De ILT is verantwoordelijk voor toezicht, vergunning­verlening en opsporing op een brede reeks aan onderwerpen op het terrein van transport, infrastructuur, milieu en wonen. Informatie over de onderwerpen die vallen onder de ILT staat verdeeld over 18 onderwerpen met ruim 200 links op www.ilent.nl/onderwerpen.

Daarnaast voert de ILT taken uit voor een aantal andere ministeries.

  • Voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Konink­rijksrelaties: het toezicht op de woning­corporaties, CE-markeringen van bouwproducten en toezicht op energielabels voor energie­prestaties van gebouwen.
  • Voor het ministerie van Economische Zaken en Klimaat: het toezicht op het verminderen van broeikas­gassen en duurzaam energiegebruik van apparaten.
  • Voor het ministerie van Justitie en Veiligheid: voor de vergunningverlening en het toezicht op de Wet precursoren voor explosieven.
  • Voor het ministerie van Buitenlandse zaken: het toezicht genoemd in de Uitvoeringswet Verordening conflictmineralen.
  • Voor het ministerie van Financiën: de Vrachtwagen­heffing en de Afvalstoffenheffing.

Ook voert de ILT taken uit samen met de Inspectie SZW. 
Het takenpakket van de ILT volgt uit meer dan 70 wetten met een omvangrijke lijst van daaronder vallende besluiten en regelingen, en daarnaast 79 verordeningen, 27 verdragen, 71 aanwijzingen en mandaatregelingen.

Daaruit volgt een groot aantal verantwoordelijkheden zoals het afgeven van 284 verschillende typen vergunningen, het beheer over 15 registers, de ontvangst van 88 meld­stromen, het verzorgen van diverse rapportages en het beheer van verschillende samen­werkings­­overeen­komsten. Deze breedte en diversiteit aan taken en producten dwingt de ILT tot scherpe keuzes voor de inzet.

Maatschappelijk effect is leidend

De ILT is gericht op het beperken van maatschappelijke schade. Taken die hoog scoren in de ILT-brede risicoanalyse (IBRA) krijgen extra aandacht ten laste van taken die minder hoog uitkomen.

De wettelijke taken vragen, gezien de omvang van de middelen die de ILT beschikbaar heeft, een afweging over hoe intensief of extensief de ILT deze uitvoert. Deze afweging zit deels tussen de onderwerpen binnen elk van de genoemde terreinen, maar ook over de terreinen heen. Zo raken de maatschappelijke ontwikkelingen tussen milieu en veiligheid steeds meer verweven, wat vraagt om een integrale benadering.

Hieronder volgen de belangrijkste aandachtspunten, met aan de hand van een aantal concrete voorbeelden de samenhang daartussen.

Milieu

Voor milieu volgen uit de IBRA substantiële maatschap­pelijke risico's. Al een aantal jaar laat de IBRA de grootste schades zien op het terrein van afval en bodem, en de signaalschades zijn groot op het terrein van emissies van diverse schadelijke stoffen. De ILT is in haar toezicht afhankelijk van de samenwerking met andere toezicht­houders en medeoverheden.

Bovendien is hier veel in beweging door de groeiende aandacht voor milieuvraagstukken, bijvoorbeeld voor de diffuse verspreiding van chemische stoffen in ons milieu, maar ook de steeds nadrukkelijker opgave aan overheid en grote bedrijven om klimaatverandering tegen te gaan. Nu de leefomgeving steeds duidelijker grenzen stelt, wordt het toezicht hierop nog belangrijker.

Voor milieuonderwerpen geldt dat er onderling veel samenhang en verwevenheid bestaat: denk aan het gebruik van afvalproducten als brandstof (biobrand­stoffen) of in brandstof, de relatie tussen afval- en grondstromen, de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen daarin en de relatie met de wens om spaarzaam om te gaan met schaarse grondstoffen.

Dit alles vraagt, meer dan bij de transport- en infrastruc­turele onderwerpen, om een integrale en vaak keten­gerichte aanpak. Dit, terwijl het toezicht op milieu versnipperd is over meerdere toezichthouders, zoals geconstateerd in het reeds genoemde advies van de Commissie Van Aartsen.

Casus integraliteit: Afval

In de vergunningverlening en het toezicht van de ILT op afval komen diverse maatschappelijke vraag­stukken samen. Zorgen voor voldoende recycling van afval voorkomt verlies van energie en schaarse grond­stoffen, zoals conflictmineralen. Met dit duur­zaam­heidsperspectief op afval wil de ILT bijdragen aan een circulaire economie.

