaire waterkeringen

De ILT zou uiterlijk 2023 een eerste beoordeling van de primaire waterkeringen moeten hebben uitgevoerd. Hiervoor is een planning opgesteld. De uitvoering hiervan loopt achter. Er zijn minder beoordelingen ter controle aangeboden bij de ILT dan verwacht. Dit betekent dat een deel van de beoordelingen naar achteren schuift; de einddatum van 2023 blijft echter staan. Om die termijn te halen is meer controlecapaciteit nodig. Deze extra capaciteit wordt ingehuurd

Uitbreiden toezicht bodem

De ILT verhoogt mede in reactie op diverse evaluaties en rapporten en vooruitlopend op de resultaten van de Taskforce bodem de toezichtcapaciteit. Zie de toe­lichting in bijlage A1.

Vrachtwagenheffing

De beoogde invoering van een vrachtwagenheffing in 2026 en de investering van de opbrengsten in innovatie en verduurzaming dragen bij aan de CO2-reductie­opgave voor transport en de wens te komen tot een slim en duurzaam vervoerssysteem.

Met de vrachtwagenheffing gaat al het binnen- en buitenlands vrachtverkeer betalen voor het gebruik van Nederlandse wegen. Het Eurovignet wordt afgeschaft.

Het doel van de handhavingsstrategie is ervoor te zorgen dat de Wet vrachtwagenheffing door alle betalings­plichtigen wordt nageleefd. Bij de vrachtwagenheffing wordt, net als in het buitenland, handhavend opgetreden tegen het niet-naleven van de wet door de kenteken­houder. Bij constatering van een overtreding legt de tolheffer (RDW) een boete op. De rol van de ILT bestaat uit het direct fysiek innen van boetes wanneer deze door de tolbetaler niet zijn voldaan of wanneer de tolbetaler hier niet toe in staat is geweest. De handhaving wordt gericht op zowel de bevordering van de betalingsmoraal (preventieve werking) als het aanpakken van overtreders (corrigerende werking).

Cybersecurity

In de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni) uit 2018 is vastgelegd dat vitale aanbieders passende en evenredige maatregelen moeten nemen om hun netwerk- en informatiesystemen te beveiligen en dat zij incidenten met (mogelijk) ernstige gevolgen moeten melden. De minister van Infrastructuur en Waterstaat is in de Wbni aangewezen als bevoegde autoriteit in het kader van de zorgplicht voor de levering en distributie van drinkwater en de vervoerssector.

Namens de minister ziet de ILT erop toe dat aanbieders van essentiële diensten (AED's), zoals drinkwater­bedrijven, hun digitale weerbaarheid op een voldoende niveau brengen en houden. Op deze manier draagt de ILT bij aan de (digitale) veiligheid van de vitale infrastructuur.

De taak van de ILT als bevoegd gezag op het gebied van cybersecurity groeit de komende jaren als gevolg van het toenemende aantal AED's dat wordt aangewezen binnen het domein van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Om het cybertoezicht op alle sectoren te verbeteren werkt de ILT samen met de collega-inspectiediensten.

Overige nieuwe en gewijzigde taken

En verder is er nog een aantal relatief kleine nieuwe of gewijzigde taken:

  • Toezicht afgedankte elektrische en elektronische apparaten.
  • Toezicht metalen drankverpakkingen.
  • Toezicht kustwacht luchtvaartuigen.
  • Toezicht recycling van zeeschepen.
  • Toezicht scheepsafvalstoffenbesluit en -regeling.

Nieuwe of gewijzigde taken onder verantwoordelijkheid andere bewindspersonen

De ILT werkt in hoofdzaak voor de bewindspersonen van IenW. In deze paragraaf staan de nieuwe taken vanaf 2021/2022 alsmede de belangrijkste gewijzigde taken die de ILT onder verantwoordelijkheid van andere bewinds­personen uitvoert. De bekostiging van deze taken vindt plaats door deze departementen.

Bescherming koopvaardij

De ILT is bij de Wet ter Bescherming Koopvaardij (WtBK) aangewezen als de autoriteit voor vergunning­verlening, toezicht en handhaving. Deze wet regelt dat Neder­landse koopvaardijschepen bij de doorgang van gevaar­lijke zeegebieden beter beschermd zijn tegen piraterij.

Hiermee kunnen koopvaardijschepen die in het Neder­landse scheepsregister zijn ingeschreven, gebruik­maken van particuliere maritieme beveiligers als er geen militaire bescherming (Vessel Protection Detachment) mogelijk is.

De ILT ziet toe op de kwaliteit van beveiligings­bedrijven en hun beveiligers. Deze wet treedt op 1 januari 2022 inwerking. De ILT voert deze taak uit onder verantwoor­de­lijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid.

Conflictmineralen

Op 1 januari 2021 is de Europese Conflictmineralen­verordening in werking getreden. Deze verordening verplicht importeurs van tin, tantaal, wolfraam en goud, om gepaste zorg­vuldigheid te betrachten in hun toeleveringsketen.

De winning van en handel in metalen en mineralen kan met name in conflict- en hoogrisicogebieden, bijvoor­beeld in centraal Afrika, gepaard gaan met misstanden op gebied van milieuverontreiniging en mensenrechten. Mineralen afkomstig uit deze gebieden worden ook wel met de term conflictmineralen aangeduid.

De ILT is aangewezen als toezichthouder onder verantwoordelijkheid van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Energielabels

Het toezicht wijzigt als gevolg van een wijziging van het Besluit energieprestatie gebouwen (Beg) en de Regeling energieprestatie gebouwen (Reg). De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties is verantwoor­delijk voor dit toezicht.

Uitbreiding toezicht als gevolg van evaluatie Woningwet

De beoogde wetswijzigingen betekenen voor de Autoriteit woningcorporaties dat er meer mogelijkheden komen voor risicogericht toezicht. Dit betekent op een aantal terreinen ook extra werkzaamheden. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties is verant­woordelijk voor dit toezicht.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Bijlage A3. Wettelijke verplichtingen en IBRA

Bus

De taken van de ILT kunnen worden onderverdeeld in 3 categorieën. Ten eerste zijn er de toezichtstaken die risicogericht worden uitgevoerd op basis van de wet, internationale verordening of toezeggingen van bewinds­personen. Deze vinden hun plek in de IBRA (de ILT-brede risicoanalyse) en zijn hieronder weergegeven – inclusief de bijbehorende maatschappelijke schade.

Ten tweede zijn er taken die niet risicogericht worden uitgevoerd. Dit zijn met name taken op het gebied van vergunningverlening en ongeveer 300 rapportage­verplichtingen.

Ten derde voert de ILT ook taken uit daar waar zij maatschappelijke meerwaarde ziet zoals het MJP beschrijft – bijvoorbeeld op het gebied van duurzaam­heid of signalering nieuwe risico's – maar die (nog) niet volgen uit een juridische verplichting.

De tabellen beschrijven de belangrijkste wettelijke verplichtingen voor de IBRA-risico's.

Uitleg tabellen

  • # betekent: deel van de schade kan de ILT niet berekenen, niet 0.
  • B.o.g. staat voor buitengewoon ongewenste gebeurtenis. Dit is de categorie van de zeer onwaarschijnlijke gebeurtenissen (zeer kleine kans). Als het toch gebeurt, dan kunnen de gevolgen catastrofaal zijn.

Afval

Figuur 5 - Overzichten wettelijke verplichtingen en IBRA
Nr. IBRA onderwerp Ongewenste gebeurtenissen (IBRA) Schade in € miljoen per jaar Inzet door de ILT Grondslag
1 Afval 3.989+#
1a Afval

Onvoldoende hergebruiken of nuttig toepassen ten opzichte van de beleidsdoelen.

Niet hergebruiken of nuttig toepassen van het niet geregistreerde afval.

