In 2016 verscherpt de ILT het toezicht op vier grote brandstofbedrijven op Bonaire en Sint Eustatius. Worden stoffen als diesel, olie, kerosine en benzine veilig opgeslagen en aan- en afgevoerd? Is er risico op bijvoorbeeld lekkage en daarmee op een ramp? De bedrijven liggen dicht bij kwetsbare natuurgebieden op populaire toeristische eilanden. Een grote lekkage of een brand – zoals in 2010 op Bonaire – zou een ramp voor het hele eiland betekenen. Er worden 11 dwangsommen opgelegd een laatste waarschuwing dat de bedrijven de veiligheid nu echt moeten verbeteren.

Wat doet de inspectie?

Een gespecialiseerd team gaat in 2016 twee keer langs bij de vier bedrijven. Het gaat om drie bedrijven op Bonaire (een olieterminal en twee brandstofdepots) en één bedrijf op Sint Eustatius (een olieterminal). Het team bestaat naast de inspecteur van de ILT uit inspecteurs van Rijkswaterstaat, de Inspectie SZW en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. De vier bedrijven hebben te maken met veel achterstallig onderhoud. Zij hebben programma’s opgesteld om het achterstallig onderhoud in te lopen, risicostudies uit te voeren en veiligheidsprocedures op te stellen.

Hoge nood

Probleem is dat het grootschalige onderhoud veel geld kost en sommige bedrijven kunnen dat moeilijk opbrengen. Eén bedrijf is bijvoorbeeld een dochter van het staatsoliebedrijf van Venezuela, een land in economische nood. Lastig is ook: waar moet je beginnen? Er moet zoveel onderhoud worden gepleeg, dat het stellen van prioriteiten nodig is. De inspectie helpt daarbij. Het resultaat? Bij de laatste inspectie in 2016 is te zien dat er flink wordt geïnvesteerd. Afgekeurde tanks zijn buiten gebruik gesteld, er zijn blus- en koelvoorzieningen aangebracht, medewerkers volgen cursussen.