Tegelijkertijd brengen ontwikkelingen rondom duurzaamheid, waaronder duurzame mobiliteit, nieuwe afvalvraagstukken met zich mee, zoals rondom accu's van elektrische auto's of fietsen.

De juiste verwerking van gevaarlijke afvalstromen is nodig om schade aan gezondheid en milieu te voorkomen. Behalve duurzaamheid is veiligheid daarmee een belangrijk aspect in het werk van de ILT op het terrein van afval.

Het perspectief is niet beperkt tot Nederland: het 'dumpen' van afval in landen (vooral buiten de EU) moet voorkomen worden. Waar het gaat om het internationaal transport van afval speelt de ILT met EVOA-vergunningverlening een belangrijke rol.

Transport

Voor transportonderwerpen – uitgezonderd goederen­vervoer over de weg – geldt, dat de schades zoals zicht­baar in de IBRA minder hoog zijn, terwijl op dit terrein relatief veel verplichtingen bestaan.

Het waarborgen van deze verplichtingen en continue aandacht voor de veiligheid van verschillende transportmodaliteiten is nodig, zodat de risico's klein blijven en het vertrouwen van burgers in veilig transport waar wordt gemaakt. De ILT kijkt naar manieren om het toezicht door te ontwikkelen, om deze verplichtingen zo efficiënt én effectief mogelijk in te vullen.

Infrastructuur

Infrastructurele onderwerpen kenmerken zich vaak door relatief lage kansen op potentieel erg grote schades, zoals het risico op een dijkdoorbraak of een exploderende buisleiding. In de IBRA wordt een deel van de infrastructuurrisico's beschreven als 'buitengewone gebeurtenissen': gebeurte­nissen waarvan er een zeer kleine kans is dat deze zich voordoen, maar waarvan de gevolgen potentieel catastrofaal zijn. Om de kans te verkleinen dat deze gebeurtenissen optreden is een gedegen basisniveau van het toezicht nodig, met bijbehorende langjarige aandacht, om kennis op peil te houden en problemen te voorkomen.

Casus integraliteit: Caribisch Nederland

De ILT is in Caribisch Nederland op vijf terreinen van het ministerie van IenW actief: scheepvaart, luchtvaart, transport van gevaarlijke stoffen, elektriciteits- en drinkwatervoorziening en de grote brand­stof­opslag­bedrijven. Vanwege de klein­schalig­heid van de Caribische eilanden is sprake van een grote verwevenheid tussen deze werkvelden. Belangrijke aandacht gaat voor de ILT daarom uit naar het formuleren van een visie op samen­hangende inzet in het Caribisch gebied op de genoemde vijf terreinen.

Gelet op de financiële problemen waarmee de eilanden kampen, mede als gevolg van de COVID-19 pandemie, wordt voor de komende jaren veel inzet van de ILT gevraagd om naleving en kennisniveau op peil te houden. Onder meer de luchtvaartnota 2020-2050 voor Caribisch Nederland geeft de ILT die mogelijkheid. Daarom zet ILT in op nauwere samen­werking: intern binnen de ILT, met andere onderdelen van IenW (onder meer RWS Zee en Delta) en met de openbare besturen op de eilanden.

Het toezicht wordt uitgebreid met toezicht op de kustwacht, bijdragen aan de borging van bereik­baar­heid en het bevorderen van de samenwerking met andere autoriteiten, zoals de luchtvaart­autoriteiten van de autonome landen van het koninkrijk.

Wonen

De Autoriteit woningcorporaties (Aw) is onderdeel van de ILT en ziet erop toe dat woningcorporaties zich concentreren op hun kerntaak: zorgen dat mensen met een laag inkomen goed en betaalbaar kunnen wonen. Uiteenlopende ontwikkelingen komen bijeen in deze taken, zoals hoge druk op de beschikbare ruimte, versnelde verstedelijking, de verduurzamingsopgave en de vergrijzing.

In 2020 is getoetst hoe de opgaven die deze ontwikkelingen veroorzaken binnen de corporatiesector zich verhouden tot de middelen in de sector. Dit is gebeurd in een studie van drie departementen (Binnen­landse Zaken, Economische Zaken en Financiën) en brancheorganisatie Aedes. De uitkomsten zijn gedeeld met de Tweede Kamer.