2.448+#

1.541

Toezicht houden op de afvalstoffenregelgeving (het inzamelen, verwerken en hergebruiken van afval).

Vergunningverlening van en toezicht op grond van de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA).

  • Wet Milieubeheer en Wijzigingswet Wet Milieubeheer Afvalstoffen.
  • Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen en Landelijk Afvalbeheerplan (LAP).
  • Productbesluiten Afvalbeheer en specifieke regeling met betrekking tot: elektrische en elektronische apparatuur, atterijen en acu's, verpakkingen, autobanden en autowrakken.
  • Besluit inzamelen afvalstoffen (BIA).
  • Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA).
  • Regeling EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
  • Verordening Scheepsrecycling EU 1257/2013.

Bodem, grond- en oppervlaktewater

Nr. IBRA onderwerp Ongewenste gebeurtenissen (IBRA) Schade in € miljoen per jaar Inzet door de ILT Grondslag
2 Bodem, grond- en oppervlaktewater 852+#
2a Bodem en grondwaterkwaliteit

Onjuist verwerken van verontreinigd slib en verontreinigde grond.

Niet geregistreerde verontreiniging van grond of verwerking van verontreinigde grond.

507+#

345+#

Een algemene toezichtstaak om te zorgen voor versterking van de samenwerking in het toezicht op de bodemkwaliteit.

Het toezicht houden op het opslaan, reinigen/verwerken en toepassen van verontreinigde grond.

Het opsporen van illegale stromen van verontreinigde grond en slib. Het betreft illegale import en partijen verontreinigde grond die als schoon of licht verontreinigd worden toegepast.

  • Wet Bodembescherming.
  • Besluit Bodemkwaliteit.
  • Regeling Bodemkwaliteit.
  • Wet Milieubeheer.
  • Activiteitenregeling.
  • Besluit lozen buiten inrichtingen.
  • Europese Verordening Afval Overbrenging (EVOA).

Chemische stoffen en risico's

Nr. IBRA onderwerp Ongewenste gebeurtenissen (IBRA) Schade in € miljoen per jaar Inzet door de ILT Grondslag
3. Chemische stoffen en risico's 850+#
b.o.g.
3a Aanslag met explosieven

Aanslag in Nederland met explosieven.

Aanslag in Nederland met explosieven BG.

o
b.o.g.

Het voorkomen van illegale aankoop van precursoren die te gebruiken zijn bij aanslagen.

Het toezicht op productveiligheid en beveiliging van explosieven en de controle op erkenningen, overbrengingsvergunningen en toestemmingen voor handel binnen de EU.

De controle op de traceerbaarheid met codes, CE-markering en register.

  • Wet precursoren voor explosieven (Wpe).
  • Wet explosieven voor civiel gebruik (Wecg).
3b REACH en biociden

Blootstelling aan chemische stoffen.

Verspreiding van chemische stoffen of residuen in de leefomgeving.

Marktschade.

850
 

#
 

#

Controle op de registratie van de stoffen bij het ECHA (European Chemicals Agency) en op de productie, verhandeling en toepassing ervan door bedrijven.

Controle op de bedrijven of deze de juiste informatie (onder andere veiligheid informatiebladen en etikettering) bij de stoffen leveren.

  • REACH Verordening (EG) nr. 1907/2006.
  • EU Biociden Verordening (EU) nr. 528/2012.
  • Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
3c Overige pyrotechnische artikelen (ROPA)

Ongeval door onveilig pyrotechnisch artikel.

Blootstelling aan kankerverwekkende stoffen door onveilig pyrotechnisch middel.

Marktschade.

#

#

#

Toezicht op de volledigheid en juistheid van de informatie die fabrikanten en overige marktdeelnemers verstrekken en of het gebruik van een CE-markering door producenten geoorloofd is.
  • Regeling overige pyrotechnische artikelen.

Wegtransport

Nr. IBRA onderwerp Ongewenste gebeurtenissen (IBRA) Schade in € miljoen per jaar Inzet door de ILT Grondslag
4 Wegtransport 613+#
4a Onveilig goederenvervoer weg

Ongeval met vracht- of bestelwagen.

Slechte arbeidsomstandigheden chaffeurs van vracht- of bestelwagen.

Marktschade.

503+#

20+#

#

Toezicht houden op de overschrijding van de rij- en rusttijden en tachograaffraude.

Toezicht houden op de arbeidsomstandigheden van chauffeurs door schijnconstructies en parkeerplaatsproblemen.

  • Wet wegvervoer goederen.
  • Besluit wegvervoer goederen.
  • Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenweg en Arbeidstijdenbeesluit vervoer (wegvervoer) 2016.
  • Regeling wegvervoer goederen.
  • Arbeidstijdenwet.
  • Arbeidstijdenbesluit.
4b Infrastructuur weg Schade aan wegdek 90 Toezicht houden op de belading van vrachtwagens.
  • Wet wegvervoer goederen.
  • Besluit wegvervoer goederen.
  • Regeling wegvervoer goederen.

Duurzame producten

Nr. IBRA onderwerp Ongewenste gebeurtenissen (IBRA) Schade in € miljoen per jaar Inzet door de ILT Grondslag
5 Duurzame producten 418+#
5a Duurzame producten

Onnodig energieverbruik (Ecodesign).

Gebruik van schaarse stoffen (Ecodesign).

Uitstoot van NOx (Ecodesign).

Marktschade.

400

#

18

0+#

#

Controle van de fabrikanten en importeurs van energiegerelateerde producten op het uitvoeren van een producttest, het hebben van een goed technisch dossier, het voorzien van het product met de jusite informatie (waaronder CE-markering) en het publiceren van deze informatie op een openbare website.

De ILT kijkt ook naar producten die op andere brandstoffen zoals aardgas en hout werken.

  • Directive 2009/125/EC of the European Parliament and of the Council of 21 October 2009 establishing a framework for the setting of eco-design requirements for energy-related products.
  • Wet milieubeheer (titel 9.4).
  • Regeling vaststelling regels betreffende eisen inzake ecologisch ontwerp verwarmingstoestellen.
  • Besluit beheer verpakking 2014.
  • Besluit beheer batterijen en accu's 2008.
  • Besluit beheer autowrakken.

OAS en F-gassen

Nr. IBRA onderwerp Ongewenste gebeurtenissen (IBRA) Schade in € miljoen per jaar Inzet door de ILT Grondslag
6 OAS en F-gassen 177
6a Uitstoot ozonlaag afbrekende stoffen en F-gassen

Uitstoot van F-gassen.

Uitstoot van Ozonlaag Afbrekende Stoffen (OAS).

114

63

Toezicht op legale en illegale handel in F-gassen, lekverliezen (emissies) van installaties en de certificering van onderhoudsbedrijven in de koelsector.

Toezicht op de stelselverantwoordelijke Keuringsinstanties en Exameninstellingen.

  • Verordening (EU) nr. 517/2014 van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen.
  • Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaag afbrekende stoffen milieubeheer, 01-12-2015.
  • Verordening (EG) nr. 1005/2009 van 16 september 2009, betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen.

Taxi en busvervoer

Nr. IBRA onderwerp Ongewenste gebeurtenissen (IBRA) Schade in € miljoen per jaar Inzet door de ILT Grondslag
7 Taxi en busvervoer 209+#
7a Ongeval busvervoer Ongeval busvervoer. 103

Toezicht op legale en illegale handel in F-gassen, lekverliezen (emissies) van instalaties en de certificering van onderhoudsberdrijven in de koelsector.

Toezicht op de stelselverantwoordelijke Keuringsinstanties en Exameninstellingen.

  • Wet Personenvervoer 2000.
  • Arbeidstijdenbesluit vervoer.
  • Wegenverkeerswet 1994.
  • Verordening (EG) nr. 561/2006.
  • Wet personenvervoer 2000.
  • Besluit personenvervoer 2000.
  • Verordening (EG) nr. 165/2014.
  • Verordening (EG) nr. 1071/2009.
  • Verordening (EG) nr. 1073/2009.
  • Verordening (EG) nr. 1370/2007.
7b Ongeval taxivervoer

Ongeval taxivervoer.