Casus integraliteit: Schiphol

Sinds 2019 werkt de ILT in het programma Veilig en Duurzaam Schiphol integraal aan uitdagingen op het gebied van transport en milieu, veiligheid en duur­zaamheid. De opgave is om de verschillende risico's van vliegveiligheid, arbeidsveiligheid, gezond­heid en leefbaarheid in samenhang aan te pakken.

Gewenste verbeteringen, zoals een kleiner aantal incidenten, minder geluidhinder en betere lucht­kwaliteit, worden besproken met de luchtvaart­organisaties die op Schiphol opereren.

De ILT publiceerde in 2020 de derde Staat van Schiphol waarin zij op basis van gegevens van verschillende partijen een beeld schetst over veilig­heid en duurzaamheid op de nationale luchthaven, inclusief trends en ontwikkelingen. Met de aanpak in het programma Veilig en Duurzaam Schiphol werkt de ILT ook aan eerdere aanbevelingen van de Onder­zoeksraad voor Veiligheid.

Casus integraliteit: Staat van mainport Rotterdam

De mainport Rotterdam is het grootste industriële complex van Nederland en is van grote maatschap­pe­lijke en economische betekenis. Het complex ligt bovendien in een dichtbevolkt gebied, waarbij aandacht voor de veiligheid en gezondheid van mensen die er wonen en werken van belang is, net als voor milieugevolgen.

In 2021 heeft de ILT voor het eerst de Staat van mainport Rotterdam gepubliceerd. Daarin is feitelijke informatie opgenomen uit de periode 2017-2019 op het gebied van transport en milieu in de mainport Rotterdam. Met de Staat van mainport Rotterdam zijn de risico's beter en meer in samenhang in kaart gebracht. De ILT hoopt dat de Staat de opmaat is voor verdere samenwerking met diverse partners en versterking van de keten in de komende jaren.

De focus in de Staat ligt op drie hoofdthema's waarop de ILT ook een belangrijke rol speelt. Het gaat om logistieke veiligheid, zoals het voorkomen van ongevallen met schepen en veiligheid van goederenvervoer via rail en over de weg. Daarnaast om externe veiligheid, waarbij vooral het voorkomen van onacceptabele veiligheidsrisico's bij vervoer van gevaarlijke stoffen aandacht krijgt. Het derde thema is luchtkwaliteit, in het bijzonder de emissies van zwavel en stikstof, maar ook fijnstof.

Programmeren met effect

De ILT kiest er voor de onderwerpen met de grootste maatschappelijke risico's en een sterke samenhang programmatisch aan te pakken. De IBRA is hierin leidend. Voordat de ILT een programma start, wordt eerst een verkenning gedaan.

Het uitvoeren van een verkenning is de eerste fase van de programmatische werkwijze van de ILT. In deze fase wordt niet alleen gekeken naar de (wettelijke) mogelijkheid om te inspecteren, maar naar het geheel aan mogelijkheden om het risico te verminderen, zoals gedrags­beïnvloeding, samenwerking met andere toe­zicht­­houders, samenwerking met de sector en het opstellen van signalerende rapportages. Na de fase van verkenning volgen nog drie fasen: programma­ontwikkeling, programma-uitvoering, en evaluatie, bijsturen en verantwoorden.

De programma's maken gebruik van binnen de ILT beschikbare kennis en werken ook samen met andere organisaties. Een programma bundelt alle interventies die kunnen bijdragen aan vermindering van het geconstateerde risico, met zichtbaar effect. Door de programma's in te richten als tijdelijke werkverbanden streeft de ILT naar een optimaal wendbare organisatie.

Ook bij onderwerpen met een minder groot maatschap­pelijk risico kan de ILT kiezen voor een programmatische aanpak. Bijvoorbeeld als sprake is van domein­over­stijgende vraag­stukken, zoals in het geval van luchthaven Schiphol, waar vragen op het gebied van transport, infra­structuur en milieu samen­komen. Of in programma's waarbij gekeken wordt naar vernieuwende manieren van werken, zoals verkennen of het concept 'vertrouwen' van meerwaarde kan zijn.

De ILT voert medio 2021 de volgende programma's uit:

1. Bodem.
2. Minder broeikasgassen.
3. Duurzame producten.
4. Juiste verwerking van afvalstoffen.
5. Slim en veilig goederenvervoer over de weg.
6. Schoon Schip.
7. Veilig en duurzaam Schiphol.
8. Veiligheid op het spoor.
9. Marktwerking bij taxivervoer.
10. Vertrouwen in instituties.