Marktschade.

106

#

Toezicht op de registratie van rit-, arbeids- en rusttijden van taxichauffeurs.

Inspecteren van de technische staat (APK en bandenprofiel) van taxi's bij controles.

  • Wet Personenvervoer 2000.
  • Arbeidstijdenbesluit vervoer.
  • Wegenverkeerswet 1994.
  • Verordening (EG) nr. 561/2006.
  • Wet personenvervoor 2000.
  • Besluit personenvervoer 2000.

Producttoezicht

Nr. IBRA onderwerp Ongewenste gebeurtenissen (IBRA) Schade in € miljoen per jaar Inzet door de ILT Grondslag
8 Producttoezicht 79+#
8a Bouwproduct

Ongeval door onveilig bouwproduct

Milieuschade door onveilig bouwproduct

Marktschade

#

#

75

Het toezichthouden op de volledigheid en de juistheid van de informatie die fabrikanten en overige marktdeelnemers aan de gebruikers van een product verstrekken.

Het steekproefgewijs controleren of de prestaties van de bouwproducten overeenkomen met de prestaties die de fabrikanten op de CE-markering vermelden.

Het controleren of het geoorloofd is dat fabrikanten en overige marktdeelnemers een CE-markering gebruiken.

  • EU Verordening 305/2011 (Construction Products Regulation, CPR).
  • Woningwet.
  • Bouwbesluit 2012.
  • Regeling bouwbesluit 2012.
8b Pleziervaartuig

Ongeval door pleziervaartuig.

Milieuschade door onveilig pleziervaartuig.

Geluidsoverlast door pleziervaartuig.

Ongeval door onveilig pleziervaartuig op de BES-eilanden.

Milieuschade door onveilig pleziervaartuig op de BES-eilanden.

Geluidsoverlast door pleziervaartuig op de BES-eilanden.

Marktschade.

3

#

0

0

#

0

1

Toezicht op de volledigheid en de juistheid van de informatie die fabrikanten en overige marktdeelnemers verstrekken en of het gebruik van CE-markering door producenten geoorloofd is.
  • Wet pleziervaartuigen 2016.
8c Verkeersproduct en mobiele machine

Ongeval door onveilig verkeersproduct en mobiele machine.

Uitstoot door onveilig verkeersproduct en mobiele machine.

Geluidsoverlast door verkeersproduct

Marktschade

#

#

#

#

Toezicht op fabrikanten zodat deze geen verkeersproducten en mobiele machines te koop aanbieden die niet zijn goedgekeurd, voor zover ze over zo'n goedkeuring moeten beschikken.

Toezicht op de grote markt met (vervangings-) onderdelen.

  • EU 167/2013 landbouw- en bosbouwvoertuigen
  • EU 168/2013 twee- of driewielige voertuigen en vierwielers
  • EU 2018/858 motorvoertuigen en aanhangwagens
  • EU 715/2007 lichte personen- en bedrijfsvoertuigen
  • EU 595/2009 zware bedrijfsvoertuigen
  • Richtlijn 70/157/EEG geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen
  • Richtlijn 2005/64/EEG herbruikbaar/recyclebaar/nuttige toepassing motorvoertuigen
  • Richtlijn 2006/40 klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen
  • EU 78/2009 motorvoertuigen en bescherming weggebruikers
  • EU 79/2009 motorvoertuigen op waterstof
  • EU 661/2009 algemene veiligheid van motorvoertuigen en aanhangwagens
  • EU 540/2014 geluidsniveau van motorvoertuigen
  • Richtlijn 1999/94 informatie over het brandstofverbruik en de CO²-uitstoot bij de verbranding van nieuwe personenauto's
  • EU 2020/740 etikettering van banden
  • EU 2019/1020 markttoezicht en conformiteit van producten
  • EU 2016/1628 niet voor de weg bestemde mobiele machines en besluit en toezicht
  • Wegenverkeerswet 1994
  • Besluit voertuigen
  • Regeling voertuigen
8d Energielabels

Onnodig energieverbruik in woonhuizen en utiliteitsgebouwen.

Onnodig brandstofverbruik, geluid en grip door personenauto's en autobanden.

#

#

Toezicht houden op het beschikbaar hebben van een energielabel bij oplevering, verkoop of verhuur van een woning of utiliteitsgebouw.

Het toezicht houden op de verplichting van autodealers of deze de auto's die ze verkopen voorzien van een energielabel. Daarnaast beoordeelt ze de juistheid van de uiterlijke kenmerken van het energielabel.

Het toezicht houden op de verplichting van autodealers of deze de auto's die ze verkopen voorzien van een energielabel. Daarnaast beoordeelt ze de juistheid van de uiterlijke kenmerken van het bandenlabel.

  • Besluit energieprestatie gebouwen
  • Regeling energieprestatie gebouwen
  • Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen
  • Besluit etikettering energiegebruik personenauto's
  • Verordening (EG) 2020/740

Emissies schadelijke stoffen, geluid, trilling

Nr. IBRA onderwerp Ongewenste gebeurtenissen (IBRA) Schade in € miljoen per jaar Inzet door de ILT Grondslag
9 Emissies schadelijke stoffen, geluid, trilling 151+#
9a Geluid

Geluidsoverlast luchtvaartuig Schiphol

Geluidsoverlast luchtvaartuig regionale luchthavens

Geluidsoverlast wegverkeer

Geluidsoverlast rail

9

38

10

0

Controle op afwijkingen van te volgen luchtverkeerwegen en minimale vlieghoogten, mogelijk veroorzaakt door gezagvoerders. Controle op juist baangebruik en op het juist gebruik van de openingstijden.

Toezicht houden op hoofdspoorwegen daar waar het geluidnormen betreft.

  • Wet luchtvaart
  • Besluit aanwijzing toezichthouders luchtvaart
  • Regeling milieu-informatie luchthaven Schiphol
  • Luchthavenverkeerbesluit Schiphol
  • Wet milieubeheer
  • Invoeringswet geluidproductieplafonds
  • Besluit geluid milieubeheer
  • Regeling geluidplafondkaart milieubeheer
  • Regeling geluid milieubeheer
  • Reken- en meetvoorschrift geluid 2012
9b Uitstoot luchtvaart Uitstoot schadelijke stoffen door luchtvaart op Schiphol 0 Toezicht op de uitstoot van schadelijke stoffen in de luchtvaart boven de grenzen per hoeveelheid vliegtuiggewicht.
  • Wet luchtvaart
  • Wet milieubeheer
  • Luchthavenverkeerbesluit Schiphol
  • Luchthavenindelingbesluit Schiphol
  • Regeling milieu-informatie luchthaven Schiphol
  • Besluit tot wijziging van het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol
  • Klimaatwet
  • Richtlijn (EU) 2016/ 2284 betreffende de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen 2016
9c Uitstoot scheepvaart

Uitstoot van schadelijke stoffen door binnenvaart.

Uitstoot van SO2 door scheepvaart (zeevaart, binnenvaart, visserij).

Uitstoot van schadelijke stoffen door scheepvaart op de BES-eilanden.

Marktschade.

3+#


11


0


#

Het handhaven van het verbod op varend ontgassen.

Toezicht op de brandstofsamenstelling (onjuiste of onterechte certificering).

  • Binnenvaartwet
  • Wet havenstaatcontrole
  • Schepenwet
  • Wet laden en lossen zeeschepen
  • Wet voorkoming verontreiniging door schepen
  • Wet voorkoming verontreiniging door schepen BES
9d Uitstoot wegverkeer

Uitstoot van SO2 door wegverkeer

Uitstoot van NOx door wegverkeer

0

80

Het toezichthouden op de kwaliteitseisen van brandstoffen zoals leveranciers deze afleveren.
  • Wet milieubeheer
  • Richtlijn 98/70/EG van 13 oktober 1998 betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof
  • Richtlijn 2009/30/EG
  • Besluit brandstoffen luchtverontreiniging
9e Trilling Trillingoverlast door spoorvervoer 0 Toezicht houden op de staat van het materieel, overbelading en snelheden van goederentreinen.
  • Activiteitenbesluit milieubeheer (art. 2.23)
  • SBR-richtlijn
  • Beleidsregel trillingshinder spoor

Zeevaart en binnenvaart

Nr. IBRA onderwerp Ongewenste gebeurtenissen (IBRA) Schade in € miljoen per jaar Inzet door de ILT Grondslag
10 Zeevaart en binnenvaart 94+#
B.o.g.
10a Lozing scheepvaart

Lozing van schadelijke stoffen door scheepvaart (zeevaart, binnenvaart, visserij).

Lozing van schadelijke stoffen door scheepvaart op de BES-eilanden.

18+#

0+#

Controle op de naleving van de regels voor het illegaal lozen van schadelijke stoffen.
  • Binnenvaartwet
  • Wet havenstaatcontrole
  • Schepenwet
  • Wet laden en lossen zeeschepen
  • Wet voorkoming verontreiniging door schepen
  • Wet voorkoming verontreiniging door schepen BES
10b Ongeval scheepvaart

Ongeval binnenvaart.

Ongeval zeescheepvaart.

Ongeval visserij.

Ongeval scheepvaart BES-eilanden.

30+#

33+#

13

0+#

Bij binnenvaart: toezichthouden op de volgende zaken:

  1. De hoeveelheid aanwezige bemanning
  2. De kwalificering van de bemanning
  3. Veiligheidscertificaten
  4. De certificering van keuringsartsen
  5. Vereisten voor scheepsuitrusting
  6. Bij zeescheepvaart komt daar een drietal toezichttaken bij:
  7. Naleven van procedures voor het laden en lossen van bulkschepen
  8. Veiligheidssituatie van bezoekende buitenlandse zeeschepen (PSC)
  9. Correct vervoer van lading
  • Arbeidsomstandighedenwet
  • Arbeidstijdenwet
  • Binnenvaartwet
  • Burgerlijk wetboek, boek 8 (nationaliteitsbevrachting en registratie zeeschepen)
  • Geneesmiddelenwet
  • Havenbeveiligingswet
  • Loodsenwet
  • Meetbrievenwet 1981
  • Sanctiewet 1977
  • Scheepvaartverkeerswet
  • Schepenwet
  • Uitvoeringswet visserijverdrag 1967
  • Wet aansprakelijkheid olietankschepen
  • Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
  • Wet buitenlandse schepen
  • Wet bestrijding maritieme ongevallen
  • Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot
  • Wet educatie en beroepsonderwijs
  • Wet havenstaatcontrole
  • Wet handhaving consumentenbescherming
  • Wet laden en lossen zeeschepen
  • Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting
  • Wet scheepsuitrusting 2016
  • Wet voorkoming verontreiniging door schepen
  • Wetboek van Koophandel
  • Wrakkenwet
  • Wet zeevarenden
  • Zeebrievenwet
  • Aanwijzingsregeling ambtenaren op grond van SZW-wetgeving
  • Vissersvaartuigenbesluit 1989
  • Besluit zeevisvaartbemanning
  • Havenbeveiligingswet BES
  • Vaartuigenwet 1930 BES
  • Wet maritiem beheer BES
  • Wet voorkoming van verontreiniging door schepen BES
10c Beveiliging scheepvaart

erroristische aanslag op Nederlands schip in Nederland of Nederlandse haven.

Terroristische aanslag op Nederlands schip in Nederland of Nederlandse haven (bijzondere gebeurtenis).

Terroristische aanslag op Nederlandse zeeschepen ergens in de wereld.

0


b.o.g.

0

Het beveiligen van Nederlandse zeeschepen wereldwijd. Dit betreft zeeschepen uit Nederland en de Nederlandse zeehavens.

De bescherming en beveiliging van economische belangen in Nederland.

  • Havenbeveiligingswet
  • Havennoodwet
  • Vaarplichtwet
  • Vervoersnoodwet
  • Wet havenstaatcontrole
  • Wet zeevarenden
  • Regeling havenstaatcontrole
  • Schepenbesluit 2004
  • Regeling veiligheid zeeschepen
  • Beleidsregel veiligheid zeeschepen
  • Verordening (EG) Nr. 3051/95 betreffende een veiligheidsbeleid voor ro-ro-passagiersschepen
  • Verordening (EG) nr. 725/2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten
  • Verordening (EG) nr. 884/2005 tot vaststelling van procedures voor inspecties van de Commissie op het gebied van de maritieme beveiliging.
  • Europese NIB-richtlijn 2016/1148 (netwerk- en informatieveiligheid richtlijn)
  • Havenbeveiligingswet BES
  • Gemeentewet
  • Besluit aanwijzing toezichthouders ILT interbestuurlijk toezicht
  • Sanctiewet 1977
  • Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (SOLAS)
  • ISPS-code (The International Ship and Port Facility (ISPS) Code), IMO
  • Richtlijn 2005/65/EG betreffende het verhogen van de veiligheid van havens

Rail

Nr. IBRA onderwerp Ongewenste gebeurtenissen (IBRA) Schade in € miljoen per jaar Inzet door de ILT Grondslag
12 Luchtvaart 32+#
12a Ongeval luchtvaart

Ongeval luchtvaart.

Arbeidsongeval van het luchtvaartpersoneel.

Ongeval luchtvaart op de BES-eilanden.

Arbeidsongeval van het luchtvaartpersoneel op de BES-eilanden.

30+#

2

0+#

#

Toezicht houden en de vergunning-verlening uitvoeren voor de EASA op de volgende gebieden:

  • Roerende onderdelen:
  1. Commercial Air Transport (CAT): vliegtuigen voor de commerciële luchtvaart, lijn- of charterdiensten voor het vervoer van passagiers of goederen.
  2. General Aviation (GA): vliegtuigen niet betrokken bij CAT of luchtwerk, helikopters en luchtballonnen.
  3.  Very Light Aircraft (VLA) en Micro Light Aircraft (MLA): vliegtuigen met niet meer dan 2 zitplaatsen.
  4. Drones.
  • Onroerende onderdelen:
  1. Indelingen van start- en landingsbanen.
  2. Luchtruim.
  3. Luchtverkeersleiding.
  4. Opleidingen voor het personeel.

Toezichthouden op de werk- en rusttijden in de luchtvaart in Nederland en op de BES-eilanden.

Het uitgeven van veiligheidscertificaten, beheren van wijzigingen, verlenen van ontheffingen en het houden van veiligheidstoezicht op de luchthavens op de BES-eilanden.

  • Arbeidsomstandighedenwet
  • Arbeidstijdenwet
  • Luchtvaartwet
  • Wet luchtvaart
  • Luchtvaartwet BES
  • Regulation (EU) 2018/1139
  • Standard and Recommended Practices Directive 2014/24/EU of the European Parliament and of the Council of 26 February 2014 on public procurement and repealing Directive 2004/18/EC.

Wabo-advies en interbestuurlijk toezicht

Nr. IBRA onderwerp Ongewenste gebeurtenissen (IBRA) Schade in € miljoen per jaar Inzet door de ILT Grondslag
13 Wabo-advies en interbestuurlijk toezicht 25
13a Wabo

Ongeval bij meest risicovol bedrijf.

Uitstoot van NOx bij meest risicovolle bedrijf.

Uitstoot van SO2 bij meest risicovolle bedrijf.