Naast deze toezichtprogramma's zijn er nog 2 programma's die meer gericht zijn op de werkwijze van de ILT zelf. Dit zijn:
11. Optimalisatie vergunningverlening.
12. Inspectie en certificering.

De ILT heeft in 2020 een aantal verkenningen voor nieuwe programma's uitgevoerd. Deze leiden niet alle tot nieuwe programma's. Op dit moment bekijkt de ILT welke onderwerpen in 2022 programmatisch worden opgepakt.

Casus programmaontwikkeling en -uitvoering

Stappenplan

Inzichtelijk maken van effect

De overheid heeft zich maatschappelijke doelen gesteld. De ILT draagt aan de realisatie hiervan bij door toezicht, opsporing en vergunningverlening. Inzicht in de bijdrage van de ILT aan beleidsdoelen maakt het mogelijk om hierover verantwoording af te leggen en indien nodig bij te sturen.

De ILT werkt continu aan het beter inzichtelijk maken van haar effecten. Hiertoe hanteert de ILT een aanpak gebaseerd op het plausibel maken van die bijdrage door heldere redeneerlijnen op te stellen die vervolgens – waar mogelijk – worden getoetst aan metingen in de praktijk. Het is daarbij essentieel om indicatoren vast te stellen die iets zeggen over de bijdrage van de ILT aan de beleids­doelen.

Het meten van deze samenhang is bijzonder complex. Daarom zal het vaak gaan om het 'plausibel maken van de bijdrage' in plaats van het aantonen van een causaal verband. Hierbij maakt de ILT gebruik van ervaringen uit het programma Inzicht in Kwaliteit dat wordt uitgevoerd door het Ministerie van Financiën. Daarnaast wordt door rijks­­inspecties onderling kennis en ervaring uitgewisseld.

Ook onderwerpen die niet programmatisch worden aangepakt worden beoordeeld op de mate waarin maatschappelijk effect kan worden bereikt. Dit gebeurt met een methode die helpt om tot een optimale inzet van capaciteit te komen. Daarbij blijft de risicogerichte werk­wijze uit de Koers leidend en wordt gebruikgemaakt van de ILT-brede risicoanalyse (IBRA). De werkwijze wordt vervolgens verder uitgewerkt op tactisch en operationeel niveau, zoals in de jaarplannen van de afdelingen.

Onderwerpen

In bijlage A1 staat een overzicht van 17 meer omvangrijke onderwerpen waaraan de ILT de komende jaren aandacht besteedt.

Het is een toelichting op de maatschappelijke doelen waaraan de ILT op dit onderwerp werkt, de bijbehorende strategische ontwikkelingen en de focus van haar taken voor de komende jaren. Het betreft soms een cluster van onderwerpen (bijvoorbeeld luchtvaart), regelgeving (bijvoorbeeld vracht­wagen­heffing), of de rol (Wabo-advies en -toezicht). Voor een aantal onderwerpen uit de lijst is besloten dat deze niet programmatisch worden opgepakt, maar als onderdeel van het reguliere toezicht.

De onderwerpen staan gerangschikt op volgorde van IBRA-risico, aangevuld met het jaarplan van de Autoriteit woning­corporaties.

Nieuwe taken

Ontwikkelingen in belangrijke werkvelden van de ILT staan beschreven in bijlage A1. Bijlage A2 geeft een overzicht en beschrijving van de nieuwe taken voor de inspectie. De ILT werkt veel nieuwe taken uit in de IBRA. De ILT wil alvast een concept-risicoschatting maken bij de beleidsvorming en bij het maken van uitvoerings­toetsen. In de IBRA (bijlage B1) staat dit nader beschreven.

Nieuwe taken in de IBRA van 2021

  • Cybersecurity met betrekking tot drinkwater, luchtvaart en scheepvaart.
  • Ongeval met drone.
  • Gebruik van AdBlue.
  • Geluidsoverlast in wegverkeer en op het spoor.
  • Geluidsoverlast van pleziervaartuigen.
  • Mobiele machines die niet op de openbare weg mogen.
  • Overige pyrotechnische artikelen (ROPA).

Toevoegingen

De volgende onderwerpen of ongewenste gebeurte­nissen neemt de ILT in de komende jaren als nieuw onderwerp op in de IBRA, of voegt ze aan een bestaand onderwerp toe:

  • Ontgassen ladingrestanten binnenvaart.
  • NOx (stikstof) Noordzee.
  • Conflictmineralen.
  • Producttoezicht op drones.
  • EETS (Europese elektronische tolheffingsdienst­richt­lijn).