Uitstoot van fijnstof bij meest risicovolle bedrijf.

Uitstoot van schadelijke stoffen bij meest risicovolle bedrijf.

Afval (met ZZS-(Zeer Zorgwekkende Stoffen) bijdragen) valt buiten de beheersingsketen bij meest risicovolle bedrijf.

0

5

6

4


9

0

Toezicht houden op de vergunningverlening door andere overheden, met name Provincies.
  • Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
  • Adviesrol ILT: Besluit omgevingsrecht, par 6.1, art. 6.3

Transport gevaarlijke stoffen

Nr. IBRA onderwerp Ongewenste gebeurtenissen (IBRA) Schade in € miljoen per jaar Inzet door de ILT Grondslag
14 Transport gevaarlijke stoffen o+#
b.o.g.
14a Transport gevaarlijke stoffen

Ongewenst vrijkomen van getransporteerde gevaarlijke stof uit (post-)pakketten.

Ongewenst vrijkomen van getransporteerde gevaarlijke stof uit een (vracht-)auto.

Ongewenst vrijkomen van getransporteerde gevaarlijke stof uit een binnenvaartschip.

Ongewenst vrijkomen van getransporteerde gevaarlijke stof uit een wagon.

Ongewenst vrijkomen van getransporteerde gevaarlijke stof in of uit een zeeschip.

Ongewenst vrijkomen van getransporteerde gevaarlijke stof uit luchtvracht.

Ongewenst vrijkomen van getransporteerde gevaarlijke stof op de BES-eilanden.

Buitengewone gebeurtenis bij de opslag van gevaarlijke stoffen.

#


#


#


#


#


#


#


b.o.g.

Het doen van onderzoek naar postpakketten en reageren op meldingen van postbedrijven.

Toezicht houden op de vervoersketen gevaarlijke stoffen over de weg, bij bedrijven en langs de weg.

Toezicht houden op de gehele keten van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren, inclusief de terminals, en onderzoek naar incidenten en voorvallen.

Toezicht houden op diverse plekken in de logistieke keten rondom spoorvervoer. Behalve op het laden, lossen en vervoer van gevaarlijke stoffen per wagon is dat ook op de wagons zelf, rangeerterreinen, processen en veiligheidscultuur en –systemen.

Toezicht houden op diverse plekken in de logistieke keten rondom zeeschepen toezicht. Behalve op het laden, lossen en vervoer van gevaarlijke stoffen is dat bijvoorbeeld ook toezicht op het schip, de belading en het personeel aan boord.

Toezicht houden op de gehele keten van het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht, onder andere op het hebben van een erkenning.

Toezicht houden op de BES-eilanden voor het transport van gevaarlijke stoffen over zee en door de lucht.

Toezicht houden op de gehele transportketen, inclusief de tussentijdse opslag rondom gevaarlijke stoffen.

  • Wet vervoer gevaarlijke stoffen.
  • Besluit vervoer gevaarlijke stoffen.
  • European Agreement concerning the International Carriage of Dangerous Goods by Road (ADR).
  • European Agreement concerning the International Carriage of Dangerous Goods by Inland Waterways (ADN).
  • Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen.
  • Reglement betreffende het internationaal spoorwegvervoer van gevaarlijke goederen (RID) versie 2019.
  • Schepenbesluit 2004 art. 55 tot en met 57.
  • IMDG-Code International Maritime Dangerous Goods Code (MSC.406(96)).
  • Wet Luchtvaart artikelen 6.50 tot en met 6.61a.
  • Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht.
  • ICAO Annex 18 (The Safe Transport of Dangerous Goods by Air)
  • ICAO Technical Instructions for the Safe Transport of Dangerous Goods by Air.
14b Buisleiding

Uitstroom buisleiding naar lucht/bodem/water inclusief een mogelijke explosie.

Uitstroom buisleiding naar lucht/bodem/water inclusief een mogelijke explosie BG.

0+#

b.o.g.

Toezicht houden op de veiligheidsbeheersystemen voor buisleidingen.
  • Besluit externe veiligheid Buisleidingen.
  • Regeling externe veiligheid Buisleidingen.

Hoogwaterveiligheid

Nr. IBRA onderwerp Ongewenste gebeurtenissen (IBRA) Schade in € miljoen per jaar Inzet door de ILT Grondslag
15 Hoogwaterveiligheid

0

b.o.g.

15a Hoogwaterveiligheid

Overstroming

Overstroming BG

0

b.o.g.

Het toezicht houden op de primaire waterkeringen:

  • Toezicht houden op de zorgplicht van waterkeringsbeheerders moet zorgen dat de keringen aan de veiligheidseisen voldoen, het preventieve beheer en het onderhoud.
  • Tevens bestaat het toezicht uit op het falen van (primaire) waterkeringen door onvoldoende beheer en onderhoud of door ontwerpfouten.
  • Waterwet.
  • Regeling veiligheid primaire waterkeringen.

Drinkwater

Nr. IBRA onderwerp Ongewenste gebeurtenissen (IBRA) Schade in € miljoen per jaar Inzet door de ILT Grondslag
16 Drinkwater

0+#

b.o.g.

16a Drinkwater

Verontreinigd drinkwater.

Verkeerde tariefstelling drinkwater.

Te lage druk en uitval van drinkwatervoorziening.

Uitval van drinkwatervoorziening BG.

Verontreinigd drinkwater BES-eilanden.

0

0

#

b.o.g.

#

Toezicht houden op de organisatie, kwaliteitszorg, leveringszekerheid, continuïteit en doelmatigheid van de drinkwaterlevering.

Het beoordelen van de bedrijfsverslagen van de drinkwaterbedrijven en toetsing, onder meer of de bedrijven geen hogere tarieven hebben doorberekend dan wettelijk is toegestaan.

Toezicht houden op de leveringszekerheid, de veiligheid en de kwaliteit van de drinkwaterlevering op de BES-eilanden.

  • Drinkwaterwet.
  • Drinkwaterbesluit.
  • Drinkwaterregeling.
  • Wet elektriciteit en drinkwater BES.
  • Besluit elektriciteit en drinkwater BES.

Autoriteit woningcorporaties

Nr. IBRA onderwerp Ongewenste gebeurtenissen (IBRA) Schade in € miljoen per jaar Inzet door de ILT Grondslag
17 Autoriteit woningcorporaties (Aw) #
17a Wonen Onvoldoende goede sociale huurwoningen. # Voor het toezicht op het corporatiestelsel onderzoekt de Aw risico's en belemmeringen voor het functioneren van dit stelsel.
  • Woningwet.

Cybersecurity

Nr. IBRA onderwerp Ongewenste gebeurtenissen (IBRA) Schade in € miljoen per jaar Inzet door de ILT Grondslag
18 Cybersecurity

#

b.o.g.

18a Cybersecurity

Cybersecurity incident vitale aanbieder.

Cybersecurity incident drinkwatervoorziening BG.

Cybersecurity incident luchtvaart BG.

Cybersecurity incident scheepvaart BG.

#

b.o.g.

b.o.g.

b.o.g.

Toezicht houden op de verplichting voor vitale aanbieders (waaronder drinkwaterbedrijven) om passende en evenredige maatregelen te nemen om hun netwerk- en informatiesystemen te beveiligen en eventuele incidenten te melden bij het Computer Security Incident Response Team (CSIRT) en de bevoegde autoriteit. Deze verplichting wordt nog uitgebreid met o.a. spoorbedrijven.
  • Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen.

Niet in MJP

Nr. IBRA onderwerp Ongewenste gebeurtenissen (IBRA) Schade in € miljoen per jaar Inzet door de ILT Grondslag
19 Niet in MJP

280+#

b.o.g.

19a Asbest Blootstelling aan asbest. 39

Het toezichthouden op de omgang (vervaardiging, import, bewerking en beschikbaarstelling) van asbest en asbesthoudende producten.

Het toezichthouden op de verwijdering van asbest uit objecten zoals treinen, schepen en installaties en op asbestwegen.

  • Wet milieubeheer, met de volgende besluiten:
    •  Asbestverwijderingsbesluit.
    • Besluit Asbestwegen milieubeheer.
  • Regeling nadere voorschriften asbestwegen milieubeheer.
  • Productenbesluit asbest.
  • Productenregeling asbest.
  • Internationaal Verdrag van Hongkong voor het veilig en milieuvriendelijk recyclen van schepen, Regulation 5. Inventory of Hazardous Materials + appendix 1.
  • Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (SOLAS).
  • Verordening (eg) nr. 1907/2006 REACH.
19b BES-eilanden specifiek

Uitval van elektriciteitsvoorziening op de BES-eilanden.

Grootschalig incident bij opslagbedrijven op Bonaire en Sint Eustatius.

#

#

De naleving van de bepalingen over de kwaliteit, veiligheid en leveringszekerheid (inclusief verstoring en noodvoorziening) van de elektriciteitsvoorziening.

De vergunningverlening (inclusief MER- verplichting) en handhaving van grote industrie.

  • Wet elektriciteit en drinkwater BES.
  • Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening & milieubeheer BES.
  • Besluit grote inrichtingen milieubeheer BES.
19c Defensie

Onveiligheid rondom Defensie-inrichtingen (externe veiligheid).

Onveilige gebouwen binnen Defensie-inrichtingen (constructie, brandveiligheid).

0

4

Toezicht houden op ruim 100 locaties van het ministerie van Defensie.
  • Activiteitenbesluit.
  • Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
  • Publicatiereeks gevaarlijke stoffen.
  • Bouwbesluit 2012.
  • Wet Vrom BES.
  • BES Bouwbesluit.
19d Genetisch gemodificeerde organismen (ggo's)

Ongewenste verspreiding ggo.

Ongewenste verspreiding ggo BG.

#

b.o.g.

Controle op de naleving van de regels voor het werken met ggo's. Het toezicht is erop gericht om de (potentiële) gevolgen van incidenten te beperken, te inventariseren en uit te dragen.
  • Besluit genetisch gemodificeerde organismen.
  • Regeling genetisch gemodificeerde organismen.
19e Legionella

Legionellabesmetting via de drinkwaterinstallatie van een prioritaire instelling.

Legionellabesmetting via de drinkwaterinstallatie van een prioritaire instelling op de BES-eilanden.

198

0

Toezicht houden op beheersmaatregelen die prioritaire instellingen nemen om legionella te voorkomen en de uitvoering daarvan in Nederland en op de BES-eilanden.
  • Drinkwaterwet.
  • Drinkwaterbesluit.
  • Drinkwaterregeling.
  • Regeling legionellapreventie.
  • Besluit elektriciteit en drinkwater BES.
19f Ongevallen kabelbaan

Ongeval door een onveilige kabelbaan.

Marktschade.

0

#

Vergunningverlening en controle op de geldende veiligheidseisen van de kabelbaansite. Tevens is er een piketregeling voor ongevallen.
  • EU Verordening 2016/424.
  • Wet kabelbaaninstallaties.
19g Passagiersrechten

Wettelijk vereiste financiële compensatie busvervoer onterecht niet betaald.

Wettelijk vereiste financiële compensatie luchtvaart onterecht niet betaald.

Wettelijk vereiste financiële compensatie trein onterecht niet betaald.

Wettelijk vereiste financiële compensatie vervoer over water onterecht niet betaald.

Onvoldoende aandacht voor mobiliteitsbeperkte en gehandicapte passagiers (bus, luchtvaart, trein en vervoer over water).

0

5

0

0

0

Toezicht houden op financiële compensatie en het afhandelen van klachten als gevolg van vertraging in bus-, trein-, vaar- en vliegvervoer.
  • Artikel 91, lid 1, en artikel 100, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
  • Wet handhaving consumentenbescherming.
  • Verordening (EG) nr. 181/2011: rechten van autobus- en touringcarpassagiers.
  • Verordening (EG) nr. 1371/2007: reizigersrechten treinverkeer.
  • Verordening (EG) nr. 1177/2010: passagiersrechten over water.
  • Verordening (EG) nr. 392/2009: aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen.
  • Verordening (EG) nr. 261/2004: passagiersrechten luchtvaart.
  • Verordening (EG) nr. 1107/2006: rechten mobiliteitsbeperkte passagiers luchtvaart.
  • Wet personenvervoer 2000.
  • Wet luchtvaart: artikelen 11.15 en 11.16.
  • EU-basisrechten voor passagiers.
19h Slotmisbruik luchtverkeer Marktschade. # Het handhaven van slotmisbruik door luchtvaartmaatschappijen.
  • Luchtvaartwet.
  • Wetsvoorstel bestuurlijke boete slotmisbruik.
19i Vluchtige Organische stoffen (VOS) Blootstelling aan Vluchtige Organische Stoffen. 0 Reactief toezicht houden op verven en vernissen waarin vluchtige organische stoffen zijn verwerkt.
  • Richtlijn Europese Raad inzake beperking emissie VOS 1999.
  • Besluit organische oplosmiddelen verven en vernissen 2005.
19j Vuurwerk

Ongeval bij professionele vuurwerkshow.

Ongeval met professioneel vuurwerk in handen van iemand zonder vergunning.

Ongeval met consumentenvuurwerk.

#

#

34

Controle op vuurwerk voor professioneel gebruik (vergunningsplichtig), door toezicht op het vuurwerk zelf en controle op de bevoegdheidscertificaten van bedrijven die vuurwerkshows verzorgen.

Toezicht houden op de toepassingsvergunningen met daarin opgenomen de geldige Kiwa-certificering.

  • Wet milieubeheer.
  • Vuurwerkbesluit.
  • Regeling aanwijzing consumenten en theatervuurwerk.
  • Richtlijn 2013/29/EU inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen, 12 juni 2013.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Bijlage A4. Schade (z)onder norm

Van oudsher handelt een inspectie vanuit de wet: het toezien op de naleving van wet- en regelgeving. Het niet-volgen van regels beschouwt ze als een risico en brengt ze in kaart. Met behulp van de IBRA berekent de ILT waar de grootste maatschappelijke risico's bestaan en waarop de inspectie haar capaciteit wil inzetten.

Schadelijke activiteiten op de werkterreinen van de ILT waarvoor geen regels bestaan blijven op deze manier buiten beschouwing. De ILT ziet het zichtbaar maken van het feit dat er sprake is van schades voor activiteiten waar­voor geen norm is bepaald, of schades die optreden onder de wettelijke norm, als een onderdeel van haar signalerende rol. De wijze waarop hier inhoud aan gegeven wordt wil de ILT verder ontwikkelen.

Inmiddels breed bekend is de benadering van Malcolm Sparrow9. Hij maakt onderscheid tussen (schadelijke) handelingen waarvoor wetgeving is ontwikkeld en schadelijke handelingen of risico's die niet gereguleerd zijn. Idealiter valt de wetgeving samen met de risico's die zij wil reguleren, en is er dus een juridische basis voor handhaving. Daarnaast zijn er echter (vaak nieuwe) risico's waarvoor nog geen wetgeving bestaat.

Voor de ILT betekent dit inzicht dat zij aandacht vraagt voor schade waarvoor geen norm is, en naast legalis­tische instrumenten ook aandacht besteedt aan andere interventies, zoals gedragsinterventies, om dergelijk schadelijk gedrag te voorkomen.

9 Malcolm K. Sparrow – The Regulatory Craft / controlling risks, solving problems, and managing compliance. Washington, 2000.

Ook kan sprake zijn van inmiddels verouderde wet­geving die een gewenste nieuwe ontwikkeling tegengaat. Dit kan leiden tot signalering naar beleid en politiek voor aanpassing van de juridische basis.

Het benoemen van schade onder de norm en de niet- genormeerde schade is niet nieuw. Ook in vorige edities van de IBRA is deze schade al in beeld gebracht in de teksten van de factsheets.

Voorbeelden van dergelijke schades zijn:

  • De uitstoot van CO2 door luchtvaart en scheepvaart en het onnodig energieverbruik door de producten die onder Ecodesign vallen.
  • De uitstoot van fijnstof door wegverkeer, scheep­vaart en het onnodig energieverbruik door de producten die onder Ecodesign vallen.
  • De uitstoot van NOx (stikstof) door scheepvaart en luchtvaart.
  • De maatschappelijke schade door blootstelling van mens en milieu aan chemische stoffen.

Het betreft een veelheid van thema's. Wat nu in beeld is gebracht is niet uitputtend en omvat geraamde schade­bedragen van wisselende omvang. Door de breedte kan het ook gaan om schades op onderwerpen die raken aan andere departementen dan IenW.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Bijlage A5. Rode draden uit gesprekken met stakeholders

Bij het opstellen van het meerjarenplan heeft de ILT met een aantal van haar belangrijke stakeholders gesproken om input op te halen voor het meerjarenplan. In deze bijlage beschrijft de ILT de thema's die regel­matig terugkwamen in die gesprekken. Ook worden de overkoepelende boodschappen besproken zoals de ILT die uit de gesprekken heeft gehaald.

Toezicht in de samenleving

In de afgelopen jaren wordt een duidelijke verschuiving gezien in wat er van een toezichthouder wordt verwacht. Tot een aantal jaar geleden werd nog vooral verwacht dat de toezichthouder de commerciële sector faciliteerde en legalistisch toezicht hield op veiligheidsaspecten. Nu wordt ook veel meer verwacht op het gebied van duurzaamheid en geluid en het voorkomen van maatschappelijke risico's. Bovendien wordt er veel explicieter gekeken naar de toezichthouder wanneer er iets fout gaat. De gesprekspartners zien voor de toezicht­houder een lastige positie omdat de maatschappij steeds minder risico's accepteert terwijl een risicoloze samen­leving niet bestaat.

Daardoor ligt er een steeds grotere uitdaging om risico­gericht te blijven werken en niet op basis van incidenten direct een nieuwe regel op te leggen die alleen op dat incident gebaseerd is.

Koers ILT

De stakeholders zien de koers die de ILT vanaf 2016 heeft ingezet als de juiste richting en taakopvatting voor een inspectie. Ook wordt breed herkend dat de ILT de beweging richting een selectieve, reflectieve en effectieve inspectie die haar capaciteit daar inzet waar het maatschappelijke effect het grootst is, daadwerkelijk heeft ingezet.

Tegelijkertijd ziet men dat de ILT nog volop in ontwikkeling is en dat nog verdere stappen nodig en mogelijk zijn. De aandachtspunten die zij de ILT hebben meegegeven in de gesprekken komen terug in de hieronder beschreven thema's.

Nieuwe risico's door transities

Er zijn momenteel verschillende grote transities gaande, zoals de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie. Bij deze transities ontstaan nieuwe risico's waar nu nog onvoldoende zicht op is. Zo is waterstof als duurzame brandstof een stuk ontvlam­baarder dan diesel. En over een aantal jaar ontstaan er grote afvalstromen van accu's van elektrische auto's en zonnepanelen die op een goede manier verwerkt moeten worden.

Op dit moment moet het gesprek gevoerd worden wie welke rol in die transities heeft – inclusief het toezicht op de risico's. Vervolgens zal er ook bij de inspectie een kennisontwikkeling nodig zijn om daadwerkelijk toezicht te kunnen houden op die nieuwe risico's.

Reflectief

Signalerende functie

Het signaleren van maatschappelijke risico's en het zijn van de ogen en oren van de minister in de samenleving wordt als belangrijke taak van een inspectie gezien.

Wanneer de inspectie ziet dat er ergens maatschappe­lijke schade ontstaat, is het aan de inspectie om dit te signaleren en te melden aan de bewindspersonen. Dit kan gaan over nieuwe risico's waar nog geen regelgeving voor is, maar ook juist daar waar maatschappelijke schade ontstaat door te hoge regeldruk zoals in de zorg het geval was.

Gesprekspartners herkennen dat de ILT de beweging aan het maken is naar een meer signalerende inspectie en ze ervaren de signalen die de ILT de afgelopen jaren heeft afgegeven als zeer nuttig. Niet iedereen die we gesproken hebben kende echter al signalen van de ILT.

Het algemene beeld is dan ook dat de ILT haar signalerende rol verder kan versterken en vaker signalen kan geven aan de bewindspersonen over wat ze tegenkomt. Daarbij wordt het als essentieel gezien dat de signalen volledig feitelijk correct zijn. In een gepolariseerde maatschappelijke debat zijn feitelijke signalen van een gezaghebbende toezichthouder van groot belang.

Selectief

Risicogericht

De risicogerichte benadering, waarbij de ILT haar capaciteit daar inzet waar de maatschappelijke risico's het grootst zijn, wordt als de juiste gezien. Met de IBRA, de ILT-brede risicoanalyse, heeft de ILT deze benadering tot de kern van haar primaire proces gemaakt. Door risico's daadwerkelijk te kwantificeren is deze echt in de sturing van de organisatie terechtgekomen. Men benadrukt dat het noodzakelijk is om duidelijk te blijven maken waarom een IBRA ingezet wordt, namelijk omdat de ILT te weinig capaciteit heeft om alle taken op hetzelfde niveau uit te voeren.

De IBRA is een hulpmiddel en de ILT zal de uitkomsten altijd zelf nog moeten wegen. Zo kunnen bij onder­werpen die lager scoren in de IBRA andere aspecten een rol spelen die aandacht of inzet van de ILT toch belangrijk maken, zoals vertrouwensschade. Vertrouwensschade ontstaat wanneer het idee ontstaat dat ergens te weinig op wordt toegezien, waardoor het vertrouwen vermindert terwijl de veiligheid misschien nog even hoog is.

De risicogerichte aanpak kan wel botsten met verwachtingen van de buitenwereld. Die kijkt vaak nog naar aantallen inspecties. Ook Europees zijn er veel afspraken over aantallen uit te voeren inspecties. Daarom moet de ILT de toegevoegde waarde van de risicogerichte aanpak blijven uitleggen. Stakeholders benadrukken het belang van duidelijk en transparant zijn over gemaakte keuzes, en daarbij ook laten zien waar noodgedwongen minder capaciteit wordt ingezet en wat de gevolgen daarvan zijn. Dat helpt aan de ene kant bij het voeren van de maatschappelijke en politieke discussie over de benodigde toezichtscapaciteit, en beschermt aan de andere kant de organisatie tegen kritiek wanneer er toch iets mis gaat in een sector waar minder capaciteit ingezet is.

Meer op sectorniveau ziet men de Staat van Schiphol – en meer recent de Staat van de mainport Rotterdam – als goede voorbeelden van hoe de ILT de ontwikkelingen en risico's in een sector in beeld kan brengen. En daar vervolgens haar toezicht op in kan richten.

Milieu

De milieukant van de leefomgeving komt steeds meer in beeld als een schaars goed waarin niet alles kan. Zo neemt de waardering voor een prettige leefomgeving steeds meer toe. Tegelijkertijd is het toezicht op het milieu nog onvoldoende ingericht. Zo concludeert de commissie van Aartsen dat het (VTH-)stelsel niet goed functioneert, waardoor omgevingsdiensten hun rol niet kunnen invullen zoals de bedoeling is. Ook wordt gezien dat de rechter nu bijvoorbeeld op het terrein van CO2-uitstoot een uitspraak doet waar geen toezichthouder voor is.

Daarnaast is de vermijdbare schade die de IBRA concludeert bij onderwerpen die de leefomgeving raken hoog. Het toezicht op het milieu in Nederland moet dus beter op orde worden gebracht.

Effectief

Publiek versus privaat toezicht

De ILT is vaak niet de enige speler in het systeem van toezicht. Zo worden bepaalde certificeringen vaak gedaan door private partijen en zoekt de ILT samen­werking met brancheorganisaties om het toezicht efficiënter in te richten.

De toezichtstelsels zijn vaak historisch gegroeid en daarom verschillend vormgegeven. Over de effectiviteit en betrouwbaarheid van die stelsels wordt wisselend gedacht. Zo kan een samenwerking met een private partij capaciteit bij de ILT vrij spelen waardoor het toezicht er uiteindelijk beter van wordt. Aan de andere kant zijn sommige toezichtstelsels zo ingewikkeld geworden dat de vraag is of de veiligheid nog voorop staat.

De ontwikkeling naar meer besturingstoezicht wordt gezien als kansrijk. Daarbij wordt erop gestuurd dat bedrijven zelf hun veiligheidssysteem op orde hebben en daarop aangesproken kunnen worden.

De ILT kan dan als katalysator fungeren om het veiligheidsdenken en -systeem van bedrijven naar een hoger niveau te tillen. Stakeholders zien dat deze ontwikkeling nog in de kinderschoenen staat. Daarnaast bestaat het beeld dat er altijd een mix zal moeten zijn van besturingstoezicht en toezicht op de werkvloer.

Kwaliteit

Dat de kwaliteit op orde is en de feiten kloppen is essentieel om als inspectie gezaghebbend te kunnen zijn. Zowel aan de handhavende en vergunningverlenende kant, maar zeker ook bij het afgeven van signalen aan de politiek en de samenleving. In de ontwikkeling van de ILT van de afgelopen jaren is de kwaliteit weer beter op orde gekomen. De kennis en kwaliteit van de individuele inspecteur is vaak hoog. Wel rust die kennis vaak op enkele personen. Met de komende vergrijzing en krappe arbeidsmarkt blijft het op orde houden van de kennis daarom een belangrijk thema. In een enkel geval moet de ILT op dit moment al te veel leunen op externe advies­bureaus voor de benodigde kennis.

Daarnaast wordt enkele keren opgemerkt dat de ILT nog niet altijd congruent is in haar handelen van werkvloer tot bestuur. De wijze waarop het bestuur conform de ingezette koers toezicht wil houden komt nog niet altijd overeen met de daadwerkelijke uitvoering van het toezicht in de praktijk.

Zichtbaarheid

Het werk van de ILT verdient en kan baat hebben bij een grotere zichtbaarheid. Vergeleken met andere inspecties is de ILT beperkt zichtbaar voor het grote publiek, vinden stakeholders.

Er worden meerdere redenen gegeven voor het belang van zichtbaarheid voor de ILT. Zichtbaarheid kan het vertrouwen van de samenleving vergroten doordat duidelijk is dat er een inspectie is die voor de belangen van de samenleving staat. Ook kan een grotere zichtbaarheid helpen in de handhaving. Wanneer publiekelijk aangekondigd wordt dat ergens extra op gehandhaafd wordt, heeft dat direct betere naleving van die regel tot gevolg. Ook kan het (dreigen van) publiek maken van een misstand ervoor zorgen dat de misstand sneller hersteld wordt.

Zichtbaarheid kan ook helpen in de signalerende functie. Wanneer een belangrijk signaal gegeven wordt is de kans dat het opgevolgd wordt groter wanneer dit publiekelijk gedaan wordt. Hierbij is het wel van belang om oog te houden voor de balans. Te veel signalen publiekelijk brengen gaat weer ten koste van de effectiviteit.

Burgerperspectief

Een inspectie speelt een belangrijke rol in het versterken van het vertrouwen in de overheid. Een aspect hiervan is hoe het perspectief van de burger meegenomen moet worden in het werk van de inspectie. Hierover is geen eenduidig beeld.

Burgerperspectief kan ophouden bij het zicht­baar maken van je werk voor burgers. Het verder betrekken van burgers bij bijvoorbeeld de prioritering en uitvoering van je werk wordt dan als niet-passend gezien bij de onafhankelijkheid van het werk van een inspectie.

Anderzijds zijn er ook stakeholders die het juist essentieel vinden om in gesprek te blijven met die burger om te weten hoe toezicht in de samenleving ervaren wordt. Dat beeld heb je nodig om een autoriteit te blijven in de samenleving.

In ieder geval is het belangrijk om goed bereikbaar te zijn voor de professional in de sectoren waar de ILT toezicht op houdt. Zodat deze professionals bij de ILT terecht kunnen en ook belangrijke ogen en oren kunnen zijn voor de ILT.

Ook moet in het handelen van de rijksoverheid het effect voor burgers centraal staan. Dat betekent voor een toezichthouder dat zij ook moet weten hoe haar handelen voor burgers en bedrijven uitpakt.

Onafhankelijkheid versus Nabijheid

Een onafhankelijke inspectie is belangrijk voor het vertrouwen in de overheid. Er mag niet de schijn ontstaan dat de inspectie in haar oordeelsvorming onder druk staat van beleid of politiek. Tegelijkertijd betekent onafhankelijkheid niet dat er in isolatie gewerkt wordt.

Zo is het voor de effectiviteit van belang voldoende dicht bij beleid en politiek en de sector te zijn, om inzicht in en begrip voor elkaar en het werkveld te houden en om signalen effectief te kunnen brengen.

Voor rijksinspecties is het omgaan met die spanning tussen onafhankelijkheid en nabijheid goed geregeld met de Regeling vaststelling Aanwijzingen inzake de rijksinspecties. Dat ontslaat een inspectie echter niet te blijven reflecteren op de onafhankelijkheid van haar eigen handelen. Ook in de opleiding en training van individuele inspecteurs moet de onafhankelijke rol een belangrijke plek hebben.

Regionale omgevingsdiensten kennen een dergelijke aanwijzing niet, waardoor daar het vraagstuk tussen onafhankelijkheid en nabijheid meer speelt. Dit is ook een van de conclusies van de commissie van Aartsen die stelt: 'Onafhankelijkheid van de omgevingsdiensten bij het uitvoeren van hun taak, is ten onrechte ondergeschikt gemaakt aan nabijheid bij het bevoegd gezag.'

Innovatie

De verdergaande dataficering van de samenleving biedt de inspectie kansen om haar toezicht efficiënter in te richten. Zo is er een ontwikkeling die het mogelijk maakt de kennis van professionals te testen en op peil te houden met een app. Ook worden de staat van het onderhoud en de veiligheid van netwerken en fabrieken steeds meer met sensoren in de gaten gehouden.

Wanneer de ILT toegang heeft tot die data kan zij op een veel efficiëntere manier haar toezicht inrichten. Stake­holders waarschuwen wel dat toezicht niet alleen via data plaats kan vinden. Bij toezicht via data blijven zaken buiten beeld die bij een fysieke inspectie wel boven zouden drijven.

Daarnaast is er altijd voldoende kennis van de sector nodig om de data op waarde te kunnen schatten en toezicht op het totale systeem te kunnen houden. De inzet van mensen zal dus steeds minder worden voor het verzamelen van data en steeds meer voor het analyseren van digitaal verzamelde data.

Dit artikel hoort bij: Meerjarenplan ILT 01

Bijlage B1. IBRA

De ILT voert jaarlijks een risicoanalyse uit. Deze ILT-brede risicoanalyse (IBRA) schat de kans en de grootte van de maatschappelijke schade op alle toezichtsterreinen van de ILT. Zo bepaalt de ILT waar de maatschappelijke risico’s het grootst zijn.

Bekijk de ILT-brede risicoanalyse (IBRA) van 2021.